Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en de dartele weduwe
De Cock en de dartele weduwe - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de dartele weduwe

Электронная книга - «De Cock en de dartele weduwe». Краткое содержание книги:

Rechercheur De Cock en zijn mensen onderzoeken de moord op de nieuwste verovering van een jonge weduwe.
1 ... 18 19 20 21 22 23 24 25 26 ... 29
Перейти на страницу:

“Die problemen waren?”

Marinus Veldhuizen zuchtte.

“Casper van de Broek is een homo.”

De Cock knikte.

“Dat was ons bekend.”

Veldhuizen leunde iets voorover.

“Casper van de Broek heeft vele jaren een goede en betrouwbare vriend gehad. Een paar jaar geleden is hij verliefd geworden op ene…”

Hij raadpleegde zijn verfrommelde briefje.

“Ene Maurice Grotebroek. Die raakte aan de drugs, bleef soms dagen zonder opgaaf van reden weg, kwam berooid en vervuild terug en dan had Van de Broek dagen nodig om hem weer een beetje op te knappen. Ook jatte die jongen voortdurend en dan moest…”

Om het verhaal in te korten onderbrak De Cock hem.

“Casper van de Broek werd vermoord.”

Marinus Veldhuizen reageerde geschokt.

“Vermoord?”

“Ja.”

“Heeft hij het toch gedaan.”

“Wie?”

“Die Maurice. Van de Broek was al bang dat het eens zou gebeuren.”

De Cock glimlachte.

“Veel van hetgeen u ons vertelde, hadden wij reeds achterhaald. We hebben gesproken met de ex-vriend van Van de Broek, die wél betrouwbaar is.”

“Die uit Parijs?”

“Ja.”

“Daar zou hij heen om een paar dagen bij te trekken.”

De Cock wees naar het blocnotevelletje.

“Hebt u nog meer?”

Veldhuizen pakte het papiertje op en borg het terug in de binnenzak van zijn colbert.

“Ik heb het maar niet opgeschreven.”

“Wat.”

“Een klant van mij, die eer tijd geleden een kwaliteitstentje van mij kocht, kwam twee nieuwe tentharingen bij mij ophalen.”

“Bij u thuis?”

“Ja.”

“Wanneer?”

“De dag dat ik Charles de Rusconie in zijn kantoor de huid vol schold.”

“Hoe heet die klant?”

“Van der Putten…Boris van der Putten.”

12

Nadat Marinus Veldhuizen wat aarzelend met zijn gekreukelde spiekbriefje de grote recherchekamer had verlaten, keek Vledder met een brede grijns op zijn gezicht naar De Cock.

“Boris van der Putten,” riep hij bijna juichend.

“Jij liet hem na het verhoor gaan. Jij zag geen enkele reden om hem vast te houden. Een omissie…een verzuim.”

Het klonk als een verwijt.

“Een proces-verbaal terzake een simpele stalking,” ging hij beschuldigend verder, “gewoon naar de officier van justitie gezonden…meer zat er volgens jou niet in. En die officier van justitie, zo was jouw oordeel, zou beslist tot seponering van de zaak overgaan.”

De Cock luisterde geamuseerd toe.

“Het is beslist niet nodig,” reageerde hij kalm, “dat jij op zo’n neerbuigende toon tegen mij tekeergaat. Dat is volkomen misplaatst.”

Vledder spreidde zijn armen.

“En die twee tentharingen dan! Die twee belastende tentharingen,” sprak hij gejaagd, “die Boris van der Putten kort voor de moorden op De Rusconie en Van de Broek bij Marinus Veldhuizen kwam ophalen? Wat doe je met dat gegeven?”

De Cock gebaarde achteloos.

“Waar heb je een tentharing voor nodig? Om er een tent mee vast te zetten. Daar zijn die dingen voor.”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Dat is geklets, De Cock,” reageerde hij fel.

“Er zijn met twee van die tentharingen twee moorden gepleegd en Boris had gedreigd De Rusconie te vermoorden als Charlotte van Hoogendoorn haar verhouding met hem niet verbrak.”

De Cock zuchtte.

“Dat hebben wij hem toch ten laste gelegd,” sprak hij docerend.

“Boris van der Putten ontkent die bedreiging niet. Die geeft hij volmondig toe. Hij ontkent echter de moord te hebben gepleegd. Hij ontkent de uitvoering van de bedreiging die hij had geuit.”

De oude rechercheur maakte een grimas.

