Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en de sluimerende dood
De Cock en de sluimerende dood - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de sluimerende dood

Электронная книга - «De Cock en de sluimerende dood». Краткое содержание книги:

Rechercheur De Cock en zijn collega Vledder gaan op zoek naar een gefortuneerde en ongeneeslijk zieke vrouw die spoorloos verdwenen is.
1 ... 17 18 19 20 21 22 23 24 25 ... 32
Перейти на страницу:

De grijze speurder verkeerde zelf in een puike stemming.

Een korte, maar intense nachtrust, had zijn geest verkwikt. Hij verheugde zich op een tocht naar de havens van IJmuiden… op een pittig onderhoud met de aardige, en zo bescheiden heer W. Bathmen, die ruim anderhalf jaar geleden in Wervershoof met architect Bobbejaan van der Vennen de plannen had besproken voor een bedrijfspand in Medemblik.

En die aardige en zo bescheiden heer Bathmen was samen met Roderick van Borsele directeur en mede-eigenaar van een visfileerbedrijf in IJmuiden.

Architect Bobbejaan van der Vennen was dood. Iemand joeg hem in Wervershoof onverhoeds drie kogels door zijn lijf. Roderick van Borsele had een paar dagen geleden bij hem aan de Warmoesstraat aangifte gedaan van de vermissing van zijn lieve moeder. Hoewel beide zaken in geen enkel verband met elkaar leken te staan, prikkelden ze de fantasie van De Cock.

Bij de Oudebrugsteeg stak hij abrupt de rijbaan van het Damrak over, huppelde vrolijk aan een aanstormende tram voorbij, liet ongewild een vrachtwagen schielijk stoppen en bereikte uiteindelijk heelhuids de overkant, waar hij een paar bekende nachthoertjes, op weg naar huis, uitbundig groette.

De Cock had er zin in. Hij sjokte blijmoedig naar de Warmoesstraat, negeerde de pislucht uit de Heintje Hoekssteeg en stapte het bureau binnen.

Omdat Jan Kusters even niet keek, glipte hij half gebukt aan de balie voorbij en besteeg de twee trappen naar de recherchekamer.

Toen hij binnenstapte, zag hij Vledder al ijverig achter zijn elektronische schrijfmachine zitten. Pas toen De Cock tegenover hem in zijn stoel plofte, keek hij op.

‘Je bent alweer laat.’

De grijze speurder keek op zijn horloge.

‘Het is pas halftien.’

Vledder bromde.

‘Ik ben al een paar uur bezig.’

De Cock gniffelde.

‘Braaf, m’n jong, heel braaf. De morgenstond heeft goud in de mond.’

Vledder keek hem vernietigend aan. Met De Cock in een jolige bui was, zo wist hij, niets te beginnen.

‘Ik heb die Bathmen nagetrokken.’

‘En?’

‘Niets aan de hand.’

‘Hoe bedoel je?’

Vledder gebaarde voor zich uit.

‘Hij komt in onze administratie niet voor en volgens de politie in IJmuiden is hij een nette visinkoper, die nog nooit moeilijkheden heeft veroorzaakt.’

De Cock trok zijn schouders op.

‘Dat zegt niets. De charmante Henri-Désiré Landru gold ook als een nette man, tot men erachter kwam, dat hij de lijken van de vele vrouwen die hij had vermoord, in zijn fornuisje opstookte.’

‘Dat is lang geleden.’

De Cock knikte.

‘Maar een les voor het heden.’

Vledder negeerde de opmerking.

‘Commissaris Buitendam heeft al een paar maal naar je gevraagd.’

De Cock spreidde zijn handen.

‘Problemen?’

Vledder knikte.

‘Hij zeurde over een declaratie.’

Commissaris Buitendam, de lange, statige chef van politiebureau Warmoesstraat, wenkte met een slanke hand.

‘Kom binnen, De Cock,’ sprak hij geaffecteerd, ‘en ga zitten.’ Hij kwam achter zijn bureau vandaan en gebaarde uitnodigend naar het zitje van stalen meubelen bij het raam, waar de commissaris slechts zijn prominente gasten ontving.

De grijze speurder trok zijn gezicht in een onwillige, norse plooi. Toenaderingen van zijn chef wees hij in de meeste gevallen koel en hooghartig van de hand. Hij had geen hekel aan zijn commissaris, maar leefde met hem toch op enigszins gespannen voet.

De Cock hield dat graag zo… beducht voor elke inmenging in zijn wijze van onderzoek.

‘Als het u hetzelfde is… blijf ik liever staan.’

