De Cock en een strop voor Bobby
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #1
- Год: 2004
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0614-9
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en een strop voor Bobby». Краткое содержание книги:
Maar voor een café heeft men een vergunning nodig en daarom hield Dirk de politie tot vriend.
‘Versteegh,’ zei hij, ‘Haagse Bertus is los.’
‘Nu al?’
‘Ja, gisteren was hij bij mij in de zaak.’
‘Maar zat zijn tijd er dan al op?’
Dirk trok zijn gezicht in een grimas.
‘Je weet zelf hoe ze bij de justitie zijn. Die arme souteneur-tjes toch.’ Hij zei het met een spottend hoog stemmetje. ‘Die lieve souteneurtjes toch, en zó door het leven geteisterd en zó ongewild op het slechte pad geraakt, dat je er alleen maar medelijden mee kunt hebben. Misschien hebben ze dan wel hier en daar een klein karakterfoutje, maar och, een kniesoor, die daarop let.’
Hij wreef met de rug van zijn hand langs zijn platte neus.
‘Je wordt toch niet kwaad Versteegh, als ik dat zo zeg?’
Ik lachte. ‘Welnee Dirk, we leven toch in een vrij land.’
Hij snoof. ‘Een vrij land, ja, maar soms zou ik willen dat ze de vrijheid van bepaalde lieden wat meer beperkten. Zo zijn ze gepakt en zo zijn ze weer los. Geloof me, Versteegh, jullie doen monnikenwerk.’
‘Er zijn monniken geweest, die goed werk deden.’
‘Och, je begrijpt mij best. Ik wil niets zeggen van het werk van de politie. Ik heb daar wel bewondering voor. Maar je moet toch zelf ook wel eens het gevoel hebben, dat het hopeloos is.’ Ik ging op een puntje van een stoel zitten. Meer ruimte was er niet.
‘Gebruik je verstand, Dirk. We streven niet naar een einddoel. Een wereld zonder misdaad is een hersenschim. Stel je nu eens voor, dat wij de prostitutie en alles wat daarmee samenhangt hier in de buurt zouden uitroeien. Dacht je dat het dan verdwenen zou zijn? Het verplaatste zich alleen en stak ergens anders weer de kop op. Het beste is de zaak rustig te laten sudderen en alleen de uitwassen bestrijden. En alleen aan die uitwassen hebben wij onze handen al vol.’
Dirk knikte peinzend.
‘Maar je zou mij wat van Haagse Bertus vertellen.’ ‘O ja,’ antwoordde Dirk. ‘Haagse Bertus. Het is geloof ik wel belangrijk. Hij kwam hier gisteren samen met Dikke Toontje. Dikke Toontje, ken je toch?’
Ik knikte.
‘Nou, ik was wel wat verbaasd, Haagse Bertus weer te zien. Ik dacht niet dat hij alweer vrij was. “Zo Bertus,” zei ik, “ben je er weer?” Hij bromde iets van “kelere zooi” en ging met Toontje aan een tafeltje zitten. Ze bestelden ieder een half kippetje. Toen ik de kippetjes bracht, hoorde ik ze samen praten. Bertus scheen nogal opgewonden. “Ik rijg hem aan het mes.” zei hij. Toontje zat er voor zijn doen met een ernstig gezicht bij. “Je hebt gelijk,” zei hij tegen Bertus. “Ze moesten ook mij zo’n knijvertje niet flikken.”’
‘Hadden ze het over Bobby?’ vroeg ik.
‘Ik heb de naam Bobby niet gehoord, maar ik denk wel dat ze hem bedoelden. Je weet toch wat er gebeurd is?’
‘Ja Dirk. Ik ken het verhaal van haver tot gort. Maar hadden die twee een borrel op?’
‘Nee, volgens mij waren ze zo nuchter als wat. Daarom heb ik het ook ernstig opgevat. Als ze dronken zijn dan zeggen ze zoveel. Dan had ik het je niet eens verteld.’
‘Dank je, Dirk.’
‘Zeg Versteegh, denk je dat ze werkelijk Bobby te lijf zullen gaan?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Je kan het nooit weten. Maar als je wat hoort, hou mij dan op de hoogte.’
‘Oké, dan bel ik je wel.’
Ik ging via dezelfde weg terug naar Geert, die rustig op mij zat te wachten. We dronken nog een kop koffie en namen daarna afscheid van Dirk en zijn koffiehuis.
Onderweg naar het bureau dacht ik aan de affaire-Haagse Bertus. Het was een geschiedenis die destijds in de buurt nogal wat opschudding had gegeven en lange tijd het onderwerp van heftige discussies was geweest.
Haagse Bertus was in de buurt een geziene figuur, die in de regel als executeur optrad. Hij vormde een soort éénmans-strafexpeditie wanneer iemand een gerechtvaardigd beroep op hem deed. Ik herinnerde mij in dit verband nog levendig de zaak-Tonio.
