Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
‘Nog maar zeven dagen geleden had je je eerste wedstrijdgevecht, Ender,’zei Graff.
Ender gaf geen antwoord.
‘En in die zeven dagen heb je zeven wedstrijdgevechten gewonnen; elke dag één.’
Ender knikte.
‘Je scores zijn ook ongewoon goed.’
Ender knipperde met zijn oogleden.
‘Waaraan schrijf je je opmerkelijke succes toe, commandant?’
‘U heeft me een leger gegeven dat alles doet wat ik maar kan bedenken om het te laten doen.’
‘En wat heb je het te doen gegeven?’
‘We oriënteren ons met de vijandelijke poort als beneden en gebruiken onze onderbenen als schild. We mijden massaformaties en blijven beweeglijk. Het helpt dat ik vijf pltons van acht man heb in plaats van vier pltons van tien man. Bovendien hebben onze vijanden de tijd nog niet gehad om doelmatig op onze nieuwe technieken te reageren en we kunnen dus blijven winnen door steeds dezelfde kunstjes uit te halen. Dat zal niet lang stand kunnen houden.’
‘Je verwacht dus niet dat je zult blijven winnen.’
‘Niet met dezelfde trucjes, nee.’
Graff knikte. ‘Ga zitten, Ender.’
Ender en Anderson gingen allebei zitten. Graff keek Anderson aan en Anderson nam het woord. ‘In wat voor conditie is je leger nu het zo vaak strijd heeft moeten leveren?’
‘Het bestaat inmiddels geheel uit veteranen.’
‘Maar hoe gaat het met ze? Zijn ze moe?’
‘Als ze dat zijn, dan geven ze het in ieder geval niet toe.’
‘Zijn ze nog steeds scherp?’
‘Jullie beheren de computerspellen die met de menselijke geest rommelen. Dat kunnen jullie mij beter vertellen.’
‘Wij weten wat wij weten. We willen weten wat jij weet.’
‘Mijn soldaten zijn heel erg goed, majoor Anderson. Ik ben ervan overtuigd dat ze hun grenzen hebben, maar die hebben we nog niet bereikt. Een aantal van de nieuwelingen heeft wat problemen omdat ze bepaalde basistechnieken nooit echt goed onder de knie gekregen hebben, maar ze werken er hard aan om dat te verhelpen. Wat wilt u van me horen, dat ze rust nodig hebben? Natuurlijk hebben ze rust nodig. Ze hebben een paar weken vakantie nodig. Van leren komt geen moer terecht, we halen geen van allen goede resultaten in onze klassen. Maar dat weten jullie en kennelijk kan het jullie niet schelen, dus waarom zou het mij dan wat kunnen schelen?’
Graff en Anderson keken elkaar aan. ‘Ender, waarom bestudeer je de videobanden van de oorlog met de kruiperds?’
‘Om tactiek van op te steken natuurlijk.’
‘Die videobanden zijn voor propagandadoeleinden vervaardigd. Al onze tactiek is eruit gesneden.’
‘Dat weet ik.’
Graff en Anderson keken elkaar nogmaals aan. Graff trommelde met zijn vingers op de tafel. ‘Je speelt nooit meer het improvisatiespel,’zei hij.
Ender gaf geen antwoord.
‘Vertel me eens waarom je dat nooit meer speelt.’
‘Omdat ik heb gewonnen.’
‘Je wint nooit alles in dat spel. Er is altijd meer.’
‘Ik heb alles gewonnen.’
‘Ender, wij willen je helpen om hier zo prettig mogelijk te leven, maar als je —’
‘Jullie willen van mij de best mogelijke soldaat maken. Ga naar beneden en kijk op de ranglijst. Kijk op de ranglijst aller tijden. Tot dusver zijn jullie met mij uitstekend geslaagd. Gefeliciteerd. Wanneer laten jullie me nu eens tegen een goed leger vechten?’
Graffs strakke mond vertrok tot een grijns en hij schudde zwijgend van het lachen.
Anderson overhandigde Ender een strookje papier. ‘Nu meteen,’zei hij.
BONZO MADRID, SALAMANDERLEGER, 12.00
‘Dat is over tien minuten,’zei Ender. ‘Mijn leger staat net onder de de douche na de oefenperiode.’
