Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Научная фантастика » Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]

Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:

Het jaar 2034 De Fransa natuurkundige Theo Guderian doet een curieuze ontdekking: een poort door de tijd die leidt naar de Rhonevallei van het Plioceen — zes miljoen jaar geleden.Een reis waarvan geen weg terug is en daarom voor de wetenschap niet interessant. Lang na de dood van de ontdekker wordt een bruikbare toepassing voor de poort gevonden: ieder die niet past of zich niet thuisvoelt in het Galactisch bestel kan zich vrijwillig laten verbannen naar deze mysterieuze omgeving in het verre verleden. In 2110 maakt een buitengewoon gemeleerd gezelschap van’onaangepaste’maar talentvolle persoonlijkheden gebruik van deze mogelijkheid om de technologische perfectie van de 22ste eeuw te ontvluchten. Maar aan de andere kant van de poort heerst niet de idyllische eenvoud die zij er hoopten aan te treffen. Zij worden opgewacht door twee buitenaardse,oorlogszuchtige rassen die hen genadeloos misbruiken voor hun eeuwenouden strijd.
1 ... 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116
Перейти на страницу:

Lang na het middernachtelijk uur, terwijl de rook van de bran­dende stad de sterren verborg en de onverzorgde toortsen lager en lager sputterden, verzamelden de Minderen en het Kleine Volk zich voor de grote stormaanval. In uitzonderlijke samen­werking weefden de meest virtuoze Firvulag een verwarrend gordijn om de Aartsvijand te misleiden. De belegerde Tanu bin­nen het paleis wisten dat de vijand iets in zijn schild voerde, maar konden niet vermoeden wat.

De Heer van Finiah zelf, opnieuw omringd door enkele van zijn meest gewaardeerde strategen, dook keer op keer naar geringe hoogte om te ontdekken wat de invasiemacht van plan was, maar de metapsychische schemering was juist dik genoeg om zijn vér­ziendheid te dwarsbomen. Hij zag niet meer dan de massa’s van de vijand, zich verzamelend voor de toegang tot zijn paleis. Er was blijkbaar geen sprake van afleidende manoeuvres en even­min van afzonderlijke maar gelijktijdige aanvallen op de vele toegangen tot het paleis. Blijkbaar was Sharn, met die typisch eenzijdige gerichtheid van geest die de Firvulag kenmerkte, van plan alles op het spel te zetten in één grote, frontale aanval. Velteyn zond een telepathisch bevel naar elk van de bevelvoeren­de ridders die op hun beurt de woorden van hun Heer doorgaven aan hun ondergeschikten:

‘Naar het voorplein! Laat alle nobele Tanu van de strijdcompagnieën, al onze getrouwe verwanten met zilveren en gouden hals­ringen, alle loyale en dappere soldaten met grijze halsringen zich daar verzamelen. De Aartsvijand maakt zich gereed voor een laatste stormaanval. Laat ons hun lichaam en ziel verwoesten! Na bardito! Voorwaarts, strijders van het Veelkleurig Land!’ Dronken van strijdlust en glinsterend in hun wapenrustingen, chargeerde de cavalerie van de Tanu en masse tegen de ongeor­dende dichte troepen van de voorwaarts optrekkende vijand. De mentale schermen van verwarring werden pas in de laatste seconden verbroken voor die dodelijke stootkussens van speren, de meeste van ijzer, zichtbaar werden. Terwijl hun eigen menta­le wapens bijna door die van de Firvulag werden geneutrali­seerd, brachten de ridders van de Tanu hun lansen lager en stuurden hun rijdieren al zwenkend om die egelformaties heen, wachtend op de gebruikelijke regen van speren. Zo greep deze verraderlijke nieuwigheid hen volkomen bij verrassing. Velteyn, die zich hoog boven het slagveld bevond, kon de eerste minuten van die slachtpartij alleen maar vanuit de verte gade­slaan. Toen bracht hij zijn rijdier naar beneden, terwijl hij de linies van de tegenstander bombardeerde met alle psycho-energie waarover hij kon beschikken. Zijn geest en zijn stem bracht weer enige orde in de ontwrichte linies.

‘Laat de rijdieren in de steek! Laat iedereen te voet vechten! Bescherm je kameraden met mentale vermogens. Pas op voor het bloedmetaal!’

Het omvangrijke voorplein en de daaraan grenzende paleisgronden waren nu één bewegende massa van strijdende lichamen. Dofrode flitsen werden zichtbaar waar de mentale schermen van Firvulag en Tanu met elkaar in botsing kwamen en bezweken. De strijders gingen over op gevechten van man tegen man terwijl de laaghartige Minderen met hun ijzer bij elke gelegenheid aan­vielen. De kleinste verwonding met het bloedmetaal betekende voor de Tanu de dood. De mensen die goud droegen, konden er natuurlijk wel door worden gewond, maar waren niet perse ten dode opgeschreven. Velteyns hart werd warm bij het zien van de dappere daden van zijn menselijke getrouwen, van wie velen ijzeren wapens probeerden te veroveren om die op hun beurt tegen de Firvulag te gebruiken.

