De Cock en moord op de Bloedberg
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #25
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0236-3
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en moord op de Bloedberg». Краткое содержание книги:
‘Op de Oude Turfmarkt met uitzicht op de Munttoren.’
Jenny Klebach glimlachte opnieuw. Uitbundiger. Haar mond gleed iets open, waardoor rechts in haar wang een minuscuul kuiltje zichtbaar werd. ‘Dat hebt u goed onthouden,’ sprak ze prijzend.
De Cock keek haar onderzoekend aan.
‘Heeft Ronald u gestuurd?’
De jonge vrouw schudde resoluut haar hoofd en de herder aan haar voeten keek op.
‘Ronny weet hier niets van,’ reageerde ze heftig. ‘En ik hoop ook niet dat hij er iets van ervaart. Hij wil niet dat ik hem zoals hij dat noemt, be-moeder.’
De Cock glimlachte beminnelijk.
‘Een vrouwelijke eigenschap die ik bewonder.’
‘Ronny niet. Hij wordt des duivels als ik hem een beetje in bescherming wil nemen.’
‘En dat is nodig?’
‘Wat?’
‘Dat u hem een beetje in bescherming neemt.’
Jenny Klebach knikte traag voor zich uit.
‘Dat vind ik wel. Het gaat niet goed met Ronny. Echt niet. Sinds een paar dagen is er geen goed garen met hem te spinnen. Hij is snauwerig, nerveus en gespannen.’ Ze beet even op haar onderlip. ‘En hij is meer thuis bij zijn moeder dan bij mij.’
‘In Diemen?’
‘Ja.’
‘Is er iets voorgevallen?’
Jenny Klebach schudde haar hoofd.
‘Niet tussen mij en Ronny.’
‘Tussen wie dan wel?’
Ze keek even radeloos om zich heen.
‘Tussen niemand. Het is zijn moeder.’
De Cock kneep zijn ogen iets samen.
‘Wat is er met zijn moeder?’
Jenny Klebach antwoordde niet. Ze draaide haar hoofd weg en de herder aan haar voeten stond op. Waakzaam.
‘Wat is er met zijn moeder?’ herhaalde De Cock dwingender.
De jonge vrouw slikte.
‘De vader van Ronny is twee jaar geleden in Antwerpen bij een verkeersongeval om het leven gekomen. Hij ligt hier in Amsterdam begraven. Nu beweert zijn moeder voortdurend dat hij nog leeft.’
De Cock schoof iets op zijn stoel naar voren.
‘Hoe komt ze daarbij?’ vroeg hij gespannen.
‘Ze zegt dat ze hem heeft gezien.’
‘Waar… wanneer?’
‘Een paar dagen geleden… op Zorgvlied… tijdens de begrafenis van een oom van Ronny.’
‘De heer Van Assumburg.’
‘Ja.’
‘En probeert Ronny dat malle idee uit haar hoofd te praten?’ Jenny Klebach schudde haar hoofd.
‘Hij gelooft zijn moeder onvoorwaardelijk. Hij meent ook zelf wel eens een schim van hem te hebben gezien.’
‘Waar?’
‘In de stad… bij ons huis aan de Oude Turfmarkt.’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Maar dat kan toch niet. Dood is dood. Een weg terug is er niet.’
De jonge vrouw knikte.
‘Dat heb ik ook gezegd. Maar Ronny wil niet luisteren. Hij is opstandig en verbitterd. De vader van Ronny schijnt geen prettige man te zijn geweest. En dan druk ik mij nog zacht uit. Het idee dat die man mogelijk nog leeft, bezorgt zijn moeder nachtmerries.’
‘En Ronny?’
Jenny Klebach liet haar hoofd iets zakken. Haar ogen vulden zich met tranen.
‘Ik ben bang… doodsbang.’
‘Voor wie?’
‘Voor Ronny. Zoals hij nu is, ken ik hem niet. Hij is gewoon zichzelf niet meer. Ik ben dan ook bang dat hij het echt gaat doen.’
‘Wat?’
‘Hem vermoorden.’
De Cock boog zich naar haar toe.
‘Wie… vermoorden?’
Ze keek met een betraand gezicht naar hem op.
‘Zijn eigen vader. Hij heeft het wel een paar maal gezegd… als die vent nog leeft, sla ik hem alsnog zijn hersens in.’
‘En dat meende hij?’
Jenny Klebach knikte nadrukkelijk. Een traan gleed van haar wang en drupte op haar pelscoat.
‘Ik ben bang.’
Toen Jenny Klebach met haar hond was vertrokken, keek De Cock zijn jonge collega vragend aan.
‘Heb je nog commentaar?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Wij,’ sprak hij plechtig, ‘zullen een levende Ronald Kruisberg als een realiteit moeten aanvaarden.’
De Cock lachte vrijuit.
