De Cock en het roodzijden nachthemd
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #44
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0832-7
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en het roodzijden nachthemd». Краткое содержание книги:
‘Dat had hij al vijfentwintig jaar geleden moeten doen. Dat had hem veel ergernis bespaard.’
Vledder lachte.
‘Ik denk dat Buitendam jou… ondanks alles… aan de Warmoesstraat wil houden.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Ik had niet verwacht,’ sprak hij peinzend, ‘dat Pieter van Vlietland een dergelijk artikel zou publiceren.’
Vledder grinnikte vreugdeloos.
‘Pieter van Vlietland hecht blijkbaar meer waarde aan de gegevens van zijn informant, dan aan jouw bewering dat beide vrouwen zelfmoord pleegden.’
De Cock knikte.
‘Ik zou toch graag willen weten hoe hij aan zijn gegevens komt. De man of vrouw die hem inlichtte, was goed geïnformeerd.’
‘Kunnen we die journalist niet dwingen om ons zijn zegsman of zegsvrouw te noemen?’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Dat is niet eenvoudig… Een lastige en vaak langdurige procedure, waar rechters aan te pas komen. Journalisten willen zich graag op het verschoningsrecht[9] beroepen.’
‘Dat hebben ze toch niet?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Maar er worden door hen steeds opnieuw pogingen ondernomen om dat verschoningsrecht te verwerven. Zo nu en dan steekt dat probleem de kop op. Journalisten vinden het belangrijk dat de bronnen van hun wetenschap geheim blijven.’
Vledder grinnikte.
‘Wie controleert hen dan wanneer zij aan duimzuigerij doen?’
De Cock maakte een hulpeloos gebaar.
‘Dat is het. Voor ons is het vervelende dat ook moordenaars kranten lezen.’
Vledder fronste zijn wenkbrauwen.
‘Verwacht je dat hij van tactiek zal veranderen?’
De Cock staarde voor zich uit.
‘Als onze moordenaar nog meer slachtoffers op het oog heeft, dan bestaat de mogelijkheid dat zijn volgende moord een andere uitvoering krijgt.’
‘Met een camouflage die wij niet doorzien?’
De Cock antwoordde niet. Hij stond van zijn stoel op en slenterde naar de kapstok.
Vledder kwam hem na.
‘Wat ga je doen?’
De Cock draaide zich half om.
‘Nu Marjolein Ridderspoor voorlopig nog zoek is, lijkt het mij het beste om eerst even onze collega’s uit Lelystad behulpzaam te zijn.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Praten met de moeder van Hendrik Spaargaren, alias Blaffer Henkie.’
De Cock wurmde zich in zijn regenjas.
‘Ik ben benieuwd wat Dikke Hennie mij wel… en onze collega’s uit Lelystad niet wil vertellen.’
Ze reden met hun Golf van de steiger weg. Het was droog en minder guur. Op het brede trottoir van het Damrak paradeerden vrouwen in fleurige toiletjes. Het deed bijna zomers aan. Door een haag van witte stapelwolken prikte af en toe een vriendelijk zonnetje.
De Cock plukte een notitie uit het borstzakje van zijn colbert en bekeek het adres.
‘Tussenmeer 1275, weet jij waar dat is?’
Vledder knikte.
‘In Amsterdam-Osdorp.’
‘Daar woont Dikke Hennie nu.’
Vledder keek De Cock van terzijde aan.
‘Waarom wil ze alleen met jou praten?’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Prostituees zijn in de regel nogal wantrouwend tegenover de politie. Dat wantrouwen heeft ze niet ten opzichte van mij. Toen Hennie nog bij Zwarte Loes achter het raam zat, heeft ze een paar maal mijn hulp ingeroepen.’
‘Inzake?’
‘Haar zoon. In zijn puberteit gaf Henkie Spaargaren nog wel eens problemen.’
Vledder grinnikte.
‘Jouw pedagogische inbreng,’ spotte hij, ‘heeft weinig opgeleverd.’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Ik ben zijn vader niet.’
Via de Stadhouderskade, de Overtoom en de lange brede Cornelis Lelylaan bereikten ze Amsterdam-Osdorp.
De oude rechercheur blikte verwonderd om zich heen.
‘Hier heeft Amsterdam geen gezicht meer,’ mompelde hij ontstemd. ‘Dergelijke stadsdelen vind je overal in ons land.’
Vledder reageerde niet. Zonder veel moeite vond hij een ruime parkeerplaats voor de Golf. De rechercheurs stapten uit.
