De Cock en de sluimerende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #42
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0664-4
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de sluimerende dood». Краткое содержание книги:
Het was vrij rustig op de Wallen. Bij de meeste hoerenpandjes bleven de gordijnen gesloten. Het voortsjokkende leger van behoeftigen was nog niet op gang gekomen.
Bij de Oude Kennissteeg staken de rechercheurs de brug over naar het Oudekerksplein.
Vledder blikte opzij. ‘Wat denk je van het verhaal van Smalle Lowietje?’
‘Over die Ricky van Borsele?’
Vledder knikte. ‘En het feit dat de oude mevrouw Van Borsele in zijn gezelschap was?’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Ricky van Borsele is vrijwel zeker haar zoon Rigobert. Ik heb daar geen twijfels over.’ Ik vermoed dat Rigobert zijn moeder na de overname van die tent een keer heeft meegenomen om haar te laten zien wat hij had aangekocht.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Dan was de verhouding tussen moeder en zoon Rigobert toch niet zo slecht als Martijn Schuitema ons wil doen geloven.’
De Cock maakte een schouderbeweging.
‘We weten nog zo weinig,’ sprak hij ontwijkend. ‘Ik vraag mij af waar Rigobert, alias Ricky van Borsele, dat half miljoen vandaan had om die sekstent te kopen.’
Vledder keek hem verrast aan.
‘Van zijn moeder?’
De Cock knikte traag.
‘Misschien wilde moeder Van Borsele wel eens zien welke investeringen haar zoon Rigobert had gedaan.’
Vledder duimde over zijn schouder.
‘Moeten we niet eens in die tent gaan kijken?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat kan nog wel even wachten. Je gaat er toch niet vanuit dat Rigobert zijn oude zieke moeder als hoer laat optreden.’
Vledder grijnsde.
‘Dat kan toch?’ riep hij opstandig. ‘Het zou mij niets verbazen. Volgens mij is men in die familie Van Borsele tot alles in staat.’
De Cock schoof zijn oude hoedje iets naar achteren.
‘Zoon Oedipus,[2]’ merkte hij kalm op, ‘doodde zijn vader en trouwde zijn eigen moeder.’
Vledder keek hem met open mond aan.
‘Wie is Oedipus?’
De Cock antwoordde niet. Hij schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn horloge.
‘Hoe laat vertrok die trein van het station Purmerend Overwhere?’
‘Je bedoelt die trein waarmee de oude mevrouw Van Borsele die bewuste avond naar Amsterdam-Centraal zou reizen?’
‘Precies.’
‘Kwart voor zeven.’
De Cock raadpleegde opnieuw zijn horloge.
‘We hebben nog een halfuur. Halen we dat?’
Vledder keek hem niet-begrijpend aan.
‘Wat wil je dan?’
De Cock versnelde zijn pas.
‘Rond de klok van kwart voor zeven… van het station Purmerend-Overwhere, praten met mensen op het perron die op de trein naar Amsterdam staan te wachten.’
‘Denk je dat dat iets oplevert?’
De Cock knikte nadrukkelijk.
‘Vaak treft men op een perron, wachtend op een bepaalde trein, dezelfde mensen aan.’
Vledder kneep zijn wenkbrauwen samen.
De Cock vervolgde: ‘Een eenzame oude dame met een rieten mandje, waarin haar kat… dat moet zijn opgevallen.’
6
Het was druk op de smalle weg langs het Noordhollandskanaal. Een eindeloze rij auto’s gleed door een donker mistig landschap in de richting van Purmerend.
Lichtschijnsels uit de koplampen van tegenliggers flitsten door het interieur van de Golf.
Vledder keek met een bezorgd gezicht op zijn horloge.
‘Ik hoop niet dat we straks in een file terechtkomen, want dan redden we het niet.’
De Cock drukte zich overeind.
‘Dat zou jammer zijn,’ verzuchtte hij. ‘Maar misschien herinnert de man of vrouw aan het loket zich nog of er aan de oude mevrouw Van Borsele een kaartje is verkocht. En als het vandaag niet lukt… proberen we het morgen opnieuw.’
Vledder keek hem van terzijde onderzoekend aan.
‘Je wilt per se met dit onderzoek doorgaan?’
