Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
Langzamerhand, naarmate hij handiger werd in het regelen van snelheid, bewegingsrichting, oriëntatie en bewapening van de jager, werd het spel ingewikkelder gemaakt. Soms kreeg hij twee vijandelijke schepen als tegenstander; soms waren er obstakels, in de ruimte rondzwevende steenbrokken; hij moest rekening gaan houden met zijn brandstofvoorraad en beperkingen van zijn bewapening; de computer begon hem opdrachten te geven om specifieke dingen te verwoesten of taken te volbrengen zodat hij om te winnen afleidende zaken moest omzeilen en een bepaald doel moest bereiken.
Toen hij het spel met één jager volledig beheerste mocht hij de overstap maken naar een eskader van vier jagers. Hij gaf bevelen aan vier gesimuleerde piloten van vier jagers en hij hoefde nu niet alleen maar de opdrachten van de computer uit te voeren maar mocht zelf een gevechtstactiek bepalen en beslissen welk van verschillende doelen de meeste waarde had zodat hij zijn eskader daarop af kon sturen. Hij kon op elk willekeurig moment voor korte tijd het commando van een van de jagers overnemen, en aanvankelijk deed hij dat ook vaak; maar als hij het deed, werden de andere drie jagers van zijn eskader al gauw vernietigd en naarmate het spel moeilijker werd moest hij een steeds groter deel van zijn tijd besteden aan het bevel over het hele eskader. Als hij dat deed won hij steeds vaker.
Toen hij ongeveer een jaar de Officiersopleiding volgde was hij zeer bedreven in het hanteren van alle vijftien niveaus van de simulator, van het besturen van een enkele jager tot en met het bevel voeren over een hele vloot. Hij had allang begrepen dat de rol die de strijdzaal op de Krijgsschool speelde, op de Officiersopleiding werd vervuld door de simulator. De lessen waren waardevol maar je leerde pas echt wat via het spel. Af en toe kwamen er mensen langs om hem te zien spelen. Ze zeiden nooit wat — er sprak trouwens zelden iemand tegen hem, behalve als ze hem iets bepaalds wilden bijbrengen. De toeschouwers bleven zwijgend kijken hoe hij een moeilijke simulatie aanpakte en vertrokken weer als hij de zaak bijna had geklaard. Wat doen jullie, had hij willen vragen. Komen jullie me beoordelen? Komen jullie vaststellen of jullie de vloot wel aan mij willen toevertrouwen? Als jullie maar goed onthouden dat ik er niet om heb gevraagd.
Hij merkte dat een heleboel van wat hij op de Krijgsschool had geleerd, bruikbaar was bij de simulator. Hij had zich aangewend om elke paar minuten de oriëntatie van het simulatorbeeld te veranderen door het te roteren om niet verstrikt te raken in een boven-onder oriëntatie en om telkens zijn positie te kunnen beschouwen vanuit het oogpunt van de vijand. Het was geweldig om uiteindelijk zoveel beheersing over de strijd te hebben, om in staat te zijn om alle kanten ervan te zien.
Maar het was tegelijk frustrerend om er zo weinig greep op te hebben, want de door de computer beheerde jagers konden niet beter zijn dan de computer toeliet. Ze namen geen initiatief. Ze hadden geen verstand. Hij begon naar zijn pltonleiders te verlangen met wie hij er tenminste op kon rekenen dat een aantal van de eskaders het goed zou doen zonder dat hij constant op ze moest letten.
Aan het eind van zijn eerste jaar won hij elk gevecht op de simulator en speelde hij het spel alsof de machine een natuurlijk verlengstuk was van zijn lijf. Toen hij op een dag met Graff zat te eten vroeg hij: ‘Is dat alles wat de simulator doet?’
‘Is wat alles?’
‘Nou, de manier waarop hij het spel nu regelt. Het is makkelijk en het is al een tijdje niet moeilijker geworden.’
‘Oh.’
Graff leek zich er niet druk om te maken. Maar ja, Graff leek zich wel nooit ergens druk om te maken. De volgende dag veranderde alles. Graff vertrok en in zijn plaats kreeg Ender een metgezel.
Toen Ender ‘s morgens wakker werd zat hij in de kamer. Hij was een oude man en hij zat met gekruiste benen op de grond. Ender keek hem vol verwachting aan en wachtte tot de man iets zou gaan zeggen. Hij zei helemaal niets. Ender stond op, ging onder de douche en kleedde zich aan. Als die man geen zin had om te praten moest hij dat zelf maar weten. Hij had allang geleerd dat als er iets ongewoons aan de hand was, iets dat deel uitmaakte van iemand anders zijn plannen en niet van de zijne, dat hij dan meestal meer te weten kwam door afwachten dan door vragen. Volwassenen verloren bijna altijd eerder hun geduld dan Ender.