“En dat alles,” sprak hij op licht spottende toon, “hebben wij samen als brave ambtenaren in een keurig proces-verbaal vastgelegd en zoals dat hoort aan de officier van justitie toegezonden.”

Vledder schudde opnieuw zijn hoofd.

“Toen wisten wij nog niet,” reageerde hij nadrukkelijk, “dat Boris twee tentharingen bij Veldhuizen had opgehaald.”

De Cock maakte een berustend gebaar.

“Oké,” sprak hij toegevend.

“Wij sturen de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal, waarin wij vermelden, dat ons is gebleken dat Boris van der Putten voordat de moorden waren gepleegd, in het bezit was van twee nieuwe tentharingen.”

Vledder brieste.

“Je spot met me!”

riep hij nijdig.

“Waarom wil je in die Boris van der Putten geen redelijke verdachte zien?”

De blik van De Cock verhelderde. Hij stak de wijsvinger van zijn rechterhand op.

“Dat is een redelijke vraag,” antwoordde hij opgelucht.

“En het antwoord is heel simpel. De moorden op Charles de Rusconie en Casper van de Broek zijn door één en dezelfde man of vrouw gepleegd. Toegegeven…voor de moord op De Rusconie had Boris van der Putten een min of meer redelijk motief. Maar welk motief had hij voor de moord op Casper van de Broek? Hij zal van het bestaan van die man niet eens op de hoogte zijn geweest.”

Vledder staarde even voor zich uit en slaakte een overdreven zucht.

“Dat…eh, dat weet ik niet. Er is waarschijnlijk geen enkel motief.”

De Cock stak zijn handen vooruit.

“Wanneer ik Boris van der Putten niet onder verhoor had gekregen op het moment dat we nog onkundig waren van de moord op Casper van de Broek en de omstandigheden waaronder die moord werd gepleegd, dan had ik hem beslist heel wat strakker aangepakt, Dan had ik hem zeker niet zonder overleg met de officier van justitie heengezonden.”

Vledder streek met zijn vlakke hand over zijn gezicht.

“Ik was in mijn enthousiasme weer eens een onnozele heethoofd.”

De Cock lachte.

“Zo zie ik je graag.”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Feitelijk zijn we in ons onderzoek naar die twee moorden nog geen steek verder gekomen.”

De Cock tuitte zijn lippen.

“Ik begin wat meer belangstelling voor die Maurice Grotebroek te krijgen. Vooral door de verhalen van Smalle Lowietje en Marinus Veldhuizen.”

“Hoezo?”

“Het blijkt, dat Casper van de Broek zijn hand stevig op de knip hield en Maurice Grotebroek niet onvoorwaardelijk aan zijn verslaving liet toegeven.”

“Waaruit leid je dat af?”

“Je hebt het gehoord. In het etablissement van Smalle Lowietje kwam Maurice Grotebroek soms bedelend binnen. En dat zal hij ook wel in andere gelegenheden hebben gedaan. Ook bleef hij soms dagen zonder enige opgaaf van reden weg. De vernielingen die hij in de woning van Casper van de Broek aanrichtte en waarvan Samuel Plasmans getuige was, duiden toch op een ultieme woede-uitbarsting, een opgekropt onbehagen. Ze wijzen duidelijk op grote spanningen tussen hem en Casper van de Broek.”

Vledder knikte begrijpend.

“Spanningen,” verzuchtte hij, “die makkelijk tot moord hebben kunnen leiden.”

“Absoluut.”

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

“Hoe…eh, hoe vinden we die Maurice Grotebroek nu hij door Samuel Plasmans uit de woning aan de Kromme Waal is verjaagd?”

De Cock grijnsde.

“De gebruikelijke weg. Op het hoofdbureau bij de Herkenningsdienst zullen ze wel een foto van hem hebben. Junks lopen nog wel eens tegen de lamp. Met die foto gaan we naar Hulp voor Onbehuisden, naar het Goodwill Centrum van het Leger des Heils. Er zijn tal van plekken waar junks zich ophouden.”

“Hebben we genoeg bewijzen tegen Grotebroek om hem vast te houden?”

vroeg Vledder. De Cock glimlachte.

“Ik verstuur beslist nog geen verzoek tot opsporing. Laten we eerst eens horen wat hij te zeggen heeft.”

Vledder keek op zijn horloge.

1 ... 18 19 20 21 22 23 24 25 26 ... 29
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)