Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en de dartele weduwe
De Cock en de dartele weduwe - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de dartele weduwe

Электронная книга - «De Cock en de dartele weduwe». Краткое содержание книги:

Rechercheur De Cock en zijn mensen onderzoeken de moord op de nieuwste verovering van een jonge weduwe.
1 ... 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
Перейти на страницу:

“Ik heb hier in Amsterdam rechten gestudeerd. Met die studie heb ik nooit iets gedaan. In Parijs handelde ik in antiek. Nu Casper mij zijn bezittingen heeft nagelaten, vond ik het passend om ook zijn kantoor in de Hartenstraat voort te zetten.”

De Cock glimlachte.

“Zijn ‘juridische perikelen’?”

“Ja.”

“Samen met Margje van Medemblik?”

Samuel Plasmans knikte.

“Inderdaad. Niet als ondergeschikte, niet in loondienst, maar als compagnon. Margje kent het klappen van de zweep. Ik dacht dat ik in deze branche meer van haar kon leren dan zij van mij.”

“Vandaar dat compagnonschap?”

“Precies.”

De Cock trok een dwarse denkrimpel in zijn voorhoofd.

“Hebt u deze plannen met Margje van Medemblik al met iemand besproken?”

Samuel Plasmans keek hem verwonderd aan.

“Ja.”

“Met wie?”

“Een vroegere cliënt van Casper bij de BV Vrijgevochten aan de Nassaukade in Amsterdam.”

14

De Cock keek toe hoe zijn jonge collega met een rechte rug en een verende tred de grote recherchekamer binnenstapte en op de stoel achter zijn bureau plaatsnam.

Het gedrag van de jonge rechercheur was anders. Het leek alsof een zelfbewuste Vledder niet gewoon ging zitten, maar bezit nam van zijn zetel. Om zijn lippen zweefde een hautain lachje.

De grijze speurder monsterde zijn gezicht.

“Hoe…eh, hoe was het?”

vroeg hij aarzelend. Vledder schudde zijn hoofd. Het hautaine lachje bleef.

“Geen problemen,” antwoordde hij vrolijk.

“Geen gezeur. Alles vast in de hand. Bram van Wielingen, de fotograaf, had geen op- of aanmerkingen over het tijdstip waarop hij moest komen opdraven.”

De Cock lachte.

“Daar had Bram ook geen enkele reden toe. Het was midden op de dag. Van Wielingen wordt alleen narrig als je hem ‘s nachts uit bed belt.”

Vledder rechtte zijn rug.

“Hij heeft op mijn verzoek ook het gezicht van Margje van Medemblik een paar maal gefotografeerd toen ik haar hoofd even van het matras tilde. Ik vond dat nodig, omdat de twee mannen die haar hadden kunnen identificeren, waren verdwenen.”

De Cock keek hem verward aan.

“Welke twee mannen?”

Over het gezicht van de jonge rechercheur gleed een grijns.

“Jij en Samuel Plasmans.”

De Cock sloeg zijn rechterhand voor zijn mond.

“Je hebt gelijk,” reageerde hij beschaamd.

“Het was stom. Ik had niet met Plasmans weg mogen gaan voor we haar gezicht hadden gezien.”

Vledder genoot in stilte van zijn succes.

“Ik heb Bram,” ging hij rustig verder, “ook haar kleren in de fauteuil laten fotografen. Daarna heb ik plaatjes laten maken van elk kledingstuk apart…compleet met slipje en beha.”

“Vond je nog bijzonderheden?”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Alle kledingstukken waren puntgaaf. Geen scheuren, geen vlekken. Margje heeft zich rustig ontkleed en haar kledingstukken netjes weggelegd. Tot een andere conclusie kan je niet komen.”

“Wat zei dokter Den Koninghe?”

Vledder glimlachte.

“Hij vroeg onmiddellijk naar jou. Hij heeft met mij geloof ik niet zoveel op.”

De Cock lachte.

“We kennen elkaar al zoveel jaren. We hebben samen al over zoveel lijken gebogen gestaan. Dat schept een band. Had hij nog dezelfde rituelen?”

Vledder knikte.

“Hij heeft het lijk van Margje bekeken en bevoeld. Hij wilde ook zien hoe diep de tapijtindrukken waren in de huid van haar knieën. Dat zorgde met die tentharing in haar rug voor nogal wat problemen. Met behulp van de potige broeders van de Geneeskundige Dienst hebben we het lichaam van Margje van Medemblik helemaal omhoog moeten tillen voor dat de lijkschouwer haar knieën kon bekijken.”

