De Cock en een variant op moord
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #23
- Год: 2002
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0194-5
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en een variant op moord». Краткое содержание книги:
'Ga vast beneden naar de plottafel. Voor kwart over tien verwacht ik geen enkele actie, maar je kunt nooit weten. Ik heb ook nog een wagen in de lucht met de rechercheurs Klaver en Kuiper. Als ze zich melden, geef je dat onmiddellijk aan mij door.' Rechercheur Keizer knikte begrijpend, dronk zijn kop leeg en liep de kamer af.
De Cock keek naar de anderen.
'Laten we onze posten innemen.' Zijn stem trilde een beetje. 'Het wachten hier in de recherchekamer werkt op mijn zenuwen.'
Prins en Rijpkema stonden op en liepen achter Appie Keizer aan.
Vledder stapte op De Cock toe.
'Als ze beseffen dat het een stunt is?'
De grijze speurder trok zijn schouders op.
'Ik vertrouw op hun hebzucht.'
De Cock streelde met zijn blik het interieur van de wagen. Zachtjes gleden zijn handen over het pluche van de zittingen. Een dergelijke luxe was hij bij de politie niet gewend. Hij liet zich achterover vallen en schurkte met zijn rug tegen de leuning. Het bezorgde hem een behaaglijk gevoel. Daarna bukte hij zich iets voorover en keek door de voorruit naar het silhouet van de vervallen Haarlemmerpoort.
Vledder keek hem van opzij aan. 'Staan we hier goed?'
De Cock trok zijn schouders op. 'We hadden overal kunnen gaan staan. Ik heb geen idee waarheen we worden gebracht. Het Haarlemmerplein leek mij gewoon het meest geschikt.' Hij keek op zijn horloge en zuchtte.
'Er moet zo langzamerhand wel iets gaan gebeuren. Volgens mij is het opsporingsbericht al ruim tien minuten geleden uitgezonden.' 'Misschien hebben de betrokkenen niet gekeken.' De Cock glimlachte.
'Op het andere net predikt een theoloog van de Evangelische Omroep. Een erkend geleerde, is mij gezegd, maar ik neem niet aan, dat de luitjes die ik op het oog heb, op dit moment behoefte voelen om een stichtelijk woord tot zich te nemen.' De mobilofoon in de wagen begon te kraken. 'Rechercheurs-Klaver-en-Kuiper-melden-dat-een-grote-zwarte- Cadillac-de-Coentunnel-nadert.' De stem van Appie Keizer kwam glashelder door. 'De-wagen-rijdt-met-grote-snelheid.' De Cock pakte de microfoon. 'Kunnen ze hem bijhouden?' Het duurde even.
'Ik-heb-geen-verbinding-met-ze. Ze-zitten-vermoedelijk-in-de- tunnel.'
Na enkele minuten klonk de stem van Appie Keizer weer. 'De-zwarte-Cadillac-heeft-bij-de-afslag-Westelijk-Haven-gebied- de-ringweg-verlaten-en-rijdt-langs-het-gebouw-van-De-Telegraaf- in-de-richting-van-Zijkanaal-F.' De Cock keek naar Vledder.
'Die gaat in de richting van Velsen,' sprak hij gehaast.
Hij pakte opnieuw de microfoon. 'Heb je nog geen melding van Prins en Rijpkema?'
Het was even beangstigend stil. Toen kwam Keizer terug. 'Zojuist-is-uit-de-Zaanstraat-bij-de-Polanenstraat-een-vuurrode-BMW-weggereden-in-de-richting-van-de-Spaarndammerstraat.' De Cock porde Vledder onzacht in zijn ribben. 'Starten,' snauwde hij. 'En rijd direct naar de Haarlemmerweg.' De jonge rechercheur reageerde onmiddellijk. Hij snelde een taxi voorbij en nam de brug naar het Nassauplein. Ze waren nog maar net het standbeeld van Domela Nieuwenhuis gepasseerd, toen een vuurrode BMW, komende van rechts, met gierende banden een scherpe bocht nam naar de Haarlemmerweg. Op enige afstand volgde een blauwe Peugeot. De Cock wees ernaar. 'Zijn dat Prins en Rijpkema?' 'Ja.'
'Rijd ze na… maar houd wel voldoende afstand, zodat die BMW ons niet in de gaten krijgt. Als Prins en Rijpkema stuklopen, kunnen wij de achtervolging van ze overnemen.' Vledder knikte begrijpend.
