Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Полицейские детективы » De Cock en de wurger op zondag
De Cock en de wurger op zondag - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de wurger op zondag

Электронная книга - «De Cock en de wurger op zondag». Краткое содержание книги:

De Amsterdamse rechercheur wordt van vakantie teruggeroepen om het op een dood spoor geraakte onderzoek naar de moord op een prostituee te hervatten.
1 ... 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
Перейти на страницу:

Ze schonk hem een lief lachje. ‘Goed… eh… De Cock.’

De Cock grijnsde. ‘Mooi,’ zei hij. ‘Vledder zal je straks, wanneer het zover is, naar je werkkamertje brengen.’

Hij keek haar na hoe ze met pittige pasjes verdween. Daarna riep hij de anderen binnen: Bierens en De Graaf. Hij keek Bierens aan. ‘Sorry,’ zei hij, ‘voor dat intermezzo gisteren met die oude man. Ik hoop niet dat je het mij erg kwalijk hebt genomen.’

Bierens glimlachte. ‘Het is alweer over,’ zei hij.

‘Mooi,’ zei De Cock tevreden, ‘dan zijn hier jullie instructies. Om half twaalf beginnen we.’ Hij gaf hun ieder een dicht betypt vel. ‘Als er eventueel iets nog niet duidelijk is, dan hoor ik dat wel. O ja, nog één ding: er wordt niet geschoten.’

Bierens en De Graaf trokken zich terug.

‘En wat doe ik?’ vroeg Vledder.

‘Jij blijft bij mij en de commissaris. Ik heb een auto op de gracht staan. Vanuit die auto kunnen we het raam en de deur van het kamertje zien. Als de dader binnen is, komen we eruit en blokkeren zijn vluchtweg.’

Vledder keek hem verwonderd aan. ‘Ken je de dader dan?’ De Cock knikte.

‘Maar…’ stamelde Vledder, ‘Ans, dat kind. Ik bedoel, onze vrouwelijke collega, kent die hem ook?’

De Cock schudde zwijgend het hoofd.

Vledder greep hem verbouwereerd bij zijn jasje. ‘Maar hoe weet ze dan…? Ze moet toch voorbereid zijn? Ze moet toch weten…’ De Cock legde glimlachend een hand op zijn schouder. ‘Trouwe ridder,’ zei hij spottend. ‘Ans zal niets gebeuren. Ze weet precies wanneer ze met de moordenaar te doen heeft. Maak je maar geen zorgen.’

Vledder keek hem een ogenblik wantrouwend aan.

‘Als er wat met haar gebeurt,’ zei hij dreigend, ‘dan… dan…’

‘Nou…’ zei De Cock uitdagend.

‘Dan werk ik nooit meer met je samen.’

Om half twaalf namen ze hun posten in. Bierens en De Graaf in de kelder achter de deur. Ans, wat vreemd uitgedost, haast onherkenbaar door een lading schmink, onwennig en met een angstig gezicht, bij het raam onder het licht van een roze schemerlamp. Vledder en De Cock met de wat zwijgzame commissaris in de wagen op de gracht. Vanuit hun uitkijkpost zagen ze mannen langs de geveltjes schuifelen. Sommigen bleven staan en keken naar het nieuwe gezicht op de Walletjes.

Vledder was uiterst nerveus. Hij likte voortdurend met zijn tong langs zijn droge lippen. De commissaris slaakte zo nu en dan een diepe zucht. Het gezicht van De Cock was een stalen masker. Plotseling bleef een man voor het deurtje staan. Hij keek even om zich heen en glipte toen naar binnen.

Vledder wilde al uit de wagen stappen, maar De Cock hield hem tegen. ‘Pas als de gordijntjes dicht zijn,’ siste hij.

Vledder liet zich weer terugvallen. Met spiedende ogen keken ze toe hoe Ans uit haar stoel overeind kwam en de man te woord stond. Ze zagen haar lippen bewegen. De man gaf haar iets. Ans hield het even vast, gaf het terug en schudde haar hoofd. De man gebaarde. Ans bleef hardnekkig nee schudden. Even later zagen ze de man weer naar buiten komen. Ans liep terug naar haar stoel.

Vledder zuchtte hoorbaar; een zucht van verlichting. De minuten vergleden traag.

Hetzelfde spelletje herhaalde zich diverse malen. Steeds zagen ze een nee schuddende Ans en een mokkend vertrekkende man. De Cock keek op zijn horloge. Het was half één. Hij begon langzamerhand wat onrustig te worden. De scherpe ogen van de commissaris ontging dit niet. ‘Wat is er, De Cock,’ vroeg hij zacht. ‘Hij komt toch wel?’

De Cock knikte traag. ‘Het moet,’ zei hij. ‘Ik heb vanavond het telefoontje gehad. Het moet nu gauw gebeuren. Laten we nog maar even wachten.’