De Cock knikte.
‘Jij niet?’
Over het gezicht van Vledder gleed een glimlach.
‘Je denkt toch niet dat ik jou alleen laat modderen.’
De Cock legde even vertrouwelijk zijn hand op de arm van zijn jonge collega.
‘Bedankt,’ reageerde hij simpel.
Vledder kauwde nadenkend op zijn onderlip.
‘En als iemand zich herinnert,’ sprak hij weifelend, ‘dat ze in Overwhere een spoorkaartje heeft gekocht… als iemand haar op het perron met haar kat in een mandje heeft gezien… wat… wat…?’ De jonge rechercheur maakte zijn vraag niet af.
De Cock vulde hem achteloos aan.
‘Als ze op het station Purmerend-Overwhere op de trein is gestapt, dan kunnen we in alle redelijkheid aannemen, dat de oude mevrouw Van Borsele met haar kater Amsterdam-Centraal heeft bereikt en zullen wij ons onderzoek daarop moeten richten.’
Vledder zwaaide voor zich uit.
‘Ze kan ook onderweg zijn uitgestapt… bijvoorbeeld in Zaandam of op het station Sloterdijk.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat is erg speculatief. Mevrouw Van Borsele was ondanks haar ziekte en hoge leeftijd nog goed ter been. Ze was ook geestelijk niet in de war. Bovendien bezocht ze haar oudste zoon elke week… maakte ze elke week dat treinreisje Purmerend-Amsterdam.’
‘Je hebt gelijk,’ stemde Vledder in. ‘Het ritje was voor haar bijna routine.’ De jonge rechercheur zweeg even. ‘Als we niemand kunnen vinden,’ vervolgde hij nadenkend, ‘die haar op het perron van station Overwhere heeft gezien, dan zouden wij ervan uit moeten gaan, dat zij het station nooit heeft bereikt en dat haar dus in Purmerend iets is overkomen.’
De Cock stak zijn handen naar voren.
‘Grof gesteld: is de oude mevrouw Van Borsele wél op het perron gezien, dan moeten wij haar zoon Rigobert met zijn sekstent in Amsterdam eens onder de loep nemen. Is ze níet op het perron gezien, dan gaan wij nog eens bij dochter Rolandina op bezoek.’
‘Jij gaat er absoluut van uit,’ formuleerde Vledder voorzichtig, ‘dat haar familie iets met het verdwijnen van mevrouw Van Borsele te maken heeft?’
De Cock knikte traag.
‘Wij mogen zeker ook andere mogelijkheden niet uitsluiten, maar voor zover wij nu weten, hebben alleen haar kinderen een motief.’
‘Je bedoelt: het tegengaan… het voorkomen van een huwelijk tussen haar en haar vriend Martijn Schuitema?’
‘En daarbij het verlies van een groot deel van de erfenis.’
Vledder grijnsde.
‘Voor dat doel had men toch ook die Martijn Schuitema kunnen laten verdwijnen?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat heeft niet hetzelfde effect. Als Martijn Schuitema verdwijnt, blijft voor de op de erfenis jagende kinderen altijd nog de mogelijkheid open, dat hun moeder voor haar dood nog eens op een ander verliefd wordt… en wil trouwen.’
‘Een oud ziek mens van drieënzeventig jaar,’ reageerde Vledder op spottende toon. ‘Het is geen jonge wulpse meid met kriebels.’ De jonge rechercheur veranderde van onderwerp. ‘Ik heb voor je geïnformeerd naar de zaak van Roderick van Borsele.’
‘En?’
‘Hij is mededirecteur en mede-eigenaar van het visfileerbedrijf Bathmen & Van Borsele.’
‘Waar is dat bedrijf gevestigd?’
‘In IJmuiden. Een financieel gezond bedrijf. Hij heeft zo rond de twintig fileerders in vaste dienst. Exporteert grote hoeveelheden vis naar Frankrijk en Italië… meest tong, maar ook schol en kabeljauw.’
De Cock grinnikte.
‘Ex Absurdo… de ene broer exploiteert seks, de andere exporteert vis. En wat doet de heer Scheepers, de man van Rolandina?’
2
Figuur uit de Griekse mythologie, aan wie Sigmund Freud het Oedipus-complex ontleende.