Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Научная фантастика » Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]

Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:

Het jaar 2034 De Fransa natuurkundige Theo Guderian doet een curieuze ontdekking: een poort door de tijd die leidt naar de Rhonevallei van het Plioceen — zes miljoen jaar geleden.Een reis waarvan geen weg terug is en daarom voor de wetenschap niet interessant. Lang na de dood van de ontdekker wordt een bruikbare toepassing voor de poort gevonden: ieder die niet past of zich niet thuisvoelt in het Galactisch bestel kan zich vrijwillig laten verbannen naar deze mysterieuze omgeving in het verre verleden. In 2110 maakt een buitengewoon gemeleerd gezelschap van’onaangepaste’maar talentvolle persoonlijkheden gebruik van deze mogelijkheid om de technologische perfectie van de 22ste eeuw te ontvluchten. Maar aan de andere kant van de poort heerst niet de idyllische eenvoud die zij er hoopten aan te treffen. Zij worden opgewacht door twee buitenaardse,oorlogszuchtige rassen die hen genadeloos misbruiken voor hun eeuwenouden strijd.
1 ... 26 27 28 29 30 31 32 33 34 ... 116
Перейти на страницу:

‘Hoe lang duurt het om van hier naar daar te komen?’ vroeg Aiken, ‘of moet ik zeggen van nu naar toen?’ ‘Volgens de theorie geschiedt de transmissie ogenblikkelijk,’ antwoordde Mishima. ‘We handhaven het veld ondanks dat toch een paar minuten uit veiligheidsoverwegingen. Ik moet erbij zeg­gen dat in de vier jaren sinds wij het werk van madame Guderian hebben overgenomen, de tijdreizigers nooit een ongeluk is over­komen.’

‘Raadsman,’ zei Aiken, ‘ik zou nog één ding meer mee willen nemen naar Ballingschap. Kunt u me een beschrijving of een diagram van dit ontwerp geven?’

Zonder een woord te zeggen, deed Mishima de eikehouten kast open en haalde een boekje te voorschijn. Het was duidelijk dat andere reizigers hetzelfde verzoek hadden gedaan. Aiken kuste het triomfantelijk en borg het daarna weg in de grote zak onder de rechterknie van zijn glanzende pak.

Mishima liep naar het controlebord en zette de schakelaar uit. De spiegelwanden verbleekten. De machine was leeg. ‘Ze zijn veilig door het portaal gegaan. De rest kan nu naar binnen gaan.’

Claude Majewski hief zijn pak van twintig kilo op en stapte als eerste naar binnen. Oude Man, je bent gek, zei hij tegen zichzelf, maar toen moest hij glimlachen omdat hij hoorde hoe Gen dat zou hebben gezegd. Gehoorzamend aan een plotselinge impuls haalde hij de besneden en ingelegde doos van Pools hout te voor­schijn. Zou er echt buiten die poort zoiets als de wereld van het Plioceen bestaan? Of is het allemaal een grote truc en stappen we door die glazen wanden rechtstreeks in de dood? Oh, Gen, blijf bij me. Waar ik ook ga . ..

Zuster Annamaria Roccaro ging als laatste naar binnen, veront­schuldigend glimlachend tegen Aiken Drum toen ze zich tegen hem aandrong en in zijn zakken al dat harde gereedschap voelde dat door de stof van haar habijt heen drukte. Aiken was bijna een hoofd kleiner dan de stevige non, bijna zo klein als Felice, maar bij lange na niet zo kwetsbaar. Hij zou het wel overleven, die Aiken Drum. Moge het ons anderen net zo vergaan. En nu, Moe­der van God, hoor mijn oud gebed: Salve Regina, mater misericordiae; vita, dulcedo, et spes nostra, salve. Ad te clamamus, exsules, filii Hevae. Ad te suspiramus, gementes et flentes in hac lacrimarum valle. Eia ergo, advocata nostra, illos tuos misericordes oculos ad nos converte. Et Jesum, benedictum fructum ven­tris tui, nobis post hoe exilium ostende... Mishima haalde de schakeling over.

Daar was de pijn van de transmissie en met een soort klap werden ze in het grijze niets geworpen. Zonder adem of hartslag hingen ze schreeuwend in de stilte. Toen voelden ze plotselinge warmte en ze openden hun ogen voor een verblindend schijnsel van groen en blauw. Handen grepen hen beet, stemmen maan­den hen om uit het krachtveld te stappen, iets naar voren, voor het veld zou worden opgeheven, om binnen te treden in Balling­schap.

II

De inwijding

1

‘Vooruit, beste jongen, kom es mee. Een beetje meer naar voren. Wij zijn de bewakers van de tijdpoort. We zijn hier om je te helpen. Kom maar. Je voelt je nu lamgeslagen, maar dat gaat snel over. Ontspan maar en ga met me mee. Je bent veilig in Ballingschap aangekomen. Je bent veilig, hoor je me? Komaan. We gaan allemaal naar kasteel Doortocht. Daar kun je je gemak nemen. We praten wat en je krijgt antwoord op al je vragen. Kom maar.’

