De Cock en de sluimerende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #42
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0664-4
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de sluimerende dood». Краткое содержание книги:
De jonge vrouw kwam van haar stoel overeind.
‘Bent u meneer De Cock?’
De oude rechercheur knikte. ‘Dat ben ik.’
De jonge vrouw straalde. ‘Mijn verloofde heeft alle boeken die Baantjer over u heeft geschreven.’
De Cock grijnsde breed. ‘Vertel aan uw verloofde, dat Baantjer altijd schromelijk overdrijft.’
‘Ik zal het hem zeggen,’ sprak de jonge vrouw timide. Ze ging weer zitten en pakte de telefoon. Na een kort gesprek kwam ze achter de balie vandaan en ging de beide rechercheurs voor naar een witbetegelde gang. Aan het einde van de gang opende ze een deur en trok zich toen bescheiden terug.
Achter een immens groot bureau zat een breedgeschouderde man in een donkerblauw kostuum. De Cock schatte hem op achter in de vijftig. Hij had een vriendelijk rond, bol gezicht, met daarin een paar heldere blauwe ogen. Door vlassig blond haar schemerde een kalende schedel.
Hij kwam uit zijn stoel overeind en schudde de rechercheurs de hand.
‘Bathmen,’ stelde hij zich voor. ‘Willem Bathmen. Wat verschaft mij het genoegen van een bezoek van de Amsterdamse recherche?’ Hij wees uitnodigend naar de stoelen voor zijn bureau. ‘Ga zitten. Zal ik iets te drinken bestellen?’
De Cock schudde zijn hoofd. Hij knoopte zijn regenjas los, nam tegenover de directeur plaats en legde zijn hoedje naast zich op de vloer.
‘Wij zijn,’ opende hij voorzichtig, ‘bij toeval… zijdelings… betrokken geraakt bij de moord op de architect Bobbejaan van der Vennen in Wervershoof. Uit ons onderzoek is gebleken, dat u zo’n anderhalf jaar geleden de heer Van der Vennen heeft benaderd voor de bouw van een bedrijfspand in Medemblik.’
De heer Bathmen knikte. ‘Dat klopt. Roderick en ik waren van plan om in Medemblik een soort filiaal van ons visverwerkingsbedrijf te vestigen. Met Den Helder en Den Oever als aanvoerhavens in de nabijheid, leek Medemblik ons een gunstige locatie. Bovendien beloofde het gemeentebestuur van Medemblik ons aantrekkelijke faciliteiten.’
De Cock keek demonstratief om zich heen. ‘Is de heer Roderick van Borsele niet aanwezig?’
De heer Bathmen blikte op zijn goudkleurige bureauklok. ‘Hij kan elk ogenblik hier zijn.’
De Cock gebaarde voor zich uit. ‘Hoe kwam u met architect Van der Vennen in contact?’
De heer Bathmen glimlachte. ‘Relaties… recommandaties. De heer Van der Vennen stond als een uitstekend vakman te boek. Hij had moderne frisse ideeën.’
‘Is dat bedrijfspand gebouwd?’
De heer Bathmen schudde zijn hoofd. ‘De Europese Economische Gemeenschap,’ sprak hij somber, ‘besloot om ons land visvangstbeperkingen op te leggen. Vanuit Brussel werden quota vastgesteld. Minder vis… voor een visfileerbedrijf dodelijk.’
‘Het ging niet door?’
De heer Bathmen trok een grijns. ‘Roderick van Borsele en ik hebben ons over de gewijzigde omstandigheden beraden en besloten om het plan Medemblik te schrappen.’
‘Jammer voor de werkgelegenheid in Medemblik.’
De heer Bathmen knikte. ‘Het plan is nog niet helemaal van de baan. Wanneer de biologen vaststellen dat de visstand zich heeft hersteld en er ruimere vangstmogelijkheden komen, zouden wij de plannen alsnog kunnen uitvoeren.’
De Cock keek hem strak aan. ‘Zonder architect Van der Vennen.’
Het gezicht van de heer Bathmen betrok. ‘Ik las enige dagen geleden van de moord in de krant. Een kort berichtje. Ik heb nog overwogen om mevrouw Van der Vennen een condoleance te sturen, maar daar is niets van gekomen.’
De Cock schonk hem een matte glimlach. ‘De dood van Van der Vennen,’ sprak hij vermoeid, ‘is ook voor mij een tegenslag. De architect zou voor mij een huisje ontwerpen.’
‘Voor u?’
