De Cock en een deal met de duivel
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #52
- Год: 1999
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-1341-2
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en een deal met de duivel». Краткое содержание книги:
‘Om bestwil.’
De grijze speurder maakte de deur voorzichtig open en liep op zijn tenen de hal binnen. Vledder volgde, binnensmonds mopperend.
De Cock snoof en herkende de parfumgeur van Aleida de Waal. Hij snuffelde even in de garderobe-nis langs mantels en hoedjes.
‘Ze is er niet,’ sprak hij zacht. ‘Haar gekke jagershoedje met die vreemde klep is weg.’
Vledder reageerde niet.
In de hal koos De Cock de middelste van drie deuren en duwde langzaam de kruk naar beneden. Voorzichtig drukte hij de deur open. Een scharnier piepte een beetje. De oude rechercheur blikte in een ruim vertrek met hoge fauteuils om een ronde tafel.
Plotseling rees uit een van de fauteuils een breedgeschouderde man. Toen hij De Cock in het oog kreeg, zakte zijn mond halfopen.
‘Wie… eh, wie bent u?’ stamelde hij. ‘Wat komt u hier doen?
Hoe bent u hier binnengekomen?’
De Cock schonk de man zijn innemendste glimlach. Hij liep op hem toe en wisselde snel van rol.
‘Wie bent u?’ vroeg hij brutaal. ‘Wat doet u hier? En hoe bent u hier binnengekomen?’
De man deinsde iets terug.
‘Ik… eh, ik ben Gerard… Gerard van Akkeren. Ik ben bevriend met Aleida de Waal, die… eh, die woont in dit appartement.’
De Cock veinsde onbegrip.
‘Sinds wanneer… sinds wanneer bent u bevriend met Aleida de Waal?’
Gerard van Akkeren wreef langs zijn nek.
‘Sinds… eh, sinds…’
De Cock grijnsde.
‘Volgens mijn informatie was u bevriend met Anna-Marie de Graaf.’
Gerard van Akkeren knikte vaag,
‘Die is dood… vermoord. Haar appartement is door de politie verzegeld.’
De Cock knikte begrijpend.
‘U zocht onderdak. Waar is mevrouw De Waal nu?’
‘De begrafenis regelen voor haar vriendin.’
‘Was u vannacht ook hier?’
Gerard van Akkeren knikte.
‘Ik heb gewacht tot Aleida thuiskwam.’
‘En de rest van de nacht bent u in haar onmiddellijke nabijheid gebleven?’
Gerard van Akkeren slikte.
‘U stelt impertinente vragen.’
De Cock reageerde fel.
‘Ik vraag niet naar uw seksbeleving,’ sprak hij scherp. ‘Ik vraag of u in haar onmiddellijke nabijheid bent gebleven.’
Gerard van Akkeren zuchtte.
‘Dat ben ik.’
‘Heeft zij die nacht nog met iemand gebeld?’
Gerard van Akkeren schudde zijn hoofd.
‘Aleida was wel erg verdrietig. Ze had samen met een rechercheur van bureau Warmoesstraat het lijk van een protegé van haar ontdekt… ergens in een oude schuur aan de Archangelkade.’
De Cock ademde diep.
‘Die rechercheur was ik, en haar protegé was Henry Achterberch.’
Gerard van Akkeren keek hem verward aan.
‘Dan bent u De Cock?’
De grijze speurder knikte.
‘Inderdaad.’ Hij veranderde van toon. ‘En handelt u nog steeds in verdovende middelen?’
Gerard van Akkeren strekte zijn rug. Voor het eerst tijdens het gesprek kroop er weerstand in zijn houding. Om zijn lippen dartelde een glimlach.
‘U verwacht toch niet,’ antwoordde hij ferm, ‘dat ik die vraag beantwoord.’
De Cock strekte zijn rechter wijsvinger naar hem uit.
‘Voor u hier bij Aleida de Waal introk, was u bevriend met Anna-Marie de Graaf.’
‘Dat is u bekend.’
‘U woonde ook bij haar?’
Gerard van Akkeren grijnsde.
‘En ik sliep ook bij haar.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat vroeg ik niet.’
Gerard van Akkeren spreidde zijn handen.
‘Ik dacht,’ sprak hij grijnzend, ‘dat u geïnteresseerd was?’
De Cock negeerde de vraag.
‘Waar verbleef u gisteren?’
‘Waarom wilt u dat weten?’
