De Cock en de wurger op zondag
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #2
- Год: 1975
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-2452-5
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de wurger op zondag». Краткое содержание книги:
Hij stond op en liep naar de deur. Vledder bleef aarzelend zitten. De ogen van de commissaris schoten vuur. ‘De Cock,’ riep hij fel, ‘als het nodig is, dan maak ík een einde aan dit onderhoud en niet ú.’
De Cock boog het hoofd. ‘Zoals u wilt,’ zei hij gedwee en ging weer zitten. Hij keek naar het wat angstige gezicht van Vledder. Hij begreep best dat de jongen zich niet prettig voelde. Hij had hem in een onbehaaglijke situatie gebracht. Maar waarom deed de ouwe ook zo sarcastisch? Het had hem geprikkeld. Hij kwam hier toch geen sprookjes vertellen? Hij wilde drie rechercheurs en een vrouwelijke agent. Hij had ze nodig om de wurgmoordenaar te vatten. Hij wist waarachtig wel wat hij deed. Persoonlijk had hij er geen belang bij. De moordenaar was hem zelfs wel sympathiek en de tijd dat succes hem prikkelde, lag al ver achter hem. Maar de moordenaar moest gevat worden. De samenleving eiste dat. Goed, als de commissaris geen medewerking wilde verlenen, dan zou hij zelf de rol van prostituee wel spelen. Hij grijnsde voor zich uit. Hij vroeg zich af hoe hij er met zijn zware bovenlijf uit zou zien in een laag decolleté met opgeprikte buste. Een bespottelijke vertoning zou het zijn. Maar als het moest…
De commissaris was weer tegenover hem gaan zitten. De uitdrukking op zijn gezicht was veranderd. Welwillender. Hij zuchtte voor hij begon: ‘Je hebt dus gegronde redenen om aan te nemen dat de moordenaar opnieuw zal toeslaan?’
‘Ja.’
‘Je meent zelfs het volgende slachtoffer te kennen?’
‘Ja.’
‘Dat zou dan die Baps moeten zijn, die jij, als ik het goed heb begrepen, door een vrouwelijke agent wilt laten vervangen?’
‘Precies.’
‘En wanneer moet dat gebeuren?’
‘Aanstaande zaterdag.’
‘Weet je dan ook hoe laat de moordenaar komt?’
De Cock knikte. ‘Zo ongeveer een half uur na middernacht. Het kan ook iets later zijn.’
De commissaris boog zich iets voorover. ‘We moeten in ieder geval voldoende waarborgen hebben voor de veiligheid van de vrouwelijke agent. Heb je dat overwogen?’
‘Ja,’ antwoordde De Cock, ‘dat heb ik overwogen. Ik ken het kamertje waar Baps de prostitutie uitoefent. Ik ben daar dikwijls geweest. Achter in het kamertje is een deur die naar een ongebruikte kelderruimte voert. Mijn plan was om daar twee rechercheurs te plaatsen. In de deur maken we een paar kijkgaatjes, zodat ze precies kunnen zien wat er in het kamertje gebeurt.’
De commissaris knikte. ‘Is het de bedoeling,’ zei hij, ‘dat de vrouwelijke agent als prostituee voor de ramen gaat zitten?’
‘Inderdaad.’
De commissaris peinsde. ‘Maar,’ zei hij, ‘als er dan klanten komen… Je kunt van onze vrouwelijke collega toch niet verlangen, dat ze… eh, haar rol zó ver doorvoert?’
De Cock grijnsde. ‘Nee,’ zei hij, ‘ik zal haar goed instrueren.’
De commissaris zweeg.
‘Goed,’ zei hij na een poosje, ‘je krijgt je zin. Ik zal collega Van Dijke om een vrouwelijke agent vragen. Heb je nog bijzondere wensen? Ik bedoel, ten aanzien van het type, kleur van het haar?’
De Cock haalde zijn schouders op. ‘Het kan mij eigenlijk niet zoveel schelen. Vraagt u maar naar een blonde en… eh, een knappe.’
‘Ze zijn allemaal knap,’ antwoordde de commissaris wat verbolgen. ‘Ik heb zelf in de selectiecommissie gezeten.’ Hij keek De Cock doordringend aan. Zijn gezicht stond ernstig. ‘Het is,’ zei hij met nadruk, ‘dat jij het bent, De Cock, anders… anders had ik aan het plan nooit mijn toestemming gegeven.’
Vledder en De Cock stonden op.
‘En dan nog iets.’ Hij stak dreigend een vinger op. ‘Als… als er onverhoopt iets misgaat, De Cock, dan stel ik jou verantwoordelijk.’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Er gaat niets mis.’
De commissaris wuifde. ‘Morgen,’ zei hij plechtig, ‘morgen, zaterdag, vanaf ’s avonds tien uur, heb jij de beschikking over drie rechercheurs en een vrouwelijke agent, een…’ Er verscheen een glimlach om zijn lippen, ‘… een knappe blonde.’
