De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Aan haar riem hing een sleutel. Een ogenblik van aarzeling. Aes Sedai, zei Sandar. Waarom verroert ze zich niet? Hij slikte en maakte de sleutel even voorzichtig los als hij een lap vlees uit de kaken van een wolf zou pakken. Ze rolde haar ogen in de richting van de deur naast haar en maakte een geluidje als een kat die een geweldige hond grauwend een kamer binnen ziet komen en weet dat er geen ontsnapping is. Hij begreep het niet, maar zolang ze niet probeerde hem van die deur weg te houden, interesseerde het hem niet waarom ze als een opgevulde vogelverschrikker bleef zitten. Niettemin vroeg hij zich wel af of er aan de andere kant van die deur iets was waarvoor hij bang zou moeten zijn. Als zij een van die Aes Sedai is die Egwene en de anderen hebben gevangengenomen, is het aannemelijk dat ze hen bewaakt. Tranen druppelden uit de ogen van de vrouw. Maar ze kijkt of er daarbinnen zo’n vervloekte Halfman zit. Er was maar één manier om erachter te komen. Hij plaatste zijn staf tegen de muur, draaide de sleutel om en gooide de deur wijd open, klaar om weg te rennen als dat nodig was.
Nynaeve en Elayne zaten geknield op de vloer en Egwene lag ogenschijnlijk in slaap tussen hen in. Hij snakte naar adem toen hij zag hoe gezwollen Egwenes gezicht was en verwierp het idee dat ze sliep. De andere vrouwen draaiden zich om toen hij de deur opende – ze waren bijna even erg geslagen als Egwene. Ik mag branden! Bloed en as! -keken hem aan en hun monden vielen open.
‘Martrim Cauton,’ zei Nynaeve geschokt. ‘Wat in Lichtsnaam doe jij hier?’
‘Bloedvuur, ik kom jullie redden,’ zei hij. ‘Ik mag branden als jullie me niet zouden begroeten alsof ik een taart kwam stelen. Als jullie willen, kunnen jullie me later wel vertellen waarom jullie eruitzien of je met beren hebt gevochten. Als Egwene niet kan lopen, draag ik haar mee op mijn rug. De Steen zit vol met Aiel en óf zij vermoorden die vervloekte Verdedigers, óf die vervloekte Verdedigers doden hen, maar hoe het ook zij, we kunnen maar beter maken dat we hier wegkomen, zolang we dat nog kunnen. Drakenvuur, als we dat nog kunnen!’
‘Let op je tong,’ zei Nynaeve en Elayne gaf hem zo’n afkeurende blik waar vrouwen zo goed in zijn. Maar geen van beiden leek er met haar gedachten bij te zijn. Ze begonnen aan Egwene te schudden, alsof ze niet erger onder de blauwe plekken en schrammen zat dan hij ooit van zijn leven had gezien.
Egwenes oogleden knipperden open en ze kreunde. ‘Waarom hebben jullie me wakker gemaakt? Ik moet het begrijpen. Als ik de bindingen rond haar losmaak, wordt ze wakker en krijg ik haar nooit meer te pakken. Maar als ik dat niet doe, kan ze niet echt diep in slaap vallen en...’ Haar ogen vielen op Mart en werden groot. ‘Martrim Cauton, wat in Lichtsnaam doe jij hier?’
‘Vertel jij het haar maar,’ zei hij tegen Nynaeve. ‘Ik heb het te druk met jullie te redden om op mijn bloedwoorden te...’ Ze keken allemaal woest langs hem heen, alsof ze plotseling een scherp mes bij de hand wilden hebben.
Hij draaide zich om, maar zag alleen Juilin Sandar, die keek alsof hij een rotte pruim in z’n geheel had ingeslikt.
‘Ze hebben er reden toe,’ zei hij tegen Mart. ‘Ik heb ze... verraden. Maar ik moest.’ Dat was weer over Mart heen, naar de vrouwen gericht. ‘Die ene met de honingkleurige vlechten sprak tegen me en ik... ik moest het doen.’ Heel lang bleven de drie vrouwen hem aanstaren. ‘Liandrin kent een stel smerige kunstjes, baas Sandar,’ zei Nynaeve ten slotte. ‘Misschien ben je niet aan alles schuldig. We kunnen de schuldvraag later aan de orde stellen.’
‘Goed. Als dat verder alles is,’ zei Mart, ‘kunnen we dan vertrekken?’
Het was hem zo helder als modder, maar hij stelde nu meer belang in weggaan.
De drie vrouwen hinkten achter hem aan de gang op en schaarden zich rond de vrouw op de bank. Ze keek hen met rollende ogen aan en huilde. ‘Alsjeblieft. Ik zal terugkeren naar het Licht. Ik zal zweren jullie te gehoorzamen. Met de Eedstaf in mijn handen zal ik het zweren. Alsjeblieft, ga me niet...’
