Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
- Автор: Мэй Джулиан
- Год: 1986
- Язык: голландский
- Год: Het Spectrum
- ISBN: 90-274-0547-6
- Переводчик: Wim Gijsen
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:
‘We zullen meer alcoholische drank nodig hebben,’ zei Marialena. ‘Mede of bier van de Firvulag. We kunnen de vrijwilligers moeilijk onze kostelijke jonge wijn laten opzuipen.’ Burke grinnikte. ‘Ik moet er niet aan denken. Uwe... wil jij bij die lui van Hoog Vrazel nagaan of daar iets aan te doen is?’
‘Oké’
‘Andere nieuwe zaken?’
Amerie aarzelde. ‘Misschien is het te vroeg om erover te beginnen. Maar ik dacht aan de tweede fase van Madames plan.’ ‘Hai!’ schreeuwde Oude Man Kawai. ‘Wanneer Finiah een succes wordt, zal Madame direct anderen naar het zuiden willen sturen.’
Philemon voelde zich niet op zijn gemak. ‘Ik denk dat we er beter aan doen eerst maar eens een deel van de eerste fase van haar Plan te realiseren voor we over fase twee en drie gaan nadenken. Ik zeg, laat zij dat maar uitwerken als ze terugkomt. Het is haar plan. Misschien dat zij en dat kleine wilde ding, die Felice, daar al iets op bedacht hebben.’
‘Kletspraat,’ gromde Marialena. ‘Ik moet wél met de latere fasen rekening houden, ook wanneer jullie die verantwoordelijkheid liever ontlopen. Wanneer onze mensen naar het zuiden moeten zonder behoorlijke voorraden, dan word ik daar op aangekeken. Nou ja ... ik zal doen wat ik kan.’ ‘Dank je, querida,’ zei de Commandant vredelievend. ‘Ik praat morgen met je over een mogelijke herverdeling van de voorraden. Veel meer kunnen we nu voor fase twee of fase drie niet doen. Er zijn te veel onbekende factoren ...’ ‘Bijvoorbeeld, wie van ons zal Finiah overleven!’ klaagde de Oude Man Kawai. ‘En zelfs of we erin zullen slagen de aanval te beginnen!’
Vanda-Jo sloeg met een hand op de tafel. ‘Koppen dicht. Geen defaitisme toegestaan! We gaan deze hooghartige bastaarden een klap verkopen zoals ze die nog nooit hebben gehad. En Khalid ... ik moet een van die ijzeren pijlpunten voor mezelf hebben, met een merkteken. Er is daarginds een zekere Tanu-hengst aan de andere kant van de Rijn die mij nog wat schuldig is.’ ‘Als je er zeker van bent dat één genoeg is,’ lachte de smid. ‘Stilte,’ maande Burke. ‘De voorzitter komt met een motie om de strategie voor de Grote Veldslag later ter tafel te brengen.’ ‘Akkoord,’ zei Amerie. Ook de anderen waren voor. ‘Nog meer nieuwe onderwerpen?’ vroeg Burke. Stilte. ‘Verdaag de vergadering,’ stelde Oude Man Kawai voor. ‘Het is mijn bedtijd.’
‘Voor,’ zei Uwe en zo kwam de vergadering van het Voorbereidingscomité tot. een eind. Iedereen, behalve Burke, wenste Amerie goedenacht en verdween buiten in de schaduwen. De voormalige rechter strekte zijn been uit zodat Amerie ernaar kon kijken.
Ten slotte zei ze: ‘Er is niets meer dat ik voor je kan doen, Peo. Hete baden en met mate beweging om te voorkomen dat de spieren stijf worden. Ik kan je een pijnstiller geven op D-day.’ Hij maakte een afwerend handgebaar. ‘Laten we dat maar bewaren voor iemand die het echt nodig heeft.’ ‘Zoals je wilt.’
Ze gingen naar buiten. Het dorp was stil, op de vage geluiden van insekten na. Het liep tegen middernacht en de maan was nog niet op. Burke boog zijn hoofd achterover en bestudeerde het besterde hemelgewelf.
‘Daar is het, net boven de rand van de kloof,’ zei hij wijzend. ‘Wat?’ vroeg ze.
