De Cock en het roodzijden nachthemd
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #44
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0832-7
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en het roodzijden nachthemd». Краткое содержание книги:
Toen de jongeman De Cock in het oog kreeg, sprong hij verschrikt op.
‘Moet u mij hebben?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Niet zoals jij bedoelt.’ De oude rechercheur blikte om zich heen. ‘Ik mis je moeder.’
Jopie de Waard liet zijn hoofd zakken.
‘Die is vorig jaar gestorven.’
‘God hebbe haar ziel.’
Jopie de Waard keek naar hem op.
‘Mag u zeggen.’
De Cock beluisterde de toon.
‘Jouw moeder was een gelovige vrouw, die haar handicap moedig heeft gedragen.’
Jopie de Waard grijnsde.
‘U vergeet dat ze mij vanuit haar stoel dirigeerde. Zo lief was ze niet.’ Hij boog zich naar het televisietoestel en liet de kwebbelende heer van het scherm verdwijnen. ‘Ik neem niet aan dat u bent gekomen om over het zielenheil van mijn moeder te kletsen.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik wil eens met je praten over je neef… wijlen je neef Henkie Spaargaren.’
Jopie de Waard trok zijn schouders op.
‘Wat valt er nog over te praten,’ reageerde hij achteloos. ‘Ze hebben hem gemold.’
‘Ik heb gehoord dat jij naar de politie in Lelystad bent geweest om hem te identificeren.’
Jopie de Waard knikte.
‘Er zaten vier kogels in zijn rug.’
‘Waarom jij?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Waarom lieten ze jou komen om hem te identificeren?’
Jopie de Waard gebaarde voor zich uit.
‘In Henkie zijn portefeuille zat een kladje met mijn naam en telefoonnummer.’
‘Jij onderhield nog contact met Henkie?’
Jopie de Waard knikte.
‘Dat moet u toch weten. We waren als kind al vaste gabbertjes.’
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.
‘Weet je hoe Henkie de laatste jaren aan de kost kwam?’
Jopie de Waard lachte.
‘Hij verhuurde zijn blaffer.’
‘En daar hielp je hem bij?’
Jopie de Waard keek hem geschrokken aan.
‘Ik?’ De jongeman schudde resoluut zijn hoofd. ‘Ik niet. Mij te link. Ik heb Henkie dikwijls gewaarschuwd. Schei ermee uit… vandaag of morgen loop je tegen een paar kogels op.’
De Cock trok zijn gezicht strak.
‘Dat is gebeurd.’
‘Precies.’
De Cock keek hem onderzoekend aan.
‘Heb je de recherche in Lelystad alles verteld wat je wist?’
Jopie de Waard schudde zijn hoofd.
‘Waarom zou ik?’
De Cock boog zich iets naar hem toe.
‘Wil… eh, wil jij mij behulpzaam zijn om zijn moordenaar te vinden?’
Jopie de Waard antwoordde niet direct. Er verscheen een argwanende blik in zijn ogen.
‘Wat… eh, wat moet ik daarvoor doen?’
De Cock strekte zijn wijsvinger naar hem uit.
‘Die argwaan uit je ziel laten zakken,’ sprak hij grommend.
‘Ik wil zelf geen sores.’
De Cock zuchtte diep.
‘Besprak Henkie,’ vervolgde hij vriendelijk, ‘met jou wel eens zaken die hij onder handen had?’
Jopie de Waard knikte traag.
‘Ik deed ook wel eens karweitjes voor hem.’
‘Zoals?’
‘Mensen schaduwen. Posten.’
De Cock kauwde peinzend op zijn onderlip.
‘Nog niet zo lang geleden had Henkie Spaargaren een opdracht om een man neer te leggen… een man met zwart krullend haar en een snor.’
Jopie de Waard kneep zijn lippen opeen.
‘Dat is vermoedelijk ook de vent die hem die vier kogels in zijn rug joeg.’
‘Van wie kwam die opdracht?’
‘Van een wijf.’
‘Wat voor een wijf.’
Jopie de Waard snoof.
‘Een serpent van een wijf. Ze wilde niet dokken. Ik heb uren voor haar deur gelegen om te kijken of die vent met die snor bij haar op visite kwam.’
