Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
Maar hij had nu eenmaal zijn orders en Ender had beloofd om die te gehoorzamen. Het deed hem toch wel een beetje genoegen dat het Salamanderleger op de officiële scorelijst niet de verwachte eenenveertig buiten gevecht gesteld of uitgeschakeld kreeg aangetekend, maar veertig uitgeschakeld en één aangeschoten. Bonzo begreep er niets van tot hij Andersons boeken raadpleegde en besefte om wie het ging. Aangeschoten, Bonzo, dacht Ender. Ik kon nog schieten.
Hij verwachtte dat Bonzo naar hem toe zou komen en zou zeggen: ‘Als zoiets de volgende keer weer voorkomt, kun je schieten.’Maar Bonzo zei helemaal niets tegen hem tot de volgende morgen na het ontbijt. Bonzo at natuurlijk in de bevelhebbersmess, maar Ender was er vrij zeker van dat de eigenaardige score daar even veel opschudding zou verwekken als in de soldatenkantine. In elke andere wedstrijd die niet in gelijk spel eindigde was altijd elk lid van het verliezende leger uitgeschakeld — volledig bevroren — of buiten gevecht gesteld, wat betekende dat niet hun hele lichaam bevroren was, maar dat ze niet meer konden schieten of de vijand anderszins schade berokkenen. Salamander was het enige verliezende leger met een soldaat in de categorie Aangeschoten maar Produktief.
Ender vertelde uit zichzelf niet hoe dat kwam, maar de andere Salamanders aarzelden niet om duidelijk te maken hoe die score tot stand was gekomen. En toen andere jongens hem vroegen waarom hij in weerwil van zijn opdracht niet toch had geschoten, antwoordde hij kalm: ‘Ik doe wat me wordt opgedragen.’
Na het ontbijt kwam Bonzo hem opzoeken. ‘Dat bevel blijft van kracht,’zei hij, ‘denk daarom.’
Dat gaat je punten kosten, stomkop. Misschien ben ik wel geen goed soldaat, maar ik kan toch wel mijn nut hebben en er is geen enkele reden waarom je me dat zou moeten verhinderen.
Ender zei niets.
Een interessant bijverschijnsel van de wedstrijd was dat Ender in de top van de doelmatigheidsranglijst van soldaten terechtkwam. Aangezien hij geen enkel schot had afgevuurd, was zijn trefferslijst volmaakt — geen enkele misser. En aangezien hij nog nooit was uitgeschakeld of buiten gevecht gesteld, was zijn percentage daar uitstekend. Niemand kon aan hem tippen. Een heleboel jongens moesten erom lachen en anderen maakten zich er kwaad om, maar op de hooggewaardeerde doelmatigheidsranglijst stond Ender nu bovenaan.
Hij bleef de oefenperiodes van het leger werkeloos bijwonen en bleef op eigen houtje hard doorwerken, ‘s morgens met Petra en ‘s avonds met zijn vrienden. Steeds meer lui uit de Pendellichting deden mee, niet voor de lol maar omdat ze resultaat zagen — ze werden steeds beter. Maar Ender en Alai bleven hen wel een flink eind voor.
Deels kwam dat doordat Alai telkens nieuwe dingen bleef proberen die Ender dwongen om nieuwe tactieken te bedenken om daaraan het hoofd te kunnen bieden. En deels kwam het doordat ze telkens domme vergissingen maakten die hen op het idee brachten om dingen te doen die een zichzelf respecterend, goed geoefend soldaat niet eens zou willen proberen. Veel van de dingen die ze uitprobeerden bleken onbruikbaar. Maar het was altijd leuk en altijd spannend en er waren genoeg dingen die wél lukten, zodat ze donders goed beseften dat het vruchten afwierp. De avonden waren het beste deel van de dag.
De volgende twee wedstrijden waren een makkelijke overwinning voor de Salamanders; Ender kwam vijf minuten na aanvang binnen en bleef onbeschadigd door de verslagen vijand. Ender begon te beseffen dat het Condorleger dat hen had verslagen, ongewoon goed was; Bonzo’s strategisch inzicht mocht dan niet geweldig zijn, toch waren de Salamanders een van de betere ploegen en ze klommen op de scorelijst langzaam omhoog in een verwoede strijd om de vierde plaats met de Ratten.
