Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
‘Het spijt me.’
‘Ze zullen hem vast koudzetten. Herrieschopper. Hij met zijn stinkende eer.’
Tot Dinks verbazing barstte Ender ineens in tranen uit. Nog kletsnat van water en zweet lag hij op zijn rug en snikte het uit en de tranen stroomden onder zijn gesloten oogleden uit en verdwenen in het water op zijn gezicht.
‘Mankeer je echt niks?’
‘Ik wilde hem helemaal niet bezeren!’jammerde Ender. ‘Waarom kon hij me niet gewoon met rust laten!’
Hij hoorde zijn deur zachtjes opengaan en toen weer dicht. Hij wist meteen dat het een briefje voor een wedstrijdgevecht was. Hij deed zijn ogen open in de verwachting het duister van de vroege ochtend nog voor 06.00 uur te zullen aantreffen, maar het licht was al aan. Hij lag spiernaakt op bed en toen hij zich bewoog bleek zijn hele bed kletsnat. Zijn ogen waren dik en pijnlijk van het huilen. Hij keek naar de klok op zijn lessenaar. Die stond op 18.20 uur. Het is nog dezelfde dag. Ik heb vandaag al een wed strijd gevecht gehad, ik heb vandaag twee gevechten gehad — de schoften weten wat ik heb meegemaakt en toch doen ze me dit aan.
WILLIAM BEE, GRIFFIOENLEGER; TALO MOMOE, TIJGERLEGER; 19.00
Hij ging op de rand van zijn bed zitten. Het briefje trilde in zijn hand. Ik kan dit niet, zei hij zwijgend. En toen hardop: ‘Ik kan dit niet.’
Hij kwam vermoeid overeind en zocht zijn flitspak. Toen herinnerde hij zich dat hij dat in de wasmachine had gedaan voor hij onder de douche ging. Dat was daar nog.
Met het papiertje in zijn hand liep hij zijn kamer uit. Het avondmaal was bijna afgelopen en er liepen een paar mensen in de gangen maar niemand zei iets tegen hem, ze keken alleen maar — misschien uit ontzag voor wat er in de middagpauze in het washok was voorgevallen, of misschien vanwege de grimmige, verschrikkelijke trek op zijn gezicht. De meeste van zijn jongens waren in de slaapzaal.
Hoi, Ender. Gaan we vanavond nog oefenen?
Ender gaf het papiertje aan Kouwe Soep. ‘Die vuile smeerlappen,’zei hij. ‘Twee tegelijk?’
‘Twee legers!’schreeuwde Gekke Tom.
‘Ze struikelen over elkaars benen,’zei Erwt.
‘Ik moet me nog wassen,’zei Ender. ‘Laat de jongens zich klaarmaken, en verzamel ze, dan voeg ik me daar voor de poort bij jullie.’
Hij liep de slaapzaal uit. Achter zijn rug brak een luid geroezemoes uit. Hij hoorde Gekke Tom krijsen: ‘Twee van die strontlegers! We maken ze in!’
Het washok was leeg. Helemaal opgeruimd. Niets meer te bekennen van het bloed uit Bonzo’s neus dat zich met het douchewater had vermengd. Allemaal verdwenen. Hier was nooit iets akeligs gebeurd.
Ender ging onder de waterstraal staan en waste zich; hij spoelde het zweet van de strijd van zijn lijf en liet het in het afvoerputje lopen. Allemaal verdwenen, maar het wordt wel gezuiverd voor hergebruik en morgenochtend drinken we dus Bonzo’s bloedwater. Alle leven is eruit geweken maar het is toch zijn bloed, zijn bloed en mijn zweet, weggespoeld met hun domheid of wreedheid of wat het dan ook was dat hen ertoe dreef om dit te laten gebeuren.
Hij droogde zich af, trok zijn flitspak aan en liep naar de strijdzaal. Zijn leger stond in de gang te wachten en de deur was nog dicht. Ze keken hem zwijgend aan toen hij naar voren liep en naast het effen grijze krachTVeld ging staan. Natuurlijk wisten ze alles van zijn gevecht in het washok; dat en hun eigen vermoeidheid van de strijd van die morgen maakte hen stil terwijl het feit dat ze dadelijk tegenover twee legers zouden staan hen bang maakte.
Alles om me maar te verslaan, bedacht Ender. Alles wat ze maar kunnen bedenken, al moeten ze alle regels veranderen, het kan hun niet schelen als ze me maar kunnen verslaan. Nou, ik ben doodziek van dit hele spel. Geen enkel spel is het waard dat Bonzo’s bloed de vloer van het washok roze kleurt. Zet me maar koud, stuur me maar naar huis, ik doe niet meer mee.
