De Cock en de dood van een kunstenaar
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #64
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-2208-8
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de dood van een kunstenaar». Краткое содержание книги:
‘Ongelofelijk.’
‘We moeten morgenochtend maar eens met het bevolkingsregister bellen. Mogelijk dat er familieleden bestaan die iets over hem kunnen zeggen. En neem ook eens contact op met de rechercheur van het derde district, die in het begin van dit jaar de schietpartij heeft behandeld waarvan Matthijs van Slooten werd verdacht.’
Vledder keek schuin op zijn oude leermeester neer.
‘Je bent vandaag wel scheutig met je opdrachten.’
De Cock drukte zich iets omhoog, grijnsde breed, maar gaf verder geen commentaar. Vledder parkeerde de Golf op de steiger achter het bureau. Via de Oudebrugsteeg bereikten ze de Warmoesstraat, zoals ze dat al honderden, zo niet duizenden keren gedaan hadden. Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten wenkte Jan Rozenbrand De Cock met een kromme vinger. De oude rechercheur stapte loom op hem toe.
‘Toch geen nieuwe zaken?’ vroeg hij wat vermoeid. De wachtcommandant glimlachte.
‘Er zit boven een jonge vrouw op je te wachten.’
‘Op mij?’
Jan Rozenbrand knikte.
‘Ze vroeg naar rechercheur De Cock. En zover ik weet hebben we daar maar één van.’
De oude rechercheur keek op zijn horloge.
‘Het is halftwaalf.’ In zijn stem trilde ergernis. ‘Mag ik ook eens een keer naar huis.’
Jan Rozenbrand maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Ik had via het hoofdbureau gehoord dat je om de meute had gevraagd. Ik weet wat dat betekent en verwachtte jou niet zo gauw terug. Dat vertelde ik haar, maar ze stond erop te blijven wachten.’
‘Wanneer was dat?’
‘Een goed uur geleden.’
‘Dus ze zit al een uur op mij te wachten?’
‘Minstens.’
De Cock draaide zich om en besteeg moeizaam de trappen naar de tweede etage.
Vledder volgde met lichte tred.
Op de bank bij de deur van de grote recherchekamer zat een jonge vrouw. Toen ze De Cock in het oog kreeg stond ze op en liep langzaam naar hem toe.
De Cock schatte haar op achter in de twintig. Ze had een lief, vriendelijk gezicht, een matbleke huid en grote donkerbruine ogen. Haar blonde haren lagen nat en geplakt op haar hoofd. Een te ruime beige regenmantel verborg al haar vormen. Met een wat melancholieke blik keek ze naar de grijze speurder op.
‘U bent rechercheur De Cock?’
De grijze speurder knikte.
‘De Cock met… eh, met ceeooceekaa.’
Er gleed een glimlach om haar lippen.
‘Ze zeiden dat u zo zou reageren.’
‘Wie zeiden dat?’
Ze wuifde wat vaag in de ruimte.
‘Mijn vader en mijn moeder. Op hun aanraden ben ik naar de Warmoesstraat gegaan om u te consulteren. Vader wilde aanvankelijk met mij meekomen, maar dat heb ik geweigerd. Ik heb mijzelf in de problemen gebracht, ik moet er ook zelf weer uitkomen.’
De Cock glimlachte.
‘Door mij te consulteren?’
Ze knikte nadrukkelijk.
‘Ik wil uw raad.’
De Cock ging haar voor naar de recherchekamer en liet haar op de stoel naast zijn bureau plaatsnemen. Ze knoopte haar regenjas los en sloeg die iets terug. De oude rechercheur bezag haar fraaie buste, die door een zwart, nauwsluitend bloesje priemde.
‘Wie bent u?’
Ze verschoof iets op haar stoel.
‘Barbara… Barbara van Tollebeek.’
‘Waar woont u?’
‘Bij mijn ouders op de Brouwersgracht in een tot appartementen omgebouwd pakhuis.’
‘Dat oude pakhuis ken ik,’ zei De Cock. ‘De Brouwersgracht is voor mij bekend terrein.’
Hij boog zich iets naar haar toe en schonk haar zijn beminnelijkste glimlach.
‘Ik ben klaar voor het consult.’
Barbara van Tollebeek weifelde even.
‘Zal ik bij het begin beginnen?’
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.
‘Dat lijkt mij zinvol.’
Ze wreef zich even in de handen.
