Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Полицейские детективы » De Cock en een variant op moord
De Cock en een variant op moord - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en een variant op moord

Электронная книга - «De Cock en een variant op moord». Краткое содержание книги:

Een oude vrouw vindt in een kantoorgebouw het lichaam van een dode man, dat even later is verdwenen.
1 ... 21 22 23 24 25 26 27 28 29 ... 32
Перейти на страницу:

De Cock reageerde scherp. 'Hoe weet je dat?'

Ze maakte een korte hoofdbeweging naar het raam. 'De Smalle… hij is bij Tattoo Peter geweest.' De Cock kneep zijn ogen van verbijstering dicht. 'Het getatoeëerde zwaard,' hijgde hij. De boezem van Dikke Nel deinde heftig. 'Mijn Archie en Mooie Karel.'

De Cock bracht een ontredderde Dikke Nel naar de wachtcommandant en vroeg of hij een mannetje bij de hand had om haar naar huis te begeleiden. Toen hij terugkwam in de recherchekamer keek Vledder hem met open mond aan.

'De Cock, weet je wat dat betekent, dat Mooie Karel… en de Buck Jones van Zwarte Archie… één en dezelfde persoon zijn?' 'Nou?'

'Dat Mooie Karel ook betrokken is bij het plan om iemand te gijzelen.'

De Cock knikte instemmend.

'Inderdaad. Op basis van de verklaringen van Dikke Nel kunnen we er van uitgaan, dat Mooie Karel van het doen en laten van Zwarte Archie volkomen op de hoogte was. Gezien het weinig dominerende karakter van de zoon van Dikke Nel, is het aan te nemen dat Mooie Karel de geestelijke leider was en dat het handelen van Zwarte Archie, de aankoop en het vertimmeren van de oude directieschuit… op zijn aanwijzingen gebeurde.' Vledder beet op zijn onderlip.

'Zou Mooie Karel het werkelijke brein zijn achter de gijzelingsoperatie?' In zijn stem trilde ongeloof. 'Ik heb hem even gezien. Op de gracht. Hij leek mij meer gewelddadig dan intelligent.' Hij gniffelde. 'Ik begrijp ook niet waarom ze hem 'Mooie' Karel noemen. Ik heb in die grove kop van hem weinig fraaie of nobele trekken kunnen ontdekken.' De Cock glimlachte.

'Zijn moeder was het type van een ouderwetse hoerenwaardin. Ik heb haar nog wel gekend. Ze had een pandje op de Achterburgwal bij de Oude Kennissteeg. Haar werkelijke naam luidde Mathilde Koperman. Maar een ieder noemde haar Poolse of Joden Mappie. Waarom weet ik niet. Ze had kinderen van diverse mannen. Soms in een huwelijkse band, meest niet. Voor Mappie gold slechts één kind… haar Kareltje, die ze wurgde met haar liefde. Ze was bezeten van het ventje. En hoewel het kereltje zo lelijk was als de nacht, riep ze steeds vertederd: 'Mijn Mooie'.'

Vledder knikte begrijpend.

' Dus… voor de buurt… Mooie Karel.'

'Precies… ondanks zijn gehavend uiterlijk.'

De jonge rechercheur keek hem peinzend aan.

'Weetje wat ik nog steeds niet snap?'

'Zeg het,' zei De Cock met een uitnodigend gebaar.

'Waarom Mooie Karel ons die morgen op de gracht vertelde, dat hij in Den Haag voor een kraak was opgepakt en een paar maanden op staatskosten had gelogeerd. Dat was toch dom? We hadden dat heel gemakkelijk kunnen controleren.'

De Cock knikte.

'Ik denk, dat Mooie Karel van mijn opmerking, dat ik hem een tijdje had gemist, was geschrokken en dat 'een paar maanden bajes' de beste smoes was, die hij kon bedenken. Als hij ons direct had verteld dat hij in Zuid-Ierland op Thundering Heights als huisbewaarder had gefungeerd, dan hadden wij onmiddellijk zijn relatie tot de verdwenen heer Vreedenbergh ontdekt.' Vledder stak zijn kin naar voren.

'Een relatie, die hij onder geen beding openbaar wilde maken en daarom…' Hij zweeg even en dacht na. 'Waarom… waarom mochten wij niet weten, dat hij de heer Vreedenbergh kende?' vroeg hij toen. De Cock grinnikte.

'Als we dat wisten, waren we vermoedelijk heel dicht bij de oplossing.'

Vledder boog zich iets naar voren en wreef zich met een van pijn verwrongen gezicht achter in zijn nek. Hij worstelde duidelijk nog met een paar problemen.

'Toch zie ik nog steeds niet in,' sprak hij wat weifelend, 'waarom Archibald Benschop van het aardse toneel moest verdwijnen.' De Cock keek naar hem op. 'Je gaat er dus ook van uit dat hij dood is?'

'Ja, daar ga ik van uit. Ik denk, dat ook Smalle Lowietje die gedachte is toegedaan, anders had hij niet zoveel tamtam gemaakt. Wat mij zo bezighoudt is de vraag 'waarom'.'

'Misschien wist hij te veel.' Vledder schudde wild zijn hoofd.

'Waarvan?' riep hij onbeheerst. 'Waarvan wist hij? Het plan is nooit uitgevoerd. Er heeft nooit een gijzeling plaatsgevonden. Het directieschuitje ligt nog steeds ongebruikt aan de Amstel bij Zorgvlied. Begrijp je, De Cock, hoe je het ook beziet, er bestond geen enkele reden om Zwarte Archie te laten verdwijnen. Integendeel, hij had nog nuttige hand- en spandiensten kunnen verrichten.' 'Zoals?'

