De Cock en de sluimerende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #42
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0664-4
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de sluimerende dood». Краткое содержание книги:
‘U… eh, u had al op uw bed moeten liggen.’
Mevrouw Van der Vennen keek naar hem op.
‘U ligt toch ook niet op uw bed?’ riep ze verongelijkt.
De Cock ging glimlachend zitten.
‘Sommige rechercheurs kunnen pas van hun nachtrust genieten, als de zaak die zij onder handen hebben, is opgelost.’
‘Zo’n rechercheur bent u?’
De Cock maakte een afwerend gebaar.
‘Ik heb per dag wel een paar uur slaap nodig.’ De grijze speurder keek haar scherp onderzoekend aan. ‘U ook,’ sprak hij ernstig. ‘En ik heb het vermoeden dat u zich daar niet aan houdt.’
Mevrouw Van der Vennen schudde haar hoofd.
‘Het wil niet,’ verzuchtte ze. ‘Ik kan de dood van Bobbejaan niet verwerken. Ik ben zelfs nog niet aan een rouwproces toe. Ik heb geen echt verdriet. Ik zit alleen vol opgekropte haat jegens de man of vrouw die mijn man uit mijn leven heeft weggerukt. Daar ben ik dag en nacht mee bezig. Ik word overspoeld… verteerd door gevoelens van wraak en vergelding.’
De Cock kauwde op zijn onderlip.
‘Ik was als jochie een opvliegend kereltje… gauw klaar met mijn vuisten, of ik sloeg er met mijn klomp op los. Mijn oude moeder had dan altijd een paar bijbelteksten bij de hand. Gij zult niet wraakzuchtig of haatdragend zijn! riep ze dan bestraffend. En als ik mij opstandig verweerde en mij erop beriep, dat ik uit gevoelens van rechtvaardigheid had gehandeld, dan zei ze: Mij komt de wrake, spreekt de Heere.’
Mevrouw Van der Vennen trok een nors gezicht.
‘De wraak van de Heer is mij niet goed genoeg… en duurt mij te lang.’
De Cock schudde afkeurend zijn hoofd en liet het onderwerp rusten.
‘Bent u toevallig in Amsterdam?’ vroeg hij voorzichtig.
‘Nee.’
De Cock keek haar schattend aan.
‘U bent vanavond uit Wervershoof gekomen alleen om mij te bezoeken?’
Mevrouw Van der Vennen knikte.
‘Met de auto. Ik heb hem in de binnenstad geparkeerd, en als ze hem stelen, dan reken ik erop dat u mij thuisbrengt.’
De Cock glimlachte.
‘Die belofte doe ik.’
Mevrouw Van der Vennen knipte het lederen tasje op haar schoot open.
‘Ik ben nu al dagen de administratie van mijn man aan het uitspitten. Ik leef nog steeds met het idee dat ik zelf de raadsels rond zijn dood kan oplossen. Tot mijn stomme verbazing vond ik tussen zijn papieren een aanslagbiljet onroerendgoedbelasting van de gemeente Medemblik.’
De Cock keek haar verrast aan.
‘U woont toch in Wervershoof?’
Mevrouw Van der Vennen knikte.
‘Mijn man en ik hebben niets in Medemblik.’ Haar mond gleed half open. ‘Toch had mijn man die belastingaanslag betaald.’
De Cock gebaarde in haar richting.
‘Voor welk onroerend goed in Medemblik was die belasting dan opgelegd?’
‘Een woonhuis in het uitbreidingsplan Radboud.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘En dat bezit u niet?’
Mevrouw Van der Vennen schudde haar hoofd.
‘Niet dat ik weet. Bobbejaan heeft met mij nooit over een woonhuis in het plan Radboud gesproken. Vanmorgen ben ik met die aanslag naar het stadhuis in Medemblik gegaan. Daar werd mij gezegd dat het huis wel degelijk op naam van mijn man stond.’
De Cock keek haar gespannen aan.
‘En toen?’
‘Ik ben dat woonhuis in het uitbreidingsplan Radboud in Medemblik gaan opzoeken. Het bleek een kapitale villa met witgeglazuurde gevelstenen… onmiskenbaar de zwierige bouwstijl van mijn man.’
‘Was de villa bewoond?’
Mevrouw Van der Vennen sloot even haar ogen.
‘Ik heb gebeld… een paar maal. Niemand reageerde. Ik kon ook niet horen of er binnen inderdaad een bel overging. Daarna heb ik geprobeerd om via de ramen naar binnen te gluren, maar ik kon niets zien. De gordijnen waren dicht.’
