De Cock en de dartele weduwe
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #65
- Год: 2006
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 90-261-2209-8
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de dartele weduwe». Краткое содержание книги:
“Zeg het maar,” sprak hij ontwijkend. De Cock zuchtte.
“Margje van Medemblik heeft zich in het bijzijn van de dader ontkleed.”
Vledder keek hem peinzend aan.
“Weet je dat zeker?”
“Vrijwel.”
“Dat duidt op een relatie,” reageerde de jonge rechercheur geschokt.
“Zeker,” antwoordde De Cock kort. Vledder spreidde zijn handen.
“Kan de dader niet zijn binnengekomen op het moment dat zij naakt in bed wilde stappen?”
De Cock schudde traag zijn hoofd.
“In dat geval zou Margje van Medemblik toch hebben gereageerd. Ze zou zich hebben verzet en naar iets hebben gegrepen om haar naaktheid te verbergen. Daarvan blijkt niets. Er zijn ook geen sporen van een worsteling te vinden.”
Vledder liep terug naar het slachtoffer. De Cock volgde hem. De jonge rechercheur wees naar de knielhouding van de dode vrouw.
“In die houding zat ik vroeger op mijn knieën voor mijn bed tijdens mijn avondgebedje. Dat had mijn lieve moeder mij geleerd.”
De Cock glimlachte.
“Was jij vroeger zo gelovig?”
Vledder knikte.
“Dat ben ik nog,” antwoordde hij overtuigend.
“Ik ga tijdens mijn gebed alleen niet meer door mijn knieën.”
De jonge rechercheur wees opnieuw naar het slachtoffer.
“Misschien was ze zo intens in gebed, dat ze het binnenkomen van de dader niet heeft gemerkt.”
“Kan dat?”
“Bidden is een zaak van overgave en verdieping,” zei Vledder. De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
“Dan zullen we moeten zien uit te vissen hoe gelovig Margje van Medemblik was en of het haar gewoonte was om elke dag voor het slapengaan te bidden…op haar knieën.”
Vledder grijnsde.
“En of het de gewoonte van Margje van Medemblik was om naakt te slapen.”
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.
“Dat vermoed ik wel. Ik heb nergens een pyjama of nachthemd gezien.”
De oude rechercheur wreef zich in zijn nek.
“Het meest aannemelijke scenario is dat Margje zich heeft ontkleed in het bijzijn van de man of vrouw die haar vermoordde. Op weg naar haar bed is zij door de dader gevolgd en op het moment dat zij in bed wilde stappen duwde hij of zij de tentharing in haar rug.”
Vledder schudde meewarig zijn hoofd.
“Die jonge vrouw,” sprak hij bewogen, “moet de dader volkomen hebben vertrouwd en ze meende dat ze niets te duchten had van hem of haar.”
Hij zweeg enige tijd en overwoog de mogelijkheden in de momenten voor de moord.
“Misschien verkeerde ze wel in de blijde hoop dat de dader haar naar bed zou volgen?”
De Cock knikte traag.
“Daar heeft het veel van weg.”
Vledder gromde.
“Als de dader een man is…en daar geloof ik in…dan is het wel een hufter.”
De Cock zuchtte.
“We moeten hem zo snel mogelijk zien te ontmaskeren. Ik vind drie moorden wel genoeg.”
Vledder wees naar het slachtoffer.
“Vooral de moord op deze vrouw maakt iets in mij wakker. Een gevoel van wraak en wroeging.”
“Wroeging?”
Vledder knikte.
“Omdat we hem nog steeds niet hebben ontmaskerd. Het is zo duister als koffiedik.”
De Cock liep bij hem weg. Bij de deur van de zitslaapkamer draaide hij zich om.
“Ontvang jij straks de meute?”
Vledder keek hem vragend aan.
“Wat ga jij dan doen?”
De Cock duimde over zijn schouder.
“Ik heb nog wel een paar vragen. Ik neem Samuel Plasmans mee naar de Kit.”
“Waarom?”
“Om hem in alle rust te verhoren. Bovendien is dit opnieuw een unieke gelegenheid voor jou om te leren hoe je met de meute moet omspringen.”
Vledder fronste zijn wenkbrauwen.
“Ga je met de Golf?”
De Cock schudde zijn hoofd.
“Lopend. Die oude rammelkast mag jij besturen.”
Met opgetrokken wenkbrauwen keek Vledder de oude rechercheur na.