Ender werd zeven. Ze deden niet veel aan datums en kalenders op de Krijgsschool maar Ender had een manier gevonden om op zijn lessenaar de datum te laten verschijnen en hij wist dus op welke dag hij jarig was. De school wist het ook; ze namen hem de maat en verstrekten hem een nieuw Salamanderuniform en een nieuw flitspak voor de strijdzaal. Hij liep in zijn nieuwe kleren terug naar de slaapzaal. Het uniform voelde vreemd los alsof zijn huid hem niet goed meer paste.
Eigenlijk wilde hij bij Petra’s brits blijven staan om haar over thuis te vertellen, over hoe hij meestal zijn verjaardag vierde of alleen maar om haar te vertellen dat hij jarig was zodat zij hem kon feliciteren. Maar niemand vertelde dat hij jarig was. Dat was kinderachtig. Dat deden landrotten. Taarten en dat soort malle gebruiken. Toen hij zes werd had Valentine een taart voor hem gebakken. Hij zakte in en smaakte verschrikkelijk. Niemand kon er meer koken; het was echt iets voor Valentine om zoiets idioots te proberen. Iedereen pestte Valentine ermee, maar Ender bewaarde een klein stukje in zijn kast. Toen haalden ze zijn monitor weg en vertrok hij en voor zover hij wist lag het nog steeds in zijn kast; een klein brokje vettig, geel stof. Niemand praatte over thuis; dat deden soldaten niet. Er bestond geen leven-vóór-de-Krijgsschool. Niemand kreeg brieven en niemand schreef brieven. Iedereen deed net of het hem niks kon schelen.
Maar het kan mij wel schelen, dacht Ender. Ik ben alleen maar hier om ervoor te zorgen dat de kruiperds Valentine geen oog uitschieten, of haar hoofd kapotknallen zoals bij de soldaten in de video-opnames van de eerste gevechten met de kruiperds. Dat ze niet haar hoofd opensplijten met een straal zo heet dat haar hersens haar schedel doen openbarsten en als rijzend brooddeeg naar buiten puilen, zoals het in mijn ergste nachtmerries gebeurt — in mijn akeligste nachten als ik bevend maar muisstil wakker word omdat ik geen kik durf te geven, anders horen ze dat ik mijn familie mis, ik wil naar huis.
De volgende ochtend ging het een stuk beter. Thuis was niet meer dan een doffe pijn achter in zijn geheugen. Een vermoeid schrijnen van de ogen. Toen ze zich stonden aan te kleden kwam Bonzo binnenstappen. ‘Flitstenue!’riep hij. Ze hadden een wedstrijdgevecht. Enders vierde wedstrijd.
Luipaardleger was de vijand. Het zou een makkie worden. Luipaard was nieuw en stond altijd onderaan op de scorelijst. Het was nog maar zes maanden geleden geformeerd met Pol Slattery als bevelhebber. Ender trok zijn nieuwe flitspak aan en stelde zich op in de rij. Bonzo trok hem ruw uit de rij en liet hem helemaal achteraan lopen. Dat was nergens voor nodig, zei Ender zwijgend. Je had me best in de rij kunnen laten meelopen.
Ender keek uit de gang toe. Pol Slattery was jong, maar hij was kien, hij had een hoop nieuwe ideeën. Hij hield zijn soldaten in beweging en liet ze van ster naar ster snellen en langs de wanden glijden om achter en boven de onverstoorbare Salamanders te komen. Ender grijnsde. Bonzo raakte hopeloos in de bonen en zijn manschappen ook. De Luipaarden leken wel overal te zitten. Maar de strijd was niet zo ongelijk als hij wel leek. Ender merkte dat de Luipaarden een hoop mensen kwijtraakten — door hun roekeloze tactiek waren ze vaak ongedekt. Maar wat het verschil uitmaakte, was dat de Salamanders zich verslagen voelden. Ze hadden het initiatief helemaal uit handen gegeven. Hoewel ze nog ongeveer evenveel manschappen overhadden als de vijand, kropen ze bij elkaar op een kluitje als de laatste overlevenden van een bloedbad, alsof ze hoopten dat de vijand hen bij de slachtpartij over het hoofd zou zien.
Ender liet zich langzaam door de poort glijden, oriënteerde zich zodanig dat de poort van de vijand beneden was, en zweefde langzaam in oostelijke richting naar een hoek waar hij niet opgemerkt zou worden. Hij schoot zelfs op zijn eigen benen om ze te bevriezen in de knielende positie die hem de beste bescherming bood. Voor een terloopse toeschouwer zag hij eruit als een bevroren soldaat die hulpeloos buiten de gevechtszone was gedreven.