Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
- Автор: Мэй Джулиан
- Год: 1986
- Язык: голландский
- Год: Het Spectrum
- ISBN: 90-274-0547-6
- Переводчик: Wim Gijsen
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:
Bles liet een ruw geblaat horen dat voor ironisch gelach moest doorgaan. Hij goot een halve kan bier naar binnen. ‘Ahhh .. . laten we dan gaan om die arme dames te helpen hun eer te redden.’
‘Eer? Mijn kloten!’ siste Nukalavee. ‘Wanneer de creatieve vermogens van die tegenstander groot genoeg zijn om van Skathe het uiterste te eisen, dan is hij een waardig tegenstander voor elk van ons. We zouden al onze kracht verspillen aan het overeind houden van een verdedigingsscherm en niet genoeg over houden voor een offensief.’
‘Zelfs het dichterbij komen is al niet zonder gevaar,’ merkte Sharn op. ‘Die korst van afkoelende lava is nog dun, zoals de verkenner heeft verteld, en kan makkelijk breken onder het gewicht van een dappere. Jullie weten dat onze geesten niet diep genoeg in de korst kunnen doordringen om die te verstevigen. En in het gloeiende magma daaronder vallen, betekent onze zekere ondergang.’ Hij wendde zich tot de dwergachtige gestalte van de boodschapper. ‘Pliktharn, hoe breed is het stuk lava dat we zouden moeten oversteken?’
‘Tenminste honderd reusachtige stappen, Grote Kapitein.’ Pliktharns stem werd begerig. ‘Maar de korst zou mijn gewicht makkelijk kunnen dragen!’
‘Je zou mij en Nukalavee mee kunnen sturen om hem mentaal te beschermen, samen met Ayfa en Skathe,’ stelde Bles voor. ‘Met ons vieren is ons bereik groot genoeg.’
‘En wat gebeurt er dan wanneer onze dappere kleine broer het gebouw heeft bereikt?’ sneerde Nukalavee. ‘Hoe moet hij de Aartsvijand aanvallen? Dwars door ons eigen mentale scherm soms? Bles met de Vier Klauwen, jij hebt die reptielvorm van jou zo lang gedragen dat je hersens vanzelf zijn gekrompen om in zo’n kleine schedel te kunnen passen!’
‘De grote kapitein Ayfa is erachter gekomen,’ waarschuwde de verkenner, ‘dat de Tanu-ingenieurs Heer Velteyn te hulp hebben geroepen.’
Sharn liet een grote hand met een smak op de tafel vallen. ‘Té’s strottehoofd! En als hij komt, haalt hij hen er door de lucht uit, met barium en al! Dat risico kunnen we niet lopen. Ik houd er niet van om die spelletjes van de Minderen mee te spelen, maar in dit geval zit er niks anders op.’
‘Rustig aan, jongens,’ riep Ayfa. ‘Krijg niet de zenuwen nu jullie er bijna zijn.’
Homi, de kleine Singalese ijzersmelter, hield de nek van Pliktharn nog steviger vast. De lavakorst boog door als een ijsvloer terwijl de Firvulag de schaduwzijde van het mijngebouw naderde. Daar was de stroom lava dikker geworden en had dus de warmte langer vastgehouden. De dunne huid afgekoelde rots kon hier elk ogenblik barsten en hen in het magma daaronder laten vallen.