Op het bleke gezicht van de commissaris kwam een lichte blos. ‘Zoals je wilt.’ Hij liep terug naar zijn bureau en nam wat stijfjes plaats.

‘Jij en Vledder,’ opende hij voorzichtig, ‘zijn een paar maal in Purmerend gesignaleerd. Wat hadden jullie daar te zoeken?’

De Cock schonk hem een beminnelijke glimlach.

‘Wie… wie heeft ons gesignaleerd?’

Commissaris Buitendam wuifde de vraag weg.

‘Wat hadden jullie in Purmerend te zoeken.’

De Cock grijnsde breed.

‘Wij… zoeken? Een vrouw… een bejaarde vrouw, die naar haar oudste zoon in Amsterdam zou komen, maar plotseling van de aardbodem verdween.’

Commissaris Buitendam strekte zijn handen voor zich uit en drukte zijn vingertoppen tegen elkaar.

‘Een bejaarde vrouw?’

De Cock knikte.

‘Drieënzeventig jaar… niet onbemiddeld… lijdt al geruime tijd aan kanker… heeft vermoedelijk niet lang meer te leven.’

Commissaris Buitendam keek hem verwonderd aan.

‘Dat is alles?’

‘Hoe bedoelt u?’

Commissaris Buitendam wuifde met beide handen.

‘Een… eh, een… eh, een doodgewone vrouw,’ riep hij stotterend. ‘Geen Madame Curie… geen Moeder Teresa… geen Lady Thatcher… geen geacht lid van het Koninklijk Huis?’

De Cock reageerde verrast.

‘Waarom zo cynisch?’ vroeg hij verbaasd. ‘De bejaarde mevrouw Van Borsele is inderdaad een doodgewone vrouw en sinds kort is ook haar bejaarde vriend verdwenen. Een doodgewone man… geen Albert Einstein… geen president van de Verenigde Staten en ook geen geacht lid van het Koninklijk Huis.’

Commissaris Buitendam grinnikte vreugdeloos.

‘De Cock,’ sprak hij hoofdschuddend, ‘dat kan niet. Je zult prioriteiten moeten stellen. Je kunt als rechercheur niet domweg je tijd verdoen aan de simpele vermissing van een bejaarde vrouw.’

De Cock veinsde onbegrip.

‘Waarom niet?’

Commissaris Buitendam wond zich zichtbaar op.

‘Als we achter alle vermiste personen zouden aan hollen dan…’

Hij maakte zijn zin niet af. Met een ruk boog hij zich voorover en tikte met zijn wijsvinger op een vel papier voor zich op zijn bureau.

‘Een declaratie,’ sprak hij smalend, ‘voor speelse treinreisjes van Purmerend naar Enkhuizen… vice versa.’ Hij keek grijnzend op.

‘Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig?’

De Cock voelde hoe de woede in zijn aderen sloop.

‘Wij zijn,’ sprak hij met ingehouden emotie, ‘op zoek naar twee spoorloos verdwenen mensen… doodgewone mensen, die er gewoon recht op hebben dat ik een onderzoek naar hun verdwijning instel. En indien u, als mijn directe chef, daar bezwaar tegen hebt… en ik niet in uw naam bezig mag zijn… juist, dan ben ik in godsnaam bezig.’

Het duurde even. Enkele seconden. Toen werd het gezicht van commissaris Buitendam lijkbleek. Traag kwam hij achter zijn bureau omhoog. Met een gebaar van ingehouden woede strekte hij zijn rechterarm trillend naar de deur.

‘Eruit!’

De Cock ging.

11

Toen De Cock in de grote recherchekamer terugkwam, schoof Vledder de schrijfmachine van zich af en keek hem schuins onderzoekend aan.

‘Ben je weer weggestuurd?’ vroeg hij dwingend.

De Cock knikte, een brede grijns op zijn gezicht.

‘Die man leert het nooit,’ sprak hij hoofdschuddend. ‘Hij lokt mij eerst uit om iets onaardigs tegen hem te zeggen en als ik dat dan uiteindelijk doe, stuurt hij mij zijn kamer af.’

Vledder zwaaide afwerend. ‘Volgens mij doe je het met opzet… schep jij er een kinderlijk behagen in om die man dwars te zitten. Ik kan mij niet herinneren dat jij ooit een normaal gesprek met de commissaris hebt gevoerd.’

De Cock grinnikte jongensachtig.

‘Je hebt gelijk. Het wordt altijd heibel.’

1 ... 17 18 19 20 21 22 23 24 25 ... 32
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)