‘Wij?’ riep hij verrast. ‘Jij had er moeite mee. Ik heb na dat sprintje op Zorgvlied geen moment getwijfeld. Ik heb mij toen alleen afgevraagd hoe het kon en welke mogelijkheden ik had om mijn oude zwendelzaak van Spanish Enterprising nieuw leven in te blazen.’
Vledder grinnikte vreugdeloos.
‘Dan mag je nu wel opschieten… voordat de jonge Ronald Kruisberg zijn vader werkelijk naar de eeuwige jachtvelden stuurt.’
Het gezicht van De Cock versomberde.
‘Ik heb de familie aanvankelijk wat argwanend benaderd. Dat komt omdat ik dacht dat het geval Kruisberg een op zichzelf staande zaak was en dat de familie daar nauw bij was betrokken. Toen de jonge Ronald zo kort na de begrafenis bij mij kwam, vermoedde ik, dat men al jaren wist dat de oude Kruisberg nog leefde en bang was dat ik dat geheim had ontdekt. Ik begrijp nu dat de jonge Ronald slechts kwam om zijn eigen waarnemingen en die van zijn moeder te verifiëren.’
‘Wat denk je van zijn dreigende uitspraken?’
De Cock staarde voor zich uit.
‘Ik begrijp er wel iets van. Ik hoop dan ook dat ik de oude Ronald Kruisberg eerder te pakken krijg, dan zijn zoon. Geloof me, ik heb een hartig onderhoud met hem in gedachten.’
‘Over Spanish Enterprising?’
De Cock knikte.
‘Ook dat… maar veel meer ben ik geïnteresseerd in zijn herrijzenis. Volgens mij is het geval Kruisberg maar een onderdeel van een veel groter geheel.’
Vledder keek hem wat verward aan.
‘Hoe bedoel je dat?’
De grijze speurder steunde met zijn beide onderarmen op zijn bureau en leunde iets naar voren. ‘Ik zal je gedachten wat op gang brengen,’ sprak hij vriendelijk. ‘Ronald Kruisberg en Hendrik-Jan van Assumburg kenden elkaar… en dat reeds ver voor er door het huwelijk met Evelien familiebanden ontstonden. Nu de vraag: Waar had Van Assumburg Ronald Kruisberg leren kennen?’
‘In Antwerpen… als lid van een of andere sekte.’
De Cock knikte.
‘En bedenk jij nu eens een naam voor die sekte?’
De ogen van Vledder werden steeds groter. Het leek alsof het begrip langzaam bezit van hem nam. ‘Het… het verbond,’ stamelde hij onthutst. ‘Het Heilig Verbond van de Stervenden.’
De Cock knikte instemmend.
‘Ik zeg niet dat het zo is, maar het geeft toch te denken, te meer omdat nu ook Hendrik-Jan van Assumburg uit zijn dood schijnt te zijn herrezen.’
Vledder slikte.
‘Je bedoelt,’ sprak hij onzeker, ‘dat ze in die sekte doden tot leven wekken?’
De telefoon op het bureau van De Cock rinkelde. De jonge rechercheur nam de hoorn op en luisterde. Al na enkele seconden legde hij de hoorn op het toestel terug.
‘Het was de wachtcommandant,’ verduidelijkte hij. ‘Smalle Lowietje was beneden aan de balie. Hij is nu op weg naar boven.’ De Cock blikte naar de grote klok in de recherchekamer. ‘Een vreemde tijd voor Lowietje,’ mompelde hij. Daarna keek hij schuins naar Vledder. ‘Kan dat?’
‘Wat?’
‘Doden tot leven wekken?’
Nog voor de jonge rechercheur kon antwoorden, stapte Smalle Lowietje de recherchekamer binnen. Hij liep met snelle pasjes op De Cock af en plofte op de stoel naast diens bureau neer.
De grijze speurder keek hem bezorgd aan.
‘Lowie, je hoort achter de tap.’
De caféhouder knikte.
‘Ik ben toch maar even gekomen,’ hijgde hij. ‘Het leek mij niet goed om ermee te wachten tot je weer eens een cognackie bij mij komt drinken.’
De Cock grijnsde.
‘Is het zo ernstig?’
Smalle Lowietje knikte.
‘Ik heb je verteld dat ik wel eens wat in diamanten doe. Ik heb zelf niet de tijd om ervoor op pad te gaan. Een vervanger in je zaak kost alleen maar centen. Daarom stuur ik Dikke Toon wel eens naar Antwerpen voor een paar steentjes. Hij kent daar de weg. Vanavond kwam hij bij mij terug… een beetje in de war. Ik zag het en ik zei: “Toon is er wat?” Toen zei hij met een bleek bekkie: “Ik heb Rickie van Apache Alie gezien.” Ik maakte een geintje en vroeg: “In een lang wit hemd met vleugeltjes?”’