Toen de pijn minderde en zijn zintuigen weer begonnen te wer­ken, werd Bryan zich allereerst bewust van die hinderlijke stem en het schitterende licht. Wat een afschuwelijke zeurstem! En wat een verblindend licht! Hij was zich ervan bewust dat iemand hem bij de rechterpols en bovenarm vasthield, een wazige figuur die niet helder wilde worden. Een ander leek zijn kleren te stof­zuigen met een soort machine die hij in de hand hield. Daarna werd hij gedwongen om te lopen. Hij keek naar zijn voeten en kon ze heel goed zien, een paar varkensleren schoenen met geruwde zolen, die eerst over vochtig graniet liepen en daarna over dik, kletsnat gras dat gemaaid was of kort geknipt. Made­liefjes onder zijn voeten. Een vlinder met zebrastrepen en een lange gevorkte staart hing bewegingloos boven de met dauw bedekte begroeiing.

‘Wacht even,’ mompelde hij. ‘Stop.’ Het aanhoudende getrek aan zijn arm hield op en hij kreeg de kans even stil te staan en om zich heen te zien. De net opgekomen zon scheen over een uitge­strekt oppervlak van groen tafelland dat verder omhoog, waar het droger was, goudkleurig leek. Tanzania? Nebraska? Dorubezh? Frankrijk.

Dichterbij stonden rondgesleten rolstenen van een kristalstruc­tuur die gebruikt waren om een pad te markeren dat naar een eigenaardig onopvallende vorm leidde die als een fata morgana in de lucht hing. Mannen, allemaal hetzelfde gekleed in witte tunieken en broeken, een blauw koord om hun middel, stonden bij Richard, Felice en Stein. Verscheidene anderen stonden te wachten op de aankomst van de overige vier leden van Groep Groen. Het krachtveld schemerde uit. Bryan weigerde verder te lopen tot het veld opnieuw verscheen met vier nieuwe menselijke figuren die door de wachters haastig werden weggeleid naar open terrein.

‘Alles veilig, jongen. Kom maar met me mee. De anderen zijn al op weg.’

Bryan kwam erachter dat die ordinaire stem toebehoorde aan een magere, diep gebruinde man met grijsblond haar, wiens lan­ge neus iets scheef stond. Hij had een opvallende adamsappel en droeg een gevlochten halsring van donker metaal, ongeveer zo dik en rond als een vinger, die met ingewikkelde kleine tekens was bedekt en aan de voorkant een soort knopsluiting had. Zijn tuniek, zo te zien van fijn gesponnen wol, had een vlek van gemorst voedsel. Op de een of andere manier stelde dat detail Bryan op zijn gemak. Hij verzette zich niet toen de man hem weer langs het pad begon voort te trekken. Ze bestegen een kleine heuvel die een paar honderd meter van de tijdpoort verwijderd lag. Terwijl zijn geest weer helder werd, raakte hij opgewonden bij het zien van een stenen fort van tame­lijk grote afmetingen dat op de top naar het oosten geplaatst stond. Het leek niet op de sprookjeskastelen uit Frankrijk, maar eerder op de simpeler bouwwerken uit zijn Engelse thuisland. Afgezien van de afwezigheid van een slotgracht, leek het op Bodiam in Sussex. Toen ze dichterbij kwamen, zag Bryan dat het omringd was door een buitenste ringmuur van ruw metsel­werk, ongeveer twee maal zo hoog als een man. Daarachter lag een binnenplein met vier zijden en een groot, vierkant gebouw zonder centrale toren, maar met torens op de hoeken en een extra wachttoren bij de ingang. Daarboven hing de afbeelding van een gebaard mannengezicht, uitgevoerd in geel metaal. Toen ze de buitenmuur naderden, hoorde Bryan onaards gehuil.

‘Hierdoor, jongen,’ zei de gids geruststellend. ‘Let maar niet op de beesten.’

Ze namen een pad dat van de buitenmuur naar het valhek van de toegangspoort leidde. Aan weerskanten zaten zware houten tra­lies. Een dozijn grote dieren sprong onhandig tegen de tralies omhoog, kwijlend en snauwend.

interessante waakhonden,’ zei Bryan met onvaste stem. De gids bleef hem voortduwen. ‘Nou en of! Primitieve hondachtigen. Beerhonden, noemen we ze. Ze wegen zo’n driehonderd kilo en vreten alles op wat hen niet eerst te pakken neemt. Wan­neer we het fort moeten beveiligen, gaan de tralies omhoog waardoor ze de hele binnenplaats voor hun rekening nemen.’ Binnen de grote wachttoren lag andermaal een gang die zich naar rechts en links vertakte, toegang gevend tot daarop aanslui­tende kamers. De gids bracht Bryan over een open trap naar de eerste verdieping. Hier waren de gangen wit geverfd en er ston­den blakers, gevuld met olie, gereed om bij avond ontstoken te worden. Diepe vensternissen lieten het licht van de binnenplaats toe.

1 ... 26 27 28 29 30 31 32 33 34 ... 116
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)