Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en de dood van een kunstenaar
De Cock en de dood van een kunstenaar - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de dood van een kunstenaar

Электронная книга - «De Cock en de dood van een kunstenaar». Краткое содержание книги:

Nadat een kunstenaar inspecteur De Cock heeft gewaarschuwd dat men een moordaanslag op hem wil plegen, wordt hij dood aangetroffen.
1 ... 17 18 19 20 21 22 23 24 25 ... 29
Перейти на страницу:

‘Bewijs?’

De Cock maakte een droef gebaar.

‘Daar mankeert het aan. Ik heb Justus van Rijsbergen aangeraden vandaag nog een bekentenis af te leggen. Volgens mij is dat voor hem de enige mogelijkheid om zijn leven te redden.’

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.’

‘Jij ziet hem als volgende slachtoffer?’

‘Absoluut.’

‘Moeten we hem dan niet beschermen?’ vroeg Vledder. De Cock spreidde zijn handen.

‘Hoe… een post voor zijn deur? Ik kan mijn overtuiging niet wettelijk onderbouwen. Bescherming zonder een deugdelijke bewijsvoering als basis, krijg ik bij Buitendam niet voor elkaar. Ik heb Van Rijsbergen uitdrukkelijk gewaarschuwd. Meer kan ik niet doen. Het is zelfs de vraag of Van Rijsbergen een eventuele bescherming zou accepteren.’

De oude rechercheur klapte met zijn vuist op het blad van zijn bureau.

‘Als ik wist,’ ging hij geïrriteerd verder, ‘wie het op zijn leven heeft gemunt, dan kon ik die man of vrouw arresteren en op die manier voorkomen dat Justus van Rijsbergen wordt vermoord. Ik hoop door zijn bekentenis dichter bij de waarheid te komen.’

‘Ik zie Van Rijsbergen niet komen,’ sprak Vledder hoofdschuddend.

De Cock zuchtte.

‘Ik ook niet.’

Er werd op de deur van de grote recherchekamer geklopt en Vledder riep:

‘Binnen!’

Het klonk wat rauw.

De deur ging open en in de deuropening verscheen een nog betrekkelijk jonge man. De Cock schatte hem achter in de twintig. Hij droeg een blauwe spijkerbroek met daarop een pompeus blauw jack, dat hem een imposant voorkomen gaf. In een lichte tred liep hij naar het bureau van De Cock en bleef daar staan. De oude rechercheur bezag zijn krullende blonde haren, zijn lichtgroene, bijna lachende ogen en zijn brede kin. Daarna gebaarde de grijze speurder welwillend naar de stoel naast zijn bureau.

‘Neemt u plaats.’

De jongeman ging zitten.

‘U bent toch rechercheur De Cock?’ vroeg hij.

De oude rechercheur knikte.

‘De Cock, met ceeooceekaa.’

De jongeman lachte.

‘Leuk.’

‘Wat is daar voor leuks aan?’ vroeg De Cock terwijl hij hem verwonderd aankeek.

De jongeman lachte opnieuw.

‘Mijn moeder is een fan van de boeken over u. Toen ik haar belde om haar te zeggen dat ik besloten had naar u toe te gaan, vond ze dat enig. Ze zei vrolijk: let op als hij zich voorstelt.’

De Cock ging er niet op in.

‘U besloot naar mij toe te gaan?’ vroeg hij zakelijk.

‘Ja.’

‘Waarom?’

Op het gezicht van de jongeman kwam een ernstige trek.

‘Ik ben Jan van Oldehove. Ik werk al een paar jaar bij het veilinghuis Brilliance of Art aan de Lijnbaansgracht. Vanmiddag kwam de heer Van Rijsbergen bij ons en vertelde dat hij Alfred van der Broek dood in zijn woning had aangetroffen… doodgeschoten.’

De Cock knikte.

‘Dat klopt.’

Jan van Oldehove schudde zijn hoofd.

‘Het verbaast mij niets.’

‘Wat?’

‘Dat ze hem hebben gemold.’

‘U had dat verwacht?’ vroeg De Cock met een tikkeltje ongeloof in zijn stem.

‘Alfred van der Broek was een ettertje van het zuiverste water.’

De jonge Van Oldenhove sprak met een plat Amsterdams accent.

‘Iedereen had de pest aan hem. Maar dan ook iedereen. Het personeel kon zijn bloed wel drinken. Hij was een arrogante klootzak. Zijn enige plezier in het leven was anderen te pesten.’

De Cock glimlachte.

‘Dat is toch geen reden voor moord?’

