Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Полицейские детективы » De Cock en de wurger op zondag
De Cock en de wurger op zondag - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de wurger op zondag

Электронная книга - «De Cock en de wurger op zondag». Краткое содержание книги:

De Amsterdamse rechercheur wordt van vakantie teruggeroepen om het op een dood spoor geraakte onderzoek naar de moord op een prostituee te hervatten.
1 ... 7 8 9 10 11 12 13 14 15 ... 23
Перейти на страницу:

Vader Mattias was een soort privé-zendeling en als zodanig door de buurt geaccepteerd. Wanneer hij zijn stem niet verhief, maar gewoon sprak van man tot man, of, wat meer in zijn lijn lag, van man tot vrouw, was het prettig om naar hem te luisteren. Met zijn diep keelgeluid sprak hij van God, de Vader, die zijn kinderen liefheeft, de hoertjes niet uitgezonderd.

Zijn acties werden door geen enkele kerkorganisatie gesteund, omdat hij wat zonderling was. Met zijn wapperende grijze haren en imposante baard leek hij op de afbeeldingen van de profeten uit het Oude Testament. In plaats van een herdersstaf had hij een paraplu en in plaats van een lang kleed droeg hij een jacquet vol morsige vlekken en een streepjesbroek die hem veel te kort was.

Vader Mattias hielp niet alleen met het Woord, maar ook met de daad. Wanneer een hoertje te kennen gaf dat zij het hellend vlak van de zonde wilde verlaten, was hij wel bereid haar in die eerste, zo moeilijke beginperiode geldelijk te steunen. Dat deed hij ook. Het waren leningen waarvan hij nooit een cent terugzag.

Meestal hielden de vrouwtjes het nooit lang vol en verschenen na een maand of twee weer op de Wallen. Vader Mattias was dan wel verdrietig, maar vroeg nooit om zijn geld. Met dit en ander soort liefdadigheid verdwenen zo langzamerhand al zijn spaarduitjes.

Vader Mattias had vrije toegang tot alle bordelen. Niemand legde hem iets in de weg. Alleen als zijn preken wat lang duurden, werd hij door de bordeelhoudsters met zachte drang verwijderd. Want liefdadigheid is goed, maar het mocht de verdiensten niet schaden.

De Cock luisterde aandachtig.

In het vunzige cafeetje, op de hoek van de Achterburgwal en de Barndesteeg, sprak vader Mattias over Sodom en Gomorra, de beide steden die door hun groot zedelijk verderf Gods toorn hadden opgewekt en als straf voor de zonde van de aardbodem waren weggevaagd.

Vader Mattias was een vlammend redenaar, die beschikte over een uitgebreid arsenaal van bijbelteksten, waaruit hij dankbaar putte. Het was opvallend hoe hij de bezoekers van het cafetje in zijn ban hield. Deze lieden, die in feite alles deden wat God verboden had, hingen aan de lippen van de man die Gods woord verkondigde.

De Cock was niet bijzonder godsdienstig en hij aanschouwde dit fenomeen met de nodige achterdocht. Hij keek naar de gezichten en zocht naar een verklaring. Het was de angst, dacht hij, de angst gestimuleerd door de moordaanslagen, die nu al twee uit hun midden hadden weggerukt. De Cock dacht over de moorden na. Als ze door één en dezelfde dader waren gepleegd, dan moest er ergens een verband bestaan. Dikke Sonja en Bleke Gonny bedreven de prostitutie en kwamen beiden door wurging om het leven. Maar dat was dan ook het enige verband dat hij zag. Meer punten van overeenkomst waren er niet. De leeftijden liepen nogal uiteen; ook de typen.

De Cock peinsde.

Hoewel hij er zelf niet in geloofde, kon de dader toch een lustmoordenaar zijn, een sadist, die door wurging orgasme opwekte. Maar als hij daarvan uitging, moest hij zoeken naar een man met een verwrongen seksualiteit en hoe groot was dan de kring van verdachten? Bijna alle mannen, die regelmatig een bezoek aan de Walletjes brachten, hadden een of andere seksuele afwijking.

Vader Mattias sprak nog steeds. De Cock luisterde niet meer naar de woorden. Ze golfden over hem heen. Slechts de klanken drongen tot hem door.

Zowel Dikke Sonja als Bleke Gonny werden op een zondag vermoord. Een merkwaardige geschiedenis, dacht De Cock, die moorden op zondag.

Plotseling staarde hij naar de grijsaard met zijn lange haren en wilde baard. Ineens zag hij hem in een ander licht. Vader Mattias en de moorden op zondag. Was het toeval? De hersenen van De Cock werkten op volle toeren. De zondag was de dag des Heren. Toeval? Gods toorn? Sodom en Gomorra? De Cock schrok van zijn eigen gedachten. Had Vader Mattias God een handje geholpen? Hij zuchtte. Het was een oneerbiedige gedachte, maar…

Geheel verzonken in gepeins slurpte De Cock aan zijn derde cognacje. Hij hield van cognac. Bij een matig gebruik stimuleerde het zijn denken.

