Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en moord op de Bloedberg
De Cock en moord op de Bloedberg - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en moord op de Bloedberg

Электронная книга - «De Cock en moord op de Bloedberg». Краткое содержание книги:

Bij de begrafenis van een man die in Antwerpen vermoord uit de Schelde is gevist, doet rechercheur De Cock een vreemde ontdekking.
1 ... 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32
Перейти на страницу:

‘Is er misschien toch iets… iets, waarvan u achteraf zegt dat was vreemd… merkwaardig?’

De schipper trok zijn schouders op.

‘Ze lagen wat hoog in het water. Wanneer lijken van drenkelingen boven water komen, dan ziet men vaak niet meer dan de kruin. Bij deze twee lijken staken ook de ruggen bollend boven water.’

De Cock knikte begrijpend.

‘Bij een normale drenkeling zit er ook geen lucht in de longen. Bij deze lijken was dat wel het geval.’

Van den Bosch staarde voor zich uit.

‘Dan was er iets,’ sprak hij peinzend, ‘dat ik mij pas later realiseerde.’

‘Dat was?’

De schipper verschoof iets op de bank.

‘Tussen de beide moorden lag een verschil van twee of drie dagen. Beide keren lag er een Nederlands jacht in het Bonapartedok.’

‘En die dagen daartussen niet?’

‘Nee.’

‘Herinnert u zich nog de naam van het jacht?’

Vita Nova. Ik interesseer mij voor zeewaardige jachten. Het is een soort hobby van mij. Een paar maanden geleden lag het jacht in de Sixhaven in Amsterdam. Ik heb er toen nog een tijdje bewonderend naar staan kijken. Het is een beauty.’

De Cock keek de schipper gespannen aan.

‘Weet u wie de eigenaar is?’

Van den Bosch knikte traag.

‘Ene Van Assumburg.’

Licht schokkend gleed de trein het Centraal Station van Antwerpen uit. De Cock leunde achterover en keek naar de huizen die aan hem voorbijgleden. Het gaf hem een weemoedig gevoel. De grijze speurder was in luttele uren van die stad gaan houden en wist dat hij eens zou terugkomen. Misschien om een rovershol te reinigen en de kooplieden uit de tempel te verdrijven, maar zeker om nog eens te slenteren over verstilde pleintjes en middeleeuwse straten en… om een koel Bolleke in een halfduister staminee.

Vledder verstoorde zijn overpeinzingen.

‘Hoofdcommissaris Opdenbroecke vroeg of wij nog iets hadden bereikt.’

‘Wat heb je hem gezegd?’

‘De waarheid. Dat we in feite door broeder Georgius waren vernederd.’

De Cock keek hem van opzij aan.

‘Voel je dat zo?’

‘Een beetje wel.’

De Cock trok gelaten zijn schouders op.

‘Hij was heel hoffelijk en beminnelijk. Ik kan niet anders zeggen. En verder zullen wij nog maar moeten bewijzen dat zijn tempel inderdaad een camouflage is voor duistere praktijken.’ Hij krabde zich achter in zijn nek.

‘Ik heb vanmorgen overigens een interessante ontmoeting gehad.’

‘Met wie?’

‘Met de schipper van de Stella Maria.’

‘Waar?’

‘In de schippersbeurs.’

Vledder lachte.

‘Daarom wilde je naar de Twaalfmaandenstraat.’

De Cock knikte.

‘En het was de moeite waard. Schipper Van den Bosch heeft een scherp oog voor mooie jachten.’

‘En?’

‘Hij heeft in het Bonapartedok tweemaal een prachtig jacht gezien… en beide malen dreef kort daarna een lijk langs de Stella Maria.’

Vledder keek zijn oude collega met grote ogen aan. ‘Waarom heeft men ons bij de Gerechtelijke Politie daar niets van gezegd?’

‘Dat wist Opdenbroecke niet… en dat weet hij nog niet. Het is een detail dat schipper Van den Bosch zich pas later realiseerde.’

‘Is dat jacht op te sporen?’

De Cock glimlachte.

‘Dat zal wel lukken. Het is een Nederlands jacht… de Vita Nova. De schipper van de Stella Maria kende het jacht en wist zelfs wie de eigenaar was.’ Hij zweeg even voor effect. ‘Ene heer Van Assumburg.’

Vledder gleed haast van de bank.

‘Wat?’ riep hij geschokt.

‘Schipper Van den Bosch had het jacht een paar maanden geleden nog in Amsterdam in de Sixhaven zien liggen.’

Vledder knikte nadenkend voor zich uit.