Vledder gebaarde achteloos.

'Het bewaken en verzorgen van de gegijzelde. Het transporteren… verleggen van de directieschuit om opsporing te bemoeilijken.' De Cock maakte een grimas.

'Dat zijn allemaal taken,' sprak hij zoet zalvend, 'die bij een werkelijk gepleegde gijzeling behoren. Maar je merkte zelf al op, dat er geen gijzeling heeft plaatsgevonden.' De opmerking prikkelde Vledder zichtbaar. 'Dat kon toch nog,' riep hij geïrriteerd. 'De plannen waren er. De uitvoering moest nog komen. En bij die uitvoering kon men de hulp van Zwarte Archie best gebruiken. In dit licht bezien was het laten verdwijnen van de jongeman een zinloze daad.' De Cock zuchtte diep.

'Je gaat te veel van een mogelijke gijzeling uit.'

Vledder keek verwonderd op.

'Waar wil je dan van uitgaan?'

'De begrafenis.'

'Welke begrafenis?'

De Cock zuchtte om het onbegrip.

'Wat was Archie's probleem?' vroeg hij geduldig. 'Denk eens goed aan wat Archie, kort voor zijn verdwijning, tegen een paar penozejongens in het café van Smalle Lowietje zei.' Het duurde enige tijd. Toen lichtten de ogen van de jonge rechercheur fel op.

'Waar-kan-je-het-beste-een-dooie-begraven.' De Cock keek hem secondenlang aan.

'Word je wakker?' vroeg hij sarcastisch. Hij stond van zijn stoel op. 'En laat nu je hersenen nog even aan het werk.' Hij draaide zich om en slenterde met lome tred naar de kapstok. Zijn hand reikte naar zijn hoedje.

Op dat moment rinkelde de telefoon. Vledder nam de hoorn en luisterde.

Van een afstandje keek De Cock toe. Hij zag hoe het gezicht van de jonge rechercheur verbleekte. Langzaam liep hij terug.

Toen Vledder de hoorn weer op het toestel had gelegd, keek De Cock hem vragend aan.

'Wat is er?'

Vledder hijgde.

'Dr. Haanstra is dood.'

'Vermoord?'

Vledder knikte traag.

'Gewurgd… met een sjaal.'

17

Vledder stormde onbesuisd met drie treden tegelijk de trap af. De Cock trok de ceintuur van zijn regenjas wat strakker en kwam hem kalm na. Beneden in de hal bleef de jonge rechercheur op hem wachten. Toen ze aan de balie voorbij trokken, wenkte de wachtcommandant hen met een kromme vinger. 'Gaan jullie naar die dooie dokter?' De Cock keek hem wat verstoord aan. 'Ja… is er nog wat?'

Jan Kusters zwaaide met een somber gezicht naar een reeks aantekeningen op zijn bureau. 'Moet je eens zien,' sprak hij triest. 'Allemaal verzoeken om assistentie. Dat verdomde personeelstekort. Het wordt tijd dat ze in Den Haag een paar blikken met agenten voor ons opentrekken. Het is gewoon geen doen. Ik heb geen man meer in de wachtkamer.' Hij keek op. 'Er staat een politiewagentje bij die dokter voor de deur. Als jullie er zijn… stuur dan die dienders terug.' De Cock knikte begrijpend.

'Waarschuw jij voor mij dan vast de meute. Zonder een wagentje daar heb ik geen communicatie.' 'Oké, dat doe ik.'

Ze stapten van de balie weg en liepen het bureau uit.

Buiten wilde Vledder direct in een gereedstaande politieauto stappen, maar De Cock riep hem terug.

'Laat dat ene wagentje nu maar staan voor de wachtcommandant. Hij kan het misschien beter gebruiken dan wij. Kusters heeft het al moeilijk genoeg. Bovendien zijn we in de binnenstad te voet veel sneller.'

Vledder klapte het portier dicht. 'Met jouw sukkelgangetje?' Het klonk wat misprijzend. 'Dood is dood,' zei De Cock achteloos. 'Daar valt niets meer aan te doen.' Hij keek de jonge rechercheur van terzijde aan. 'Of bezit jij de gave om dooie dokters weer tot leven te wekken?' Vledder antwoordde niet, maar liep mokkend vooruit. De jonge rechercheur had altijd wat moeite met de gezapige slentergang waarmee De Cock zich gewoonlijk voortbewoog. De oude rechercheur lichtte in het voorbijgaan zijn hoedje voor een piepjong heroïnehoertje. Hij had het schriele vrouwtje de laatste maanden vele malen met een afwezige blik in haar ogen in de grote recherchekamer zien zitten, wachtend op haar verhoor. Hij wist dat ze van Duitse origine was, maar kon zich haar naam niet herinneren. Hij draaide zich half om en keek haar peinzend na. Het was de laatste jaren bijna ondoenlijk om de ontwikkeling bij te houden. Het koor van verslaafden groeide met de dag. Een onoplosbaar probleem… zeker voor de Amsterdamse recherche, die de stroom van criminaliteit, die de verslaving met zich meebracht, bijna niet meer kon verwerken. Langs zijn lippen gleed een moede glimlach. Een taak voor een volgende recherchegeneratie? Hij bedacht het bitter en telde op zijn vingers de jaren die hem nog van zijn pensionering scheidden.

1 ... 21 22 23 24 25 26 27 28 29 ... 32
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)