Rondom die onsamenhangende vorm, ontstaan doordat de een de ander op de rug droeg, hing een stralende hemisfeer, het mentale scherm dat tot stand was gekomen door de gezamenlijke kracht van Ayfa, Skathe, Bles en Nukalavee. De vier helden hadden zich, net als de overige krijgsvrouwen, verborgen achter de stevige muren van uitgebrande woonhuizen, ver genoeg bij de lavastroom vandaan en zeker tweehonderd meter van het hoofdkwartier van de mijn verwijderd. Ontladingen energie, afgevuurd door de ingesloten Tanu, joegen uit een bovenraam op het scherm af en desintegreerden daartegen tot een veelvoud van kleinere lichtflitsen. Eindelijk bereikten Pliktharn en Homi een lager gelegen raam en klommen daardoor naar binnen. Ayfa, die sterk was in het zien op afstand, zag wat er daarna gebeurde. ‘De drie Aartsvijanden dalen af naar die langere kamer, gewapend met staven vitredur! Een van hen straalt grote wilskracht uit. Hij probeert Pliktharn te bewegen het scherm neer te laten… maar dat lukt natuurlijk niet. De sterkste Tanu verzamelt nu al zijn energie voor één machtige stoot van heel dichtbij! Hij werkt meer met constante druk dan met plotselinge projectie. Ons scherm wankelt! Het komt in het spectrum, het wordt blauw! Nu wordt het geel! Oh, het zal falen ... Maar nu heeft de Mindere zijn kruisboog gereed en legt aan. Ahh! Het wapen van bloedmetaal gaat dwars door ons scherm alsof het een regengordijn was! De Aartsvijand valt. Een tweede schot en nog een derde! Al de Aartsvijanden zijn getroffen!’ De vier helden sprongen overeind en de krijgsvrouwen gilden van vreugde om hun triomf. Zelfs op deze grote afstand voelden ze allen in hun geesten de doodsflits van eerst één Tanu-geest en vervolgens van de andere.
Maar hij die de vuurbollen had veroorzaakt was sterk, zelfs in de dood. Versterkt door zijn doodsstrijd, donderde zijn gedachte door de ether:
De Godin zal ons wreken. Vervloekt is hij tot in lengte van dagen die het bloedmetaal gebruikt. Een zee van bloed zal hen overspoelen.
Een seconde later doofde zijn ziel uit.
De Mindere die Homi heette, had de drie ijzeren pijlen voor hernieuwd gebruik weer verzameld en verscheen wuivend voor het venster. Daarna begonnen hij en Pliktharn te werken aan de zware kalkstenen vensterbank, hakkend en brekend tot het metselwerk het begaf. De losgevallen steen smakte op de dunne lavakorst daar beneden en zond een golf van vuur en rook omhoog. Voor de dunne korst zich andermaal kon sluiten, wierpen de mens en de Firvulag kleine containers in dat gat vol gesmolten rots. Vervolgens klommen ze voorzichtig door een ander raam naar buiten en volgden zorgvuldig dezelfde weg terug.
Een jong meisje in glanzend zwart rende zonder enig spoor van vermoeidheid over het smalle voetspoor dat dwars door de Vogezen leidde. De schaduwen vielen en een koele wind kwam van de hoogten in het ravijn waar het pad doorheen liep. Boomkikkers begonnen hun avondlied. Nog even en de roofdieren zouden ontwaken. Nadat de nacht was gevallen, zouden er zoveel van hen op jacht zijn dat Felice ze onmogelijk allemaal met haar mentale kracht op een afstand kon houden. Ze zou gedwongen worden ergens haar kamp op te slaan om te wachten tot de dageraad. ‘En dan zal ik te laat zijn! De Wapenstilstand begint bij zonsopgang en dan zal de oorlog in Finiah voorbij zijn.’ Hoe ver was ze gevorderd? Misschien had ze twee derde van de honderdzes kilometers afgelegd die Verborgen Bron scheidden van de westelijke oever van de Rijn. Ze had die ochtend zoveel tijd verloren voor ze op weg kon gaan en de zon ging al om zes uur onder...
‘Verdomde Richard! Verdomde sukkel om gewond te raken!’ Ze had erop kunnen staan met hem mee te gaan in de vliegmachine. Ze had in elk geval iets kunnen doen. Ze had de oude Claude kunnen helpen met het vasthouden van de Speer. Ze had Madame kunnen helpen bij haar mentale verdediging. Misschien had ze zelfs die vuurbal kunnen afweren waardoor Richard in één oog was geraakt en een soort noodlanding moest maken.