Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Научная фантастика » Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]

Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:

Het jaar 2034 De Fransa natuurkundige Theo Guderian doet een curieuze ontdekking: een poort door de tijd die leidt naar de Rhonevallei van het Plioceen — zes miljoen jaar geleden.Een reis waarvan geen weg terug is en daarom voor de wetenschap niet interessant. Lang na de dood van de ontdekker wordt een bruikbare toepassing voor de poort gevonden: ieder die niet past of zich niet thuisvoelt in het Galactisch bestel kan zich vrijwillig laten verbannen naar deze mysterieuze omgeving in het verre verleden. In 2110 maakt een buitengewoon gemeleerd gezelschap van’onaangepaste’maar talentvolle persoonlijkheden gebruik van deze mogelijkheid om de technologische perfectie van de 22ste eeuw te ontvluchten. Maar aan de andere kant van de poort heerst niet de idyllische eenvoud die zij er hoopten aan te treffen. Zij worden opgewacht door twee buitenaardse,oorlogszuchtige rassen die hen genadeloos misbruiken voor hun eeuwenouden strijd.
1 ... 96 97 98 99 100 101 102 103 104 ... 116
Перейти на страницу:

‘De geluiden die ze maken,’ zei Claude, ‘konden gewone mensen zonder halsring daardoor met hen communiceren?’ Martha schudde haar hoofd. ‘Ze reageerden op hun namen en er waren misschien een dozijn woorden, simpele opdrachten, die ze konden verstaan. Maar de belangrijkste manier om met hen te praten ging via de halsringen. Ze konden zeer ingewikkelde mentale opdrachten begrijpen. En natuurlijk waren ze onder­worpen aan een ingebouwd pijn-en-pleziercircuit waardoor er maar weinig op hen gelet hoefde te worden als ze routinewerk deden in en om de huizen.’

Madame schudde langzaam haar hoofd. ‘Zo dicht bij de mens­heid en toch nog zo ver ervandaan. In gevangenschap leven ze maar veertien of vijftien jaar. In het wild misschien nog minder. Ze zien er zo breekbaar en hulpeloos uit! Hoe hebben ze ooit de hyena’s, de beerhonden, de sabeltandtijgers en al die andere monsters overleefd?’

‘Hersens,’ zei Richard. ‘Kijk naar die ene die naar ons toekwam. Haar gezin heeft vannacht geen honger. Je ziet de natuurlijke selectie voor je ogen aan het werk. Die aap is er eentje die over­leeft.’

Felice keek hem pesterig aan. ‘Ik dacht al een stukje gelijkenis te zien… Daar ga je dan, kapitein Bloed. Neem een stukje dessert van je over-over-over-enzovoort grootmoeder.’

Ze keerden de Donau de rug toe en begonnen te lopen. De tem­peratuur in de septemberzon lag boven de veertig graden, maar hun inmiddels aan hitte gewende lichamen konden ertegen. Over het door de zon verbrande gras, door krakende en ver­droogde struiken en over rotspartijen in droge rivierbeddingen trokken ze verder. Richard had hun koers bepaald, de inkeping tussen twee grote heuvels in het noorden, voorafgegaan door een langzaam omhoogrijzende vlakte waar nauwelijks schaduw was en zeker geen water. Ze trokken alles uit tot ze nog slechts korte broeken droegen, hun rugzakken en hun grote hoeden. Madame liet een kostbare knijpflacon met zonnebrandcrème rondgaan. Richard ging voorop en Felice liep achteraan. De onvermoeibare atlete verkende van tijd tot tijd het gebied opzij om er zeker van te zijn dat ze niet door een wild dier werden gevolgd en tegelij­kertijd zocht ze, overigens zonder succes, naar water. Tussen die twee in liepen Claude en Madame, die Martha zoveel mogelijk ondersteunden. Die werd zwakker naarmate er meer hete uren verstreken, maar ze wilde niet dat het tempo om harentwil lang­zamer werd. Niemand van hen wilde trouwens stoppen ondanks het feit dat er voor hen uit niets anders leek te liggen dan ver­droogd land vol dode boomstronken dat zich eindeloos uitstrekte tot aan de golvende horizon. Daarboven welfde zich, bleekgeel, de meedogenloze hemel.

Eindelijk zakte de zon lager en werd de hemel groen van kleur. Madame stopte bij een ravijn dat bijna door gevallen rotsblok­ken was verstopt en waar ze tenminste enigszins beschut hun behoeften konden doen. Madame hielp Martha en toen die twee terugkwamen, stond het gezicht van de oude vrouw ernstig. ‘Ze heeft weer bloedingen,’ zei ze tegen Claude. ‘Zullen we hier stoppen of zullen we weer een draagbaar maken uit delen van een van onze bedden?’

Ze besloten dat het de draagbaar zou worden. Zolang het nog licht was, wilden ze allemaal verder. Nog maar een paar kilome­ter naar de top van de heuvels.

