Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
‘Colavaere heeft de stiel van boerin aangenomen,’ gromde Rhand. Ze keken hem beduusd aan en vroegen zich af of het een grap was. ‘De Zonnetroon is weer leeg en wacht op Elayne.’ Hij had overwogen een ban tegen luistervinken te weven, maar die kon door iedereen die ernaar zocht ontdekt worden en het bestaan ervan zou verkondigen dat er iets belangwekkends werd gezegd. Nou ja, alles wat hier werd gezegd, zou algauw van de Drakenrug tot aan de Arythische Oceaan bekend zijn.
Fedwin wreef reeds zijn polsen, terwijl Jalani haar mes terugstak. Niemand lette echt op hen; alle ogen waren gericht op Rhand. Terwijl hij Nerilea fronsend aankeek, schudde hij zijn gebonden handen tot Sulin het touw doorsneed. ‘Ik besefte niet dat dit een familiefeestje was.’ Nerilea keek misschien wat beschaamd, maar ze was de enige.
‘Als je getrouwd bent,’ mompelde Davram glimlachend, ‘zul je leren heel zorgvuldig te kiezen wat je voor je vrouw verzwijgt.’ Deira keek op hem neer en perste haar lippen op elkaar.
‘Vrouwen zijn een grote troost,’ lachte Bael, ‘als een man hun niet al te veel vertelt.’ Glimlachend liet Dorindha haar vingers door zijn haren glijden en opeens greep ze die zo ruw beet dat het leek of ze zijn hoofd van zijn romp wilde trekken. Bael gromde, en niet alleen vanwege Dorindha’s ruk. Melaine veegde haar mes af aan haar rok en stopte het weer terug in de schede. De twee vrouwen keken elkaar boven zijn hoofd grijnzend aan, terwijl hij over zijn schouder wreef, waar een bloedvlekje in zijn cadin’sor zat. Deira knikte nadenkend, alsof ze zojuist een idee had gekregen.
‘Welke vrouw zou ik genoeg haten om haar met de Herrezen Draak te laten trouwen?’ vroeg Rhand kil. Dat veroorzaakte zo’n loodzware stilte dat die voelbaar leek.
Hij probeerde zijn boosheid in te tomen. Hij had dit kunnen verwachten. Melaine was niet zomaar een Wijze, ze was een droomloopster, evenals Amys en Bair. Naast van alles en nog wat konden ze in hun dromen met elkaar en met anderen praten. Een nuttige gave, hoewel ze die nog maar eenmaal voor hem hadden gebruikt. Dromen was iets voor de Wijzen. Geen wonder dat Melaine zo goed op de hoogte was en Dorindha alles had verteld. Of het nou wel of niet iets van de Wijzen was, de twee vrouwen waren niet alleen vriendinnen, maar ook nog zusters. Als Melaine Bael van de ontvoering had laten weten, had die het natuurlijk aan Bashere verteld. Erop rekenen dat Bashere zoiets voor zijn vrouw verzweeg, was zoiets als een brand in je eigen huis geheimhouden. Duim voor duim drukte hij zijn boosheid weg, dwong hij haar te verdwijnen.
‘Is Elayne aangekomen?’ Hij probeerde het terloops te zeggen en dat mislukte. Het deed er niet toe. Er waren dingen waarvan iedereen wist dat ze hem zorgen baarden. Andor was misschien niet zo onrustig als Cairhien, maar Elayne op de troon was de snelste manier om de totale rust in beide landen te herstellen. Wellicht de enige manier.
‘Nog niet.’ Bashere trok zijn schouders op. ‘Maar er komen berichten naar het noorden over Aes Sedai met een leger in Morland of Altara. Dat kunnen de jonge Mart en zijn Bond van de Rode Hand zijn, met de erfdochter en de zusters die de Toren zijn ontvlucht na de val van Siuan Sanche.’
Rhand wreef zijn polsen daar waar het touw zijn huid had geschuurd. Al dat zogenaamde gevangene-gedoe was bedoeld voor de kans dat Elayne al was aangekomen. Elayne en Aviendha. Zodat hij heimelijk had kunnen komen en gaan voor die twee van zijn komst gehoord zouden hebben. Misschien zou hij een manier hebben gevonden even stiekem naar hen te kunnen kijken. Misschien... Hij was een dwaas en daar was geen misschien bij.
