Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
‘De Polemarch is immers een Rus. En hij weet wat er met de vloot gebeurt. Of ze hebben ontdekt dat de kruiperds uiteindelijk toch niet gevaarlijk zijn, of er is een groot gevecht op komst. Hoe het ook zij, de oorlog met de kruiperds zal weldra afgelopen zijn. Ze bereiden zich voor op na de oorlog.’
‘Als ze hun troepen verplaatsen, moet dat op aanwijzing van de Strateeg zijn.’
‘Het is allemaal intern, binnen het Warschaupact zelf.’
Dit was verontrustend. De façade van vrede en samenwerking was al bijna sinds het begin van de oorlog met de kruiperds ongeschonden gebleven. Wat Peter had ontdekt was een fundamentele verstoring in de wereldorde. Ze had zich een voorstelling gevormd, even levendig als de herinnering aan zelf beleefde dingen, van hoe de wereld geweest was voor de kruiperds hen tot onderlinge vrede dwongen. ‘Dus het wordt weer net zoals vroeger.’
‘Met een paar wijzigingen. De afweerschermen zorgen ervoor dat niemand meer kernwapens hanteert. We moeten elkaar met duizenden tegelijk afslachten in plaats van met miljoenen.’Peter grijnsde. ‘Val, het zat er dik in dat het een keer zou gebeuren. Op dit moment bestaat er een reusachtige internationale vloot- en legermacht, waarover de Amerikanen de oppermacht hebben. Als de oorlog met de kruiperds achter de rug is, zal al die macht verdwijnen omdat hij helemaal gefundeerd is op angst voor de kruiperds. En plotseling kijken we om ons heen om te ontdekken dat alle oude bondgenootschappen verdwenen zijn, dood en verdwenen, behalve dat ene, het Warschaupact. En dan wordt het de dollar tegen vijf miljoen lasers. Wij hebben de planetoïdengordel, maar zij hebben de Aarde en je raakt daarginds akelig snel door je rozijnen en je selderie heen, zonder de Aarde.’
Wat Valentine eigenlijk nog het meest verontrustte was dat Peter er zich helemaal geen zorgen over scheen te maken. ‘Peter, waarom krijg ik het idee dat jij dit als een gouden kans voor Peter Wiggin beschouwt?’
‘Voor ons allebei, Val.’
‘Peter, jij bent twaalf jaar. Ik ben tien. Ze hebben een woord voor mensen van onze leeftijd. Ze noemen ons kinderen en ze zijn aardig voor ons.’
‘Maar wij denken toch anders dan andere kinderen, Val. Wij praten toch anders dan andere kinderen. En we schrijven vooral heel anders dan andere kinderen.’
‘Voor een gesprek dat begon met het dreigement om me te vermoorden, zijn we toch wat van ons onderwerp afgedwaald, lijkt me.’Maar Valentine merkte dat ze opgewonden raakte. Schrijven was iets dat Val beter kon dan Peter. Dat wisten ze allebei. Peter had het zelfs een keer uitgesproken toen hij zei dat hij altijd kon zien wat andere mensen het meest in zichzelf haatten, terwijl Val altijd kon zien wat andere mensen het meest aanstond in zichzelf, zodat ze hen enorm kon vleien. Hij bracht het op een cynische manier naar voren, maar het was wel waar. Valentine kon andere mensen heel goed overhalen tot haar standpunt — ze kon hen ervan overtuigen dat ze wilden wat zij wilde dat ze wilden. Maar Peter kon hen alleen maar angst laten voelen voor dat waarvoor hij hen angst wilde laten voelen. Toen hij Val daar voor het eerst op wees, had ze ontzettend de pest in. Zij wilde graag geloven dat ze goed mensen kon overtuigen omdat ze gelijk had en niet omdat ze zo handig was. Maar hoe ze zich ook voorhield dat ze nooit mensen zou willen uitbuiten zoals Peter dat deed, toch genoot ze van de wetenschap dat ze op haar eigen manier andere mensen kon sturen. En ze kon niet alleen sturen wat ze deden. Ze kon in zekere zin ook sturen wat ze wilden. Ze schaamde zich ervoor dat ze van die macht genoot en toch betrapte ze zichzelf er af en toe op dat ze er gebruik van maakte. Om onderwijzers te laten doen wat zij wilde, of andere leerlingen. Om moeder en vader haar inzicht te laten delen. Soms slaagde ze er zelfs in om Peter te overtuigen. Dat was nog het meest beangstigende van alles — dat ze Peter goed genoeg begreep, dat ze hem voldoende aanvoelde om als het ware in zijn huid te kruipen. Ze had meer van Peter dan ze wilde toegeven, hoewel ze er soms toch wel over nadacht. Terwijl Peter stond te praten dacht zij: Jij droomt van macht, Peter, maar ik ben op mijn eigen manier machtiger dan jij.
