De Cock en de dartele weduwe
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #65
- Год: 2006
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 90-261-2209-8
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de dartele weduwe». Краткое содержание книги:
Vledder keek de kamer rond. Hij herinnerde zich het vertrek nog uit zijn onderzoek inzake de moord op Casper van de Broek. In een van de fauteuils zat Samuel Plasmans…stijf rechtop en keurig gekleed in een donkerblauw kostuum met een rode stropdas. Zijn gezicht zag bleek. De Cock liep op hem toe.
“Hoe voelt u zich?”
Plasmans wees naar zijn nek.
“Die stalen plaat op mijn rug belemmert mijn bewegingsvrijheid.”
De Cock knikte begrijpend.
“Dat is voor de zekerheid. U behoeft niet op te staan. Als er iemand binnenkomt, blijft u gewoon zitten. Wij zijn dicht in de buurt.”
Plasmans duimde over zijn schouder.
“Ze hebben die kast vanmorgen gebracht.”
Vledder reageerde onmiddellijk.
“Wat is dat voor een kast?”
De Cock gebaarde.
“Daar gaan wij straks met ons tweeën in zitten. Er zijn kijkgaatjes en de deuren hebben een bijzondere constructie. Wanneer wij er aan de binnenkant tegen drukken, vallen de deuren naar voren open. Ze komen bijna plat op de vloer te liggen, zodat wij onmiddellijk kunnen toeslaan.”
Het was aardedonker in de observatiekast. Door de kleine kijkgaten was de omgeving van de plek waar Samuel Plasmans zat, goed te zien.
De Cock scheen met zijn zaklantaarn even op zijn polshorloge. Er restten nog vijf minuten voor het moment van de afspraak. De oude rechercheur voelde hoe de spanning bezit van hem nam en de druk in zijn aderen opzwiepte. Hij hoopte vurig dat alles zou verlopen zoals hij zich dat had voorgesteld. Maar hij was er niet geheel gerust op.
Hij keek nog eens op zijn horloge. De seconden vergleden traag. De melodie van zijn mobieltje klonk. Het was Appie Keizer die zich meldde.
“Er stopt hier aan de walkant een rode stationwagon…een Peugeot. Ik zal het kenteken noteren. Er stapt een betrekkelijk jonge man uit. Jammer dat we geen foto hebben. Hij gaat bij jullie naar binnen. Hij heeft een fles in zijn hand.”
Appie Keizer zweeg.
De Cock ademde diep. Het pulseren van zijn hart tintelde tot in de toppen van zijn vingers.
“We moeten hem al snel in het zicht krijgen.”
“Wanneer grijpen we hem?”
vroeg Vledder.
“Laat hem rustig binnenkomen. Hij zal niet onmiddellijk toeslaan, maar zijn tijd en de gelegenheid afwachten.”
Er kwam een jongeman in hun gezichtsveld. Zijn gelaatstrekken waren moeilijk te onderscheiden. Hij liep op Samuel Plasmans af en zette een fles naast hem op de ronde tafel.
“Ik heb maar een fles champagne meegenomen,” sprak hij vriendelijk, “in de overtuiging dat wij samen snel tot een overeenkomst zullen…”
De Cock stootte Vledder aan.
“Nu…dit is genoeg.”
De deuren van de observatiekast klapten naar beneden. De man reageerde bliksemsnel. Hij draaide zich om en rende het vertrek uit. Vledder volgde hem op enkele meters. Buiten liep de man Appie Keizer omver, maar werd onmiddellijk daarna op weg naar zijn wagen door Fred Prins getackeld. De potige jonge rechercheur dook boven op de man en hield hem in bedwang. Vledder hurkte bij de man neer en trok zijn gezicht naar zich toe. Verbaasd staarde hij omhoog naar De Cock, die inmiddels naderbij was gekomen.
“Het is André van Giesbeek.”
In zijn stem trilde verbazing. De Cock knikte.
“De nieuwe leider van de BV Vrijgevochten.”
16
Na het bellen deed De Cock de deur van zijn woning open. Op de stoep stonden Vledder en Adelheid. De jonge rechercheur lachte wat verlegen.
“Ik heb Adelheid meegenomen. Wij hebben samen besloten om jou iets te vragen.”
De Cock lachte.
“Vragen staat vrij.”
Met een bos rode rozen op haar arm, nam Adelheid het woord.