‘Ben je van plan ook die zusters een eed van trouw te laten afleggen?’ Deira’s stem klonk even ijzig als haar gezicht stond. Ze mocht hem niet. Volgens haar had haar man zich op een weg begeven die waarschijnlijk zou eindigen in Tar Valon, met zijn hoofd op een lans boven een poort gestoken. Rhand had zijn voeten op die weg geplaatst. ‘De Witte Toren zal er niet in berusten dat je zusters tot dingen dwingt.’
Rhand boog even voor haar, ze mocht stikken als ze dacht dat het spot was. Deira ni Ghaline t’Bashere sprak hem nooit met een titel aan, gebruikte zelfs nooit zijn naam. Alsof ze iets tegen een lijfknecht zei, een knecht die niet erg slim was en ook niet erg betrouwbaar. ‘Als zij voor die eed kiezen, neem ik hem aan. Ik betwijfel of velen erg gretig naar Tar Valon terug willen. Als zij een andere keuze willen maken, mogen ze hun gang gaan, zolang ze me niet bestrijden.’
‘De Witte Toren is een tegenstander van je geworden,’ zei Bael, die zich met zijn vuisten op de knieën naar voren boog. Vergeleken met zijn blauwe ogen leek Deira’s stem warm. ‘Een vijand die eenmaal is gekomen, komt terug. Tenzij ze worden tegengehouden. Mijn speren zullen de Car’a’carn volgen, waarheen hij ook gaat.’ Melaine knikte, natuurlijk. Heel waarschijnlijk wilde ze de Aes Sedai van de eersten tot de laatsten afschermen en onder bewaking laten knielen, nog liever aan handen en voeten geboeid. Maar Dorindha knikte ook, evenals Sulin, en Bashere streek nadenkend met zijn vuist langs zijn snor. Rhand wist niet of hij moest lachen of huilen.
‘Vinden jullie niet dat ik al genoeg op m’n bord heb zonder een oorlog tegen de Witte Toren? Elaida heeft me bij mijn strot gegrepen en is neergeslagen.’ De aarde barstte open met vuur en flarden vlees. Schrokkende raven en aasgieren. Hoeveel doden? ‘Als ze verstandig genoeg is om het daarbij te laten, doe ik dat ook.’ Zolang ze hem niet vroegen hen te vertrouwen. De kist. Hij schudde zijn hoofd en besefte half hoe Lews Therin opeens iets kreunde over donker en dorst. Hij kon het negeren, moest het negeren, maar hij kon het niet vergeten en mocht niemand vertrouwen.
Rhand liet Bael en Bashere verder praten over Elaida en of ze wel zo verstandig zou zijn om te stoppen nu ze was begonnen. Hij liep naar een tafel vol landkaarten onder een wandkleed met een of andere veldslag waarop op de voorgrond de Witte Leeuw van Andor omhoog werd gestoken. Blijkbaar gebruikten Bael en Bashere deze kamer voor het opstellen van plannen. Na wat gezoek vond hij de kaart die hij wilde, een grote rol waarop heel Andor vanaf de Mistbergen tot aan de Erinin stond afgebeeld, plus delen van de landen in het zuiden: Geldan, Altara en Morland.
‘De vrouwen die gevangen worden gehouden in het land van de boomdoders wordt niet toegestaan moeilijkheden te veroorzaken; dus waarom zou iemand van de anderen dat doen?’ zei Melaine, blijkbaar als antwoord op iets wat hij niet had gehoord. Het klonk boos. ‘We zullen doen wat gedaan moet worden, Deira t’Bashere,’ zei Dorindha rustig. Ze was altijd door en door kalm. ‘Hou vast aan je moed en we zullen aankomen waar we dienen te gaan.’
‘Wanneer je van een hoge rots springt,’ antwoordde Deira, ‘is het te laat om je aan iets anders vast te klampen dan je moed. Je kunt slechts hopen dat er beneden een hooiberg op je wacht.’ Haar man grinnikte alsof hij dacht dat ze een grapje maakte. Het klonk er niet naar.