‘U was bevriend met Anna-Marie de Graaf,’ betoogde De
Cock scherp. ‘U woonde bij haar en u sliep bij haar. Ze werd in haar, dus in feite ook in uw, appartement vermoord. Ik bezie u als een mogelijke verdachte. U zult over een redelijk alibi moeten beschikken.’
Gerard van Akkeren reageerde strijdbaar.
‘Ik voel er in feite niets voor om u te zeggen waar ik gisteren was,’ sprak hij opstandig. ‘En als ik weiger u een alibi te noemen?’
‘Dan arresteer ik u voor moord.’
‘En mijn motief?’
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.
‘U wilde van haar af, u had een nieuwe liefde: Aleida de Waal.’
Gerard van Akkeren grinnikte vreugdeloos.
‘Pure nonsens.’
De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Ik weet niet of de offi cier van justitie daar ook zo over denkt.’
Gerard van Akkeren ademde zwaar.
‘Dit is een vorm van chantage.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dit is een verhoor,’ sprak hij kalm. ‘Ik vraag u nogmaals, dringend, naar uw alibi. Waar was u gisteren?’
‘In Maarssen.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘In Maarssen?’ herhaalde hij verrast. ‘Wat… eh, wat deed u daar?’
Gerard van Akkeren zuchtte.
`Ik was op bezoek bij de treurende weduwe van Pedro de Jaager.’
9
Vanaf de Realengracht sjokten ze in de druilerige regen via de Zandhoek en Bokkinghangen naar de slechtverlichte Zoutkeetsgracht. De Cock trok de kraag van zijn regenjas omhoog en schoof zijn oude hoedje naar voren. Het was stil op de gracht.
Aan de wallenkant tussen de bomen scharrelde een enkele rat en in de verte gleed op het IJ een statig passagiersschip met verlichte patrijspoorten in de richting van de stad.
De rechercheurs trokken de portieren open en stapten in hun trouwe Golf. Vledder, achter het stuur, startte niet. De jonge rechercheur blikte nors voor zich uit.
‘Wat moet die vent in Maarssen op bezoek bij de weduwe van Pedro de Jaager?’ vroeg hij nukkig. ‘Wat steekt daar achter?’
De Cock glimlachte.
‘Gerard van Akkeren zegt met haar en haar geliquideerde man bevriend te zijn geweest en dat hij haar nu in moeilijke uren wilde bijstaan.’
‘Geloof jij dat?’
De Cock reageerde verrast.
‘Waarom zou ik dat in twijfel trekken? Vermoedelijk waren Pedro de Jaager en Gerard van Akkeren compagnons in de drugshandel.’
‘De oude groep Tentakel?’
‘Precies.’
‘Hoe wil je de intieme belangstelling van Gerard van Akkeren voor Anna-Marie de Graaf en Aleida de Waal verklaren?’
‘Dat kan ik niet,’ antwoordde De Cock zacht en onzeker. ‘Wellicht speelt in die relaties liefde een rol. En dat is nu eenmaal een onpeilbaar fenomeen… verstandelijk niet te benaderen.’
Vledder wond zich op. De uitleg van De Cock bevredigde hem allerminst.
‘Zou Anna-Marie de Graaf hebben geweten dat haar nieuwe vriend relaties met Pedro de Jaager onderhield… weet Aleida de Waal dat? Pedro de Jaager was hun vijand. Volgens hun zeggen verloren beiden hun man door zijn toedoen.’
‘Mogelijk speelde en speelt die Gerard van Akkeren een dubbele verradersrol… was hij de man die moeder De Graaf waarschuwde dat Pedro de Jaager het op haar zoon Arno had voorzien… bezig was zijn liquidatie voor te bereiden.’
Vledder schudde vertwijfeld zijn hoofd.
‘Wat een ellende,’ riep hij kwaad. ‘Waarom hebben wij nooit eens een normale moord met een driftig ja-knikkende verdachte? Zijn we weer in een griezelig wespennest terechtgekomen. Wie kun je in deze vreemde zaak nog vertrouwen?’
De Cock gniffelde.
‘Dat is niet belangrijk. Voor ons geldt: wie vermoordde AnnaMarie de Graaf en wie haar troetelneef Henry Achterberch?’
Vledder keek hem fronsend aan.
‘Zie jij een verband tussen beide moorden?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Nog niet… niet duidelijk. Het is voor mij nog steeds kijken in koffiedik.’