Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Научная фантастика » Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]

Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:

Het jaar 2034 De Fransa natuurkundige Theo Guderian doet een curieuze ontdekking: een poort door de tijd die leidt naar de Rhonevallei van het Plioceen — zes miljoen jaar geleden.Een reis waarvan geen weg terug is en daarom voor de wetenschap niet interessant. Lang na de dood van de ontdekker wordt een bruikbare toepassing voor de poort gevonden: ieder die niet past of zich niet thuisvoelt in het Galactisch bestel kan zich vrijwillig laten verbannen naar deze mysterieuze omgeving in het verre verleden. In 2110 maakt een buitengewoon gemeleerd gezelschap van’onaangepaste’maar talentvolle persoonlijkheden gebruik van deze mogelijkheid om de technologische perfectie van de 22ste eeuw te ontvluchten. Maar aan de andere kant van de poort heerst niet de idyllische eenvoud die zij er hoopten aan te treffen. Zij worden opgewacht door twee buitenaardse,oorlogszuchtige rassen die hen genadeloos misbruiken voor hun eeuwenouden strijd.
1 ... 30 31 32 33 34 35 36 37 38 ... 116
Перейти на страницу:

Ze sloeg haar armen over elkaar en richtte haar blik op Richard.

‘Wat is je naam?’

‘Loop naar de hel,’ mompelde hij.

Een verschrikkelijke kloppende pijn leek de top van zijn schedel eraf te lichten.

‘Spreek alleen om mijn vragen te beantwoorden en gehoorzaam al mijn bevelen. Begrijp je dat?’

Ineenzakkend tegen de stoelleuning fluisterde hij: ‘Ja.’

‘Wat is je voornaam?’

‘Richard.’

‘Sluit je ogen, Richard. Ik wil dat je zonder te spreken het woord help uitzend.’

Lieve Jezus, dat was een makkelijke! Help! Een mannenstem zei: ‘Vérspreken minus zes.’ ‘Open je ogen, Richard,’ beval Epone. ‘Ik wil dat je goed luistert. Hier is een dolk.’ Ze haalde het zilveren wapen ergens uit haar kleding te voorschijn en hield het hem voor op haar beide, geopende handen. In de melkblanke zachtheid van haar hand­palmen zag hij niet meer dan enkele lijntjes. ‘Dwing me met je geest om deze dolk in mijn eigen hart te stoten, Richard. Neem wraak. Vernietig mij door mijn eigen handen. Dood me, Richard.’

Hij probeerde het! Hij verlangde naar de dood van deze mon­sterlijke teef. Hij probeerde.

‘Minus twee punt vijf voor wilsinvloed,’ zei de dienaar die achter haar stond.

Epone zei: ‘Concentreer je op wat ik zeg, Richard. Je leven en je toekomst hangen af van wat je in deze kamer tot stand brengt.’ Ze wierp de dolk over de tafel, op minder dan een meter afstand van zijn vastgeklemde arm. ‘Zorg dat het mes overeind komt, Richard. Stuur het op me af. Werp het in mijn ogen. Doe het, Richard!’

Er klonk dit keer een verschrikkelijke begeerte in haar stem en hij probeerde wanhopig haar te gehoorzamen. Hij begreep nu wat er hier gebeurde. Ze waren bezig hem te testen op latent aanwezige psychische vermogens. Nu was psychokinese aan de beurt.

‘Minus zeven PK.’

Ze leunde achterover, geurend, lieflijk. ‘Verbrand me, Richard. Laat je geest vlammen produceren die dit lichaam verkolen en verschroeien, dit lichaam dat jij nooit zult kennen omdat je geen man bent maar een worm zonder seks of gevoeligheid. Verbrand me!’

Maar hij was degene die brandde. Tranen liepen langs zijn wan­gen naar beneden en dropen in zijn snor. Hij probeerde naar haar te spugen, maar zijn mond zat dicht en zijn tong was opge­zwollen. Hij probeerde zijn hoofd weg te draaien omdat hij geen kans zag zijn ogen te sluiten voor de blauwe en bloesemrode koelte van haar wreedheid. ‘Plus twee punt vijf creativiteit.’

‘Belangwekkend, maar natuurlijk niet goed genoeg. Rust een ogenblik uit, Richard. Denk aan je metgezellen boven. Ze zullen een voor een naar deze kamer komen zoals zoveel anderen dat al gedaan hebben en ik zal hen leren kennen zoals ik jou nu ken. Sommigen zullen de Tanu op de ene manier dienen en anderen op een andere manier. Maar dienen zullen ze allemaal, op een paar gezegenden na voor wie de poort naar Ballingschap werke­lijk de deur naar het Paradijs zal blijken te zijn. Je krijgt nog een laatste kans. Kom in mijn geest. Dring er binnen, voel me, haal mijn geest uit elkaar en maak van de brokstukken een beeld dat gehoorzamer is.’ Ze boog zich naar hem voorover en kwam steeds dichterbij, totdat de vlekkeloze huid van haar gezicht maar een paar handbreedten van de zijne verwijderd was. Geen poriën, geen rimpels in dat gezicht. Alleen naaldachtige pupillen in die ogen van groen nefriet. Maar schoonheid wel! Een kwel­lende schoonheid van een ongelofelijke ouderdom. Richard vocht met de klemmen die hem vasthielden. Zijn geest schreeuwde het uit.

