Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
‘Je bedoelt dat de computer het gaandeweg verzint?’
‘Zo zou je het kunnen stellen.’
‘Nou ja, dat beurt me toch een beetje op. Ik dacht dat ik de enige was.’
Valentine vierde Enders achtste verjaardag in haar eentje in de beboste achtertuin van hun nieuwe huis in Greensboro. Ze maakte een stukje grond vrij van dennenaalden en bladeren en schreef daar zijn naam in de grond met een takje. Toen bouwde ze een klein tipivormig vuurtje van takjes en naalden en stak dat aan. Er kwam rook af die tussen de takken en de naalden van de pijnboom boven haar hoofd omhoog kronkelde. Helemaal naar de ruimte, zei ze zwijgend. Helemaal naar de Krijgsschool.
Ze hadden nooit brieven gekregen en voor zover ze wisten hadden hun eigen brieven hem ook nooit bereikt. Toen hij pas meegenomen was, zaten vader en moeder iedere paar dagen aan tafel lange brieven aan hem in te toetsen. Maar al gauw veranderde dat in één keer in de week en toen er maar geen antwoord kwam in één keer in de maand. Nu was het al twee jaar geleden dat hij was weggegaan en er werd niet eens bij zijn verjaardag stilgestaan. Hij is dood, dacht ze verbitterd, omdat wij hem vergeten zijn.
Maar Valentine was hem niet vergeten. Ze zei niets tegen haar ouders en ze liet vooral Peter niet merken dat ze vaak aan Ender dacht, dat ze hem vaak brieven schreef waarvan ze wist dat hij ze niet zou beantwoorden. En toen vader en moeder hun vertelden dat ze uit de stad naar, nota bene, North Carolina wilden verhuizen, wist Valentine dat ze Ender waarschijnlijk nooit meer terug zou zien. Ze trokken weg van de enige plaats waar hij hen wist te vinden. Hoe zou Ender hen hier kunnen vinden tussen deze bomen, onder deze zware, veranderlijke luchten? Hij had zijn hele leven in het hart van de gangenstad gewoond en als hij nog steeds op de Krijgsschool was, dan was er daar zelfs nog minder natuur. Wat zou hij hiervan denken?
Valentine wist waarom ze hierheen verhuisd waren. Het was voor Peter, in de hoop dat een leven tussen bomen en kleine wilde dieren, een leven in de natuur in de meest ongerepte vorm die vader en moeder konden bedenken, een verzachtende invloed zou hebben op hun vreemde, beangstigende zoon. En in zekere zin was dat ook gebeurd. Peter vond het hier meteen heerlijk. Hij maakte lange wandeltochten dwars door de bossen naar het open terrein — soms bleef hij wel een hele dag weg met behalve zijn lessenaar niet meer dan een of twee boterhammen in de rugzak op zijn rug en niet meer dan een klein zakmes in zijn zak.
Maar Valentine wist beter. Zij had een half gevilde eekhoorn gezien die met takjes door zijn handjes en voetjes aan de grond was vastgenageld. Ze zag precies voor zich hoe Peter hem had gevangen, hem aan de grond had genageld en vervolgens zorgvuldig zijn huid had opengesneden en losgetrokken zonder het buikvlies te doorboren, om de spieren te zien lillen en verkrampen. Hoe lang had het geduurd voor de eekhoorn dood was? En al die tijd had Peter er vlakbij gezeten, met zijn rug tegen de boom waarin de eekhoorn misschien wel zijn nest had, spelend met zijn lessenaar terwijl het leven uit de eekhoorn wegvloeide.
Aanvankelijk was ze geschokt en moest ze aan tafel bijna overgeven toen ze Peter zo smakelijk zag zitten eten en zo vrolijk zag zitten praten. Maar later dacht ze er wat meer over na en besefte ze dat het voor Peter misschien wel een soort magie was, zoiets als haar kleine vuurtjes; een offer dat op een of andere manier de duistere goden die op zijn ziel aasden tevreden stelde. Hij kon beter eekhoorns kwellen dan andere kinderen. Peter was altijd al een kweker van pijn geweest, die hij uitplantte, verzorgde en gretig verslond als hij rijp was; hij kon het maar beter via deze kleine, scherpe doses binnenkrijgen dan via stompzinnige wreedheid jegens de kinderen op school.
‘Een modelleerling,’zeiden zijn onderwijzers. ‘Ik wilde dat we er nog honderd zo op school hadden. Is altijd aan het leren, levert al zijn werk op tijd in. Hij is gek op studeren.’