De Cock knikte. ‘Een beetje prematuur… voor na mijn pensionering. Ik had het plan om…’
De oude rechercheur stokte. De deur van de directiekamer gleed open en in de deuropening verscheen de imposante gestalte van Roderick van Borsele. Verward staarde hij van De Cock naar Vledder en terug.
‘Wat… eh, wat doet u hier?’
De Cock wees voor zich uit. ‘Wij brengen een bezoekje aan de heer Bathmen.’
‘Waarom?’
De Cock glimlachte beminnelijk. ‘De heer Bathmen heeft anderhalf jaar geleden contact gehad met architect Van der Vennen uit Wervershoof. Die architect is een paar dagen geleden vermoord.’
Roderick van Borsele kneep zijn wenkbrauwen samen. ‘Onderzoekt u die moord?’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Wij schenken bijna al onze aandacht aan het spoorloos verdwijnen van uw moeder.’
Roderick van Borsele schoof een stoel bij en ging daarop zitten.
‘Hebt u al vorderingen gemaakt?’
De Cock knikte. ‘We hebben ontdekt, dat uw moeder op de dag dat zij u in Amsterdam zou bezoeken, op het station Purmerend-Overwhere op de trein naar Enkhuizen is gestapt.’
Roderick van Borsele toonde verbazing. ‘Op de trein naar Enkhuizen… was ze zo in de war?’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Die indruk hadden we niet. We hebben een vrouw opgespoord, die tijdens die treinreis in de richting van Enkhuizen met uw moeder heeft gesproken. Volgens die vrouw maakte uw moeder een zeer montere indruk. Ze babbelde honderduit en vertelde dat zij in Hoorn aan het station zou worden afgehaald… door haar zoon.’
Roderick van Borsele verbleekte. ‘Rigobert,’ stamelde hij. ‘Rigobert heeft niet ver van Hoorn… in Nibbixwoud… al jaren een caravan staan… bij een boer op het erf.’
12
Ze vonden hun kleine Golf tussen de twee kolossale vrachtauto’s van Bathmen & Van Borsele terug, stapten zwijgend in en reden van de parkeerplaats weg. Hun gezichten stonden somber.
Directeur Roderick van Borsele had hen in het kantoor tot aan de glazen tochtdeuren uitgeleide gedaan.
‘Vraag maar aan mijn broer waar hij die caravan heeft staan,’ was tot slot zijn advies. ‘En als u moeder hebt gevonden, breng haar dan maar weer terug naar haar flatje in Purmerend. Ik heb na de inbraak alles weer in orde laten brengen.’
Daarbij had hij aan de oude rechercheur een ring met drie splinternieuwe sleutels gegeven. De Cock had de sleutels vriendelijk glimlachend aangenomen en het advies zwijgend aangehoord. Hij had niet gereageerd.
De grijze speurder was niet tevreden over het onderhoud. Hij had in het verhaal van Willem Bathmen geen lacunes kunnen ontdekken. Het relaas van de directeur over zijn connecties met de vermoorde architect Van der Vennen uit Wervershoof, klonk heel aannemelijk. Toch kon de grijze speurder een vreemd, knagend gevoel van onbehagen niet onderdrukken.
Ook de reactie van Roderick van Borsele beviel de oude rechercheur niet. Zoon Roderick ging er naar zijn mening te luchthartig van uit, dat zijn oude moeder nog leefde. Die overtuiging had De Cock niet. Hoe langer haar verdwijning duurde, hoe meer in hem de zekerheid groeide dat haar iets was overkomen.
De vraag was… wat en door wie?
De oude rechercheur had met opzet het verdwijnen van Martijn Schuitema, de vriend van Rodericks moeder, niet te berde gebracht. Ook over de vreemde tekst op de spiegel in de badkamer van diens flatje had hij gezwegen.
De Cock zocht naar de beweegredenen van zijn eigen gedrag. Maar vond die niet. Zoals zo vaak bij onderzoeken, had hij zich laten leiden door zijn intuïtie… zijn scherp ontwikkeld gevoel om feiten en meningen op het juiste moment te lanceren. En wel op het moment waarop hij daarvan het grootste rendement kon verwachten. Het had hem in het verleden dikwijls succes gebracht.
Ze reden IJmuiden uit. Pas op de snelweg verbrak Vledder het zwijgen.
‘Wat doen we met Rigobert van Borsele?’ vroeg hij met weinig overtuiging in zijn stem.
De Cock maakte een hulpeloos gebaar.
‘Zonder verdere bewijzen kunnen we hem niet arresteren.’ Hij grinnikte. ‘En we mogen ook geen biechtkind van hem maken.’