Ze trokken verder zoals ze dat eerder gedurende deze reis had­den gedaan, ieder aan een hoek van het aangepaste bed. Martha lag met haar onderlip tussen haar tanden geklemd, twee helroze plekken op haar bleke wangen gaven aan hoezeer ze leed. Maar ze zei niets. De lucht werd ultramarijn en daarna indigo en de eerste sterren werden zichtbaar. Maar ze konden nog altijd genoeg zien om te lopen en dus trokken ze verder, hoger en hoger, dichter naar hun doel.

Ten slotte bereikten ze de top. Gevieren lieten ze de draagbaar zakken en hielpen Martha overeind zodat ze tussen hen in kon staan en mee kon kijken naar het noorden. Ongeveer vijf kilome­ter verder, net iets beneden de plaats waar ze stilhielden, zagen ze een lange wal. Hij steeg uit het landschap omhoog vanachter een lijn van lage heuvels te midden van een jungle vol verdroogd en doornig kreupelhout, naar weerszijden weglopend in een gro­te boog die ergens in het noorden samenviel. De kale rand van de krater glinsterde bleek in de schemering. Felice nam Richards hoofd tussen haar handen en kuste hem op de mond, op haar tenen staand om erbij te kunnen. ‘Je hebt het klaargespeeld! Precies in de roos, piratenkind! Je hebt het geflikt!’

‘Ik mag verdomd zijn,’ zei de piraat.

‘Dat denk ik niet.’ De brede, Slavische grijns van Claude zag er uitbundig uit.

‘Oh, Madame... Het Scheepsgraf!’ Martha’s stem brak, in haar ooghoeken verschenen tranen. ‘En nu ... nu!’ ‘Nu slaan we ons kamp op,’ zei de Française praktisch. ‘We zullen uitrusten en onze krachten herwinnen. Morgen begint het echte werk.’

Het skelet lag met veel staatsie in het buikcompartiment van de vijfde vliegmachine die ze onderzochten.

Anders dan bij de vorige, waarvan alle toegangen waren geslo­ten, lag het graf van Lugonn open voor al de elementen. Lange jaren hadden zoogdieren, vogels en al de insekten van de omge­ving vrij toegang gehad. Felice was, als altijd, de eerste geweest om de ladder op te klimmen. Haar triomfkreet toen ze uiteinde­lijk de resten van de Tanu-held had gevonden, ging over in een ijselijke kreet die de nekharen van de vier andere leden van de expeditie recht overeind deed staan. ‘Hij heeft geen halsring! Geen halsringï ‘Angélique!’ Claude schreeuwde gealarmeerd. ‘Zie haar te bereiken en voorkom dat ze daar iets vernielt.’ ‘Geen ... halsring!’ Een schreeuw van diabolische woede weer­kaatste door de vliegmachine en er klonk het geluid van een har­de klap. Terwijl Richard en Claude de ladder beklommen, stond Madame beneden in de schaduw van een van de vleugels, de ogen wijd open, de mond vertrokken in een pijnlijke grimas, bei­de handen om het goud rond haar hals geklemd. Ze had er al haar psychische overtuigingskracht voor nodig om Felice te weerhouden, om te verhinderen dat het meisje de bron van haar frustratie met een instinctieve woede te lijf ging. Voortgedreven door laaiende teleurstelling, stonden de latente vermogens van Felice op uitbarsten en de mentale zintuigen van de oude vrouw werden er tot het uiterste door belast. Maar ze hield vol en druk­te het vulkanische ding dat in de omarming van haar geest spar­telde, heftig tegen zich aan terwijl ze ondertussen telepathisch schreeuwde: ‘Wacht! Wacht! We zullen allemaal meezoeken. Wacht!’

Felice liet haar tegenstand zo abrupt varen dat Madame Guderian achteruit wankelde en in de breekbare armen van Martha viel.

‘Oké!’ schreeuwde Richard van boven. ‘Ik heb haar een knal verkocht. Ze ligt onderuit.’

‘Maar heeft ze wat kapotgemaakt?’ riep Martha terwijl ze Madame langzaam naar de grond liet zakken. ‘Daar ziet het niet naar uit,’ antwoordde Richard. ‘Kom naar boven, Martha, en bekijk zelf dit ding eens. Het lijkt wel iets uit een of ander verdomd sprookje.’

Felice lag in elkaar gezakt in de verste hoek van het comparti­ment dat ongeveer drie bij zes meter mat. Ze had kans gezien de schedel van Lugonn met de helm erop tegen het instrumenten­paneel te gooien. Maar haar aanval van woede had weinig kwaad aangericht, want het interieur van het oude toestel was diep onder stof, dierlijke uitwerpselen en ander organisch afval bedolven. Claude knielde neer en legde de schedel weer op zijn plaats. Gehurkt bestudeerde hij de legende die voor hem op de bodem lag.

1 ... 96 97 98 99 100 101 102 103 104 ... 116
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)