‘Dank u,’ zei De Cock, ‘dank u voor het vertrouwen.’
De commissaris ging weer achter zijn bureau zitten. ‘Waarschuw me,’ zei hij, ‘als het zo ver is. Ik wil er zelf bij zijn.’
De Cock knikte, een lichte grijns op zijn gezicht.
‘Ik had,’ zei hij gelaten, ‘ook niet anders van u verwacht.’
De Cock stond wijdbeens voor het raam van de recherchekamer en staarde naar buiten. Uiterlijk leek hij onbewogen, maar inwendig trilde hij van ingehouden spanning. Hij had zijn kaarten op tafel gegooid. Er was geen weg terug. Morgen moest het gebeuren.
‘Je bent wel verdraaid zeker van je zaak,’ zei Vledder. De Cock draaide zich om, maar antwoordde niet.
Vledder keek hem onderzoekend aan. ‘Ben je wel zo zeker?’ vroeg hij weifelend.
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Nee, m’n jong,’ zuchtte hij, ‘zó zeker ben ik niet. Maar als ik de commissaris iets van mijn onzekerheid had laten blijken, dan had hij nooit zijn toestemming gegeven.’
Vledder knikte. ‘Ik begrijp het,’ zei hij ernstig. ‘Maar je zet die hele vertoning toch niet op touw zonder enige grond?’
‘Nee, Vledder, niet zonder enige grond. Dat zou ook te dwaas zijn. Ik weet wel wat ik doe. Maar zie je, ik heb niet alles in de hand. Er zijn onzekere factoren.’ Hij keek Vledder wat dromerig aan. ‘Heb je kinderen?’
Vledder grinnikte. ‘Ik ben nog niet eens getrouwd.’
De Cock wreef met een vermoeid gebaar langs zijn gezicht. ‘Sorry,’ zei hij wat afwezig. ‘Dat was ik vergeten.’
Vledder keek hem verwonderd aan. Zijn blik gleed langs het gezicht, dat hem zo langzamerhand vertrouwd en dierbaar was geworden. Hij zag de scherpe trekken bij de mond en de diepe schaduwen onder de ogen. ‘Je bent moe,’ zei hij.
De Cock knikte traag. ‘Ja,’ zei hij, ‘ik ben moe. Laten we naar huis gaan.’
Hij pakte zijn jas van de kapstok. ‘Morgenavond om tien uur, hier in deze kamer.’ Met zijn jas onder zijn arm en zijn hoed achter op zijn hoofd sjokte hij weg. ‘Tot morgen.’
Vledder keek hem na. ‘Tot morgen, De Cock.’
‘Zo, jij bent dus het meisje dat vanavond haar leven gaat wagen?’ De Cock monsterde de gestalte van de jonge vrouw die voor zijn bureau stond. Ze was stevig gebouwd, atletisch. Toch niet het type van een kenau, integendeel, ze was zelfs bijzonder aantrekkelijk. Ze had een leuk rond toetje en kittig kortgeknipt blond haar. In haar eenvoudige japonnetje zag ze er lief uit. Vledder bekeek haar met welgevallen. Het was aan zijn gezicht te zien dat hij niet ongevoelig was voor de charme die ze ongetwijfeld had.
‘Weet je wat je te wachten staat?’
‘Zo ongeveer, meneer.’
De Cock gebaarde. ‘Ik ben geen meneer,’ zei hij. ‘Ik ben De Cock. De Cock met…’
‘Ceeooceekaa,’ vulde Vledder gnuivend aan.
‘Zo is het,’ zei De Cock niet in het minst van zijn stuk gebracht, ‘met ceeooceekaa. En als de zo behulpzame heer Vledder nu even van de kamer wil verdwijnen, dan zal ik je je instructies geven.’
Vledder verdween met een spijtig gezicht. ‘Luister eens, juffrouw… eh…’
‘Ans.’
‘Ans. Ik kan je niet genoeg op het hart drukken vooral voorzichtig te zijn.’ Hij frommelde in zijn binnenzak en pakte een enveloppe. ‘Hier,’ ging hij vriendelijk verder, ‘in deze enveloppe zitten je instructies. Volg ze nauwgezet op. Wees niet bang, raak niet in paniek. Er kan niets gebeuren.’ Hij stond op. ‘Neem je enveloppe mee. In het kamertje hiernaast vind je andere kleren. Het zijn de kleren van Baps, het meisje dat je moet vervangen. Baps is er zelf ook. Ze zal je uitleggen hoe je je als prostituee moet gedragen.’ Hij glimlachte. ‘Een enkele les zal wel niet voldoende zijn, maar je hoeft ook niet alle bijzonderheden te weten. Lees je instructies goed door. Als je daarna nog iets te vragen hebt, dan hoor ik het wel.’