Toen Vader Mattias was uitgesproken en de bezoekers van het cafeetje wat beduusd achterliet, betaalde De Cock voor zijn verteringen. Hij liet zich traag van zijn kruk afglijden en laveerde naar buiten. Het regende nog steeds.

De Cock tuurde langs de stille gracht. Hier en daar schemerde nog het schijnsel van een rood lampje en een enkele schimmige figuur schuifelde langs de geveltjes.

Wat verderop zag hij het silhouet van een opgestoken paraplu en een jas met wapperende panden.

Hij bleef enige ogenblikken staan en wachtte tot de afstand wat groter werd. Daarna trok hij zijn hoed wat dieper over zijn hoofd en slenterde in de richting van het krimpend schaduwbeeld.

De Cock was een meester in het volgen. Zelfs in de nacht, wanneer hij zich niet in de menigte kon oplossen, wist hij in de stille, uitgestorven straten, zijn prooi ongemerkt na te gaan. Hij maakte daarbij handig gebruik van portieken, uitbouwen, spiegelruiten, geparkeerde auto’s en andere obstakels. De Cock had het devies ‘zien zonder gezien te worden’ tot een werkelijkheid verheven.

Hij had al zijn kundigheid in het volgen nu niet nodig. De man die hij naging, was er niet op bedacht dat hij werd gevolgd. Hij keek geen enkele maal om. Stug stapte hij door de regen. De paraplu schuin voor zijn hoofd. Via de Hoogstraat liep de man naar de Dam. Hij stak dwars het plein met de kleine steentjes over. De Cock volgde op ruime afstand. Om het paleis heen schuifelde de man naar de Raadhuisstraat. Voor een oude grijsaard liep hij vrij snel.

Op de Westermarkt bleef hij staan onder een boom. Zijn rug rustte tegen de stam. De oude scheen vermoeid. De Cock kwam aarzelend dichterbij.

Plotseling verscheen uit het donker van achter de kerk een nog jonge, wat zwaargebouwde man. Hij liep iets voorover, de voeten naar binnen gekeerd. Onder zijn arm droeg hij een pakje. Hij liep op de grijsaard toe en rolde het pakje uit. Het was een deken.

De Cock keek gespannen toe.

Voorzichtig en met een gebaar van tedere bezorgdheid legde de jongeman de deken om de tengere schouders van de oude. Daarna sloeg hij zijn arm beschermend om hem heen en leidde hem zachtjes voort.

De Cock ging het tweetal na.

Bij een van de huisjes achter de kerk strompelden ze een stoepje op. Het ging moeizaam. De oude had blijkbaar te veel van zijn krachten gevergd. Boven op de stoep bleven ze staan. De jongeman tastte in zijn zak, boog zich daarna iets voorover en opende de deur. Samen gingen ze naar binnen.

Vanuit de schaduw van een van de steunberen van de kerk keek De Cock naar het huis. Hij zag hoe op de beletage het licht werd ontstoken. Even later verscheen voor de ramen de wat plompe gestalte van de jongeman. Hij schoof de gordijnen dicht.

De Cock kwam behoedzaam uit de schaduw van de Westerkerk en slenterde terug. Hij waggelde wat, als een boemelaar, die net iets te veel heeft gedronken, en vloekte binnensmonds op die rotbaan, die hem in dit hondenweer achter een oude grijsaard deed aanhollen.

Het regende nog steeds; een uiterst fijne motregen die langzaam door zijn jas drong. In zijn maag gloeide de warmte van de cognac, maar hij was bang dat het niet genoeg was om een verkoudheid te weren. Hij besloot nog even bij Lowietje binnen te stappen.

Voor hij de Dam overstak, bleef hij staan onder de galerij van het Koninklijk Paleis en sloeg zijn hoed uit. Achter een van de pilaren stond een paartje te vrijen. De Cock zuchtte. ‘Hoe hebben ze er zin in,’ mompelde hij en stapte het plein over.

Het was nog stil op de Achterburgwal. De regen hield de klanten weg. De vrouwtjes zaten wat verveeld achter hun ramen. Ze lazen romannetjes of breiden heel huiselijk aan een jumper. De Cock wist eigenlijk niet wat hij op dit uur op de gracht moest zoeken. Hij begreep zelf niet waarom hij in die miezerige regen bleef ronddrentelen. Doelloos. Want zijn gedachten waren verward. Er zat geen lijn in zijn denken. Hij had alleen het wanhopige gevoel dat hij de moordenaar snel moest vinden, voordat er nog meer ongelukken gebeurden. Hij had in het cafeetje van Lowietje niet geschertst. Hij meende wat hij zei. De moordenaar zou het bij die twee niet laten. Een van de vrouwtjes zou het volgende slachtoffer zijn. Wie?

1 ... 7 8 9 10 11 12 13 14 15 ... 23
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)