‘U hebt die man nog nooit van nabij meegemaakt,’ zei Jan grijnzend. ‘Het broeit al lange tijd onder het personeel. Een van ons heeft al eens het plan opgevat om een zwaar beeld op zijn hoofd te laten vallen. Zogenaamd per ongeluk… snapt u?’

‘Dat is niet gebeurd?’

‘Hij werd verraden.’

‘Door wie?’

De jongeman gebaarde heftig met zijn handen.

‘Een ander lid van het personeel, ook zo’n goor vies gluipertje, ging naar Van Rijsbergen en vertelde van het plan. Toen werd onze plannenmaker op staande voet ontslagen.’

De Cock trok een ernstig gezicht.

‘Had de heer Van Rijsbergen geen hekel aan die vervelende Alfred van der Broek?’

Jan van Oldehove keek bedenkelijk.

‘Blijkbaar niet. Die twee konkelden met elkaar. Twee handen op één buik, volgens mij.’

‘En de heer Van Eldersloo?’ vroeg De Cock glimlachend.

‘Onze directeur?’

‘Ja.’

Jan van Oldehove schudde snuivend zijn hoofd.

‘Daar snap ik niets van. Trouwens, niemand van ons die er iets van begrijpt. Het lijkt wel of Van Eldersloo overal buiten staat, of hij er helemaal niet bij hoort. Van der Broek en Van Rijsbergen regelen alles.’

Jan van Oldehove trok zijn hoofd tussen zijn schouders.

‘En hij weet het,’ ging hij grommend verder. ‘Van Eldersloo weet wat voor een ettertje die Van der Broek was. Een delegatie van het personeel is wel eens bij hem geweest om over zijn gedrag te klagen.’

‘En?’

‘Het hielp niet,’ sprak de jongeman somber. Er gleed een glimlach langs zijn mond. ‘Toen de heer Van Rijsbergen ons vertelde, dat Van der Broek was doodgeschoten, kogels in zijn borst, heb ik toch even aan Van Eldersloo gedacht.’

De Cock keek hem schattend aan.

‘Hoezo?’

Jan van Oldehove grijnsde.

‘Van Eldersloo is in Blaricum lid van een schietvereniging. Hij was daar al tweemaal kampioen.’

Toen Jan van Oldehove met verende tred uit de grote recherchekamer was verdwenen, boog Vledder zich lachend naar voren.

‘Wat doen we met dit verhaal?’

De Cock trok zijn schouders op.

‘Dat die Alfred van der Broek een ettertje van het zuiverste water was, wil ik best geloven, maar dat scherpschutter Van Eldersloo voor zijn dood verantwoordelijk is…’

Hij maakte zijn zin niet af.

‘Dat wil er bij jou niet in?’ vulde Vledder aan en keek zijn leermeester schuins aan.

‘Motief?’ vroeg De Cock.

‘Misschien was hij het vervelende en ook eigengereide optreden van Van der Broek zat en gaat hij straks op weg om ook diens kompaan Van Rijsbergen een paar goed gerichte kogels door zijn hart te jagen.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Je vergeet even,’ sprak hij docerend, ‘dat scherpschutter Van Eldersloo dan ook verantwoordelijk moet zijn voor de dood van Matthijs van Slooten… eenzelfde perfecte groepering van kogelinslagen.’

Vledder bracht zijn beide handen naar zijn hoofd.

‘Misschien zitten wij,’ sprak hij met een zweem van wanhoop, ‘met die Justus van Rijsbergen wel op het verkeerde spoor en is niet hij de man die aanzet gaf tot de moord op Peter Karstens, maar directeur Paul van Eldersloo.’

‘Motief?’

Vledder zuchtte diep.

‘We draaien steeds in een kringetje rond. We komen niet tot de essentie, tot de kwintessens, het waarom van de gepleegde moorden.’

De Cock stond van zijn stoel op.

‘Steek de foto van Matthijs van Slooten bij je.’

De oude rechercheur sjokte naar de kapstok.

Vledder kwam hem na.

‘Waar ga je heen?’

De Cock schoof zijn oude hoedje over zijn grijze haardos.

‘Naar Lowietje. Mijn droge keel snakt naar het fl uweel van een cognackie.’

Lowietje, ter aanduiding van zijn geringe borstomvang meestal Smalle Lowietje genoemd, trok zijn levendige muizensmoeltje in een vriendelijke plooi en staakte het glazen spoelen. Hij veegde zijn vingers langs zijn morsige vest en stak de oude rechercheur spontaan een hand toe.

1 ... 17 18 19 20 21 22 23 24 25 ... 29
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)