‘In opdracht van Henkie?’
‘Ja.’
‘Weet je nog het adres.’
Jopie de Waard grijnsde.
‘Ik kan de deur van haar huis voor je uittekenen: Prinsengracht 110, op de hoek van de Egelantiersgracht.’
12
Vledder keek hem met grote ogen aan.
‘Prinsengracht 110… Dat is… eh, dat is het huis van Sabrine Achterbroek.’
De Cock knikte.
‘Daar stond Jopie de Waard in opdracht van Blaffer Henkie te posten.’
Vledder slikte zijn verbazing weg.
‘Dan was dus Sabrine Achterbroek dat serpent van een wijf uit de verklaring van Dikke Hennie… De vrouw, die Blaffer Henkie de opdracht had gegeven om de man met de snor te vermoorden.’
‘Precies.’
Vledder gebaarde voor zich uit.
‘Hoe kwam jij ertoe om Jopie de Waard uit de Monnikenstraat te benaderen?’
De Cock glimlachte.
‘Dikke Hennie vertelde ons dat haar Henkie voor het huis van dat serpent van een wijf had staan posten om te zien of een man met een snor haar woning verliet. Ik weet uit ervaring dat posten een vervelende klus is. Zonder op tijd te worden afgelost houdt men dat niet lang vol. Ik gokte dat Blaffer Henkie de hulp had ingeroepen van zijn neef Jopie de Waard. Vroeger trokken die twee vaak samen op.’
Vledder lachte.
‘Het was een prima gok,’ riep hij bewonderend.
De Cock knikte.
‘Het bleek dat Jopie de Waard wel vaker karweitjes voor zijn neef opknapte.’
Vledder glunderde.
‘Deze nieuwe ontwikkeling,’ sprak hij opgewonden, ‘biedt perspectieven.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Het is een klein stapje vooruit,’ sprak hij voorzichtig. ‘Maar we zijn er nog lang niet. Twee vragen komen dringend naar voren. Wie is de man met zwart krullend haar en een Turkse snor? En waarom wilde Sabrine Achterbroek dat hij geforceerd uit onze samenleving verdween?’
Vledder stak de vingers van zijn rechterhand omhoog.
‘Er is een geheimzinnige man met een snor,’ stelde hij, ‘die kort voor haar overlijden in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis onaangekondigd Yolanda van Zelhem heeft bezocht.
‘Er is een geheimzinnige man met een snor, die voor het laatst in het gezelschap van de vermoorde Blaffer Henkie is gezien.
‘En er is nu een geheimzinnige man met een snor, die Sabrine Achterbroek graag van de aardbodem zag verdwijnen.’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Vermoedelijk,’ verzuchtte hij, ‘is het steeds dezelfde man. Wat mij intrigeert is, dat er blijkbaar een relatie bestond tussen hem en Sabrine Achterbroek.’
‘Hoe bedoel je?’
De Cock zwaaide met zijn armen.
‘Blaffer Henkie kreeg van Sabrine Achterbroek het signalement van de man die hij moest neerknallen. Een duidelijk signalement van een man met zwart krullend haar en een snor. Blaffer Henkie zou zijn opdracht tot moord uitvoeren wanneer de man van dat signalement haar woning verliet. Zij moet die man dus goed hebben gekend… de overtuiging hebben gehad, dat hij haar min of meer regelmatig zou bezoeken.’
Vledder reageerde verschrikt.
‘Haar ex-man… Bob Verhagen?’
De Cock keek hem misprijzend aan.
‘Heeft die zwart krullend haar en een snor?’
‘Dat kan een vermomming zijn.’
De Cock grijnsde.
‘Een vermomming voor de vrouw met wie hij jaren getrouwd is geweest?’ De oude rechercheur schudde zijn hoofd. ‘Dat lijkt mij niet waarschijnlijk. Mijn vrouw zou mij zelfs herkennen na een mislukte facelift.’
Vledder grinnikte.
‘Daar heb jij geen plastische chirurg voor nodig.’
De Cock negeerde het grapje.
‘Bovendien,’ ging hij onverstoord verder, ‘waarom zou Sabrine haar ex-man willen laten vermoorden?’