“Lopend,” mompelde hij.
Vanaf de Hartenstraat liepen De Cock en Samuel Plasmans naast elkaar via de Gasthuismolensteeg en de Paleisstraat naar de Dam. Het was er gezellig druk. Toeristen vergaapten zich aan het Paleis op de Dam en op de stoepen van het nationaal monument zaten jongeren koesterend in de zon. Via het Damrak en de Oudebrugsteeg bereikten zij de Warmoesstraat. De Cock begeleidde Samuel Plasmans naar de grote recherchekamer op de tweede etage en liet hem daar op de stoel naast zijn bureau plaatsnemen. Hij wierp zijn oude hoedje missend naar de kapstok, raapte zijn hoofddeksel op en trok zijn regenjas uit. Daarna slenterde hij op zijn gemak naar zijn bureau.
“Vermoeid van de wandeling?”
vroeg hij, terwijl hij zelf nog op adem moest komen. Samuel Plasmans schudde zijn hoofd.
“In de binnenstad van Amsterdam doe ik alles lopend af. Een auto is geen optie. Je kunt hem toch nergens kwijt.”
De Cock grinnikte.
“Dat is waar. U bent ook wandelend naar de Hartenstraat gegaan?”
“Tweemaal.”
De Cock keek Plasmans niet-begrijpend aan.
“Waarom tweemaal?”
“De eerste keer vond ik de deur van het kantoor op slot en op mijn bellen aan de deur kwam geen reactie. Ik ben toen teruggegaan naar de Kromme Waal. In de secretaire van Casper had ik nog een sleutel van zijn kantoor in de Hartenstraat gevonden.”
“En daar bent u mee teruggegaan?”
Samuel gebaarde.
“Ik heb eerst nog even de telefoon gepakt om te proberen haar te bereiken.”
“Dat lukte niet?”
Samuel schudde zijn hoofd.
“Er werd niet opgenomen,” sprak hij somber.
“Ik moet u bekennen dat ik toen al een angstig voorgevoel kreeg…dat er iets met haar was gebeurd. Die tweede keer naar de Hartenstraat liep ik ook veel sneller.”
“En toen deed u uw gruwelijke vondst.”
“Ik was er kapot van. En dat ben ik nog. Margje van Medemblik was een betrouwbare meid. Ze heeft Casper altijd voortreffelijk ondersteund.”
De Cock keek Samuel scherp aan.
“Wat wilde u van haar?”
Samuel Plasmans zuchtte.
“Diezelfde betrouwbaarheid en ondersteuning.”
De Cock glimlachte.
“Dat vergt wel enige uitleg.”
Samuel bracht zijn gezicht in een ernstige plooi.
“Casper heeft zijn bezittingen aan mij overgedragen. Hij heeft alles aan mij vermaakt.”
De Cock keek hem onderzoekend aan.
“Hoe bent u daar achter gekomen?”
Samuel zwaaide.
“Bij zijn laatste bezoek aan het pand aan de Kromme Waal had Maurice Grotebroek er een enorme puinhoop van gemaakt. Alle bescheiden uit de secretaire van Casper had hij door de kamer geslingerd. Ik heb die bij elkaar gezocht. Ik vond ook een verfrommelde brief van een notaris, waarin mijn naam werd genoemd.”
“En?”
“Ik ben naar die notaris gegaan, Van Houweningen, aan de Keizersgracht. Die bevestigde mij dat Casper van de Broek zijn oude testament had veranderd ten gunste van mij. Dat had hij geregeld ruim tien dagen voordat u zijn ontzielde lichaam in zijn woning ontdekte.”
“Wie was de vorige begunstigde?”
Samuel Plasmans grijnsde.
“Maurice Grotebroek.”
De Cock glimlachte.
“Weet u wie die brief van de notaris tot een prop heeft verfrommeld?”
Plasmans monsterde het gezicht van De Cock.
“Maurice Grotebroek?”
vroeg hij aarzelend.
“Precies,” antwoordde De Cock. Samuel Plasmans toonde een droeve grijns.
“Nu begrijp ik waarom Maurice Grotebroek zo tekeerging en in de keuken en zelfs het porseleinen servies van Caspers ouders vernietigde.”
De Cock leunde iets naar hem toe.
“Betrouwbaarheid en ondersteuning…dat zou Margje van Medemblik u hebben moeten schenken?”
De man knikte.