De Cock en een recept voor moord
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #67
- Год: 2007
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-2239-2
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en een recept voor moord». Краткое содержание книги:
‘Het aantreffen van haar dode directeur?’ De Cock dacht aan het avontuur van Vledder, maar hij keek hem niet aan. ‘Precies.’
‘U maakt niet de indruk dat de dood van uw directeur u diep heeft getroffen.’
Van Maathuizen grinnikte.
‘Uw waarnemingsvermogen is uitstekend. U hebt gelijk. Ik ervaar de dood van de heer Verbruggen niet als een verlies, maar als een opluchting.’
De Cock schoof zin onderlip naar voren.
‘U bent zijn moordenaar of moordenares dankbaar?’ Van Maathuizen verschoof iets op zijn stoel.
‘Het is niet zo dat ik van mening ben dat hij of zij een gratificatie verdient of een oorkonde. Ik sta ook niet te juichen, maar Charles Verbruggen was geen aangenaam mens.’ Van Maathuizen grijnsde breed. ‘En dat is nog een uiterst vriendelijke persoonsbeschrijving.’
De Cock gleed met zijn pink over de rug van zijn neus.
‘Kan ik van uw compagnon, de heer De Klerk, een soortgelijke persoonsbeschrijving verwachten?’
Van Maathuizen glimlachte quasi-fijntjes.
‘Dat kunt hem beter zelf vragen.’
De Cock boog zich iets naar voren.
‘Als ik goed ben geïnformeerd… en dat ben ik gewoonlijk… dan waren er in een recent verleden dikwijls strubbelingen in de top van het modehuis Verbruggen. Mijn informant omschreef die als een soort paleisrevolutie.’
Van Maathuizen zuchtte en spreidde zijn handen.
‘Directeur Verbruggen liet weinig ruimte voor wat uw informant een paleisrevolutie noemt. Hij regeerde met ijzeren hand. De Klerk en ik hadden weinig inbreng. De hoofdlijnen, en meer dan dat, behield Verbruggen zelf.’
De Cock maakte een grimas.
‘En dat lieten De Klerk en u gehoorzaam en gedwee gebeuren, zonder enige revolte of rebellie?’
Van Maathuizen keek Vledder en de oude rechercheur om beurten peinzend aan.
‘Waar… eh, waar zinspeelt u op?’ vroeg hij onzeker. De Cock strekte zijn wijsvinger naar de man uit.
‘Dat u,’ sprak hij scherp, ‘wel degelijk een motief had om de heer Verbruggen naar het leven te staan. Die man heeft u jaren achtereen vernederd, gegriefd, gekwetst en geknecht. De bij u sluimerende gevoelens van haat moesten een keer tot een uitbarsting komen.’
Van Maathuizen stak in een krampachtige houding van afweer zijn armen omhoog en begon te roepen.
‘Ik heb hem niet vermoord… ik heb hem niet vermoord… ik heb hem niet vermoord. Ik heb…’
Hij herhaalde het als een echo.
Op weg naar de uitgang van het kantoorgebouw liepen de rechercheurs weer langs de receptie. Vledder bleef staan en boog zich met één schouder omlaag naar Anita de Reus.
‘Ik heb Mathilde de Graaf gemist,’ zei hij flemend.
Ze keek de jonge rechercheur koel aan.
‘Die heeft zich vanmorgen ziek gemeld.’
‘O,’ zei Vledder luchtig. ‘Had ze werkelijk een verhouding met de vermoorde directeur Verbruggen?’
Anita trok rimpels in haar neus.
‘Mathilde de Graaf had een verhouding met alle mannen van dit modehuis.’
Vledder toonde verwondering.
‘Ook met de heer Van Maathuizen?’
Anita knikte nadrukkelijk.
‘Ook met Van Maathuizen.’
Vledder ging rechtop staan met zijn schouders naar achteren getrokken. Haantjesgedrag, dacht De Cock, die toekeek hoe Vledder de jonge vrouw benaderde.
‘Afgunst,’ zei Vledder achteloos, ‘achterklap.’
Anita schudde haar hoofd.
‘Geen achterklap. Mathilde droeg een paar weken geleden een wollen truitje, oranje, met een knoopsluiting.’
Anita liet haar wijsvinger langzaam van haar hals naar beneden glijden, stopte even tussen haar borsten en liet haar vinger daarna rusten op haar buik.