‘Ik… eh, ik heb,’ begon ze voorzichtig, ‘begin van dit jaar in een discotheek een jongen leren kennen. Ik vond hem wel aardig. We hebben samen wat gedanst en na enige tijd vroeg hij of hij mij naar huis mocht begeleiden. Ik had daar geen bezwaar tegen. Integendeel. Ik voelde mij gevleid.’
Ze nam een kleine pauze.
‘We hadden net de disco verlaten,’ ging ze verder, ‘toen er buiten op straat ergens een schot klonk. Er was bijna onmiddellijk politie ter plaatse. Blijkbaar verwachtte men al enige tijd narigheid in en om die discotheek. De jongeman van wie ik u vertelde, werd gefouilleerd. Toen ze bij hem een wapen vonden, werd hij gearresteerd.’
‘Op grond waarvan?’
Barbara van Tollebeek stak haar handen met gespreide vingers open naar voren.
‘Ze verdachten hem ervan dat hij de man was die had geschoten.’
Ze schudde heftig haar hoofd.
‘Dat was niet waar. Hij had het wapen dat hij bij zich had in mijn bijzijn niet gebruikt.’
De Cock keek Barbara onderzoekend aan.
‘Daarvan hebt u bij de recherche van het derde district een getuigenis afgelegd?’
Barbara van Tollebeek knikte nadrukkelijk.
‘Hij is ook na een dag weer vrijgelaten.’
De Cock knikte begrijpend.
‘En sindsdien hebt u contact met hem onderhouden?’
‘Ja.’
‘Tot wanneer?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Hebt u nog contact met hem?’
Barbara liet haar hoofd zakken. Haar natte blonde haren gleden als een gordijn voor haar gezicht.
Toen ze na enige tijd weer opkeek, had ze tranen in haar ogen.
‘Tot… eh, tot… eh,’ ze stotterde, ‘tot vanmiddag.’
De Cock liet van zijn vermoedens niets merken.
‘Hij… eh, hij verbrak de omgang?’
Het was een overbodige vraag.
Barbara schudde haar hoofd.
‘Iemand zorgde ervoor dat ik nooit meer contact met hem zou kunnen hebben.’
De Cock veinsde onbegrip.
‘Wie zorgde voor wat?’
Barbara bracht haar handen voor haar gezicht.
Haar lichaam schokte.
De Cock wachtte geduldig tot ze wat rustiger werd en haar handen van haar gezicht wegnam.
‘Wie zorgde ervoor dat u nooit meer contact met hem zou kunnen hebben?’
Barbara van Tollebeek schudde haar hoofd.
‘Ik… eh, ik weet niet wie hem heeft vermoord.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘Vermoord?’
Barbara knikte traag.
‘Matthijs… zo heet hij… Matthijs van Slooten. Hij heeft een kleine woning op de derde etage in de Haarlemmer Houttuinen. We hadden afgesproken dat ik vanmiddag na mijn werk bij hem zou komen.’
‘Hoe laat?’
‘Halfzes. Ik werk tot vijf uur. Matthijs had mij een sleutel gegeven van de buitendeur. Ik ging de trap op naar zijn etage. Daar vond ik tot mijn verbazing de deur van zijn woning openstaan.’
‘Dat vond u vreemd?’
Barbara knikte.
‘Ik kreeg onmiddellijk het gevoel dat er iets was gebeurd. In eerste instantie dacht ik aan inbraak. Voorzichtig, op alles voorbereid, ging ik naar binnen.’
Ze ademde diep.
‘Toen vond ik hem. Hij lag bij de haard, die hij zelf had gemetseld. Ik zag meteen dat hij dood was… zijn hemd vol bloed en zijn ogen… zijn grote blauwe ogen starend in het niets.’
‘Wat hebt u gedaan?’
Barbara slikte.
‘In paniek ben ik weggerend, de trap af en hollend naar huis. De afstand tussen de Brouwersgracht en de Haarlemmer Houttuinen is niet zo groot.’
‘Thuis hebt u alles aan uw ouders verteld?’
‘Ja. Ik was al eens eerder bij Matthijs op bezoek geweest. Dat wisten mijn ouders. Mijn vader was nu bang dat bij het onderzoek van de recherche in de woning van Matthijs mijn vingerafdrukken zouden worden gevonden… zodat ik mogelijk van de moord op Matthijs kon worden verdacht.’
De Cock trok een ernstig gezicht.
‘Een verstandig man, uw vader.’