Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Научная фантастика » Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]

Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:

Het jaar 2034 De Fransa natuurkundige Theo Guderian doet een curieuze ontdekking: een poort door de tijd die leidt naar de Rhonevallei van het Plioceen — zes miljoen jaar geleden.Een reis waarvan geen weg terug is en daarom voor de wetenschap niet interessant. Lang na de dood van de ontdekker wordt een bruikbare toepassing voor de poort gevonden: ieder die niet past of zich niet thuisvoelt in het Galactisch bestel kan zich vrijwillig laten verbannen naar deze mysterieuze omgeving in het verre verleden. In 2110 maakt een buitengewoon gemeleerd gezelschap van’onaangepaste’maar talentvolle persoonlijkheden gebruik van deze mogelijkheid om de technologische perfectie van de 22ste eeuw te ontvluchten. Maar aan de andere kant van de poort heerst niet de idyllische eenvoud die zij er hoopten aan te treffen. Zij worden opgewacht door twee buitenaardse,oorlogszuchtige rassen die hen genadeloos misbruiken voor hun eeuwenouden strijd.
1 ... 97 98 99 100 101 102 103 104 105 ... 116
Перейти на страницу:

De wapenrusting van Lugonn, zwaar met juwelen bedekt en door een laagje goud afgedekt, was nu zo vergaan en verroest dat zijn botten binnen de afzonderlijke delen en platen van glas nau­welijks te ontdekken waren. De kristallen helm, bekroond met een eigenaardig heraldisch beest, was een barok en ongelofelijk ingewikkeld stukje vakwerk dat er zo prachtig uitzag, zelfs nu het met vuil was overdekt, dat je bijna zou vergeten dat het een zeer praktisch doel diende: het afweren van fotonenstralen. Voorzichtig tilde Claude het vizier omhoog en maakte de elkaar overlappende keelplaten en scharnierende wangbeschermers los. Lugonns schedel was beschadigd door een grote wond, per­fect rond en twaalf centimeter in doorsnede, die dwars door het neusdeel ging en aan de achterkant van de schedel, tegenover de ogen, weer te voorschijn kwam.

‘Dus dat deel van de legende was waar,’ mompelde de oude man.

Hij kon het niet nalaten de schedel te onderzoeken op verschil­len. Maar de meeste daarvan waren miniem. De Tanu bezat maar dertig tanden, hij had een opvallend lang hoofd en was massief gebouwd geweest. Afgezien van de beschadiging en het uit positie schuiven van een paar schedelnaden, was de schedel van de Tanu bijna volkomen menselijk.

Richard keek het compartiment rond, zag de grote, gedroogde wespennesten die bijna overal het oppervlak bedekten, de ver­scheurde waterdichte isolatie en het blootgelegde keramische frame van wat eens een luxueuze cabine was geweest. Er zat zelfs een bijennest in een van de voorste open kasten. ‘Wel, we hebben geen gebed waarmee we deze lummel van de grond krijgen. We zullen een van de andere toestellen moeten proberen.’

Martha groef in de hopen afval en rommel aan de linkerkant van het skelet in zijn wapenrusting. Ze gaf een tevreden kreet. ‘Kijk hier eens! Help me even om het uit de rotzooi te halen, Richard!’

‘De Speer!’ Hij hielp haar de beschimmelde rommel opzij te gooien. Binnen enkele minuten hadden ze een slank instrument blootgelegd dat bijna een meter langer was dan het skelet en dat met een kabel verbonden was met de trekker van een grote, met juwelen versierde doos die eens rondom Lugonns middel had gezeten. De riemen van de doos waren vergaan, maar het glas­achtige oppervlak van de doos en de Speer zelf leken niet aange­tast.

Martha veegde haar handen aan haar heupen af. ‘Dat is het, vast en zeker. Een fotonenstraler, compleet met krachtbron. Voor­zichtig met die knoppen aan de bovenkant, schatje. Zo bedon­derd als het er allemaal uitziet, het ding zou er nog best door kunnen afgaan.’ ‘Maar hoe,’ vroeg Claude zich zachtjes af, ‘zag hij kans met dat ding zichzelf door de kop te schieten?’

‘Ah, Christusnogantoe,’ zei Richard, ‘vergeet dat nou maar en help ons om dat ding naar buiten te krijgen voor ons kleine kreng met de gouden lokken ontwaakt en weer amok gaat maken.’ ‘Ik ben wakker,’ zei Felice, haar kin masserend waarop een blau­we plek zichtbaar begon te worden. ‘Het spijt me. Ik zal mijn zelfbeheersing niet meer verliezen. En over die liefdevolle klap praten we niet meer, kapitein Bloed.’

Madame Guderian kwam langzaam de trap op. Haar ogen ble­ven kort op het skelet op de vloer rusten en dwaalden toen af naar Felice. ‘Ah, ma petite. Wat moeten we met jou beginnen?’ Haar stem klonk zwaar van droefheid.