De Cock knikte begrijpend.

“Tijdstip van overlijden?”

Vledder trok een bedenkelijk gezicht.

“Dokter Den Koninghe heeft daar, naar mijn gevoel, veel meer aandacht aan geschonken dan normaal. Hij heeft zijn ziekenhuisbrilletje zelfs tweemaal met zijn pochet schoongemaakt voor hij daar wat over zei.”

“En?”

“Gezien de temperatuur van het lichaam en de mate van lijkstijfheid, was zijn oordeel dat ze midden in de nacht moet zijn gedood.”

De Cock snoof.

“Een vreemde gedachte, vind je niet,” verzuchtte Vledder.

“Wie weet was haar moordenaar nog wel in de buurt van de Hartenstraat toen Samuel Plasmans bij haar aan de deur kwam.”

“Hij kwam tweemaal bij haar aan de deur.”

“Tweemaal?”

De Cock knikte.

“De eerste keer vond hij haar deur op slot en op zijn bellen werd niet gereageerd. Hij is toen teruggegaan naar de Kromme Waal. Daar wist hij nog een sleutel van het kantoor in de Hartenstraat, de kantoorsleutel van Casper van de Broek.”

Vledder knikte begrijpend.

“Toen kon hij naar binnen en vond hij haar.”

“Precies.”

“Waarom ging hij naar haar toe? Wat wilde Samuel Plasmans van Margje van Medemblik?”

“Een compagnonschap.”

“Een wat?”

De Cock lachte.

“Een compagnonschap. Hij wilde met Margje, niet als ondergeschikte, niet in loondienst, maar als vennoot het kantoor van wijlen Casper van de Broek voortzetten. Als erfgenaam van de bezittingen van de man met wie hij jaren had samengeleefd, vond hij dat een zinvolle gedachte.”

“En nu?”

“Wat bedoel je?”

“Margje is dood.”

“Over zijn verdere plannen met het kantoor voor juridische perikelen hebben we niet gesproken,” zei De Cock.

“Je hebt hem na het verhoor gewoon laten gaan?”

vroeg Vledder.

De Cock zweeg. Ineens schoot hem iets in gedachten.

“De broeders van de Geneeskundige Dienst hebben het lichaam van Margje toch liggend op haar buik afgevoerd?”

Vledder knikte.

“Met het laken over de tentharing als een tentje op haar rug.”

De Cock had moeie voeten.

Het was er ineens, onaangekondigd. Het was als een plotseling onweer bij een heldere hemel. Hij leunde achterover en legde zijn voeten op een hoek van zijn bureau. Met een van pijn vertrokken gezicht bevoelde hij zijn kuiten. Het was alsof geniepige kleine duiveltjes uit pure boosheid met duizend spelden in zijn kuiten prikten. Hij kende de pijn die uit de holten van zijn voeten kwam, langs zijn hielen omhoogtrok en zich vastzette in zijn kuiten. Hij wist ook wat die pijn betekende. Telkens als de zaken slecht verliepen, als zijn onderzoeken dreigden te verzanden en als hij het machteloze gevoel had volkomen in het duister te tasten, gaven de helse duiveltjes acte de présence. Vledder keek hem bezorgd aan.

“Is het weer zover?”

De Cock knikte en sloot zijn ogen. Enkele minuten bleef hij zo zitten, bewegingloos en geconcentreerd. Zijn markante gezicht leek een stalen masker. Om de pijn te verdrijven zette hij zijn tanden in zijn onderlip.

“Het gaat wel weer over,” sprak hij mat.

“Die helse pijn is nog wel te verdragen, maar de wetenschap dat wij na drie moorden en dagen van intensief speuren in feite nog geen stap verder zijn gekomen met ons onderzoek, bezorgt mij een angstig voorgevoel.”

Vledder keek zijn oude collega met een blik vol ongeloof aan.

“Je denkt dat we er niet uitkomen en dat wij de moordenaar nooit zullen vatten?”

De Cock keek hem aan.

“Dat kan toch,” reageerde hij kalm.

“Hoeveel moorden blijven niet onopgelost?”

Vledder schudde resoluut zijn hoofd.

“Niet bij ons,” sprak hij ferm.

“Wij zijn er samen nog altijd uitgekomen.”

Op het gezicht van De Cock brak een glimlach door.

“Misschien is het bijgeloof.”

“Wat?”

“Dat mijn moeie voeten iets met de stand van ons onderzoek te maken hebben.”

1 ... 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)