Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Научная фантастика » Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]

Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:

Het jaar 2034 De Fransa natuurkundige Theo Guderian doet een curieuze ontdekking: een poort door de tijd die leidt naar de Rhonevallei van het Plioceen — zes miljoen jaar geleden.Een reis waarvan geen weg terug is en daarom voor de wetenschap niet interessant. Lang na de dood van de ontdekker wordt een bruikbare toepassing voor de poort gevonden: ieder die niet past of zich niet thuisvoelt in het Galactisch bestel kan zich vrijwillig laten verbannen naar deze mysterieuze omgeving in het verre verleden. In 2110 maakt een buitengewoon gemeleerd gezelschap van’onaangepaste’maar talentvolle persoonlijkheden gebruik van deze mogelijkheid om de technologische perfectie van de 22ste eeuw te ontvluchten. Maar aan de andere kant van de poort heerst niet de idyllische eenvoud die zij er hoopten aan te treffen. Zij worden opgewacht door twee buitenaardse,oorlogszuchtige rassen die hen genadeloos misbruiken voor hun eeuwenouden strijd.
1 ... 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116
Перейти на страницу:

Zij verhaalt daarin een deel van de avonturen van een ras van dappere fantastische wezens of goden, het Volk van Dana of de Mannen van Dea, van wie wordt verteld dat ze naar Ierland kwamen ‘vanuit het noorden’ in een tijd die net aan het christen­dom voorafging of in de vroege dagen van datzelfde christen­dom. Haar verhalen maken deel uit van een grotere verzameling Keltische legenden die oorspronkelijk op het vasteland van Europa zijn ontstaan op een nog vroeger tijdstip. Ergens in het boek van lady Gregory worden de avonturen beschreven van Manannan de Trotse, van wie wordt verteld dat hij andere leden van zijn ras een woonplaats bezorgde in Ierland. Daarna verdween hij zelf om slechts nu en dan in de geschiedenis weer op te duiken om lieflijke muziek te maken en de mensen met zijn grappen lastig te vallen. In hoofdstuk 10 van Gods and Fighting Men wordt verhaald hoe Manannan een toverfee naar Bran stuurde, die de zoon was van Febal en in het Land van Vrouwen woonde dat ook wel Emhain (Aven) van de Veelkleuri­ge Gastvrijheid werd genoemd. Die vrouw zingt voor Bran het volgende lied:

Ik breng een tak van de appelboom naar Emhain, van het verre eiland waar de glanzende paarden van de zoon van Lir (Manannan) verblijven. Een verrukking voor het oog is die vlakte waar de gastheren hun wedstrijden houden; curragh wedijverend met de strijdwagens in de Witte Zilvervlakte van het zuiden.

Voeten van wit brons zijn onder die boom, glanzend in leven en tijd; het is aangenaam en vlak land dat de eeuwen der wereld trotseert en talrijke bloesems regenen er neer.

Daar staat een oude boom vol bloesems vanwaar de vogels hun roep laten weerklinken; alles straalt in elke kleur, vreugde en muziek zijn er alledaags in die Vlakte met de Vriendelijke Stem, in die Vlakte van de Zilveren Wolk, ginds in het zuiden.

Sluwheid noch verraad komen daar voor in dat goed bewerkte thuisland; niets is er hard of ruw; lieflijke muziek streelt het oor.

Zonder zorg of verdriet, zonder dood en zonder ziekte, daaraan herkent men Emhain en dat is een wonder dat zelden voorkomt.

Haar nevels zijn nergens mee te vergelijken; de zee stuwt haar golven tegen het land; helderheid vonkt in haar haren.

Er zijn schatten en rijkdommen van elke kleur in dat Vriendelijke Land, in dat Land van Overvloed. Lieflijke muziek om te horen, de beste wijn om te drinken.

Gouden strijdwagens rijden over de vlakte van de zee, reikend naar de zon op het rijzend tij; zilveren en bronzen strijdwagens bevolken de Vlakte van Wedijver.

Goudgele paarden op het strand, rode paarden en andere met wollige vachten, blauw als de kleur van de hemel.

Het is een dag van duurzaam mooi weer, zilver regent neer op het land; een helderwitte klip staat aan de voet van de zee, warm van de zon.

De wedstrijd van de gastheren op de Vlakte van Wedijver is fraai om te zien en opwindend; dood en verval bereiken hen niet in dat Veelkleurig Land.

En wanneer de zon opgaat zal daar een blonde man verschijnen; hij brengt licht over de vlakte die door de golven is vlakgestreken; hij brengt de zee in beroering tot ze rood ziet als bloed.

Over die zee zal een leger komen, roeiend naar de klif die zichtbaar is te midden van honderden muzikale geluiden.

Er wordt een lied voor dat leger gezongen dat niet droevig kan worden hoe lang de tijd zich ook uitstrekt; honderden mengen hun stemmen in de muziek; zij vrezen dood noch ouderdom...

