Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en moord op de Bloedberg
De Cock en moord op de Bloedberg - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en moord op de Bloedberg

Электронная книга - «De Cock en moord op de Bloedberg». Краткое содержание книги:

Bij de begrafenis van een man die in Antwerpen vermoord uit de Schelde is gevist, doet rechercheur De Cock een vreemde ontdekking.
1 ... 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32
Перейти на страницу:

De Cock voelde hoe het ritme van zijn hartslag langzaam opliep.

De zalvende, vaak wat neerbuigende toon van broeder Georgius ergerde hem.

‘Broeder Sodomius werd vermoord,’ reageerde hij fel.

Broeder Georgius knikte bedaard.

‘En bent u daarvoor van zover gekomen?’

‘Onder meer.’

Broeder Georgius toonde een lichte verbazing.

‘Ik dacht dat de Gerechtelijke Politie die affaire al bevredigend had afgewikkeld.’

De Cock brieste.

‘Bevredigend… voor wie?’

‘Broeder Sodomius… ik heb vernomen dat hij in Amsterdam heel keurig ter aarde is besteld.’

De Cock probeerde een opkomende woede te bedwingen. Het lukte niet.

‘Broeder Sodomius,’ schreeuwde hij wild, ‘zat op het moment van zijn ter-aar-de-be-stel-ling hier in Antwerpen heel genoeglijk achter een groot glas bier.’

Broeder Georgius keek langzaam op. Om zijn dunne lippen zweefde een zoete glimlach.

‘Een Bolleke… daar hield hij van.’

17

Vledder lachte voluit.

‘Hij was je op alle fronten de baas. De manier waarop hij jouw denkbeelden, dat Richard Strijdbaar en Hendrik-Jan van Assumburg nog in leven waren, belachelijk maakte, was subtiel. Hij leek ook geen moment geschokt. Integendeel… hij acteerde volmaakt rustig… alsof hij jou en jouw beweringen niet au sérieux nam.’

De Cock blikte opzij.

‘En dat vond jij prachtig?’

De jonge rechercheur schudde zijn hoofd.

‘Dat niet. Maar als die broeder Georgius inderdaad bij deze affaire is betrokken, dan hebben wij in hem een vervaarlijk tegenstander.’

‘Iemand die wij wel serieus moeten nemen.’

Vledder knikte ernstig. ‘Het zal niet meevallen om die tempel open te breken. Broeder Georgius voelt zich volkomen veilig. En terecht.’ Hij gebaarde heftig. ‘Wat hebben we voor aanwijzingen? Een warrig foldertje, gevonden bij Rickie van Apache Alie, en het feit dat een dode Ronald Kruisberg als Jan de Vries in de tempel aan de Burchtgracht zijn domicilie kiest. En verder?’

De Cock bleef staan. Stokstijf. Zijn benen iets uit elkaar. Zijn gezicht was als een stalen masker. Met een gebaar van ingehouden woede stak hij drie vingers van zijn rechterhand omhoog.

‘Drie,’ siste hij, ‘drie mannen… Kruisberg, Van Assumburg en Strijdbaar… hebben hier vertoefd… zijn lid geweest van het Heilig Verbond van de Stervenden… stierven en kwamen weer tot leven.’ Hij ademde diep. ‘Nu geef ik direct toe dat hieruit geen gram bewijs valt te tillen, dat zelfs de stomste advocaat ons honend de rechtszaal uitjaagt… maar één ding verzeker ik je… een vervaarlijke broeder Georgius of niet… De Hemelpoort zal ik ontsluiten.’

Ze liepen de Burchtgracht verder op, in de richting van het Vleeshuis. Achter gesloten vitrage lonkten een paar bedaagde hoertjes. Op de hoek van de Drie Hespenstraat stond een wat gezette man in de deuropening van het café Piaf.

De Cock slenterde naar hem toe.

‘Misschien kunt u ons helpen,’ loog hij beminnelijk. ‘We zoeken tempel De Hemelpoort.’

De man wees voor zich uit.

‘Daar moet u aan voorbij zijn gekomen.’

De Cock glimlachte.

‘Het is ons niet opgevallen.’ Hij weifelde even. ‘Komen er veel mensen naar de tempel?’

De man knikte bevestigend.

‘Het is er een komen en gaan. Het lijkt soms wel de zoete inval. Landlopers, zwervers, verslaafden… elk mens in nood is daar welkom.’

De Cock hield zijn hoofd scheef.

‘En als men niet behoort tot de… eh… categorieën, die u zo-even noemde?’

De man keek de beide rechercheurs voor zich schattend aan.