Op zekere dag kregen wij de melding, dat Tonio in een ziekenhuis was opgenomen. Hij had nogal ernstige kwetsuren. Ik toog de buurt in om er wat over aan de weet te komen, maar de buurt zweeg. Ik bracht een bezoek aan liet ziekenhuis en ondervroeg Tonio. Hij vertelde nukkig dat hij van een trap was gevallen en zich daarbij nogal lelijk had bezeerd. Het verhaal was zo lek als een mandje en ik geloofde er dan ook geen draad van. Maar hoe ik ook aandrong, het lukte mij niet om een andere verklaring van hem los te peuteren. Tonio hield zijn gezwollen lippen op elkaar. Ik zag er geen gat in en liet de zaak verder rusten. Pas later hoorde ik de ware toedracht.
Tonio was de souteneur van Jeanette, een nogal vreemd schepseltje dat zich in haar woninkje omringde met parkietjes. Ze hield ze gevangen in drie mooie kooitjes, die blonken van het chroom. Haar aanhankelijkheid jegens de diertjes was bijzonder groot. Toen eens een van haar liefste pietjes was gestorven, hield ze de gordijnen van haar werkkamertje drie dagen dicht en plakte op haar raam een briefje: wegens sterfgeval gesloten. Tonio ergerde zich gruwelijk. Hij hield niet van parkietjes en vond dat Jeanette door de vogeltjes te veel haar plicht verzaakte. Maar Jeanette hield voet bij stuk. Tonio kon doen wat hij wilde, de parkietjes bleven. Toen Jeanette eens van de kapper thuiskwam, vond ze al haar parkietjes dood in hun kooitjes. Tonio had ze stuk voor stuk doodgeknepen. Jeanette was niet te houden. Ze rende gillend de gracht op en rapporteerde de gruweldaad aan Haagse Bertus, die onmiddellijk reageerde. Haagse Bertus was een grote zware kerel met bloemkooloren, enorme spieren en weinig verstand. In zijn beste jaren had hij als bokser in de zwaargewichtklasse naam gemaakt, maar veel wierook, drank en vrouwen hadden zijn conditie aangetast. Toen de knockouts zich opstapelden, stapte hij enigszins groggy uit de ring en stelde zijn uitzonderlijke krachten in dienst van Ria, een jonge prostituee, die toen nog los rondliep.
Wanneer men de bijzondere omstandigheden even terzijde schoof, kon de verbintenis Ria-Bertus als harmonisch worden gekenschetst. Haagse Bertus was een kind en Ria zorgde voor de lollies. Zijn aanhankelijkheid jegens Ria was hartroerend. Hij behoedde en beschermde haar als een rentenier zijn kapitaaltje en verzorgde haar als een helper in de ring. Tijdens de slappe uren van de dag bracht hij haar eieren en biefstuk en keek met arendsogen toe dat zij dit krachtvoer, soms tegen heug en tneug, naar binnen werkte, want zijn stelregel was: ‘Wie hard werkte, moest goed eten.’ En Ria werkte hard. Het ging hun beslist voor de wind en de vooruitzichten — een lief hotelletje met vérgaande damesbediening — waren gunstig.
Zo was de situatie toen Bobbyer zich ermee ging bemoeien. Hij papte aan met Haagse Bertus, die luid de loftrompet blies over Ria, zijn meid, die het zo fantastisch met de mannen kon versieren en dus geld verdiende als water.
Laten wij vooropstellen; Haagse Bertus was geen partij voor Bobby. Misschien, dat op het canvas de voeten van Bertus wat meer houvast hadden gevonden, maar op het glibberige jungle-pad van onze samenleving, stond Bobby beslist steviger op zijn benen.
Het duurde niet lang of Bertus inviteerde Bobby op een gezellig avondje bij hem thuis, waar Ria als gastvrouw zou fungeren. In de sfeer van drank en broederschap verloor Bertus iets van zijn waakzaamheid en dat werd hem noodlottig. Bobby speelde zijn spelletje met groot raffinement. Toen de gezelligheid hoog was gestegen en de alcohol hen het vermogen tot onderscheid had ontnomen, trok hij met gepolijste liefdesacties ten strijde tegen Ria en haar toch al wankele veste der eerbaarheid. Ria, gewend aan de ruwe onbehouwen hartelijkheid van de ex-bokser werd geïmponeerd door de uitgebalanceerde verleidingskunst van Bobby en zwichtte. Haagse Bertus zat erbij als een man, aan wie zojuist een goede mop was verteld, maar er de pointe nog niet van snapte. Ware hij volkomen bij zijn positieven geweest, dan had hij ongetwijfeld een handdoek in de ring geworpen. Nu keek hij slechts lodderig toe en bewonderde in stilte zijn meid, die het met de mannen toch zo aardig kon vinden.