De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
Moiraine schonk de Bruine zuster een droge blik. We worden door een nieuw gevaar bedreigd en zij doet net of het een raadsel in een boek is. Licht, de Bruinen staan écht volkomen buiten deze wereld. ‘Dan moeten we de dolk vinden, zuster. Agelmar stuurt mensen uit om te zoeken naar de dieven van de Hoorn en de moordenaars van zijn gezworenen, dezelfden die de dolk namen. Vind de een en je hebt de ander.’
Verin knikte en keek tegelijkertijd bezorgd. ‘Maar wie kan de dolk veilig terugbrengen, zelfs als hij wordt gevonden? Wie hem aanraakt, loopt de kans besmet te worden als hij hem te lang draagt. Misschien in een kist, goed ingepakt en beschermd, maar het zou nog steeds gevaarlijk zijn voor mensen die lang in zijn nabijheid verkeren. Zolang wij de dolk nier kunnen bestuderen, weten we niet zeker hoe goed hij moet worden afgeschermd. Maar jij zag hem, Moiraine, en meer nog. Jij hebt met de dolk afgerekend, in zoverre dat die jongeman de dolk heeft overleefd en de anderen niet heeft aangestoken. Jij moet toch een redelijk idee hebben hoe sterk zijn invloed is.’
‘Er is er één,’ zei Moiraine, ‘die de dolk kan terugbrengen zonder dat het hem schaadt. Eén die we tegen die besmetting hebben afgeschermd, zo goed als het maar kan. Mart Cauton.’ De Amyrlin knikte. ‘Natuurlijk. Hij kan het volbrengen. Als hij lang genoeg leeft. Het Licht alleen weet hoever de dolk weggevoerd zal zijn voordat Agelmars mannen hem vinden, als ze hem vinden. En als de jongen eerder sterft... Wel, als de dolk zo lang vrij is, hebben we andere zorgen.’ Ze wreef vermoeid in haar ogen. ‘Ik geloof dat we ook die Padan Fajin moeten vinden. Waarom is die Duistervriend belangrijk genoeg om zoveel te riskeren voor zijn bevrijding? Het was veel eenvoudiger geweest enkel de Hoorn te stelen. Om in de burcht te komen, was al zo gevaarlijk als een winterstorm in de Zee der Stormen, maar ze liepen dubbel gevaar door die Duistervriend te bevrijden. Als de Lurks hem zo belangrijk vinden,’ – ze zweeg even en Moiraine wist dat ze zich afvroeg of het werkelijk alleen Myrddraal waren die de leiding hadden gehad – ‘dan geldt dat ook voor ons.’
‘Hij moet gevonden worden,’ stemde Moiraine in. Ze hoopte dat niemand in haar stem die klank van dringende haast hoorde. ‘Maar wie de Hoorn vindt, vindt hem ook.’
‘Dat denk ik ook, dochter.’ De Amyrlin hield een hand voor haar mond om een geeuw te onderdrukken. ‘En nu, Verin, als je me wilt verontschuldigen, wil ik iets tegen Moiraine zeggen en dan gaan slapen. Ik denk dat Agelmar erop zal staan vanavond het feest te houden, omdat het gisteravond werd bedorven. Jouw hulp was van grote waarde, dochter. Denk er alsjeblieft aan niemand iets te zeggen over de aard van de jongens verwonding. Er zijn zusters die de Schaduw in hem zouden zien in plaats van iets wat mensen zelf hebben voortgebracht.’
Het was niet nodig de Rode Ajah te noemen. En misschien, dacht Moiraine, zijn de Roden niet meer de enigen waarvoor we beducht moeten zijn.
‘Natuurlijk zal ik niets zeggen, Moeder.’ Verin boog, maar maakte geen aanstalten naar de deur te lopen, ik dacht dat u dit zou willen zien, Moeder.’ Ze trok een aantekenboekje van haar riem, dat gebonden was in zachtbruin leer. ‘Wat op de muren van de kerker geschreven was. Er waren wat vertaalproblemen. Het overgrote deel was het gebruikelijke – smerige vloeken en gebral; Trolloks schijnen weinig anders te kunnen – maar er was één gedeelte dat geschreven was in een beter handschrift. Een geletterde Duistervriend of misschien een Myrddraal. Mogelijk is het slechts uitdagende spotternij, maar het heeft wel de vorm van een vers of een lied, en de klank van een voorspelling. We weten weinig van voorspellingen van de Schaduw, Moeder.’
De Amyrlin aarzelde slechts even voor ze knikte. Voorspellingen van de Schaduw, duistere voorspellingen, hadden net zo goed de ongelukkige eigenschap bewaarheid te worden als die van het Licht. ‘Lees maar voor.’
Verin bladerde het boekje door, schraapte haar keel en begon op kalme, gedragen toon.
Toen ze zweeg, viel er een lange stilte.
Ten slotte zei de Amyrlin: ‘Wie heeft dit nog meer gezien, dochter? Wie weet hiervan?’
‘Alleen Serafelle, Moeder. Toen we dit hadden overgeschreven, heb ik het de mannen van de muur laten boenen. Zij stelden geen vragen; ze waren maar al te blij dit weg te halen.’ De Amyrlin knikte. ‘Goed. Te veel lieden in de Grenslanden kunnen het Trollokschrift ontcijferen. Geen reden ze nog meer te geven om over te tobben. Ze hebben al meer dan genoeg.’
‘Wat maak je hieruit op?’ vroeg Moiraine aan Verin zonder iets in haar stem te verraden. ‘Denk je dat het een voorspelling is?’ Verin hield haar hoofd scheef en tuurde nadenkend naar haar aantekeningen. ‘Mogelijk. Het heeft dezelfde vorm als enkele bekende duistere voorspellingen. En sommige delen zijn overduidelijk. Toch is het mogelijk alleen spot.’ Ze wees met een vinger een regel aan. ‘Hier staat De Dochter van de Nacht verschijnt opnieuw. Dat kan alleen maar betekenen dat Lanfir weer vrij rondloopt. Of iemand wil ons dat laten geloven.’
‘Dan zouden wij ons echt zorgen moeten maken, dochter,’ zei de Amyrlin Zetel. ‘Als het waar is. Maar de Verzakers zijn nog steeds gekerkerd.’ Ze keek heel even bezorgd naar Moiraine voor ze haar gezicht weer in de plooi had. ‘Zelfs als de zegels verzwakken, zijn de
Verzakers nog steeds gekerkerd.’
Lanfir. In de Oude Taaclass="underline" Dochter van de Nacht. Nergens was haar ware naam opgetekend, maar zo had zij zichzelf genoemd, in tegenstelling tot de oudere Verzakers, die de namen hadden gekregen van de mensen die ze hadden verraden. Sommigen zeiden dat zij eigenlijk – na Ishamael, de Verrader van Hoop – de machtigste Verzaker was geweest, maar dat zij haar macht verborgen had gehouden. Voor de geleerden was er te weinig uit die tijd overgebleven om daar zeker van te zijn.