Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Научная фантастика » Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]

Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:

De Aarde is in oorlog met een agressief buitenaards ras. Het leger is op zoek naar een genetisch speciaal slag mensen als officieren in de oorlog. Een van hen is Ender, die als jongen bij zijn ouders gehaald wordt om samen met een groep andere jongens getraint te worden tot marinier.
1 ... 15 16 17 18 19 20 21 22 23 ... 85
Перейти на страницу:

Zodra dit keer een kind de grond raakte en in een wolf veranderde, sleepte Ender het lijf naar de beek en trok het in het water. Elke keer begon het lijf te sissen alsof het water een bijtend zuur was; de wolf teerde weg en een donkere rookwolk steeg op en dreef weg. Hij wist zich makkelijk van de kinderen te ontdoen, hoewel ze hem op het laatst met twee of drie tegelijk begonnen te volgen. Op de open plek trof Ender dit keer geen wolven aan en hij liet zich aan het emmertouw in de put zakken.

Het was schemerig in de onderaardse grot maar hij zag stapels edelstenen. Die liep hij voorbij en hij merkte dat er achter zijn rug ogen tussen de edelstenen glinsterden. Een met eten beladen tafel kon hem niet bekoren. Hij liep tussen een groep kooien door die aan het plafond van de grot hingen met elk een uitheems, aantrekkelijk ogend schepsel erin. Ik kom later wel een keer met jullie spelen, dacht Ender. Eindelijk bereikte hij een deur waarop in schitterende smaragden de volgende woorden stonden:

EINDE VAN DE WERELD

Hij aarzelde geen moment. Hij deed de deur open en stapte over de drempel.

Hij stond op een smalle richel hoog boven een steile afgrond, met in de diepte een landschap van licht- en donkergroen bos met veegjes herfstkleuren en hier en daar stukken ontgonnen land met door ossen getrokken ploegen en kleine dorpjes, een kasteel op een heuvel in de verte en door de wind voortgedreven wolken in de lucht onder zijn voeten. Boven zijn hoofd was de hemel het plafond van een reusachtige grot waar kristallen schitterden in fonkelende stalactieten.

De deur viel achter hem dicht; Ender staarde ingespannen naar het tafereel. Doordat het zo mooi was, bekommerde hij zich minder om zijn overleven dan gewoonlijk. Wat voor spel dit oord voor hem in petto had kon hem momenteel eigenlijk ook niet veel schelen. Hij had het gevonden en het aanschouwen ervan was op zich al een beloning. Dus sprong hij zonder over de consequenties na te denken van de richel.

Nu zoefde hij omlaag naar een kolkende rivier met woeste rotsblokken; maar onder het vallen schoof er een wolk tussen hem en de grond die hem opving en wegdroeg. De wolk bracht hem naar de toren van het kasteel en droeg hem door het open raam naar binnen. Daar liet hij hem achter in een kamer zonder zichtbare deur in vloer of plafond en met ramen waaruit een val zeker dodelijk zou zijn.

Een ogenblik geleden was hij nog onbekommerd van de richel gesprongen; dit keer aarzelde hij.

Het kleedje voor de haard ontrafelde zich tot een lange, dunne slang met gemene tanden.

‘Ik ben je enige uitweg,’zei de slang. ‘De dood is je enige uitweg.’

Ender speurde het vertrek af op zoek naar een wapen toen het scherm ineens donker werd. Langs de rand van de lessenaar verscheen een knipperende boodschap.

OGENBLIKKELIJK BIJ JE BEVELHEBBER MELDEN.

JE BENT LAAT.

GROEN GROEN BRUIN.

Woedend schakelde Ender de lessenaar uit. Hij liep naar de kleurcodewand, zocht de groen groen bruine lichtwijzer, tikte die aan en volgde hem toen hij voor zijn voeten oplichtte. Het donkergroen, lichtgroen en bruin van de kleurcode deed hem denken aan het vroege herfstrijk dat hij in het spel had gevonden. Ik moet daar zien terug te keren, nam hij zich voor. De slang is een lange draad; ik kan me uit de toren omlaag laten zakken om in dat oord rond te kijken. Misschien heet het wel het einde van de wereld omdat het het einde van de spellen is, omdat ik daar naar een van de dorpen kan gaan om een van de jongetjes te worden die daar werken en spelen, en er zonder iets naar het leven te hoeven staan en zonder dat mij iets naar het leven staat, een gewoon leven te leiden.

Maar toen hij daar verder over nadacht zou hij niet weten wat hij zich moest voorstellen bij ‘een gewoon leven leiden’. Hij had het zijn hele leven nog nooit gedaan. Maar hij zou het wel graag willen.

