Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 148 149 150 151 152 153 154 155 156 ... 203
Перейти на страницу:

Sommigen zeiden dat hij gek was en in normale tijden zou zijn zwaardkunst hem niet in de garde hebben gehouden, maar dit waren geen normale tijden. Overal schoten valse Draken als onkruid omhoog. Na de val van de een riepen de volgende twee of drie zichzelf tot Draak uit, tot iedere natie door oorlogen werd verscheurd. Rhands aanzien steeg ook, want hij had het geheim geleerd van zijn waanzin, een geheim waarvan hij wist dat hij het geheim moest houden, wat hij ook deed. Hij kon geleiden. Er waren altijd plekken en momenten in een veldslag dat hij kon geleiden, niet zoveel om in de verwarring te worden opgemerkt, maar wel genoeg om het geluk aan zijn kant te krijgen. Soms werkte het geleiden en soms niet, maar vaak genoeg wel. Hij wist dat hij gek was en gaf er niets om. Hij werd geplaagd door een verterende ziekte en ook daar gaf hij niets om. Het kon anderen evenmin veel schelen, want het bericht deed de ronde dat de legers van Artur Haviksvleugel waren weergekeerd om het land op te eisen.

Rhand voerde een duizendtal mannen aan toen de koninginnegarde de Mistbergen overstak. Hij dacht geen enkele keer aan Tweewater. Dacht er geen enkele keer aan erheen te rijden, want hij dacht eigenlijk nooit meer aan Tweewater. Hij voerde de garde aan toen het uitgedunde leger zich in wanorde terugtrok over de bergen. Door heel Andor leverden ze achterhoedegevechten tussen de horden vluchtelingen, tot ze ten slotte weer in Caemlin belandden. Een groot deel van de bevolking was al gevlucht en velen gaven het leger de raad zich nog verder terug te trekken, maar Elayne was nu koningin en bezwoer dat ze Caemlin nooit zou verlaten. Ze wilde niet naar zijn mismaakte, door ziekte getekende gezicht kijken, maar hij kon haar niet in de steek laten. Dus bereidden de laatste gardisten zich voor op de verdediging van hun koningin, terwijl haar volk op de vlucht sloeg.

Tijdens de slag om Caemlin stroomde de Kracht door hem heen. Hij wierp bliksems en vuur naar de invallers en spleet de aarde onder hun legers open, maar wederom kreeg hij het gevoel dat hij voor iets anders was geboren. Ondanks zijn inspanningen kon hij de invallers niet tegenhouden. Er waren te veel vijanden en ook zij hadden geleiders. Op het eind wierp een bliksemflits Rhand van de paleismuur. Gebroken, bloedend, brandend, en terwijl zijn laatste adem door de keel raspte, hoorde hij een stem fluisteren: Wederom heb ik gewonnen, Lews Therin. Flikker.

Rhand vocht om de leegte vast te houden terwijl ze trilde onder de mokerslagen van de flakkerende wereld. Hij wilde dat ene teken vasthouden terwijl duizenden tekens langs het oppervlak van de leegte scheerden. Vechtend probeerde hij een teken, welk teken dan ook, vast te houden. ‘... iets fout!’ krijste Verin. De Kracht was alles.

Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker.

Hij was krijgsman. Hij was schaapherder. Hij was bedelaar en koning. Hij was boer, speelman, zeeman en timmerman. Hij werd geboren als Aiel, leefde en stierf. Hij stierf in waanzin, hij stierf rottend, hij stierf aan ziekte, ongeluk en ouderdom. Hij werd ter dood veroordeeld en grote massa’s juichten bij zijn dood. Hij verkondigde dat hij de Herrezen Draak was en liet zijn banier hoog tussen de wolken wapperen. Hij vluchtte voor de Kracht en verborg zich. Hij leefde en stierf onwetend. Hij onderdrukte jarenlang de waanzin en de ziekte. Hij bezweek tussen twee winters. Soms kwam Moiraine en voerde hem uit Emondsveld weg, alleen of met zijn vrienden die Winternacht hadden overleefd. Soms kwam ze niet. Soms kwamen andere Aes Sedai hem halen. Soms de Rode Ajah. Egwene trouwde met hem. Egwene, met een strak gezicht en met de stola van de Amyrlin Zetel, die de Aes Sedai leidde en hem stilde. Egwene stak met betraande ogen een dolk in zijn hart en hij dankte haar toen hij stierf. Hij beminde andere vrouwen, trouwde andere vrouwen. Elayne en Min en een blonde boerendochter die hij onderweg naar Caemlin had ontmoet en vrouwen die hij voor deze levens nog nooit had ontmoet. Honderden levens. Meer. Zoveel dat hij ze niet kon tellen. En aan het eind van ieder leven, als hij lag te sterven, als hij zijn laatste adem uitblies, fluisterde een stem in zijn oor: Wederom heb ik gewonnen, Lews Therin.

Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker. Flikker.