Toen trok hij zijn schouders op.

‘Dat deert de broeders niet,’ sprak hij achteloos. ‘Zij volgen de werken der barmhartigheid… de hongerigen voeden en de dorstigen laven.’

De rechercheurs bogen tot dank en liepen terug.

Vledder grinnikte.

‘Ik vrees,’ sprak hij spottend, ‘dat we onze mening over broeder Georgius nog moeten herzien.’

De Cock reageerde niet. Toen ze uit het zicht van de man bij café Piaf waren, schoven ze de Zakstraat in en zetten koers naar de Grote Markt.

Vledder snoof.

‘Ik kan niet zeggen,’ merkte hij somber op, ‘dat Antwerpen ons veel verder heeft gebracht.’

De Cock keek om zich heen. ‘We zoeken voor de nacht een hotelletje.’

‘Gaan we morgen terug naar Amsterdam?’

De Cock knikte.

‘Maar morgenochtend ga jij eerst even naar hoofdcommissaris Opdenbroecke om hem te vragen wat hij weet van ene Paulus Verhoeven, een man die vijf jaar geleden bij Sankt-Moritz in een ravijn stortte. We ontmoeten elkaar dan weer in het Centraal Station.’

Vledder blikte wat argwanend opzij.

‘En jij?’

De grijze speurder schoof zijn oude hoedje wat naar achteren. ‘Ik? Ik ga nog eens terug naar de Twaalfmaandenstraat.’

De Cock was geen man die zich in elke stad onmiddellijk thuisvoelde. Dat fenomeen miste hij. Voor de oude speurder had iedere stad haar eigen ondefinieerbare geluiden, geuren en kleuren in de zon. Het duurde meestal dagen voordat ook voor hem de straten dimensies kregen, de huizen een gezicht.

Maar in Antwerpen was dat anders. Met een zekerheid alsof hij al vele reïncarnaties in die stad had gewoond en geleefd, slenterde hij over de Grote Markt langs het stadhuis en bezag met welgevallen de imposante gevels van de oude gildehuizen.

Zonder na te denken vond hij zijn weg naar de Twaalfmaandenstraat en stapte de schippersbeurs binnen. Het was er druk, rokerig en rumoerig. In het midden, op schragen en lange latten, zaten en praatten schippers met gelooide gezichten. Zo nu en dan keken zij omhoog naar vrachtberichten in wit krijt op groene borden.

Tegen een hoge eikenhouten lambrisering leunden fraaie oude gotische kerkbanken, rechtop en smal, waarop het, naar traditie, pijnlijk was te zitten.

Vanachter een balie stevende een man op De Cock af. Hij had een bolle buik, gevangen in een geel en afschuwelijk lelijk T-shirt. Hij keek de grijze speurder onderzoekend aan. ‘Van welke onderneming zijt ge?’ vroeg hij met enige achterdocht.

De Cock trok zijn gezicht in een brede grijns.

‘Een onderneming,’ sprak hij spottend, ‘die, volgens sommigen ten onrechte, meent dat dieven, rovers en moordenaars dienen te worden gevangen en berecht.’ Hij zweeg even, monsterde het beteuterde gezicht voor hem en veranderde van toon. ‘De schipper van de Stella Maria,’ vroeg hij vriendelijk, ‘komt die hier ook wel eens?’

De man in het gele T-shirt knikte instemmend.

‘Zeker.’ Hij draaide zich half om en wees naar een lange, stille, eenzame figuur op een kerkbank verderop. ‘Daar zit hij.’

De Cock slenterde op de man toe en ging naast hem zitten.

‘Johannes van den Bosch?’ vroeg hij zacht.

De man lichtte zijn wenkbrauwen iets op.

‘Van den Bosch… ja, dat ben ik.’

‘Hollander?’

De schipper keek hem vragend aan.

‘Moet dat een aanbeveling zijn?’

De grijze speurder glimlachte.

‘Mijn naam is De Cock… met ceeooceekaa. Ik ben als rechercheur verbonden aan het politiebureau in de Warmoesstraat in Amsterdam.’

‘Ver van huis.’

De Cock maakte een hulpeloos gebaartje.

‘Ik ben ambtelijk betrokken bij twee moorden, die hier in Antwerpen zijn gepleegd. Volgens mijn inlichtingen heeft u in beide gevallen de lijken ontdekt.’

‘Dat klopt. Ze dreven in het dok.’

‘Ik ga ervan uit dat u de plaatselijke autoriteiten hier volledig hebt ingelicht,’ ging De Cock verder.

‘Uiteraard.’

De grijze speurder aarzelde even.

1 ... 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)