Ze zweeg even. Zonder iets te hebben laten zien, knipte ze met trillende vingers haar handtasje weer dicht.
‘Ik heb meer dan een halfuur naar de hoofdingang staan kijken,’ lispelde ze.
‘Waarom?’
Mevrouw Van der Vennen sloot opnieuw haar ogen. Haar boezem gleed op en neer.
‘Naast de deur,’ sprak ze zacht, ‘was een grote koperen naamplaat met zwarte verzonken letters… Bobbejaan Van der Vennen, stond er… architect.’
14
Met mevrouw Van der Vennen in hun midden verlieten de beide rechercheurs het bureau Warmoesstraat. Ondanks het kille winderige weer was het druk op straat. Prostitutie kent geen jaargetijden, geen malaise. Ze wurmden zich door de voortschuifelende menigte in de richting van het hotel Krasnapolsky.
De Cock blikte opzij.
‘Staat daar uw wagen?’
Mevrouw Van der Vennen knikte.
‘Ik vond gelukkig aan de rechterkant nog een plekje waar ik hem kwijt kon. Ik hoop dat hij daar nog staat… onbeschadigd.’
‘Wat is het voor een auto?’
‘Een zilverkleurige Mitsubishi Galant.’
De Cock wipte op zijn tenen. Toen hij de zilverkleurige wagen verderop in het oog kreeg, bleef hij staan en wendde zich tot Vledder.
‘Ga terug,’ gebood hij vriendelijk, ‘naar de steiger achter het bureau en pak onze Golf. Ik stap bij mevrouw Van der Vennen in de auto. Wij komen naar je toe en jij volgt ons vanaf de Oudebrugsteeg.’
Vledder keek hem verwonderd aan.
‘Wat wil je dan?’
‘Naar Medemblik.’
Vledder keek op zijn horloge.
‘Nu nog?’
De Cock knikte nadrukkelijk.
‘Ik wil die villa zien.’
Vledder trok zijn neus iets op.
‘Je bedoelt die onmogelijke villa,’ vroeg hij schamper, ‘waarvan mevrouw Van der Vennen sprak… met de naam van haar man op een koperen naambord?’
De Cock trok zijn gezicht strak.
‘Ik wil die villa van binnen bekijken. Daar moet iets mee aan de hand zijn.’
‘Waarom… een villa is een villa… welke plaat er ook naast de deur hangt.’
De grijze speurder antwoordde niet.
Mevrouw Van der Vennen mengde zich in het gesprek.
‘We kunnen er niet in,’ sprak ze opgewonden. ‘Ik heb geen sleutels.’
De Cock schonk haar een geheimzinnig lachje.
‘Dat is geen probleem.’
Vledder keek zijn oude collega even aan in de stille hoop dat hij van gedachten zou veranderen. Toen hij besefte dat daarop geen kans was, draaide hij zich om en sjokte met zichtbare tegenzin naar de steiger achter het bureau.
Mevrouw Van der Vennen en De Cock liepen verder. De vrouw van de vermoorde architect opende het portier van haar Mitsubishi Galant en nam achter het stuur plaats. De Cock schoof naast haar.
Mevrouw Van der Vennen bestuurde haar fraaie wagen met vaste hand. De Cock nestelde zijn rug in de stoelleuning. Van terzijde bezag de oude rechercheur de scherpe lijnen van haar gezicht… de opgeheven kin, de smalle lippen en de neerhangende mondhoeken. Het profiel, stelde hij vast, van een vrouw op middelbare leeftijd, door het leven gelouterd en gedreven door een onbreekbare wil. Ze staarde strak voor zich op de weg… toonde weinig animo voor een conversatie.
Na het knooppunt Zaandam werd het aardedonker op de snelweg A7. Gejaagd door een felle wind joegen donkere wolken langs de hemel. Zo nu en dan brak de maan even door en toverde zilveren stroken in het landschap. Nabij Hoorn nam de wind nog toe.
De Cock gebaarde voor zich uit.
‘Stormt het altijd in West-Friesland?’
Mevrouw Van der Vennen negeerde zijn opmerking. De situatie, zo meende zij, leende zich niet voor een onschuldig babbeltje over het weer.
‘Bobbejaan,’ sprak ze zacht, ‘bewaarde alle tekeningen van zijn ontwerpen. Hij had daarvoor een speciale kast met laden. Hij gebruikte ook wel oude ontwerpen om daar nieuwe varianten aan toe te voegen.’