Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Полицейские детективы » De Cock en de zorgvuldige moordenaar
De Cock en de zorgvuldige moordenaar - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de zorgvuldige moordenaar

Электронная книга - «De Cock en de zorgvuldige moordenaar». Краткое содержание книги:

Een Amsterdamse rechercheur en zijn assistent komen voor een ingewikkelde zaak te staan wanneer in een slecht verlichte steeg het lijk van een jonge vrouw wordt gevonden.
1 ... 21 22 23 24 25 26 27 28 29 ... 37
Перейти на страницу:

‘Ze belde mij op, om even over half twee, kort na de middagpauze, en vroeg of ik wilde komen.’

‘Waarvoor?’

‘Dat weet ik niet. Ze wilde wat met me bespreken, zei ze.’

‘Moest je niets meenemen? Papieren, documenten, bescheiden van de zaak?’

Van Drunnen schudde het hoofd. ‘Daar heeft ze niets van gezegd. Het was een kort, snauwerig telefoontje, zoals ik dat van haar gewend was… zorg dat je om drie uur bij mij bent.’

‘Heb je er met iemand over gesproken?’

‘Mijn secretaresse. Ze moest andere afspraken voor mij afzeggen.

De Cock knikte begrijpend. ‘U ging met uw auto?’

‘Ja. Mijn eigen wagen. Als het verkeer niet te veel tegenzit, is het van kantoor ongeveer twintig minuten. Ik was ruimschoots op tijd. Misschien een minuut of vijf te vroeg. Ik zette mijn wagen voor het bordes, stapte uit en belde aan. Ik wachtte een tijdje. Er werd niet opengedaan. Ik vond dat vreemd. De oude mevrouw was altijd bijzonder punctueel. In de regel stond ze al achter de deur op mij te wachten. Ik keek op mijn horloge. Het was inmiddels al over drieën. Ik belde nog eens… en nog eens.’ Van Drunnen greep met beide handen naar zijn hoofd. ‘Ik had toen gewoon weg moeten gaan. Dan was er niets gebeurd. Dan had u mijn vingerafdrukken…’

De Cock onderbrak hem. ‘U ging niet weg.’

Van Drunnen schudde het hoofd. ‘Ik was ongerust. Echt, geloof me. Ik was wel niet zo erg op haar gesteld… niemand trouwens, maar ze was tenslotte een oud mens. Ik liep langs het huis naar achteren, naar de tuin. Daar was ze vaak. Ze hield van haar tuin. Maar achter was niemand. Ik voelde aan de tuindeur. Die was op slot. Ik ben toen langs de andere kant van het huis naar voren gelopen.’

‘En toen zag u het glas?’

Van Drunnen knikte. ‘Ik trapte erop.’

‘En toen?’

‘Ik keek waar het glas vandaan kwam en ontdekte dat de ruit van het zijraam bijna geheel uit zijn sponningen was genomen. Ik ben toen voorzichtig door dat raam naar binnen geklommen. Ik zag vrijwel onmiddellijk dat de inhoud van het kabinetje was doorzocht en ik begreep dat er een inbreker aan het werk was geweest. Ik bleef staan, luisterde intens. Ik hield er op dat moment ernstig rekening mee dat de inbreker nog in huis was. Ik hoorde echter niets. Ik ben toen steeds verder het huis ingegaan. Er was geen enkel verdacht geluid. Toen ik beneden alle vertrekken had doorgelopen, ben ik de trap op gegaan naar boven.’

‘En toen vond u haar?’

‘Dood.’ Van Drunnen zweeg, liet het hoofd zakken.

De Cock kuchte. ‘U moet verder gaan,’ zei hij scherp. ‘Dit is niet het einde van uw verhaal.’

Van Drunnen keek op, schudde het hoofd. ‘Nee,’ zei hij hees. ‘Dit is niet het einde.’ Hij krabde aan zijn voorhoofd. ‘Ik had, toen ik haar had gevonden, de politie moeten bellen.’

‘Waarom deed u het niet?’

Van Drunnen wreef met de rug van zijn hand langs zijn droge lippen. Zenuwgolfjes gleden over zijn wangen. ‘Waarom deed u het niet?’ herhaalde De Cock.

‘Het is een lange geschiedenis.’

‘Ik luister.’

Van Drunnen slikte. ‘Ik heb aan de oude Henri veel te danken,’ begon hij. ‘Dat moet ik vooropstellen. Ik denk ook niet met een kwaad hart aan de oude man terug. Integendeel. Zonder hem was ik vermoedelijk niet veel meer geworden dan een ondergeschikt boekhoudertje met veel capaciteiten… en weinig loon.’ Hij zuchtte. ‘En misschien zelfs dat niet.’

‘Gaat u verder.’

Er gleed een vermoeide glimlach over het gelaat van Van Drunnen.

‘Het is nu bijna tien jaar geleden. Ik was toen drie-, vierentwintig jaar. Ik had een administratief baantje bij de C.I.H. Niets bijzonders, maar ik werkte hard om vooruit te komen. ’s Avonds nam ik lessen in boekhouden. En ik studeerde vreemde talen.

