Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
- Автор: Мэй Джулиан
- Год: 1986
- Язык: голландский
- Год: Het Spectrum
- ISBN: 90-274-0547-6
- Переводчик: Wim Gijsen
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:
Creyns kleding was nu nauwelijks wit meer. Hij stond onbewogen tegen de muur, de vingers tegen de gouden ring om zijn hals. Een van de soldaten slaagde erin de gehoornde helm van Steins hoofd te krijgen terwijl een ander een knuppel in zijn nek liet neerkomen met een kracht die de wervels zou hebben gebroken van een minder heroïsche ruggegraat. Drie lange seconden stond de viking daar als een grotesk standbeeld, de bijl geheven, het hoofd van Creyn binnen bereik. Toen lieten zijn vingers los. Het wapen viel achter zijn rug op de grond. Zijn knieën bogen langzaam door en het hoofd viel op de borst terwijl het net alsnog over hem heen werd geworpen.
Een van de soldaten trok een kort, bronzen zwaard en schoot naar voren, de ogen schitterend van moordlust. Een andere soldaat wrong het wapen uit zijn hand.
‘Niemand mag deze man kwaad doen,’ zei de Tanu-opperheer. Hij stapte over de brokstukken hout en knielde neer op de bevlekte stenen bij het lichaam van de bewusteloze Stein. De Tanu strekte zijn hand uit naar het zwaard waarmee hij de mazen van het net rondom Steins hoofd wegsneed. Vervolgens haalde hij een grijze metalen halsband uit een grote buidel die aan zijn riem hing en bevestigde die rondom de nek van de voormalige boorexpert.
‘Hij is niet gevaarlijk meer. Jullie kunnen het net verwijderen. Breng hem naar een andere kamer en maak hem schoon zodat ik zijn wonden kan behandelen. Hij zal in de hoofdstad meer dan welkom zijn.’
Terwijl hij overeind kwam, wenkte Creyn een paar soldaten om hem te vergezellen. Hun schoenen maakten bloedige voetafdrukken terwijl ze in de richting gingen van Aikens schuilplaats.
‘Kom te voorschijn,’ zei Creyn.
‘Ja, nou, toe dan maar.’ Aiken grijnsde terwijl hij overeind kwam. Hij nam zijn hoed af in een quasi eerbiedige groet en boog vanuit zijn middel. Voor hij zich realiseerde wat er gebeurde, had Creyn zich over hem heen gebogen en bevestigde iets rondom zijn nek.
Oh, Christus, dacht Aiken. Niet ik ook!
Jij bent een heel ander katje, Aiken Drum, en goed genoeg voor wat ingewikkelder genoegens dan je gespierde vriend. Aiken kromde zijn nek om in de winterse ogen ver boven hem te kunnen kijken. Het haar van de Tanu, dat zo glanzend en glad was geweest, was nu samengeklonterd door het bloed van de mannen die gestorven waren terwijl ze hem verdedigden. Aan het geluid van hun kreten te horen, waren ze onwillig gestorven en pas bevrijd van het symbool van hun slavernij op het moment dat Steins bijl hun hoofden van de lichamen scheidde. ‘Ik neem aan dat je met ons kunt doen wat je wilt, zodra die hondehalsbanden om onze nek zitten,’ zei Aiken bitter, terwijl hij het ding aanraakte dat om zijn nek was gelegd. Het voelde warm aan. Een fractie van een seconde voelde hij een speer van genoegen in zijn lendenen, een verrukking die langs de zenuwbanen van zijn lichaam rende en een tintelend gevoel van opwinding achterliet in vingers en tenen. Wat was dat?
Vind je het lekker? Het is een voorproefje van wat wij je geven kunnen. Maar ons grootste geschenk zal de vervulling zijn van je eigen vermogens, waardoor je bevrijd zult worden nog terwijl je ons dient.
Op de manier waarop die arme stakkers dat deden? Koploze rompen, opgestapelde ledematen, alles doordrenkt van bloed? Geamuseerdheid. Je eigen band is zilverkleurig, niet grijs. Zoals het hoort voor een meta wiens vermogens hier werkelijkheid gaan worden. Ik denk dat jij het Plioceen zeer aangenaam zult gaan vinden, mijn jongen.
‘Wel, ik mag verdomd zijn!’ schreeuwde Aiken luidkeels. Verrukking. Verrukking. VERRUKKING! ‘In hoeveel vermogens ben ik goed?’ Zoek dat zelf maar uit.