Mart sprong op toen Nynaeve opeens een stap terug deed en vol uithaalde, waardoor ze de vrouw van de bank mepte. Die bleef liggen, eindelijk met geheel gesloten ogen, maar terwijl ze op haar zij lag, behield ze de houding waarin ze op de bank had gezeten. ‘Het is verdwenen,’ zei Elayne opgewonden.
Egwene bukte zich en doorzocht de beurs van de bewusteloze vrouw, waarna ze iets in haar eigen beurs stopte dat Mart niet kon zien. ‘Ja. Het voelt heerlijk. Er veranderde iets aan haar toen je haar die mep gaf, Nynaeve. Ik weet niet wat, maar ik voelde het.’ Elayne knikte. ‘Ik voelde het ook.’
‘Ik zou alles aan haar willen veranderen,’ zei Nynaeve grimmig. Ze nam Egwenes hoofd tussen haar handen; Egwene ging hijgend op haar tenen staan. Toen Nynaeve haar handen wegnam om ze Elayne op te leggen, waren Egwenes verwondingen verdwenen. Die van Elayne verdwenen even snel.
‘Bloed en bloed en as!’ mopperde Mart. ‘Wat moet dat? Een vrouw slaan die daar alleen maar zat? Volgens mij kon ze geen vin verroeren!’
Ze draaiden zich om en keken hem aan en hij slaakte een gesmoorde gil toen de lucht om hem heen in een dikke gelei leek te veranderen. Hij zweefde omhoog tot zijn laarzen ruim een pas boven de vloer bengelden. O, bloed en as, de Kracht! Ben ik al die tijd bang dat een vervloekte Aes Sedai die vervloekte Kracht op me zou gebruiken en nu komt het van de bloedvrouwen die ik aan het redden ben! Bloed en as!
‘Je begrijpt er niets van, Martrim Cauton,’ zei Egwene strak.
‘En tot je het begrijpt,’ zei Nynaeve nog strakker, ‘stel ik voor dat je je mening voor je houdt.’
Elayne stelde zich tevreden met een blik die hem deed denken aan zijn moeder wanneer die een rietje ging snijden.
Om de een of andere reden trakteerde hij ze op de grijns die zijn moeder altijd naar dat rietje deed grijpen. Bloed en as, als ze dit kunnen, snap ik helemaal niet hoe iemand ze ooit in die cel heeft weten te krijgen! ‘Wat ik begrijp, is dat ik jullie eruit heb gekregen terwijl jullie jezelf niet konden bevrijden, en dat jullie even dankbaar zijn als een vervloekte Tarenveerder met kiespijn.’
‘Je hebt gelijk,’ zei Nynaeve, en opeens raakten zijn laarzen de vaste grond weer, maar zo hard dat zijn tanden op elkaar klapten. En hij kon zich weer bewegen. ‘Het kost me moeite het toe te geven, Mart, maar je hebt gelijk.’
Hij weerstond de verleiding iets honends terug te zeggen, maar hij vond dat haar woorden amper verontschuldigend klonken. ‘Kunnen we nu weg? Nu die gevechten aan de gang zijn, denkt Sandar dat hij en ik jullie door een klein poortje aan de rivier naar buiten kunnen krijgen.’ ik ga nog niet weg, Mart,’ zei Nynaeve.
‘Ik ben van plan Liandrin te vinden en haar te villen,’ zei Egwene. Het klonk of ze het letterlijk bedoelde.
‘Het enige dat ik wil,’ zei Elayne, ‘is Joiya Byir een aframmeling geven tot ze piept, maar ik neem ook met een ander genoegen.’
‘Zijn jullie doof?’ bromde hij. ‘Er is hierboven een veldslag gaande! Ik ben gekomen om jullie te redden en dat zal ik doen ook.’ Egwene gaf hem een tikje tegen zijn wang toen ze langs hem heen liep, evenals Elayne. Nynaeve snoof slechts. Hij staarde ze met open mond na. ‘Waarom zei jij niks?’ gromde hij tegen de dievenvanger, ik heb gezien wat jouw gepraat opleverde,’ zei Sandar alleen, ik ben niet gek.’
‘Nou, ik blijf niet, niet midden in een veldslag!’ schreeuwde hij de vrouwen achterna. Ze verdwenen net door het kleine poortje, ik vertrek, horen jullie me?!’ Ze keken niet eens om. Worden daar gewoon gedood! Iemand zal een zwaard door hen heen jagen, net als ze de andere kant opkijken. Met een vloek legde hij zijn vechtstaf over de schouder en ging ze achterna. ‘Blijf je daar staan?’ riep hij de dievenvanger toe. ‘Ik ben niet dit hele eind gekomen om ze nu te laten sterven!’ Sandar haalde hem in toen hij door de kamer met de zwepen stoof. De drie vrouwen waren al verder, maar Mart had zo’n idee dat ze niet moeilijk waren te vinden. Bloed en as! Ik hoef alleen maar uit te kijken naar mannen die in de lucht zweven! Hij versnelde zijn pas tot een drafje.