‘Dat kan best kloppen,’ sprak hij traag. ‘Van Assumburg had een zeewaardig jacht. De deftige Van Ravenswoud vertelde het ons toen hij aangifte kwam doen terzake oplichting en valsheid in geschrifte.’ De grijze speurder wreef met zijn vlakke hand over zijn gezicht. ‘Op de weg naar het station,’ verzuchtte hij, ‘heb ik overdacht hoe ik deze nieuwe ontwikkeling moest inpassen. Ik ben er nog niet uit. Wie voer er met het jacht? Was het de dode en weer tot leven gekomen Hendrik-Jan van Assumburg… of was het iemand anders?’

De trein raasde met hoge snelheid naar de Nederlandse grens. Een tijdlang zwegen beiden. Verzonken in gedachten. Na een poosje keek Vledder opzij.

‘Moeten we de Gerechtelijke Politie op de hoogte brengen?’

De Cock knikte.

‘Zeker. Dat mogen we hen niet onthouden. Wat wist de hoofdcommissaris overigens van die Paulus Verhoeven?’

Vledder grinnikte.

‘Dat moet een mooi heerschap zijn geweest. Bij de Gerechtelijke Politie in Antwerpen waren ze destijds blij dat ze van hem verlost waren.’

‘Hoezo?’

‘Die Paulus Verhoeven maakte er een gewoonte van om steeds opnieuw allerlei vreemde sektarische bewegingen op poten te zetten: Jeugd Voor Vrede, De Laatste Heiligen van het Avondland, Terug Naar Eenvoud…’

De Cock onderbrak Vledders opsomming.

‘En het Heilig Verbond van de Stervenden.’

‘Inderdaad.’

‘Een man met fantasie.’

Vledder knikte instemmend.

‘Het lukte hem ook steeds weer om mensen voor zijn vaak absurde ideeën te winnen. Als ze enthousiast waren geworden, liet hij hen geld inzamelen en voor een karige hap eten langdurig werken. Er waren zelfs mensen, die hem hun gehele bezit overdroegen.’

De Cock grijnsde.

‘En de heer Verhoeven leefde er goed van.’

‘Zeker. Toen de Gerechtelijke Politie hem te dicht op de hielen kwam, vluchtte hij met al zijn liquide middelen naar Zwitserland.’

‘En stortte bij Sankt-Moritz in een ravijn.’

‘Zo is het.’

De Cock wreef met zijn pink over de rug van zijn neus.

‘En weet je nog wie tante Evelien in Sankt-Moritz ontmoette?’ De mond van Vledder viel open.

‘Hendrik-Jan van Assumburg.’

18

Een trage, slome regen zakte mistroostig uit een laag wolkendek. Het zat zo diep, zo vast, dat het leek alsof het nooit meer zou weggaan, alsof het in Amsterdam verder eeuwig zou regenen.

De Cock trok de kraag van zijn jas omhoog en drukte zijn oude hoedje verder naar voren. Hij slenterde op de voor hem zo typische manier over het grind van de begraafplaats. Het water droop van zijn gezicht.

De oude Ronald Kruisberg werd opnieuw begraven. Op Zorgvlied. De Cock had het gevoel dat hij erbij moest zijn, uit piëteit, uit eerbied voor het leven en de dood. Twee begrippen, zo was zijn oprechte mening, waarmee een sterfelijk mens niet mocht spotten. De jonge Vledder had pertinent geweigerd om met hem mee te gaan.

‘Ik voel er niets voor,’ had hij knorrig gezegd. ‘Ik heb nu al tweemaal voor joker over dat Zorgvlied gekuierd. Ik pas voor een derde keer.’

De grijze speurder had begrip getoond en niet aangedrongen. Zwijgend had hij zich in zijn oude regenjas gewurmd en was met een gammele Volkswagen weggereden.

De begraafplaats zag er triest en verlaten uit. Er was geen kleur en de vogels hielden zich schuil. Gebogen slenterde De Cock verder. Toen hij opkeek, zag hij in de verte een man. Hij stond eenzaam en alleen onder een afdakje van de aula.

Toen De Cock naderbij kwam, gleed een glimlach van herkenning om zijn lippen. ‘Ronald,’ riep hij verrast. ‘Ben jij de enige?’

De jonge Kruisberg knikte met een somber gezicht.

‘Niemand wilde mee. Moeder niet. Tante Evelien niet. Niemand. Ook Jenny wilde thuisblijven. Voor mij, zei ze, heeft jouw vader nooit geleefd… is hij al jaren dood en begraven.’

De Cock keek naar hem op.

1 ... 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)