Toen Ender klaar was en naar de deur liep om de kamer te verlaten, had de man nog steeds geen woord gezegd. De deur ging niet open. Ender draaide zich om en keek naar de man die op de vloer zat. Hij leek een jaar of zestig, verreweg de oudste man die Ender ooit op Eros had gezien. Hij had witte baardstoppels van een dag oud die zijn hoofd maar iets minder grijs kleurden dan zijn kort geknipte haar. Hij had een beetje een verflenst gezicht met rond zijn ogen allemaal rimpels en voren. Hij keek Ender aan met een uitdrukking waaruit alleen onverschilligheid sprak.
Ender ging weer voor de deur staan en probeerde of hij nu wel openging.
Hij gaf het op. ‘Goed’, zei hij. ‘Waarom is de deur op slot?’
De oude man bleef hem nietszeggend aankijken.
Dus dit is een spelletje, dacht Ender. Nou, als ze willen dat ik de lessen volg, zullen ze vanzelf de deur wel opendoen. Zo niet, dan maar niet. Mij kan het niet schelen.
Ender hield niet van spelletjes waarbij de regels van alles konden zijn en waarvan de bedoeling alleen aan hen bekend was. Hij was dus niet van plan om mee te spelen. Hij weigerde ook om kwaad te worden. Geleund op de deurknop voerde hij een ontspanningsoefening uit en weldra was hij weer helemaal kalm. De oude man bleef onverschillig naar hem zitten kijken.
Dat leek zo wel uren door te gaan. Ender die het verdomde om zijn mond open te doen en de oude man die daar maar zat als een stomme zwakzinnige. Nu en dan vroeg Ender zich af of hij soms een uit een of andere ziekenafdeling op Eros ontsnapte geestelijk gestoorde was die hier in Enders kamer een of andere krankzinnige fantasie uitleefde. Maar naarmate het langer voortduurde zonder dat er iemand aan de deur kwam, zonder dat er iemand naar hem kwam zoeken, raakte hij er steeds meer van overtuigd dat dit iets opzettelijks was, bedoeld om hem van zijn stuk te brengen. Ender gunde de oude man die overwinning niet. Om de tijd te doden begon hij oefeningen te doen. Sommige oefeningen waren onmogelijk zonder de toestellen uit de gymzaal maar andere kon hij heel goed zonder hulpmiddelen doen, met name de zelfverdedigingsoefeningen.
Hij gebruikte de hele kamer. Hij oefende stoten en schoppen. Een van zijn oefeningen bracht hem dicht in de buurt van de oude man zoals hij al eerder dicht bij hem was gekomen, maar dit keer schoot een oude klauw naar voren om midden in een schopbeweging Enders linkerbeen vast de grijpen. Ender verloor zijn evenwicht en belandde met een klap op de grond.
Ender sprong onmiddellijk woedend overeind. De oude man zat daar kalmpjes met zijn benen gekruist, in het geheel niet hijgend, alsof hij geen vinger had verroerd. Ender stond klaar in gevechtshouding maar doordat de ander zo stil bleef zitten kon hij niet aanvallen. Wat moest hij doen, de oude kerel een schop tegen zijn hoofd geven soms? En het dan aan Graff uitleggen — oh, die ouwe kerel gaf me een schop en dat moest ik hem betaald zetten.
Hij hervatte zijn oefeningen en de oude man bleef naar hem kijken.
Moe en kwaad over deze verloren dag die hij als een gevangene in zijn kamer moest doorbrengen, liep Ender terug naar zijn bed om zijn lessenaar te pakken. Toen hij zich voorover boog naar zijn lessenaar voelde hij een hardhandige hand tussen zijn dijen porren en een andere hand zijn haar vastgrijpen. Een tel later lag hij ondersteboven. Zijn gezicht en schouders werden tegen de vloer gedrukt door de knie van de oude man, zijn rug zat in een pijnlijke kronkel en de oude had zijn benen in een armklem. Met zijn armen kon Ender niks uitrichten en hij kon zijn rug niet buigen om ruimte genoeg te maken om zijn benen te kunnen gebruiken. In minder dan twee seconden had de oude man Ender “Wiggin volkomen verslagen.
‘Goed,’hijgde Ender. ‘Jij hebt gewonnen.’