Ik haat je, ik zal je schenden, ik zal niets van je overlaten, ik zal je begraven onder de stront. Ik zal je dood verklaren! Ik zal je ver­rot verklaren! Ik zeg dat je voor eeuwig zult kronkelen van pijn, uitgestrekt op de pijnbank van de ruimte tot de ademhaling van het universum stopt en alles naar binnen valt... ‘Minus een voor bewerking.’

Richard viel naar voren. De kroon viel van zijn hoofd en kletter­de tegen de tegels met een geluid waarin de beslissing leek door te klinken.

‘Je hebt weer gefaald, Richard,’ zei Epone met een verveelde stem. ‘Inventariseer zijn bezittingen, Jean-Paul. En breng hem dan bij de anderen voor de noordelijke karavaan naar Finiah.’

3

Elizabeth Orme was zo van streek door de schok van de trans­missie dat ze nauwelijks de helpende handen voelde die haar aanmaanden verder te gaan op het pad naar het kasteel. Iemand nam haar bagage van haar over en daar was ze blij om. Het geruststellend gemompel van de stem van haar gids bracht haar een ander moment vol pijn en angst in herinnering. Ze voelde zich wakker worden in de behaaglijke baarmoeder van een war­me oplossing waar ze negen maanden van regeneratie had door­gebracht in een web van buizen en draden en machines die haar levensfuncties onderhielden. Haar ogen verblind, haar huid niet meer gewoon aan zintuiglijke indrukken door de lange onder­dompeling in de vloeistof, kon ze desondanks de vriendelijke, menselijke stem horen die haar vertelde dat ze weer in orde was en binnenkort zou worden bevrijd. ‘Lawrence?’ fluisterde ze. ‘Is het goed met je?’ ‘Kom nu maar mee, mevrouwtje. Gewoon meelopen. U bent nu veilig en onder vrienden. We gaan allemaal naar kasteel Door­tocht en daar kunt u tot uzelf komen. Maar nu een flinke meid zijn en doorlopen.’

Vreemd gehuil van gek geworden beesten. Het openen van de ogen. Angst. Ogen weer sluiten. Wat is dit voor een plek? ‘Kasteel Doortocht, in de wereld die Ballingschap wordt genoemd door de mensen waar u vandaan komt. Rustig aan maar, mevrouwtje. Die beesten kunnen ons niks doen. Nu de trappen nog op en dan gaat u lekker even liggen. Daar gaan we.’

Het opengaan van deuren op een kleine kamer met... wat? Handen waren bezig haar naar beneden te drukken, te dwingen om te gaan liggen. Iemand tilde haar voeten op en legde een kussen onder haar hoofd. ‘Niet weggaan! Laat me hier niet alleen!’

ik ben in een paar minuten terug met de genezer, mevrouwtje. We laten met u niks gebeuren, reken daar maar op! U bent een heel speciale dame. Probeer tot rust te komen en ondertussen haal ik iemand om u te helpen. Een badkamer is achter dat gor­dijn.’

Toen de deur sloot, lag ze bewegingloos totdat een golf van mis­selijkheid in haar keel omhoogkwam. Ze worstelde overeind, schoot naar voren de badkamer in en gaf over in het wasbekken. Een verblindende pijn schoot door haar hersenen en ze raakte bijna bewusteloos. Leunend tegen de witgesausde muur snakte ze naar adem. De misselijkheid verdween beetje bij beetje en ook de pijn in haar hoofd nam af, maar langzamer. Ze werd zich ervan bewust dat iemand de kamer binnenkwam, twee mensen die met elkaar spraken, vervolgens armen die haar ondersteun­den en de rand van een dikke beker die tegen haar lippen werd geduwd. Ik wil niets.

‘Drink dit, Elizabeth. Het zal je helpen.’ Openen. Slikken. Zie je nou. Goed zo. Nu weer gaan zitten. Een stem, diep, zoet als honing. ‘Dank je, Kosta. Ik zal nu voor haar zorgen. Je kunt ons alleen laten.’ ‘Ja, Heer.’ Geluid van een sluitende deur. Elizabeth greep de leuningen van haar stoel, wachtend tot de pijn terugkwam. Toen dat niet gebeurde, ontspande ze en deed langzaam haar ogen open. Ze zat aan een lage tafel waarop voedsel stond en drank. Tegenover haar, staande naast een hoog venster, bevond zich een buitengewone man. Hij was gekleed in wit en rood en droeg een zware riem, bestaande uit onderling verbonden gouden vierkanten die bezet waren met rode en melk­witte stenen. Rondom zijn hals lag een gouden band van dikke gevlochten snoeren met een geornamenteerd slot aan de voorzij­de. Zijn vingers, die de aardewerk beker met de medicijn nog vasthielden, waren ongewoon lang en hadden zeer gepronon­ceerde knokkels. Ze vroeg zich vaag af hoe hij kans had gezien de vele ringen, die in het ochtendlicht glommen, daar overheen te krijgen. Hij had blond, schouderlang haar dat in een pony boven zijn ogen viel. De ogen waren van een zeer bleekblauw, schijn­baar zonder pupillen en diep verzonken binnen hun oogkassen. Zijn gezicht was mooi, ondanks het fijne netwerk van lijntjes rondom de mondhoeken. En hij was bijna twee en een halve meter groot. Oh God. Wie ben je? Wat is dit voor een plek? Ik dacht dat ik in de tijd terugging naar het Aardse Plioceen. Maar dit is niet... dit kan niet...

1 ... 30 31 32 33 34 35 36 37 38 ... 116
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)