Er verscheen een man aan het deurtje. De Cock veerde op. Het was een grote, zwaargebouwde man. De afstand was te groot. Hij kon de gestalte niet precies onderscheiden. Het kon hem zijn. Maar Ans schudde weer haar hoofd en de gordijntjes bleven open.

De spanning werd groter en de lucht in de gesloten wagen wat benauwend. De raampjes sloegen aan. Ze veegden kleine stukjes schoon om het uitzicht te bewaren.

De Cock keek weer op zijn horloge. Het was bijna één uur. Een plotselinge, onberedeneerde angst maakte zich van hem meester. Hij begreep het niet. De moordenaar had er al moeten zijn. Er was iets verkeerd gegaan. Er moest iets zijn gebeurd, iets waarmee hij geen rekening had gehouden. Maar wat? In wanhoop pijnigde hij zijn hersenen af. Had hij verkeerd gedacht? Waren zijn conclusies niet juist? Waar had hij niet aan gedacht? Waar had hij een fout gemaakt?

In een plotselinge gedachteflits had hij de oplossing. Barbara. De adem stokte in zijn keel. Hij smeet het portier van de wagen open en rende de gracht af. Vledder stormde achter hem aan. ‘Wat bezielt je?’ schreeuwde hij. ‘Waar ga je heen?’

De Cock antwoordde niet. Hij kon niet. De angst had zijn keel dichtgesnoerd.

Hij liep de honderd meter van de auto naar het huis van Barbara zo snel als zijn hart en longen het maar verdragen konden. Met twee, drie treden tegelijk stormde hij het trappetje op.

Vledder volgde hem, nog steeds niet begrijpend wat er aan de hand was. Hij rende achter hem aan het woninkje binnen. Ineens bleef hij staan. Het bloed leek in zijn aderen te stollen. Verstijfd van schrik keek hij toe.

In het achterkamertje, op een bed, bijna geheel weggedrukt in het matras, lag een geheel naakte vrouw.

Boven op haar, met zijn knieën op haar buik, zat in gebukte houding een zwaargebouwde jongeman. De armen voor zich uitgestrekt. Het gezicht verwrongen in een vreemde grijns. Zijn sterke handen hielden de tengere hals van het vrouwtje omklemd. Haar lichaam kronkelde in zijn wurggreep en haar ogen puilden uit de kassen. Vledder leek nog verlamd. In een flits zag hij De Cock een zwaaiende beweging maken en hij hoorde een doffe klap, toen de vuist van De Cock de jongeman met volle kracht trof. Pas toen gehoorzaamden zijn spieren weer. Hij stoof toe en samen met De Cock sleurde hij de jongeman van het bed. De klap van De Cock had hem even versuft. Maar de verdoving duurde maar kort. Hij krabbelde overeind en trachtte te vluchten. Vledder sprong boven op hem.

Het gevecht dat volgde, vergde alles van zijn kracht en behendigheid. De jongeman vocht als een bezetene en stootte vreemde, rauwe klanken uit. Het was een angstaanjagend gehoor. Met de grootste moeite hield Vledder hem in bedwang en hij was oprecht dankbaar toen hij de commissaris in gezelschap van Bierens en De Graaf het kamertje zag binnenstormen. Ze deden Tobias in de boeien en leidden hem weg. Hij brulde als een gewond dier.

Nog hijgend van de geleverde inspanning keek Vledder naar De Cock. Hij zag hem zitten aan het bed van Barbara. Een treurige uitdrukking op zijn gezicht. Vledder liep nog wat waggelend naar hem toe. ‘Ik zal een dokter voor haar waarschuwen,’ zei hij.

De Cock knikte.

‘Goed, m’n jong.’

Vledder draaide zich om en verliet het woninkje. Buiten had de commissaris al een wagen gecharterd. Met de geboeide Tobias tussen hen in reden ze terug naar het bureau. Onderweg pikten ze Ans op.

De Cock had Barbara met een plaid toegedekt en streelde zachtjes over haar blonde haren. ‘Waarom,’ zei hij met een wat verstikte stem, ‘waarom ben je nou teruggekomen? Ik had je toch zo veilig achtergelaten bij je ouders.’

Hij keek naar het bleke gezichtje met de gesloten ogen en schudde het hoofd. Het deed hem pijn haar zo te zien liggen. Hij bukte zich en dekte haar nog wat beter toe. ‘Dom kind,’ fluisterde hij zachtjes in haar oor, ‘dom kind. Ik was bijna te laat gekomen.’

Langzaam deed ze haar ogen open en keek hem aan. De vertederde blik in haar ogen ontroerde hem.

Ze streek met haar hand langs zijn ruwe kop. ‘Het spijt me,’ fluisterde ze nauwelijks hoorbaar, ‘echt, De Cock, het spijt me.’ ‘Goed kind,’ zei hij zacht. ‘Als de dokter het goedvindt, zal ik ervoor zorgen dat je vannacht nog naar huis wordt gebracht. Ik hoop dat je nu voorgoed bent genezen.’

1 ... 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)