De Cock en moord op de Bloedberg
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #25
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0236-3
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en moord op de Bloedberg». Краткое содержание книги:
De Cock gebaarde om zich heen.
‘Ik wil alleen weten of hier nu mensen zijn, die ook belangstelling toonden voor de begrafenis van Hendrik-Jan van Assumburg.’
Vledder keek hem verrast aan.
‘Verwacht je dat?’
‘Ja.’
‘Waarom?’
‘Omdat beide moorden dezelfde karakteristieken hebben.’
‘Wat?’
De Cock keek verstoord op.
‘Spreek ik Russisch?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Buiten het opmerkelijke feit dat beide heren in Antwerpen gewelddadig het leven lieten, zie ik geen enkele overeenkomst.’
‘Je vergeet een belangrijk facet.’
‘Welk?’
‘Beide heren stonden bekend als min of meer vermogende lieden, maar toen de dood plotseling toesloeg, bezaten ze geen cent meer.’
De jonge rechercheur keek naar De Cock.
‘De dood sloeg niet plotseling toe,’ sprak hij corrigerend. ‘Dat blijkt uit hun uitspraken. Beide heren wisten deksels goed dat hun dood naderbij was.’
‘En ook dat is een punt van overeenkomst,’ knikte De Cock.
Een brede, glanzende lijkwagen kroop over het grind van het toegangspad naderbij. Op enige afstand stopten de volgwagens. De deuren van de aula gleden open en de met een weelde aan bloemen bedekte baar werd uit de wagen getild.
Toen eenieder door de aula was opgeslokt, stapten De Cock en Vledder als laatsten naar binnen. De beide rechercheurs schoven naar de achterwand. Met hun rug leunend tegen de eikenhouten lambrizering, keken ze naar een deftig in het zwart geklede heer, die achter een kathedertje plaatsnam.
De heer rangschikte enige papieren voor zich en kuchte indrukwekkend. Daarna, in een theatraal gebaar, bracht hij zijn beide armen schuin naar voren.
‘God,’ sprak hij met grote stemverheffing, ‘schenke u Zijn zegen en geve u vrede. Amen.’ Hij liet zijn beide armen zakken en ging rustiger verder. ‘Ziende op de Heer, die gesproken heeft: Ik ben de opstanding en het leven, die in Mij gelooft zal leven; ook al is hij gestorven en eenieder, die leeft…’
De Cock liet de zalvende woorden van de prediker over zich heen daveren. Zijn scherpe blik gleed over de ruggen van de aanwezigen. Vooraan, als een koningin te midden van haar hofdames, zat Apache Alie met haar oude, vreemd uitgedoste vriendinnen. Pal achter haar, op de tweede rij, in donkere, te strakke pakken, zaten de paladijnen van de penoze broederlijk bijeen. In een milde beschouwing bedacht De Cock hoeveel jaren gevangenisstraf de heren gezamenlijk vertegenwoordigden en benaderde bij een snelle berekening bijna een kwart eeuw. Hij werd in zijn overpeinzingen gestoord door de spreker, die plotseling heftig gebaarde.
‘De mortuis nil nisi bene,’ riep hij pathetisch. ‘Over de dode… over de dode zult u van mij geen kwaad woord horen. Wij mensen hebben geen enkel recht om zijn gedrag te beoordelen. Wanneer zijn leven, naar welke maatstaven ook gemeten, niet juist was ingericht, dan zal hij nu wel reeds geoordeeld zijn door Hem, die alle facetten kent. Wij kennen die niet… en zullen die vermoedelijk ook nooit kennen.’ De spreker zweeg even en boog zijn hoofd. ‘Laten we samen bidden om Gods genade… ook voor zijn moordenaar.’
Terwijl het gebed van de spreker zachtjes voortkabbelde, keken de beide rechercheurs elkaar aan.
De grijze speurder knikte en fluisterde.
‘Dezelfde dominee… dezelfde toespraak.’
De Cock en Vledder sjokten langzaam terug naar de plek, waar ze hun oude Volkswagen hadden geparkeerd. De begrafenisplechtigheid was rustig verlopen. Buiten het moment dat Apache Alie zich gillend op de kist in de groeve had willen storten en daarvan door haar vriendinnen werd weerhouden, hadden zich geen bijzonderheden voorgedaan.
Dominee Sijbertsma had de traditie voortgezet en ook aan het open graf dezelfde woorden gesproken als enige dagen tevoren bij de teraardebestelling van Hendrik-Jan van Assumburg.