Uit dit poëtische fragment (dat jammer genoeg dan vervolgt met de nogal saaie avonturen van Bran en zijn makkers in Emhain, waar ze uiteindelijk jammerlijk omkomen) en uit de eerste drie paragrafen van lady Gregory’s eerste hoofdstuk, waarin de namen en de eigenschappen worden opgesomd van de voor­naamste Keltische goden, heb ik een ruw ontwerp gemaakt voor Het Veelkleurig Land en De Gouden Halsring. Onnodig te zeggen dat het werkelijke verloop van mijn sage niets meer te maken heeft met deze folklore, al zullen studenten die met de mythologie vertrouwd zijn in mijn verhaal elementen herkennen die ontleend zijn aan de Kelten, maar ook aan de sprookjes van tenminste een dozijn andere Europese volken. De buitenaardsen heb ik allemaal namen gegeven van Keltische helden zonder dat ze verder perse overeenkomen met de daar beschreven karakters. De archetypische menselijke karakters zoals die van Aiken Drum, Felice Landry en Mercy Lamballe bevatten Keltische elementen, maar ook Jung en Joseph Camp­bell hebben daarin hun deel bijgedragen. De folkloristische scè­nes die door Bryan Grenfell worden waargenomen zijn authen­tiek. Verder is het opvallend hoe vaak het bijna universele thema van bedreiging door de anima aanwezig is: het vrouwelijke, niet-menselijke wezen dat sterfelijke mannen in haar greep krijgt en hen wellustig laat voldoen aan haar begeerte tot ze nog slechts een leeg omhulsel zijn. Dat beeld springt naar voren in vertellin­gen overal vandaan, van Rusland tot in de Balearen. De muziek voor ‘Het Lied van de Tanu’ is van mijzelf, een een­voudige bewerking van die mysterieuze melodie ‘Londonderry Air’ die, naar men zegt, oorspronkelijk van feeën afkomstig is. Deze versie, gearrangeerd voor de menselijke stem, verschilt enigszins van de wijze waarop de buitenaardsen haar zouden zingen. De stemmen van de Tanu zijn rijker aan boventonen en zij hielden van dissonanten en schendingen van het menselijke muzikale gevoel voor harmonie waardoor ze uiterst eigenaardig zouden gaan klinken (om het maar zacht uit te drukken) wan­neer ze zo door een menselijk koor werden gezongen. Slechts enkele van die muzikale aberraties zijn in het arrangement opge­nomen.

Onder de Tanu werd het solo gezongen of in een tweestemmig koor. Bij die zeldzame gelegenheden waar Tanu en Firvulag samen zongen, bijvoorbeeld gedurende een Grote Veldslag zoals die in De Gouden Halsring wordt beschreven, werd de volle pracht van deze buitenaardse zang pas werkelijk hoorbaar. Het Kleine Volk gebruikte andere woorden in hun eigen tongval en—wat belangrijker is—zij gebruikten ook een andere frase­ring en tenminste vier verschillende contrapuntische melodielij­nen, die zich wrongen tussen en vermengden met het weefsel van de Tanu-melodie, waardoor een zeer geschakeerd en ingewik­keld veelstemmig effect ontstond. Ik moet het aan meer ervaren handen overlaten om een transcriptie te maken van het ‘Lied van de Firvulag’ en het muzikale huwelijk daarvan met de versie die door de Tanu werd gezongen.

Het traditionele ‘Londonderry Air’ heeft meer dan welke andere Ierse melodie ook een uiterst eigenaardig verleden. Het past ner­gens bij en de geschiedenis ervan, zoals die in detail wordt weer­gegeven door Anne G. Gilchrist in English Folk Dance and Song Society Journal (december 1932, blz. 115) is tamelijk ondoorzichtig. De muziek werd voor het eerst gepubliceerd in 1855 door George Petrie in Ancient Music of Ireland, zonder tekst en titel. Nadat de muziek door Petrie openbaar was gemaakt, bracht de schoonheid ervan veel componisten op het idee er een tekst bij te schrijven. De meest bekende en geslaagde versie daarvan is ‘Danny Boy’ (1913) van Frederick E. Weatherly. De meeste bloemlezingen van liedteksten geven echter de voorkeur aan de gezwollen taal van bijvoorbeeld Katharine Tynan Hinkson (1861) die als volgt begint: ‘Ik wilde in Gods­naam de tere bloesem zijn/diè zwevend van verwrongen takken valt/ oh te liggen en te bezwijmen aan die boezem van zijde/ binnen die boezem van zijde…’

Een even slecht te zingen tekst die echter iets waardiger klinkt, is die van ‘Emer’s Farewell to Cucullain’ (1882) met woorden van Alfred Percival Graves en een arrangement van C. Villiers Stanford. Dit begint als volgt: ‘O mocht een maagd haar diepst ver­langen uiten/ aan hem die diep bemint maar niet mag spreken/ Helaas! ik sloot uw slechte faam niet buiten/ verborgen onder een lach is bloedend hart het teken.’

1 ... 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)