Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
- Автор: Мэй Джулиан
- Год: 1986
- Язык: голландский
- Год: Het Spectrum
- ISBN: 90-274-0547-6
- Переводчик: Wim Gijsen
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:
Ze weefde beperkingen en weerstanden, dempte de psychische kolkingen en kalmeerde die razende poel van woede. Ze haalde de slordig opgebouwde wijzigingsstructuren weg die Sukey had ontworpen en die te naïef en te onbedachtzaam waren om bruikbare kanalen te kunnen zijn voor een werkelijke catharsis. Ze benaderde zijn gewonde ego met liefdevolle aandacht, terwijl ze ondertussen de hoekigheid van zijn verwondingen wegnam en de beschadigde en verscheurde delen terugboog zodat het genezingsproces kon beginnen. Zelfs de veel oudere psychische abcessen zwollen onder die behandeling op en delen ervan braken door zodat het gif door haar heen kon wegstromen. Vernedering en gevoelens van verwerping namen af. Het vader-monster schrompelde ineen en werd pathetisch menselijk en de moederminnares verloor iets van haar fantastische projectie. Stein, wakker geworden, keek in Elizabeths genezende spiegel en schreeuwde het uit. Daarna volgde rust. Elizabeth kwam weer te voorschijn.
De groep ruiters was tot stilstand gekomen, iedereen dicht bij elkaar rondom Elizabeth en haar rijdier. Ze huiverde in de zwoele avondlucht. Creyn nam zijn eigen rood met witte mantel af en sloeg die om haar schouders.
‘Dat was geweldig, Elizabeth. Niemand van ons—zelfs Heer Dionket niet die toch de grootste is—had dit beter kunnen doen. Ze zijn beiden veilig.’
‘Het is nog steeds niet af,’ dwong ze zichzelf te zeggen. ‘Zijn weerstand is heel krachtig en zijn wil sterk. Ik had hier alle kracht voor nodig waarover ik nu beschik.’ Creyn raakte zijn eigen gouden halsring aan. ‘Ik kan door middel van zijn grijze band het neurale gebied van ontspanning nog verder verdiepen. Vannacht, wanneer we Roniah bereiken, kunnen we meer voor hem doen. In een paar dagen zal hij hersteld zijn.’
Stein, die niet eenmaal gedurende de hele metapsychische verwarring had bewogen, liet nu een diepe zucht horen. De twee soldaten stegen af en veranderden het zadel zo dat er een hogere rugsteun door ontstond.
‘Hij loopt nu niet het gevaar eraf te vallen,’ zei Creyn. ‘Later kunnen we het hem gemakkelijker maken. Nu kunnen we maar beter doorrijden.’
Bryan vroeg: ‘Zou iemand me misschien kunnen vertellen wat er allemaal aan de hand is?’ Zonder halsring was hij de enige die veel had gemist van wat er voorviel.
Een stevige man met touwkleurig haar en een vaag Oosters uiterlijk, wees met een vinger naar Aiken Drum. ‘Vraag het die maar. Hij begon ermee.’
Aiken grijnsde en draaide aan zijn zilveren halsring. Een paar spierwitte motten kwamen ineens uit de duisternis te voorschijn en begonnen een idiote halo te beschrijven rondom Sukey’s hoofd. ‘Alleen maar een klein beetje goeddoenerij dat slecht afliep.’
‘Laat dat,’ beval Creyn. De motten vlogen weg. De reusachtige Tanu sprak nu tegen Aiken op een toon van nauwelijks verhulde bedreiging. ‘Sukey deed het, maar het is duidelijk dat jij ertoe hebt aangezet. Je hebt jezelf geamuseerd door je vriend en deze onervaren vrouw aan groot gevaar bloot te stellen.’ Aikens narrenkop toonde geen spoor van berouw. ‘Ah. Maar ze leek sterk genoeg. En niemand dwong haar om met hem te rotzooien.’
Nu sprak Sukey zelf. Haar stem klonk koppig en overtuigd van zichzelf. ‘Ik probeerde alleen maar te helpen. Hij was er heel erg aan toe. Niemand van jullie kon dat blijkbaar schelen.’ ‘Dit was noch de plaats noch het moment om aan een moeilijke herstelling te beginnen,’ zei Creyn scherp. ‘Stein zou later behandeld zijn.’