Maar Valentine wist dat het bedrog was. Peter hield inderdaad van leren, maar hij had nog nooit iets van de onderwijzers opgestoken. Hij deed zijn kennis op via zijn lessenaar thuis, waar hij bibliotheken en gegevensbestanden aanboorde en veel studeerde en nadacht en vooral veel met Valentine praatte. Toch deed hij op school net of hij opgetogen was over de kinderachtige dagelijkse lessen. Tjee, ik wist niet dat kikkers er van binnen zo uitzagen, zei hij dan, terwijl hij thuis celbindingen in organismen bestudeerde door filotische DNA-vergelijking. Peter was een meesterlijk vleier en al zijn onderwijzers vielen ervoor.
Toch was het prettig. Peter vocht nooit meer. Speelde nooit meer de baas. Kon met iedereen opschieten. Het was een nieuwe Peter.
Iedereen geloofde het. Vader en moeder zeiden het, zo vaak dat Valentine wel in hun oren wilde krijsen: Het is de nieuwe Peter niet! Het is de oude Peter, alleen nog slimmer!
Hoe slim? Slimmer dan jij, vader. Slimmer dan jij, moeder. Slimmer dan iedereen die jullie kennen.
Maar niet slimmer dan ik.
‘Ik heb lopen nadenken,’zei Peter, ‘over of ik je nou moet doden of niet.’
Valentine stond tegen de stam van de pijnboom geleund, naast de smeulende as van haar kleine vuurtje. ‘Ik ben ook gek op jou, Peter.’
‘Het zou zo makkelijk zijn. Jij maakt altijd van die stomme kleine vuurtjes. Het is gewoon een kwestie van je bewusteloos slaan en je verbranden. Je bent zo’n pyromaan.’
‘Ik loop er al een tijdje over te denken om jou in je slaap te castreren.’
‘Helemaal niet waar. Jij denkt alleen maar zulke dingen als ik in je nabijheid ben. Ik haal het beste in je boven. Nee, Valentine, ik heb besloten om je niet te doden. Ik heb besloten dat je me gaat helpen.’
‘O ja?’Een paar jaar geleden zou Valentine doodsbang geweest zijn voor Peters dreigementen. Maar nu werd ze niet meer zo gauw bang. Niet dat ze eraan twijfelde dat hij niet in staat was om haar te vermoorden. Ze kon niet iets bedenken dat zo vreselijk was dat ze geloofde dat zelfs Peter het niet zou doen. Maar ze wist ook dat Peter niet krankzinnig was, niet in de zin dat hij zichzelf niet in de hand had. Hij had zichzelf beter in de hand dan wie van haar bekenden ook. Op haar zelf na misschien. Peter kon elk verlangen zo lang als nodig van zich afzetten; hij kon elke gemoedsbeweging verbergen. En Valentine wist dus dat hij haar nooit in een vlaag van woede zou vermoorden. Hij zou het alleen doen als de voordelen de risico’s overtroffen. En dat deden ze niet. In zekere zin gaf ze hierom zelfs de voorkeur aan Peter boven andere mensen. Hij handelde altijd uit verstandelijk beredeneerd eigenbelang. Het enige wat ze dus te doen had om te voorkomen dat ze gevaar liep, was ervoor zorgen dat zij levend Peters belang meer diende dan dood.
‘Valentine, de boel gaat spaak lopen. Ik heb de troepenbewegingen in Rusland in de gaten gehouden.’
‘Waar hebben we het over?’
‘Over de wereld, Val. Je kent Rusland toch? Groot rijk? Warschaupact? Heerschappij over Eurazië van Nederland tot en met Pakistan?’
‘Zij maken hun troepenbewegingen niet openbaar, Peter.’
‘Natuurlijk niet. Maar het vervoersschema van hun passagiers-en vrachttreinen is wel openbaar. Ik heb mijn lessenaar dat schema laten uitpluizen om erachter te komen wanneer de geheime troepen-treinen over dezelfde lijnen rijden. Dat heb ik ook van de afgelopen drie jaar gedaan. Het laatste half jaar hebben ze het troepentransport sterk opgevoerd, ze bereiden zich voor op een oorlog. Een oorlog op de grond.’
‘Maar de Bond dan? En de kruiperds?’Valentine wist niet waar Peter heen wilde maar hij hield vaak van dit soort gesprekken met haar, praktische besprekingen van wat er in de wereld gebeurde. Hij gebruikte haar om zijn gedachten op uit te proberen, om ze bij te schaven. En tegelijk schaafde ze ook haar eigen denken bij. Ze merkte dat ze het weliswaar zelden met Peter eens was over hoe de wereld zou moeten zijn, maar dat ze het zelden oneens waren over hoe de wereld was. Ze waren heel handig geworden in het uitzeven van juiste informatie uit de verhalen van de hopeloos onnozele, goedgelovige verslaggevers. De nieuwskudde, noemde Peter hen.