Legers waren groter dan pendellichtingen en de slaapzaal van het leger was ook groter. Hij was lang en smal met aan beide zijden britsen; zelfs zo lang dat de kromming van de vloer duidelijk zichtbaar was waar het verste eind van het vertrek omhoog krulde, een duidelijk onderdeel van het wiel van de Krijgsschool.

Ender stond in de deuropening. Een paar jongens in de nabijheid van de deur keken in zijn richting, maar ze waren ouder en het leek wel alsof ze hem helemaal niet gezien hadden. Ze gingen gewoon door met het gesprek dat ze voerden, op hun britsen hangend en liggend. Ze hadden het natuurlijk over wed strijd gevechten — daar hadden oudere jongens het altijd over. Ze waren allemaal een stuk langer dan Ender. De tien- en elfjarigen torenden allemaal boven hem uit; zelfs de jongsten waren toch al acht en Ender was niet groot voor zijn leeftijd.

Hij probeerde te zien wie van de jongens de bevelhebber was, maar de meesten waren gekleed in iets dat het midden hield tussen hun wedstrijdtenue en wat de soldaten altijd hun slaapuniform noemden -van top tot teen in hun blote nakie. Een heleboel van hen hadden hun lessenaar voor zich, maar er waren er maar weinig aan het studeren.

Ender stapte de slaapzaal binnen. Zodra hij dat deed, werd hij opgemerkt.

‘Wat moet je?’wilde de jongen op het bovenste bed bij de deur weten. Hij was de grootste van het stel. Ender had hem al eerder gezien, een jonge reus met een paar rafelige baardharen aan zijn kin. ‘Jij bent geen Salamander.’

‘Het is de bedoeling van wel, denk ik,’zei Ender. ‘Groen groen bruin, toch? Ik ben overgeplaatst.’Hij liet de jongen die kennelijk de deur bewaakte zijn papiertje zien.

De deurbewaker greep ernaar. Ender trok het gauw terug zodat hij er net niet bij kon. ‘Ik moet dat aan Bonzo Madrid geven.’

Nu mengde een andere jongen zich in het gesprek, een kleinere jongen, maar nog altijd een stuk groter dan Ender. ‘Niet bonn-zo, pissebed. Boon-so. Spaanse naam. Bonzo Madrid. Aqui nosotros hablamos español, Señor Gran Fedor.’

‘Dan ben jij zeker Bonzo?’zei Ender, dit keer met de juiste uitspraak van de naam.

‘Nee, ik ben gewoon een briljant en begaafd talenwonder. Petra Arkanian. De enige griet in het Salamanderleger. Met meer kloten dan alle anderen in deze kamer.’

‘Moet je opoe Petra weer eens horen,’zei een van de jongens.

‘Grote kak op een klein potje,’zei een van de anderen.

Bijna iedereen moest lachen.

‘Tussen ons gezegd en gezwegen,’zei Petra, ‘als ze de Krijgsschool een klisma moesten geven, zouden ze die er bij groen groen bruin insteken.’

Ender kreeg een gevoel van wanhoop. Alles werkte al in zijn nadeel — volkomen ongeoefend, klein van stuk, onervaren, gedoemd om wrok op te wekken vanwege zijn voortijdige bevordering. En dan liep hij stom toevallig ook nog precies de verkeerde vriend op. Een buitenbeentje in het Salamanderleger en ze had er zojuist voor gezorgd dat hij in de gedachten van de rest van het leger met haar verbonden was geraakt. En dat allemaal in een paar tellen. Ender keek naar de lachende, spottende gezichten en stelde zich voor dat ze behaarde lijven hadden en een verscheurend gebit met puntige tanden. Ben ik dan de enige mens in dit hele oord? Zijn de anderen allemaal wilde beesten die er alleen maar op uit zijn om anderen te verslinden?

Toen moest hij aan Alai denken. Er was natuurlijk in ieder leger wel iemand die de moeite waard was.

Ineens hield het gelach op en viel de hele groep stil hoewel niemand hen tot rust had gemaand. Ender draaide zich om naar de deuropening. Daar stond een lange, donkere, slanke jongen met prachtige zwarte ogen en dunne, elegante lippen. Zo’n schoonheid zou ik wel willen volgen, zei iets in Enders binnenste. Wat die ogen zien zou ik ook wel willen zien.

‘Wie ben je?’vroeg de jongen kalm.

‘Ender Wiggin, commandant,’zei Ender. ‘Overgeplaatst van pendellichting naar Salamanderleger.’Hij stak zijn dienstopdracht naar voren.

De jongen nam het papier aan met een snelle, zekere beweging, zonder Enders hand aan te raken. ‘Hoe oud ben je, Wiggin?’vroeg hij.

1 ... 15 16 17 18 19 20 21 22 23 ... 85
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)