‘Ik heb de geschiedenis bestudeerd,’zei Peter. ‘Ik heb van alles geleerd over patronen in mensengedrag. Er zijn tijden waarin de wereld zich herordent en in dergelijke tijden kunnen de juiste woorden de hele wereld veranderen. Denk maar eens aan wat Perikles in Athene deed en Demosthenes —’
‘Ja, ze slaagden erin om Athene tweemaal ten onder te laten gaan.’
‘Perikles wel ja, maar Demosthenes had groot gelijk over Philippus —’
‘Misschien daagde hij hem juist wel uit —’
‘Zie je nou? Precies wat geschiedkundigen altijd doen, kibbelen over oorzaak en gevolg terwijl het erom gaat dat er tijden zijn waarin de wereld zich in een stroomversnelling bevindt en de juiste stem op de juiste plaats de wereld in beweging kan brengen. Thomas Paine en Ben Franklin bijvoorbeeld. Bismarck. Lenin.’
‘Niet bepaald gelijksoortige gevallen, Peter.’Nu sprak ze hem uit gewoonte tegen; ze zag waar hij heen wilde en ze dacht dat het misschien wel mogelijk zou zijn.
‘Ik verwachtte ook eigenlijk niet dat jij het zou begrijpen. Jij gelooft nog altijd dat onderwijzers dingen weten die de moeite van het leren waard zijn.’
Ik begrijp meer dan jij denkt, Peter. ‘Dus jij ziet jezelf als Bismarck?’
‘Ik zie mezelf als iemand die weet hoe hij ideeën moet doen posTVatten in de publieke opinie. Heb jij nooit een uitdrukking bedacht, Val, een pientere opmerking, en als je die dan had gezegd dan hoorde je een week of twee later een of andere volwassene die uitdrukking gebruiken tegen een andere volwassene, terwijl je hen allebei helemaal niet kende? Of je kwam hem tegen op de televisie of in een netwerk?’
‘Ik dacht altijd dat ik hem dus kennelijk al eerder gehoord moest hebben en me maar had verbeeld dat ik hem zelf had verzonnen.’
‘Dan had je het mis. Er zijn misschien maar twee- of drieduizend mensen op de wereld die net zo slim zijn als wij, zus. De meesten zijn ergens hun brood aan het verdienen. In het onderwijs, de arme donders, of in het wetenschappelijk onderzoek. Er zijn er maar heel weinig die daadwerkelijk een machtspositie bekleden.’
‘We hebben gewoon ontzettend geboft.’
‘Die Val, grappig als een konijn met één poot.’
‘Waarvan je er ongetwijfeld verscheidene in deze bossen kunt aantreffen.’
‘Mooi in een kringetje rondhoppend.’
Valentine moest om het afschuwelijke beeld lachen en haatte zichzelf onmiddellijk voor het feit dat ze zoiets leuk kon vinden.
‘Val, wij kunnen dingen zeggen die twee weken later op ieders lip liggen. Dat kunnen we. We hoeven niet te wachten tot we volwassen zijn en veilig opgeborgen in een of andere baan.’
‘Peter, je bent nog maar twaalf.’
‘Nee hoor, in de netwerken niet. In de netwerken kan ik mezelf noemen wat ik wil, en jij ook.’
‘Op de netwerken zijn we duidelijk herkenbaar als studenten en we kunnen niet eens aan echte discussies deelnemen, behalve in de audiomodus en dat betekent dat we in ieder geval niets mogen zeggen.’
‘Ik heb een plan.’
‘Jij hebt altijd plannen.’Ze wendde onverschilligheid voor maar ze luisterde gretig.
‘Wij kunnen als volwaardige volwassenen in de netwerken terechtkomen met een door onszelf gekozen naam, als vader ons toestaat om zijn grondwettelijk toegangsrecht van ingezetene te gebruiken.’
‘En waarom zou hij dat doen? We hebben al studententoegangsrecht. Wat ga je hem vertellen, ik heb grondwettelijk toegangsrecht nodig omdat ik de wereld wil veroveren?’