Tussenmeer 1275 bleek een woongedeelte op de zevende verdieping van een riant flatgebouw. Vanuit een imposante hal met een schitterend aquarium gingen ze met de lift omhoog. Voor de toegangsdeur van flat 1275 bleef De Cock staan en bezag het kijkglaasje in het midden. Daarna nam hij zijn hoed af en drukte hij op de bel.
Het duurde enkele seconden. Toen werd na het verschuiven van grendels de deur geopend en verscheen in de deuropening een mollige vrouw van voor in de vijftig. In haar loshangende ochtendjas liep ze onmiddellijk op De Cock toe, legde haar hoofd op zijn linkerschouder en huilde.
‘Ze hebben mijn Henkie omgebracht. Ze hebben mijn Henkie omgebracht. Ze hebben mijn Henkie…’
Ze herhaalde het zonder ophouden.
De Cock liet haar even begaan. Toen drukte hij haar zachtjes van zich af.
‘Ik wil eens met je praten,’ sprak hij vriendelijk.
Dikke Hennie draaide zich om en liep voor de rechercheurs uit naar haar woonkamer. Ze gebaarde om zich heen naar nieuwe witgelakte meubeltjes.
‘Allemaal van Henkie,’ jammerde ze. ‘Hij was een schat. Door hem kan ik hier fijn wonen… hoef ik niet meer op de Wallen achter het raam te zitten.’
Ze greep in een gebaar van wanhoop met beide handen naar haar hoofd. ‘Een of andere vieze smeerlap heeft hem omgebracht… mijn brave jongen… een jongen die geen vlieg kwaad kon doen.’
De Cock liet zich in een witlederen fauteuil zakken en legde zijn hoedje naast zich op het tapijt. Geduldig wachtte hij tot haar jammerklachten stokten.
‘Ze zijn gisteren uit Lelystad bij je geweest?’ opende hij voorzichtig.
Dikke Hennie ging tegenover hem zitten en knikte.
‘Ik heb het niet zo erg op de prinsemarij staan. Dat weet je. Ik had geen zin om met hen te praten. Het waren nog van die broekies.’
De Cock glimlachte.
‘Je praat liever met een ouwe vent, zoals ik.’
Dikke Hennie grijnsde breed.
‘Dat smoel van jou ken ik.’
De Cock boog zich iets naar voren.
‘Het heeft mij verbaasd. Volgens mijn inlichtingen hield Henkie zich de laatste jaren bezig met het uitvoeren van moorden op bestelling.’
Dikke Hennie maakte een afwerend gebaar.
‘Ach,’ verzuchtte ze, ‘dat moorden stelde niets voor. Henkie heeft nog nooit iemand om zeep geholpen. Henkie maakte alleen dankbaar gebruik van de misdadigheid van anderen.’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Dat snap ik niet,’ loog hij.
Dikke Hennie verschoof iets in haar fauteuil.
‘Henkie liet overal rondbazuinen dat zijn blaffer voor eenieder te huur was. Daar kwamen allerlei mensen op af. Aan dat soort mensen had Henkie gruwelijk de pest. Dat waren in zijn ogen hufters, moordenaars, criminelen… Mensen met een slecht karakter, die… om zelf buiten schot te blijven… een ander het vuile werk voor hen lieten opknappen.’
Dikke Hennie schudde haar hoofd.
‘Henkie voerde zo’n opdracht tot moord nooit uit. Hij liet hen betalen… zoveel hij maar los kon peuteren.’
‘Hoe?’
‘Door te dreigen dat hij aan vriendjes van de pers zou vertellen van wie hij een opdracht had gekregen… compleet met de naam van het beoogde slachtoffer.’
‘Chantage.’
‘Zo mag jij het noemen.’
De Cock verborg een glimlach achter zijn hand.
‘Sprak Henkie wel eens met jou over zaken waarmee hij bezig was?’
‘Soms.’
‘Herinner jij je zo’n zaak?’
Dikke Hennie knikte. ‘Vrij recent… van dat wijf.’
‘Wat voor een wijf?’
‘Henkie had van een vrouw de opdracht gekregen om een bepaalde vent neer te leggen. Zoals ik al zei, dat deed Henkie niet. Hij ging met zijn bekende smoes naar die vrouw en zei tegen haar dat ze moest dokken.’
9
De bevoegdheid zich te onttrekken aan de verplichting tot het afleggen van een verklaring.