Er is natuurlijk een ingebouwd mechanisme in de band waardoor jullie de baas blijven. Wat had je dan gedacht?
Aiken grijnsde verbeten. ‘Beter dan grijs, minder dan goud. Ik zal je wat vertellen. Ik vind het goed genoeg!’ Hij vouwde zijn poncho zorgvuldig op en stak die weg in de zak op zijn rug. ‘Zeg het maar, chef.’
‘We zullen je eerst laten wachten in een kamer met een wat beter slot. Over een paar uur ga je op reis naar de hoofdstad, Muriah. Maak je niet bezorgd. Het leven in Ballingschap kan heel plezierig zijn.’
Zolang ik weet wie de baas is? Bevestigend.
De bewakers werkten Aiken Drum door een deuropening. Over zijn schouder riep hij: ‘Kan een van die knechtjes me een stevige borrel brengen, chef? Al dat geknok veroorzaakt een verschrikkelijke dorst.’
Creyn moest erom lachen. ‘Het zal gebeuren.’ Toen sloegen de bewakers de deur dicht en schoven de grendels ervoor.
5
Amerie had de geluiden van de vechtpartij buiten in de gang gehoord en hield haar oor tegen de wand van de gesloten deur in de hoop iets meer te horen. Het moest om Stein of Felice gaan. Zou een van hen gek geworden zijn door de schok van de transmissie? Of was er een afdoende reden voor zo’n gewelddadige uitbarsting?
Ze trok haar rugzak open en rommelde in de inhoud tot ze het koordzaagje te pakken had. Daarna trok ze een van de banken naar het venster, schortte haar rokken op en sprong. Snijd van binnenuit de bovenste tralies van het koperwerk door. Snijd de tralies van onderen helemaal door. Werk daarna het hele ding naar buiten, desnoods met een paar klappen van een ander bankje. Ik zou het vloerkleed uit elkaar kunnen halen en daar een touw van maken ... maar wacht! Haar voorraad decamole zou ook te gebruiken zijn. Twee ervan om een ladder te maken en een derde om over het terrein te komen waar die verwenste beerhonden zaten ... ‘Zuster, wat bent u aan het doen?
Ze wervelde rond, gehinderd doordat haar vingers in de ringen van het zaagje zaten. Tully en een zwaar gebouwde bewaker stonden in de open deur. De tuniek van de kleine ondervrager zat vol donkere vlekken.
‘Kom alsjeblieft naar beneden, Zuster. Wat een afschuwelijk idee om zoiets te doen. En volstrekt overbodig. Geloof me, u verkeert niet in gevaar.’
Amerie keek hem strak aan, toen kwam ze naar beneden en gaf het op. De bewaker strekte zijn hand uit naar de zaag en ze gaf die hem zonder iets te zeggen. Hij stak hem in een van de zakken van haar rugzak en zei: ‘Ik zal dit voor u bewaren, Zuster.’ Tully zei: ‘We zullen ons gebruikelijke vraaggesprek wat sneller moeten afhandelen, want er is iets heel vervelends gebeurd. Als u mij en Subash wilt vergezellen ...’
‘Ik hoorde geluiden van een vechtpartij,’ zei ze. ‘Wie is er gewond? Is er iets met Felice?’ Ze liep met grote stappen naar de open deur en keek uit over de gang. ‘Genadige God!’
Bewakers hadden de doden en gewonden weggehaald en een schoonmaakploeg was bezig de vloeren en wanden schoon te maken met emmers water, maar sporen van de ravage waren nog steeds zichtbaar.
‘Wat hebben jullie gedaan?’ riep Amerie uit. ‘Het bloed is afkomstig van onze eigen mensen,’ antwoordde Tully somber. ‘Het werd vergoten door iemand uit uw gezelschap, Stein. Hij is overigens op een paar blauwe plekken na ongedeerd. Maar vijf van onze mensen zijn dood en zeven anderen ernstig gewond.’ ‘O, Heer! Hoe is het gebeurd?’
‘Stein werd jammer genoeg krankzinnig. Het moet een vertraagde reactie op de transmissie zijn geweest. De tocht door de tijdpoort weekt soms diep begraven psychische agressie los. We proberen zowel onszelf als de reizigers daartegen te beschermen door nieuwkomers tijdelijk op te sluiten in dit soort ontvangstkamers gedurende een overgangsperiode ... Dat is de reden waarom uw deur gesloten was.’