“Dick heeft het jou al verteld,” sprak ze zangerig, “wij zijn van plan om binnenkort te trouwen. Wilt u getuige zijn van ons huwelijk?”
De Cock spreidde zijn handen.
“Dat is geen vraag maar een compliment!”
riep hij enthousiast.
“Ik beschouw het als een eer om jullie getuige te mogen zijn.”
Hij deed een stap opzij.
“Kom erin.”
“Zijn de anderen er al?”
vroeg Vledder. De Cock knikte.
“Appie Keizer en Fred Prins zitten bij mijn vrouw en hebben het hoogste woord.”
De oude rechercheur grinnikte.
“Zet twee politiemensen bij elkaar en je hebt voldoende stof voor een roman.”
Ze liepen de woonkamer binnen. Mevrouw De Cock kwam naar ze toe en schudde Vledder en Adelheid ter begroeting de hand. Met een gebaar van verrukking nam ze de rozen in ontvangst. Daarna wuifde ze uitnodigend naar twee diepe lederen fauteuils.
“Ga zitten,” riep ze hartelijk.
“Ik hoef jullie niet aan de anderen voor te stellen.”
Vledder lachte.
“Dat geboefte ken ik al jaren.”
De Cock vatte de fles fijne cognac Napoleon, die hij speciaal voor dergelijke gelegenheden in voorraad hield, en vulde ruim de bodem van diepbolle, voorverwarmde glazen. Hij reikte die zijn vrienden aan. Daarna hield hij zijn glas omhoog.
“Op onze botte werkgever,” toostte hij lachend. Appie Keizer keek hem aan.
“Wie is dat?”
“De misdaad. Daar danken wij alles aan. Zonder de misdaad hadden wij geen emplooi.”
Nadat ze allen een slok hadden genomen, keek Fred Prins de oude rechercheur onderzoekend aan.
“Als die vent Appie niet omver had gekegeld, had ik niet geweten wie ik had moeten pakken.”
De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
“Het was beslist beter geweest om eerst een foto van die André van Giesbeek te bemachtigen, maar ik wilde met mijn actie niet langer wachten.”
Fred Prins gniffelde.
“Ik heb wel de juiste man gepakt?”
De Cock stelde hem gerust.
“Ik heb hem vanmorgen verhoord. Het was niet moeilijk. Het feit dat hij bereid was om met Samuel Plasmans een overeenkomst aan te gaan, was voor mij en blijkbaar ook voor hem voldoende. André van Giesbeek heeft de drie moorden bekend.”
Fred Prins reageerde verrast.
“Drie?”
De Cock knikte.
“Twee mannen en een jonge vrouw.”
“Waarom?”
De Cock ademde diep.
“Een goede vraag, een vraag die mij al een paar dagen kwelt: wat is het motief?”
Vledder boog zich iets naar voren.
“Hoe ben je op het motief gekomen?”
De Cock ploegde een denkrimpel in zijn voorhoofd.
“Feitelijk door de woede van Maurice Grotebroek, toen die erachter kwam dat Casper van de Broek zijn testament had veranderd ten gunste van Samuel Plasmans.”
Vledder schudde zijn hoofd.
“Dat snap ik niet.”
De Cock glimlachte.
“Laten we voor de mensen die ons onderzoek niet hebben gevolgd, de situatie schetsen bij het begin van dit drama…de uitgangspositie.”
“Anders begrijpen we er niets van,” zei Adelheid. De Cock schoof zijn glas iets van zich af.
“Een handige zakenman,” begon hij, “bij name Charles de Rusconie, stort zich in de branche van artikelen voor vrijetijdsbesteding…tenten, caravans, campers en alles wat daar zo bij hoort. Dat is, zo heb ik inmiddels ervaren, een machtige handel. Met de hulp van zijn juridisch adviseur, Casper van de Broek, neemt Charles de Rusconie, vaak op louche wijze, kleinere ondernemingen over en wordt groot en rijk. Charles de Rusconie is nooit getrouwd. Hij gunde zich daar de tijd niet voor. Hij had geen nakomelingen. Hij was wel een man die zijn personeel goed behandelde. Als hij zich zo rond zijn zestigste uit de zaken terugtrekt, maakt hij een testament ten gunste van zijn zaakwaarnemer André van Giesbeek, een man die al jaren bij hem in dienst is en die hij volkomen vertrouwt.”
De Cock pauzeerde even en nam een slok van zijn cognac.