Jammer genoeg reageerden de dragers van zilveren en grijze halsringen anders. Hun discipline werd minder doordat hun belegerde meesters, in beslag genomen door de strijd, niet op vol vermogen konden uitzenden, Ook werden de lagere rangen onder de menselijke huurlingen volkomen gedemoraliseerd nu ze voor het eerst hun Tanu-heren in de strijd zagen vallen. De Firvulag en de Minderen zagen hun voordeel en decimeerden de linies van deze door angst bevangen tegenstanders. Drie volle uren zweefde Velteyn boven het slagveld, enkel zicht­baar voor zijn eigen strijdmacht en dirigeerde van daaruit de verdediging van zijn Stad van Lichten. Wanneer ze het tot de dageraad konden uithouden, het uur waarop de Wapenstilstand aanbrak! Maar terwijl de hemel achter het Zwarte Woud al begon op te lichten, kwam de Aartsvijand in twee aanvalsgolven nog dichterbij, aangevoerd door Bles met de Vier Klauwen en Nukalavee. Zij oefenden grote druk uit en bereikten de paleis­poort.

‘Trek terug!’ schreeuwde Velteyn. ‘Verdedig de laatste toe­gang.’

De van juwelen schitterende ridders deden wat ze konden en eisten met hun tweezijdig snijdende zwaarden een afgrijselijke tol aan levens van mensen en dwergen. Maar steeds weer vond een ijzeren pijl of speerpunt zijn weg naar een onbeschermde plek in liezen, oksel of knieholte en dan was andermaal een dap­pere strijder op weg naar Tana’s vrede.

Velteyn gromde luidkeels, overmand door verdriet en woede. De deuren van zijn paleis bezweken. Er bleef niets anders over dan de niet-strijdenden via het dak te evacueren met behulp van Sullivan-Ton, die droevig ogende menselijke man wiens psychokinetische vermogens zo sterk ontwikkeld waren. Met Tana’s hulp zouden ze er gezamenlijk wellicht in slagen de bijna zevenhon­derd ingesloten burgers in veiligheid te brengen, terwijl zijn rid­ders de binnenvallende horde in gangen en trappehuizen voorlo­pig afweerden.

Kon hij maar met hen sterven! Maar die ontsnapping was voor de vernederde Heer van Finiah niet weggelegd. Hij zou moeten verder leven en hij zou alles aan zijn Heer en Koning moeten uitleggen.

Peopeo Moxmox Burke zakte tegen een van de kantelen op het dak van het paleis in elkaar en liet de spanning en de vermoeid­heid over zich komen. Gert en Hansi en een paar andere Minde­ren doorzochten met stokken het struikgewas van de daktuin en het smaakvolle paviljoen, maar ze vonden enkel inderhaast ach­tergelaten bagage, gescheurde buidels met edelstenen, gebor­duurde mantels, rijk versierde hoofdtooien, kapotte parfumfles­jes en één enkele, met steentjes bezette.pantserhandschoen. ‘Geen spoor van hen te zien,’ zei Hansi. ‘Ganz ausgeflogen. Ze hebben de duiventil verlaten.’

‘Ga dan maar naar beneden,’ droeg Burke hun op. ‘Zorg ervoor dat alle kamers en ook de kelders worden nagegaan. En als je Uwe ziet of Zwarte Denny, stuur die dan naar mij toe. We moe­ten het verdelen van de buit een beetje organiseren.’ ‘Oké.’ Beide mannen liepen met veel lawaai de brede, marmeren trappen af. Burke trok een van zijn herteleren broekspijpen op en begon het nog ontstoken vlees rondom de langzaam genezen­de wond te masseren. Nu de opwinding van de strijd wegebde, begon de wond gemeen pijn te doen; hij had bovendien een lange snede over zijn blote rug opgelopen en ongeveer zevenenveertig zwellingen en kneuzingen die nu allemaal lieten weten dat ze er waren. Maar ondanks dat alles was hij nog redelijk intact. Was de rest van zijn legertje maar zo gelukkig. Een van de vluchtelingen had op het dak een mand achtergela­ten met een fles wijn en broodrollen. Zuchtend begon de Com­mandant te eten en te drinken. In de straten beneden waren de Firvulag bezig hun doden en gewonden te verzamelen en vorm­den daarbij lange processies door de stad op weg naar de Rijn. Zwalkende lantaarns op het water markeerden de ligging van hun kleine boten die zich al gereed maakten voor de terugtocht nu de wapenstilstand aanbrak. Te midden van de brandende ruï­nes boden op sommige plaatsen kleine koppige groepjes mense­lijke huurlingen nog tevergeefs tegenstand. Madame Guderian had Burke al gewaarschuwd dat de mensen die in Finiah leefden, wel eens nauwelijks dankbaarheid konden tonen voor hun bevrij­ding. En zoals gewoonlijk had ze gelijk gehad. Het zag ernaar uit dat ze boeiende dagen tegemoet gingen, verdomme. Nog een keer zuchtend, leegde hij de fles, strekte zijn stijf wor­dende spieren en pikte een gevallen sjaal op om zijn oorlogskleu­ren weg te vegen.

1 ... 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)