Op een dag leerde ik Nanette kennen. Ik was direct verdoofd… een verliefdheid, zoals ik later nooit meer heb gekend. Ze tilde me compleet uit mijn schoenen. Het was ook een bijzonder mooi kind met een overdosering aan seks en…’ hij lachte wat cynisch, ‘een uitgebreid lijstje van verlangens.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Het kon mij toen niets schelen. Ik had alles voor haar gedaan. Desnoods de Nederlandsche Bank beroofd. Ik leefde gewoon van de ene ontmoeting naar de andere, dacht aan niets anders meer, verwaarloosde mijn werk, mijn lessen, en toen mijn geld op was… pleegde ik fraude.

Ik had in het administratieve systeem van de C.I.H. een gaatje ontdekt. En hoewel ik zelf geen cent kasgeld onder mijn beheer had, wist ik via dat gaatje in nog geen half jaar tijd meer dan dertigduizend gulden in mijn zakken te laten vloeien. Ik leefde als een vorst op een vulkaan.’

‘Tot de uitbarsting.’

Van Drunnen pauzeerde even, staarde voor zich uit. ‘Op een dag moest ik bij de oude Henri komen.’

‘En?’

‘Ik verwachtte een rechercheur. Ik had mij daar al helemaal op ingesteld. Maar die was er niet. De oude Henri was alleen. Hij bood mij vriendelijk een stoel aan en vertelde mij zonder enige emotie dat hij mijn fraudes had ontdekt. Hij zei zelfs dat hij er bewondering voor had en vroeg mij tal van bijzonderheden… hoe ik het had gedaan en waarom.

Toen ik was uitverteld, legde hij mij een verklaring voor, waarin stond dat ik mij ten nadele van C.I.H. aan verduistering had schuldig gemaakt. Ik heb die verklaring op zijn verzoek ondertekend.’

‘En de terugbetaling?’

Van Drunnen schudde het hoofd. ‘Over het geld zei hij niets. Geen woord. Hij pakte de telefoon en ontbood alle chefs en onderchefs in zijn kamer. Toen het hele gezelschap compleet was, stelde hij mij voor als de nieuwe procuratiehouder en hoofd van de administratieve afdeling.’

‘Wat?’ riep De Cock verbijsterd.

Van Drunnen knikte traag. ‘Zo jong als ik was… procuratiehouder en hoofd van de administratieve afdeling. Niemand begreep het. Ik het minst. Hij eiste slechts dat ik mijn verhouding met Nanette verbrak en mijn lessen hervatte. Meer niet. De schuldbekentenis bewaarde hij als een certifi caat, waarmee hij mijn loyaliteit kocht.’

De Cock keek hem ernstig aan. ‘Een certifi caat,’ herhaalde hij langzaam, ‘waarmee hij uw loyaliteit kocht?’

Van Drunnen knikte. ‘Zo noemde hij het. Het heeft al die jaren als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd gehangen. Ik was geestelijk zijn gevangene. Hoewel hij er nooit rechtstreeks op zinspeelde, voelde ik toch bij ieder woord dat hij zei, de dreiging van die schuldbekentenis. Het heeft mij tot zijn slaaf gemaakt.

Ik heb later ook begrepen dat mijn plotselinge bevordering tot hoofd van de administratieve afdeling en het daaraan gekoppelde toezicht op alle geldzaken, geen wilde bevlieging van hem was, maar een weldoordacht besluit. De oude Henri en zijn vrouw huldigden namelijk het voor u en mij niet vleiende standpunt… met dieven vang je dieven.’

De Cock glimlachte. ‘Een merkwaardig stel.’

Van Drunnen keek hem aan. ‘Een merkwaardige familie. Geslepen, boosaardig, met een bijna feilloze intuïtie om mensen aan zich te binden. Ik… ik vond slaaf zijn van één meester genoeg.’

De Cock kneep zijn ogen halfdicht. ‘De schuldbekentenis.’

Van Drunnen knikte. ‘Precies. Na de dood van de oude Henri heb ik overal naar dat vervloekte certifi caat gezocht. Ik heb zijn bureau ondersteboven gekeerd. Ik heb al zijn papieren doorzocht. Ik heb het niet kunnen vinden. Er bleef toen maar één plaats over waar het zou kunnen zijn.’

De Cock schoof zijn dikke onderlip vooruit en knikte. ‘Het kabinetje in villa Jolanda.’

Van Drunnen zuchtte omstandig. ‘Het was een unieke kans. U moet dat begrijpen. Tien jaar is een lange tijd om onder druk te leven. Toen ik de oude mevrouw Van der Wheere boven dood in haar kamer zag liggen, realiseerde ik mij dat de twee mensen die mijn misstap uit het verleden kenden, waren overleden. Er was verder niemand die het wist. Wanneer ik de schuldbekentenis in het kabinetje zou laten liggen, zou zij na enige tijd onherroepelijk in handen komen van Jerome en Jonathan. Ik wilde niet opnieuw slaaf zijn.’

1 ... 21 22 23 24 25 26 27 28 29 ... 37
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)