De deur verdween. Nog geen drie meter van hen af hingen vier sterren naast elkaar die het uitzicht door de deur volledig afdekten.
Twee legers was nog niet genoeg. Ze moesten Ender zijn manschappen ook nog blindelings in de strijd laten gooien.
‘Erwt,’zei Ender. ‘Neem je jongens mee en vertel me wat er aan de andere kant van deze ster te zien is.’
Erwt haalde de opgeschoten tuilijn van zijn bovenlijf, bond het ene uiteinde om zijn middel, gaf het andere eind aan een jongen van zijn groep en stapte zachtjes door de deur naar binnen. Zijn groep kwam snel achter hem aan. Ze hadden dit verscheidene keren geoefend en het duurde maar een tel voor ze zich met het uiteinde van de tuilijn in hun handen op de ster hadden schrap gezet. Erwt gaf een afzet en vloog met grote snelheid vrijwel evenwijdig aan de deur weg; toen hij de hoek van de zaal bereikte, gaf hij weer een stevige afzet en zoefde regelrecht op de vijand af. De lichTVlekken op de wanden wezen erop dat de vijand op hem schoot. Telkens als een punt van de ster de lijn tegenhield, werd de boogbaan die hij volgde krapper, veranderde hij van richting en werd hij steeds moeilijker te raken. Toen hij de ster aan de andere kant rondde, werd hij behendig opgevangen door zijn groep. Hij bewoog al zijn armen en benen om de manschappen die achter de deur stonden te wachten te laten weten dat de vijand hem nergens had geraakt.
Ender liet zich door de deur vallen.
‘Het is ontzettend schemerig,’zei Erwt, ‘maar net licht genoeg om de bewegingen van mensen in verlichte flitspakken makkelijk te kunnen volgen. Zichtomstandigheden zijn verder miserabel. Van deze ster tot de vijandelijke kant van de zaal is alles open ruimte. Zij hebben acht sterren in een vierkant rondom hun deur. Behalve een paar hoofden die om de hoeken tuurden zag ik helemaal niemand. Ze zitten ons daar gewoon op te wachten.’
Alsof ze Erwts woorden wilden staven begon de vijand hen uit te jouwen. ‘Hé! Wij hebben honger, brengen jullie ons eens wat te eten! Waar blijven jullie, stelletje drakerige teutzakken!’
Enders geest voelde dor aan. Dit was idioot. Hij had geen enkele kans tegen zo’n meerderheid van twee tegen één en zo’n gedwongen aanval tegen een verdekt opgestelde vijand. ‘In een echte oorlog zou elke commandant met enig verstand in zijn kop onmiddellijk terugtrekken om zijn leger te redden.’
‘Ach wat kan het ons verdommen,’zei Erwt. ‘Het is maar een spel.’
‘Toen ze de regels overboord zetten was het geen spel meer.’
‘Nou, dan zet jij ze toch ook overboord.’
Ender grijnsde. ‘Ach ja, waarom ook niet. Laten we eens zien hoe ze op een slagorde reageren.’
Erwt was ontzet. ‘Een slagorde! We hebben nog nooit een aanval in slagorde gedaan zolang dit leger bestaat!’
‘We hebben nog een hele maand voor normaal gesproken onze oefenperiode zou zijn afgelopen. Hoog tijd om eens wat slagordeformaties te oefenen. Moet je altijd kennen.’Hij vormde een A met zijn vingers, hield die zo dat hij achter de open deur zichtbaar was en wenkte. Het A-plton kwam snel te voorschijn en Ender begon hen achter de ster op te stellen. Drie meter was eigenlijk een te kleine ruimte om in te werken, de jongens waren bang en in de war en het duurde bijna vijf minuten voor ze eindelijk door hadden wat ze aan het doen waren.
Voor de manschappen van Tijger en Griffioen zat er niets anders op dan te jouwen en te fluiten, terwijl hun bevelhebbers erover kiftten of ze met hun overweldigende meerderheid een poging zouden wagen om de Draken aan te vallen terwijl ze zich nog achter de ster bevonden of niet. Momoe was vierkant voor een aanvalspoging —’We zijn met tweemaal zoveel’— terwijl Bee zei: ‘Als we blijven zitten kunnen we niet verliezen maar als we ons blootgeven kan hij een manier verzinnen om ons te verslaan.’
En dus bleven ze zitten waar ze zaten tot ze tenslotte in het schemerlicht een grote massa achter Enders ster vandaan zagen schuiven. De massa behield zijn vorm, zelfs toen hij ineens zijn zijdelingse beweging staakte en recht op het hart van het achtsterren-vierkant af-dook waar tweeëntachtig soldaten lagen te wachten.