Graff grijnsde. ‘Dan zou ik maar eens een beetje opschieten, jongen.’
Vijf minuten later stond hij in de slaapzaal van zijn leger. De meesten waren bezig zich aan te kleden na het douchen; er waren er al een paar naar de speelzaal of naar de videozaal om daar te wachten tot het etenstijd was. Hij stuurde drie jonge jongens weg om iedereen op te halen en liet alle anderen zo snel mogelijk hun gevechtstenue aantrekken.
‘Dit wordt een linke wedstrijd en we hebben veel te kort tijd,’zei Ender. ‘Ze hebben Bonzo ongeveer twintig minuten geleden gewaarschuwd en tegen de tijd dat wij bij de deur zijn, zijn zij al minstens vijf minuten in de zaal.’
De jongens waren verontwaardigd en klaagden luidkeels in het taaltje dat ze gewoonlijk niet in de nabijheid van hun bevelhebber bezigden. Wat flikken ze ons nou weer? Ze lijken wel totaal geschift, man.
‘Het waarom is niet belangrijk, daar breken we ons vanavond het hoofd wel over. Zijn jullie moe?’
Fly Molo gaf antwoord. ‘We hebben ons de pleuris geoefend vandaag. Om maar te zwijgen over het pak slaag dat we de Fretten vanmorgen gegeven hebben.’
‘Op één dag twee gevechten leveren heeft nog nooit iemand gedaan!’zei Gekke Tom.
Ender antwoordde op dezelfde manier: ‘De Draken verslaan heeft ook nog nooit iemand gedaan. Wordt dit jullie grote kans om eindelijk eens te verliezen?’Enders schampere vraag was zijn antwoord op hun geklaag. Eerst winnen en daarna kon je vragen stellen.
Inmiddels waren ze allemaal in de slaapzaal terug en de meesten hadden hun flitspak aan. ‘Voorwaarts mars!’riep Ender en ze holden achter hem aan; sommigen nog niet eens klaar met aankleden toen ze de gang voor de strijdzaal bereikten. Veel jongens liepen te hijgen. Dat was een slecht teken; eigenlijk waren ze te moe voor dit gevecht. De deur stond al open. Er was geen enkele ster te bekennen. Niets dan lege ruimte in een verblindend hel verlichte zaal. Nergens kon je dekking zoeken, niet eens in het donker.
‘Goeie genade,’zei Gekke Tom, ‘zij zijn ook nog niet binnen.’
Ender hield zijn hand voor zijn eigen mond om aan te geven dat ze stil moesten zijn. Met de deur open kon de vijand natuurlijk ieder woord dat ze zeiden horen. Ender wees allerlei plekken rondom de deur aan om hun duidelijk te maken dat de Salamanders ongetwijfeld rondom de deuropening tegen de wand stonden opgesteld, waar ze niet zichtbaar waren maar heel makkelijk iedereen die door de deur kwam konden bevriezen.
Ender wenkte hen allemaal achteruit bij de deur vandaan. Toen trok hij een paar van de langste jongens naar voren, waaronder Gekke Tom, die hij liet knielen, op twee knieën en met gestrekte rug zodat ze met hun lijf een hoofdletter L vormden. In die houding bevroor hij hen. Zijn leger keek zwijgend toe. Nu haalde hij de kleinste naar voren, Erwt. Hij gaf hem Toms wapen en liet Erwt geknield plaats nemen op Toms bevroren kuiten. Toen trok hij Erwts armen, met in elke hand een wapen, door Toms oksels naar voren.
Nu begrepen de jongens het. Tom was een schild, een gepantserd ruimtevaartuig en Erwt verschool zich erin. Hij was zeker niet onkwetsbaar, maar hij zou in ieder geval tijd hebben om zich te verweren.
Ender wees nog twee jongens aan om Tom en Erwt door de poort naar binnen te gooien, maar gebaarde dat ze nog even moesten wachten. Hij liep zijn hele leger langs en verdeelde het snel in groepjes van vier — een schild, een schutter en twee werpers. En toen iedereen bevroren, bewapend of klaar om te gooien was, gaf hij de werpers een teken om hun last op te pakken, die door de poort te smijten en er dan zelf achteraan te springen.