‘Ah, ik vergeet dat je hier nog maar pas bent, Amerie. Een groep sterren die wij de Trompet noemen. Zie je die driehoek en dan die vier sterren die het rechte deel van de trompet vormen? Let vooral op de ster bij het mondstuk. Dat is de meest belangrijke in heel de hemel, zeker voor de Tanu en de Firvulag. Wanneer die om middernacht hoog boven Finiah en Hoog Vrazel loopt, dat zijn de oudste buitenaardse nederzettingen, dan is het eerste uur van de grote vijfdaagse Veldslag begonnen.’ ‘De datum?’
‘Volgens onze kalender uit het Bestel, zo omstreeks 31 oktober of 1 november.’
‘Je meent het niet?’
‘Het is waar. Zes maanden later, rond de eerste mei, hebben de buitenaardsen een ander groot ritueel dat door de Tanu en de Firvulag afzonderlijk wordt gevierd. Het Grote Liefdesfestijn. Vooral onder de vrouwen van hun soort is het bijzonder populair, heb ik me laten vertellen.’
‘Dat is werkelijk heel vreemd,’ zei Amerie. ‘Ik weet niets van folklore, maar die twee data ...’
‘Ik weet het. In onze tijd was er geen goede verklaring voor te vinden in de astronomie of waar dan ook. Waarom zouden die twee dagen ritueel heilig zijn geworden en andere niet.’
‘Het is belachelijk om daar verband tussen te zien.’
‘Vast en zeker.’ Op het gezicht van de Indiaan stond onder het sterrelicht niets te lezen.
‘Ik bedoel maar ... zes miljoen jaar!’
‘Ken je de betekenis van die ster bij het mondstuk? Het is een baken. Hun eigen thuiswereld ligt daar direct achter.’ ‘Oh, Peo. Hoeveel lichtjaren?’
‘Heel wat meer dan zes miljoen. Op een bepaalde manier zijn zij dus nog verder van huis dan wij, de arme duivels.’ Hij groette haar kort en hinkte weg, terwijl hij haar onder de sterren achterliet.
7
‘Maar dat is niet blauw!’ protesteerde Felice. ‘Het is bruin.’ Madame veranderde de koers van hun bootje om een vastgelopen boomstronk te ontwijken. ‘De kleur bruin, dat heeft niet genoeg cachet. De componist wilde de schoonheid van de rivier bezingen.’
Het meisje snoof verachtelijk terwijl ze de omgeving bestudeerde. ‘Deze plek zou nooit wat voor prijs dan ook winnen. Het is te droog. Het ziet eruit alsof het in geen maanden heeft geregend.’ Ze kwam knielend overeind in de boeg van de kleine boot en overzag de open, mager gekleurde hellingen met behulp van Madame Guderians kleine verrekijker. Alleen rond de zijarmen en de vlakten die rechtstreeks aan de Donau grensden, was groen te zien. De ver uiteenstaande boomgroepen zagen er stoffig blauw uit.
‘Ik kan giraffes zien en antilopen,’ zei het meisje na een tijdje. ‘Verder schijnt er op de linkeroever niets te leven. Geen krater te zien. Alleen die kleine vulkaan, maar dat was gisteren. Je denkt toch niet dat we er voorbij zijn gegaan? Deze verdomde rivier kronkelt zo!’
‘Richard zal ons dat vanmiddag kunnen vertellen.’ De oude vrouw en de atlete hadden een van de decamole vaartuigen samen gedeeld sinds hun gezelschap twee dagen geleden uit de Watergrotten te voorschijn was gekomen. Claude, Martha en Richard zaten in de tweede boot die een paar dozijn meters voor hen uit dreef op de snelle stroming van de Heldere Ystroll. Ondanks de droogte hadden ze goed voortgang geboekt, want de rivier ontving haar water voornamelijk van de Alpen die in het verre zuiden hun witte kappen omhooghieven. De nacht daarvoor hadden ze aangelegd en geslapen op een zandbank vol kiezels; de Vogelverschrikker had hen gewaarschuwd niet op de oevers hun kamp op te slaan. Later, toen ze wakker werden door het eindeloze schreeuwen en blaffen van hyena’s, waren ze daarvoor dankbaar geweest. Claude vertelde hun dat sommige soorten hyena’s in het Plioceen het formaat konden krijgen van grote beren en dat ze bovendien niet enkel aaseters waren, maar ook zelf joegen.