‘Allemaal knoopjes… een hele rij. Die waren nog keurig dicht toen zij naar Van Maathuizen ging. Toen ze na enige tijd weer uit zijn kamer kwam, zat in het onderste knoopsgat geen knoop. Toen ik haar er op attendeerde dat haar truitje verkeerd was geknoopt, werd ze kwaad en zei snibbig: zorg dat er op de kamer van Van Maathuizen een spiegel komt.’ Ze draaide koket met haar schouders.
Vledder lachte en De Cock liep met een glimlach in de richting van de uitgang.
‘Die spiegel is er gekomen?’ vroeg Vledder.
Anita knikte.
‘Ik heb er toen ook maar eentje op de kamer van De Klerk laten ophangen.’
6
Toen de rechercheurs het kantoorgebouw van modehuis Verbruggen op de Nieuwezijds Voorburgwal hadden verlaten, keek De Cock zijn jonge collega van terzijde bewonderend aan, de glimlach was nog niet van zijn gezicht geweken.
‘Dat was heel knap van jou.’
Vledder reageerde blij verrast.
‘Wat bedoel je?’
De Cock duimde over zijn schouder.
‘De manier waarop je die Anita de Reus uitlokte om een paar krasse uitspraken te doen.’
Vledder lachte.
‘Het was een impuls, De Cock. Jij kent dat toch ook, zo’n plotselinge ingeving. Toen jij gisteravond aan Mathilde de Graaf vroeg of men het op haar kantoor niet een tikkeltje vreemd vond dat zij regelmatig ’s avonds bij de directeur werd ontboden, reageerde ze uitermate fel. Zo fel dat ik de overtuiging kreeg dat er op kantoor wel degelijk over die bezoekjes werd gebabbeld.’
De Cock grinnikte.
‘Toch vond ik de uitlatingen van dat meisje Anita uitermate verrassend.’
Vledder stopte en hield De Cock tegen. Een grote groep lawaaierige vrouwen passeerde in de nauwe Nieuwezijds Kolk. Dagjesmensen uit het noorden, te horen aan de tongval. Het was niet het mooiste weer voor een dagje Amsterdam, maar dat had kennelijk geen invloed op hun humeur.
Vledder keek de vrouwen na, toen liep hij door en gaf De Cock een zetje tegen de elleboog en vertelde verder.
‘Ja, het klonk naar mijn gevoel ook geloofwaardig. De waarnemingen van Anita over het verkeerd geknoopte truitje van Mathilde de Graaf… na haar verblijf in de werkkamer van Van Maathuizen… waren opmerkelijk.’
De Cock lachte.
‘Vrouwen letten op die dingen. Het zou mij als man vermoedelijk zijn ontgaan.’
Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.
‘Het is toch bijna niet aan te nemen dat de frêle Mathilde de Graaf stilzwijgend een verhouding had met drie mannen van dat modehuis? Dat zouden die mannen toch van elkaar moeten weten? Je hoorde die receptioniste en je weet hoe ze roddelen op zo’n kantoor.’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Ik vind het ook vreemd. Toch lijkt het mij zinvol om voorlopig maar wel van dat gegeven uit te gaan.’
Vledder snoof.
‘En zo’n vrouw waagt het om mij van verkrachting te beschuldigen.’
‘Dick, we weten nog niet of zij aangifte heeft gedaan bij de zedenpolitie. Misschien heb ik haar gedrag jegens jou wel verkeerd ingeschat. Er kan van alles achter steken.’
‘Hoe bedoel je?’
Om de lippen van de oude rechercheur dartelde een vrolijke glimlach.
‘Nou, heb je jezelf wel eens in de spiegel bekeken? Adelheid heeft ook smaak! Misschien vond Mathilde jou een aantrekkelijke vent… een man met voor haar zo’n seksuele uitstraling, dat ze heeft geprobeerd ook jou aan haar zegekar te binden.’ Vledder vond het wel komisch, De Cock die zo over hem sprak.
‘Op zo’n onstuimige manier,’ sprak hij grinnikend, ‘wil ik niet door een vrouw worden veroverd. Ha, het leek wel of ik zittend achter het stuur door haar werd besprongen.’
De Cock moest lachen.
‘Misschien is het bij anderen een succesvolle tactiek. We moeten nog maar eens met Van Maathuizen praten… vragen hoe zijn romance met Mathilde de Graaf tot stand is gekomen.’ Vledder gromde.
‘Haar tactiek, zoals jij dat noemt, werkt in elk geval niet bij mij. Het maakte op mij geen enkele indruk, integendeel zelfs. Bovendien… ik heb Adelheid en daar kan geen andere vrouw tegenop.’