De leegte loste op, de band met saidin vervloog en Rhand viel met een doffe klap neer die hem de adem zou hebben benomen als hij al niet bijna ademloos was geweest. Hij voelde ruwe rotsen tegen zijn wang en handen. Het was koud.

Hij was zich bewust van Verin, die zich omrolde en op handen en knieën overeind kwam. Hij hoorde iemand overgeven en hief het hoofd op. Uno zat geknield op de grond en wreef met de rug van zijn hand zijn mond af. Iedereen zat of lag en de paarden stonden met stijve benen en wild rollende ogen te beven. Ingtar had zijn zwaard getrokken en hield het gevest zo stevig omklemd dat de kling trilde, terwijl hij in het niets stond te staren. Loial zat met grote ogen en open mond wijdbeens op de grond. Mart had zich opgerold tot een bol en de armen om zijn hoofd geslagen. Perijn had zijn vingers in zijn gezicht gedrukt, aisof hij wilde wegkrabben wat hij had gezien, of misschien zijn ogen wilde uitrukken. Met de krijgslieden was het niet veel beter gesteld. Masema zat openlijk te huilen; de tranen stroomden langs zijn wangen. Hurin keek wild om zich heen, alsof hij een plek zocht waar hij naartoe kon vluchten. ‘Wat...?’ Rhand zweeg om te slikken. Hij lag op een ruwe verweerde rots die half uit de grond stak. ‘Wat is er gebeurd?’

‘Een vloedgolf van de Ene Kracht.’ De Aes Sedai ging moeizaam staan en trok met een huivering haar mantel om zich heen. ‘Net alsof we gedwongen werden... geduwd... Het leek uit het niets te komen. Je moet het leren beheersen. Dat moet je! Zoveel Kracht kan je tot as verbranden!’

‘Verin, ik... Ik leefde... Ik was...’ Hij besefte opeens dat de steen onder hem rond was. De Portaalsteen. Haastig en bevend duwde hij zich omhoog. ‘Verin, ik leefde en stierf. Ik weet nier hoe vaak. Iedere keer was het anders, maar het was mijn leven. Ik was het.’

‘De banden tussen de werelden die kunnen zijn, werden gesmeed door degenen die de Getallen van Chaos kenden.’ Verin rilde en leek in zichzelf te praten, ik heb er nog nooit van gehoord, maar er is geen enkele reden waarom we niet in die werelden geboren zouden zijn. Maar de levens die we zouden leven, zouden andere levens zijn. Natuurlijk. Andere levens bij andere gebeurtenissen.’ is dat gebeurd? Ik... wij... hebben we gezien hoe ons leven had kunnen zijn?’ Wederom heb ik gewonnen, Lews Therin. Nee! Ik ben Rhand Altor!

Verin rilde en keek hem aan. ‘Verbaast het je, dat je leven anders zou verlopen als je een andere keus maakt of als er andere dingen met je gebeuren? Hoewel ik nooit had gedacht dat ik... Nou ja. Het belangrijkste is dat we hier zijn. Al is het niet op de manier die we hadden gehoopt.’

‘Waar is hier?’ wilde hij weten. De bossen van stedding Tsofu waren verdwenen en vervangen door een heuvellandschap. Niet ver naar het westen zag hij een woud en enkele heuvels. De zon had hoog aan de hemel gestaan in de stedding, maar hier was het laat in de middag en was de hemel grijs. De paar bomen in de buurt waren kaal of droegen nog enkele felgekleurde bladeren. Een kille wind waaide uit het oosten en liet de bladeren op de grond opwarrelen. ‘De Kop van Toman,’ zei Verin. ‘Dit is de Steen die ik heb bekeken. Je had niet moeten proberen ons rechtstreeks hierheen te brengen. Ik weet niet wat er misging – ik vermoed dat ik het nooit zal weten – maar aan de bomen te zien zou ik zeggen dat het vrij laat in het najaar is. Rhand, we hebben er totaal geen tijd mee gewonnen. We hebben tijd verloren. Ik zou zeggen dat we zeker vier maanden bezig zijn geweest om hier te komen.’

‘Maar ik heb niet...’

‘Je moet toelaten dat ik je hierbij leid. Ik kan het je weliswaar niet leren, maar misschien kan ik net voorkomen dat je jezelf – en ons allemaal – doodt door boven je macht te grijpen. En zelfs al dood je jezelf niet, wie zal de Duistere bestrijden als de Herrezen Draak als een sputterende kaars opbrandt?’ Ze bleef niet luisteren naar zijn nieuwe protesten, maar liep in plaats daarvan naar Ingtar toe. De Shienaraan schrok op toen ze zijn arm aanraakte en keek haar verwilderd aan. ‘Ik wandel in het Licht,’ zei hij schor, ik zal de Hoorn van Valere vinden en de macht van Shayol Ghul verpletteren. Dat zal ik.’

1 ... 148 149 150 151 152 153 154 155 156 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)