Met een snelheid van zo rond de honderd kilometer raasden ze de vrij smalle Haarlemmerweg af. Bij de kruising van het station Sloterdijk glipten de rode BMW en de blauwe Peugeot door het oranje licht. Vledder stopte vloekend voor rood. De Cock keek naar hem.
'Het wordt hoog tijd, dat jij eens naar de EO gaat luisteren.' Vledder reageerde niet. Toen het licht op groen sprong, bracht hij in luttele seconden de wagen op volle snelheid. Voor ze Halfweg hadden bereikt, was de blauwe Peugeot al weer in zicht. Minutenlang reden ze zwijgend voort. De mobilofoon kraakte.
' De — rechercheurs — Klaver- en — Kuiper- melden, dat- ze — moeite — hebben — om- die-zwarte — Cadillac-bij — te-houden. Bovendien-wordt-de-verbinding — door- de — afstand — steeds — slechter. Het- laatste — bericht, dat-ik-van-ze-heb-opgevangen, zegt, dat-de-zwarte-Cadillac-in-de-buurt-van-Driehuis-de-grote-weg-heeft-verlaten-en-een-smalle-weg-in-de-richting-van-Bloemendaal-is-ingeslagen.'
De Cock klapte met zijn vuist voor zich op het dashboard.
'Toch de Kennemerduinen.'
Vledder keek hem verward aan.
'Had je dat niet verwacht?'
De Cock schudde zijn hoofd. Maar gaf geen uitleg.
Behendig manoeuvrerend reed Vledder de blauwe Peugeot na door de straten van Haarlem en volgde hem op weg naar het kopje van
Bloemendaal. De snelheid was er duidelijk uit. Zo nu en dan, in een bocht, was er kort voor de blauwe Peugeot een glimp van de rode BMW te zien. Verontrust kwam De Cock overeind.
'Ik hoop, dat de jongens voorzichtig doen,' sprak hij bezorgd. 'Als die lui merken dat ze worden gevolgd, kunnen we het wel vergeten.'
Voorbij het hoogste punt van het kopje flitsten de rode remlichten van de blauwe Peugeot voor hen aan.
Vledder stopte. Vanaf de plek waar ze stonden, hadden ze een weids uitzicht over de duinen. Ze zagen de rode BMW verder de weg afrijden. Het ging vrij langzaam. Onderaan knipperde de wagen met zijn lichten. Het signaal werd beantwoord door een grote zwarte Cadillac, die aan de kant van de weg stond. Kort achter de Cadillac kwam de BMW tot stilstand. Een man stapte uit en liep naar de zwarte Cadillac. Hij trok wild het rechterportier open en stapte in. Het duurde even, toen reed de Cadillac verder de Zeeweg op.
De Cock gaf Vledder een wenk. Ze reden tot naast de blauwe Peugeot. De grijze speurder draaide het portierraam open en keek naar Fred Prins achter het stuur.
'Wij gaan nu verder achter ze aan. Dat is veiliger. Onze wagen hebben ze nog niet gezien. Blijf ons in ieder geval op enige afstand volgen. Er kan van alles gebeuren.' Fred Prins knikte instemmend.
Vledder gaf gas en reed de Cadillac achterna. De zwarte wagen reed langzaam. Zoekend. Kennelijk probeerden de inzittenden zich te oriënteren. Na ruim anderhalve kilometer stopte de Cadillac aan de kant van de weg. Ook Vledder bracht zijn wagen tot stilstand en doofde zijn lichten.
De beide voorportieren van de Cadillac gingen vrijwel tegelijk open. Twee mannen stapten uit, klapten de portieren dicht, liepen naar de bagageruimte en openden de klep. Met elk een schep over hun schouder sjokten ze verder het duinterrein in. De Cock en Vledder stapten uit. Om geen geluid te maken, lieten ze de portieren half open staan. Voorzichtig, diep gebukt, slopen ze in de richting van de beide mannen. Kleine bosschages boden de rechercheurs de mogelijkheid dit vrijwel ongezien te doen. Toen ze de mannen weer in het oog kregen, lieten ze zich op hun buik in het zand vallen en keken toe.
De twee mannen stonden met hun schop op een, van de weg af niet zichtbare, open plek.
De Cock tuurde door zijn oogspleetjes, maar de afstand en de duisternis belemmerden een herkenning.
Er volgde tussen de mannen enig beraad. Toen begonnen ze te scheppen. In het bleke schijnsel van de maan was het een macaber gezicht.
Al na enkele minuten werd Vledder merkbaar ongeduldig. De Cock, die dicht naast hem lag, legde zijn arm om hem heen. 'Hoe meer zij scheppen,' fluisterde hij hem in het oor, 'hoe minder wij te doen hebben.'