Vledder keek zijn oude collega van opzij aan.
‘Heb je nog uit de dood herrezen mensen gezien?’ vroeg hij met een lichte spot.
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Het was een puur onderonsje van de penoze. Ik heb zelden zo’n bloemlezing bij elkaar gezien.’
Vledder glimlachte. ‘Ik heb er eens op gelet. Smalle Lowietje schijnt bij de jongens goed te liggen. Ik had echt het idee dat hij in hun kring volledig is opgenomen.’
De Cock knikte bedaard.
‘Dat klopt,’ sprak hij gelaten. ‘Toch is het mijn vriend.’
‘Wat denk je van onze dominee?’
‘Je bedoelt die toespraak?’
Vledder gniffelde. ‘Zou net als Hendrik-Jan van Assumburg ook Rickie hem van tevoren vriendelijk hebben verzocht om zijn begrafenis op-te-luisteren?’
De Cock schoof zijn onderlip vooruit.
‘Het kan,’ sprak hij voorzichtig. ‘Ik heb soms het gevoel dat in deze zaak alles mogelijk is.’ Hij zuchtte. ‘Het lijkt mij niet waarschijnlijk. Toen wij die dominee bezochten heeft hij er niets van gezegd.’
‘Toch moet hij toen al hebben geweten, dat hij tijdens de teraardebestelling van Richard Strijdbaar het woord zou voeren.’
De Cock knikte.
‘Maar hoe kon dominee Sijbertsma weten dat wij ook belangstelling hadden voor de plotselinge dood van Rickie van Apache Alie?’
Hij glimlachte. ‘Ik denk eerder dat onze vriend Sijbertsma te lui is geweest om een nieuwe tekst te schrijven.’
Vledder fronste zijn wenkbrauwen.
‘En klakkeloos de toespraak herhaalde, die hij voor Van Assumburg op papier had gezet?’ In zijn stem trilde ongeloof.
De Cock spreidde zijn beide handen.
‘Waarom niet? Ik zie geen bezwaren. De tekst was even toepasselijk. Alleen het auditorium verschilde.’ Hij zweeg even en dacht na. ‘Toch moet je straks dominee Sijbertsma eens bellen en hem vragen wie dit keer zijn opdrachtgever was.’ Grinnikend schoof hij zijn oude hoedje naar voren en krabde zich achter in zijn nek. ‘Een keur van penozejongens onder het aandachtig gehoor van een hervormde dominee. Geloof me, het was voor mij een openbaring.’
Vledder bleef plotseling staan.
‘Antwerpen,’ sprak hij hees. ‘Misschien kwam die opdracht wel uit Antwerpen.’
‘Van wie?’
‘Het HVS.’
De grijze speurder blikte verrast naar zijn jonge collega op. Zijn hand tastte naar de vreemde folder die hij in de binnenzak van zijn colbert droeg. ‘Het Heilig Verbond der Stervenden.’
10
Vledder startte de motor van de Volkswagen en reed achteruit van de begraafplaats weg. Daarna zette hij koers naar de Amsteldijk. De Cock keek om zich heen. Bij de Berlagebrug zwoegde een oude vrachtschuit moeizaam door kruiende ijsschotsen. De dooi was snel gekomen en had de Amstel uit zijn winterban verlost.
Vledder keek hem van opzij aan.
‘Zou Hendrik-Jan van Assumburg ook zo’n folder hebben gekregen?’
De Cock schoof zijn hoedje naar achteren.
‘Het lijkt mij belangrijker om te weten of beiden lid waren van dat Heilige Verbond.’
‘Dat moet toch vast te stellen zijn?’
‘Zeker. En misschien waren die twee wel zo gegrepen door het nobel streven van het genootschap, dat zij al hun aardse bezittingen opgaven.’
De ogen van Vledder lichtten op.
‘Dat is niet helemaal denkbeeldig,’ riep hij bewonderend. ‘Het gebeurt dikwijls dat stervenden hun bezittingen aan bepaalde genootschappen of stichtingen schenken. Het zou een redelijke verklaring zijn voor het feit dat beiden, zowel Rickie als die Van Assumburg, na hun dood niets meer bezaten.’
De Cock liet de lof over zich heengaan.
‘Heeft de begrafenisondernemer jou het condoleanceregister toegezegd?’ vroeg hij zakelijk.
De jonge rechercheur knikte wat vaag. Het onderwerp condoleanceregister meed hij liever.