Het meisje stond op en liet een engelachtige glimlach zien. ‘Ik heb niet echt kwaad aangericht met mijn woede-aanval. En ik zal ervoor zorgen dat het niet weer gebeurt. Laten we er niet meer over praten!’ Ze begon door het interieur te scharrelen, schoppend naar de rotzooi. ‘Ik denk dat die halsring hier toch ergens moet liggen. Misschien heeft een of ander beest hem bij het skelet weggehaald en ergens anders weer laten vallen.’ Claude pakte de glazen doos op en begon ermee de ladder af te dalen, gevolgd door Richard en Martha die het nog steeds ermee verbonden wapen vasthielden omdat ze het risico van het losma­ken van de kabel niet durfden wagen.

Madame bekeek het skelet. ‘Hier lig je dus, Glanzende Lugonn. Al dood voor de avonturen van jouw verbannen volk begonnen waren. Je graf besmeurd door het kruipend gedierte van de Aar­de en nu onteerd door ons.’

Haar hoofd schuddend, keerde ze zich om naar de ladder. Felice kwam erbij om de oude vrouw te helpen. ‘Ik heb een prachtig idee, Madame! Ik ben toch van geen enkel nut bij het werken aan het vliegtuig of de Speer. Dus als ik niet nodig ben voor kampwerk of de jacht, dan kan ik hierheen gaan en deze hele plek uitmesten. Ik maak het allemaal weer keurig netjes, ik poets zijn glazen wapenrusting en wanneer we weg­gaan, doen we het luik dicht.’ ‘Ja,’ knikte Madame, ‘dat zou passend zijn.’ ‘Ik zal al deze rommel toch moeten opruimen,’ voegde Felice eraan toe, ‘wanneer ik die halsring wil vinden. Hij moet hier ergens zijn. Geen Tanu of Firvulag zou hem durven aanraken. Ik weet dat ik hem vinden zal.’

Weer beneden keek Madame omhoog naar Felice, zo klein, zo bekoorlijk en zo gevaarlijk. ‘Misschien vind je hem. Maar mis­schien ook niet. Wat doe je dan?’

Het meisje was kalm. ‘Wel, dan zal ik Koning Yeochee aan zijn belofte moeten houden, dat is alles.’

Richard zei: ‘Wat zou je ervan vinden als je naar beneden kwam om ons een handje te helpen? Je kan met die ouwe astronaut rondsjouwen zoveel je wilt nadat we ons kamp hebben opgesla­gen. Kom op, we gaan de laatste machine in de rij bekijken. Kijk jij eens of je die hele Speeruitrusting in je eentje kunt dragen. Het is nogal een onhandig kreng om met zijn tweeën te dra­gen.’

Felice sprong soepel uit het luik in de romp naar beneden, hees de tachtig kilo van de krachtbron met één arm omhoog en stond stil terwijl Claude en Richard het lange wapen in balans op de andere schouder legden.

‘Dat kan ik houden,’ zei ze. ‘Maar God mag weten hoe die ouwe jongen erin slaagde dit geintje in een lopend gevecht te gebruiken. Het moet me nogal een kerel zijn geweest. Maar wacht maar tot ik zijn halsring heb gevonden.’

Claude en Madame keken elkaar enkele ogenblikken zwijgend aan, toen hielpen ze Martha met het bijeenbrengen van hun spullen en begonnen de vijfhonderd meter terug te lopen over de rand van de krater naar Vliegmachine Nummer Vier. Madame zei: ‘We hebben geluk gehad door de Speer zo snel te vinden. Maar er is nog een andere factor die misschien belet dat we Finiah al dit jaar kunnen aanvallen.’ ‘En dat is?’ vroeg Claude.

‘De vraag wie het toestel zal vliegen gedurende het eigenlijke gevecht.’ Ze keek over haar schouder naar Richard die Martha ondersteunde. ‘Zoals je weet heeft hij er alleen maar in toege­stemd de machine naar de Vogezen terug te vliegen. Wanneer we voor de strijd eerst een andere piloot moeten trainen . ..’ Martha had natuurlijk elk woord gehoord. Met een verslagen uitdrukking op haar gezicht keerde ze zich naar de vroegere ruimtevaarder.

Richard lachte gespannen. ‘Madame, je bewijst het steeds weer opnieuw. Je kunt geen gedachten lezen. Denk je werkelijk dat ik onze kleine oorlog zou willen missen?’

Martha hield hem steviger vast en fluisterde iets. Madame zei niets, maar toen ze zich omdraaide om de wandeling langs het pad te hervatten, glimlachte ze.

Na een tijdje zei Richard: ‘Er is trouwens wel iets anders waar we over moeten nadenken. Zou het niet beter zijn als we ons eerst concentreerden op het in orde maken van de vliegmachine en met die Speer maar even wachten tot we terug zijn? Het is vandaag 22 september en die kleine koning heeft gezegd dat de Wapenstilstand begint op 1 oktober. Dat wordt allemaal ver­domd krap als die kleine griezels een week nodig hebben voor hun mobilisatie. En dan moeten onze eigen mensen zich nog klaar maken; de tactiek met die ijzeren wapens moet worden besproken, als het al gelukt is om ze te krijgen. Hoe vlugger we hier weggaan, des te meer tijd blijft er over voor alle organisatie. En in het dorp kan Amerie de hulp krijgen die ze nodig heeft en misschien zou iemand als Khalid Khan ons kunnen helpen bij het repareren van de Speer.’

1 ... 97 98 99 100 101 102 103 104 105 ... 116
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)