‘Laat me dit goed begrijpen,’ zei Bryan, ‘probeerde zij z’n bewustzijn te veranderen?’
‘Ze probeerde hem te genezen,’ antwoordde Elizabeth. ‘En ik veronderstel dat Aiken haar aanzette om haar nieuwe metavermogens uit te proberen, precies zoals hij dat met de zijne aan het doen is. Maar ze kon het niet hanteren.’ ‘Houd ermee op over me te praten alsof ik een kind ben!’ riep Sukey uit. ‘Ik nam teveel hooi op mijn vork, oké. Maar ik bedoelde het goed!’
De touwkleurige man liet een ruwe lach horen. Zijn eigen zilveren band lag bijna geheel verborgen onder een hoog hemd van flanel. Hij droeg een zware keperbroek en houthakkerslaarzen met brede, uitstekende zolen. ‘Je bedoelde het goed! Dat wordt nog eens het grafschrift van de mensheid! Zelfs die vervloekte Madame Guderian bedoelde het goed toen ze mensen toestond naar deze hellewereld te reizen.’
‘De hel wordt het alleen maar als jij het daar naar maakt, Raimo,’ zei Creyn. ‘Nu moeten we verder rijden. Elizabeth, wil jij proberen Sukey iets duidelijk te maken over haar nieuwe vermogens als je je daartoe in staat voelt? Licht haar in elk geval in over de beperkingen die ze nu moet aanvaarden.’ ‘Dat kan ik inderdaad maar beter nu doen.’ Aiken reed dicht naast de mopperende Sukey en klopte haar met broederlijke gebaren op de rug. ‘Zo, liefje. De vroegere meesteresse in bewustzijnsverandering geeft jullie een vliegensvlugge cursus en dan kunnen jullie aan mij beginnen. Ik beloof dat ik jullie niet levend zal opvreten. We kunnen nog heel wat lol hebben terwijl jullie de kreukels uit mijn duivelse zieltje strijken.’
Elizabeths geest reikte naar buiten en gaf Aiken een draai die hem luidkeels deed kreunen. ‘We hebben even genoeg van jou, jongetje. Ga maar oefenen op motten of egels of wat dan ook.’ ‘Motten zul je krijgen,’ beloofde Aiken duister. Hij dwong zijn rijdier naar voren over het brede pad en de stoet zette zich weer in beweging.
Elizabeth opende zich voor Sukey, haar angsten en onbehaaglijkheid verzachtend.
Ik wil je graag helpen. Kleine zuster in de geest. Wees niet bang.
Ja?
(Eigenwijs, koppig venijn breekt langzaam af.) Oh, waarom niet. Ik heb er een verschrikkelijke bende van gemaakt. Allemaal voorbij. Ontspan je. Laat me je leren kennen . .. Sue-Gwen Davies, leeftijd zevenentwintig, geboren en opgegroeid op een van de laatste satellietkolonies rondom de Oude Wereld. Voormalig reclasseringstherapeute vol van een stoer soort medelijden en moederlijke zorg voor haar stukgelopen jonge cliënten. De jongeren van de satelliet waren een opstand begonnen, rebellerend tegen de kunstmatige levensstijl die hen door technocratische idealisten was opgelegd, terwijl het Bestel te laat had beslist dat de kolonie diende te worden opgeheven. Sukey Davies was er blij om geweest, ook al werd haar eigen baan daardoor overbodig. Ze voelde geen trouw voor deze satelliet en geen toewijding aan een experiment dat zinloos was geworden op het ogenblik dat de Grote Interventie plaatsvond. Al haar dagen waren gevuld geweest met de zorg voor kinderen die zich koppig verzetten tegen de opvoeding die noodzakelijk was om het leven in deze rondcirkelende bijenkorf draaglijk te maken.
Toen de kolonie werd opgeheven, kwam Sukey naar de Aarde, de wereld die ze zoveel lange en pijnlijke jaren beneden zich had gezien. Daar was vrede, daar bestond het paradijs. Ze was er zeker van. De Aarde was het Eden. Maar het werkelijke beloofde land kon zich onmogelijk bevinden op die gemanicuurde oppervlakte vol drukke continenten. Het bevond zich binnen de planeet.