Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]
- Автор: Мартин Джордж Рэймонд Ричард
- Год: 2006
- Язык: голландский
- Год: Luitingh Fantasy
- ISBN: 90-245-5833-6
- Переводчик: Renée Vink
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]». Краткое содержание книги:
‘Misschien voldoet u,’ besloot ze. ‘Als u faalt, zult u meer dan een keten verliezen, dat beloof ik u. Verwijder de kruisboogbout uit mijn vadersbuik en maak hem gereed voor de zwijgende zusters.’
‘Zoals mijn koningin beveelt.’ Qyborn liep naar de kant van het bed, hield halt en keek om. ‘En wat doe ik met het meisje, uwe genade?’
‘Meisje?’ Cersei had het tweede lichaam over het hoofd gezien. Ze beende naar het bed, smeet de berg bebloed beddengoed opzij, en daar was ze, naakt, koud en roze… op haar gezicht na, dat even zwart geworden was als dat van Jof op zijn bruiloft. Een keten van geschakelde gouden handjes was half in het vlees van haar keel gedrongen, zo hard aangedraaid dat de huid erdoor gesprongen was. Cersei blies als een boze kat. ‘Wat doet zij hier?’
‘We hebben haar daar gevonden, uwe genade,’ zei Kortoor. ‘Het is de hoer van de Kobold.’ Alsof dat verklaarde waarom ze hier was.
Mijn edele vader had geen hoeren nodig, dacht ze. Na de dood van onze moeder heeft hij nooit meer een vrouw aangeraakt. Ze wierp de wachter een kille blik toe. ‘Dit is niet… toen heer Tywins vader stierf, keerde hij naar de Rots van Casterling terug om daar een… een vrouw van dit allooi aan te treffen… getooid met de juwelen van zijn edele moeder en gehuld in een van haar japonnen. Hij rukte ze van haar lijf, en al het andere ook. Veertien dagen werd ze naakt door de straten van Lannispoort gevoerd, om aan iedere man die ze tegenkwam te bekennen dat ze een dief en een veile vrouw was. Hij zou nooit… deze vrouw was hier met een ander doel, niet om…’
‘Misschien ondervroeg heer Tywin het meisje over haar meesteres,’ opperde Qybom. ‘Sansa Stark is verdwenen in de nacht dat de koning werd vermoord, heb ik gehoord.’
‘Dat is zo.’ Cersei omhelsde de suggestie gretig. ‘Hij was haar vast aan het ondervragen. Dat lijdt geen twijfel.’ Ze kon Tyrion schuin zien grijnzen, de mond onder de verminkte neus vertrokken tot een aapachtige grimas. En was er een betere manier om haar te ondervragen dan naakt, met wijd gespreide benen? fluisterde de dwerg. Zo zou ik haar ook graag ondervragen.
De koningin keerde zich af. Ik weiger naar haar te kijken. Plotseling werd het haar te veel om zelfs maar met de dode vrouw in een kamer te zijn. Ze duwde Qybom opzij en beende naar buiten, de hal in.
Ser Osmund had gezelschap gekregen van zijn broers Osny en Osfried. ‘Er ligt een dode vrouw in de slaapkamer van de Hand,’ zei Cersei tegen de drie Ketelzwarts. ‘Niemand mag ooit te weten komen dat ze hier was.’
‘Jawel, vrouwe.’ Ser Osny had vage schrammen op zijn wang, daar waar een van Tyrions andere hoeren hem had gekrabd. ‘En wat moeten we met haar doen?’
‘Voer haar aan jullie honden. Houd haar als bedgenote. Wat maal ik erom? Zij is hier nooit geweest. Als enig man het waagt te beweren van wel, kost hem dat zijn tong. Begrepen?’
Osny en Osfried wisselden een blik. ‘Jawel, uwe genade.’
Ze volgden hen terug naar binnen en keek toe hoe ze het meisje in haar vaders bebloede dekens rolden. Shae, ze heette Shae. Ze hadden elkaar voor het laatst gesproken in de nacht voor de gerechtelijke tweekamp van de dwerg, nadat die glimlachende slang uit Dorne had aangeboden hem tot kampioen te dienen. Shae had gevraagd naar een paar sieraden die ze van Tyrion had gekregen, en bepaalde beloften die Cersei misschien had gedaan, een herenhuis in de stad en een ridder om mee te trouwen. De koningin had duidelijk gemaakt dat ze niets van haar zou krijgen voor ze hun vertelde waar Sansa Stark naar toe was. ‘Jij was haar meid. Verwacht je dat ik geloof dat je niets van haar plannen afwist?’ had ze gezegd. Shae was in tranen weggegaan.
Ser Osfried zwaaide de bundel met het lijk over zijn schouder. ‘Ik wil die keten,’ zei Cersei. ‘Zorg dat er geen krassen op het goud komen.’ Osfried knikte en wilde naar de deur lopen. ‘Nee, niet over de binnenhof.’ Ze gebaarde naar de geheime gang. ‘Er leidt een schacht omlaag naar de kerkers. Daarlangs.’
Toen ser Osfried zich bij de haard op een knie liet zakken, werd het licht daarachter feller, en de koningin hoorde geluiden. Jaime dook op, kromgebogen als een oude vrouw; terwijl zijn laarzen wolkjes roet uit heer Tywins laatste haardvuur opwierpen. ‘Uit de weg,’ zei hij tegen de Ketelzwarts.
Cersei haastte zich naar hem toe. ‘Heb je ze gevonden? Heb je de moordenaars gevonden? Hoeveel waren er?’ Er moest er toch zeker meer dan een zijn geweest. Eén man alleen had haar vader nooit kunnen doden.
Haar tweelingbroer zag er aangeslagen uit. ‘Die schacht leidt omlaag naar een vertrek waarin zes tunnels uitmonden. Die zijn afgesloten met ijzeren hekken, met kettingen erom die op slot zitten. Ik moet sleutels zien te vinden.’ Hij keek de slaapkamer rond. ‘Degene die dit heeft gedaan zit misschien nog steeds tussen de muren verstopt. Het is daarachter een doolhof, en donker.’
Ze stelde zich voor hoe Tyrion als een monsterlijke rat tussen de muren door kroop. Nee. Je stelt je aan. De dwerg zit in zijn cel. ‘Gebruik mokers voor de muren. Breek deze toren desnoods af. Ik wil dat ze gevonden worden. Wie het ook geweest mogen zijn. Ik wil ze dood hebben.’
Jaime omhelsde haar; zijn goede hand drukte tegen haar onderrug. Hij rook naar as, maar de ochtendzon bescheen zijn haar en verleende het een gouden gloed. Ze wilde zijn gezicht naar het hare toe trekken voor een kus. Later, hield ze zichzelf voor, hij komt later wel troost bij me zoeken. ‘Wij zijn zijn erfgenamen, Jaime,’ fluisterde ze. ‘Het is aan ons om zijn werk af te maken. Jij moet vaders plaats als Hand innemen. Dat zie je nu toch zeker wel in. Tommen heeft je nodig…’
Hij zette zich tegen haar af en hief zijn arm op om haar zijn stomp in het gezicht te duwen. ‘Een Hand zonder hand? Een misselijke grap, zuster. Vraag mij niet om te heersen.’
Haar oom hoorde de afwijzing. Qyborn ook, evenals de Ketelzwarts, die worstelden om hun bundel door de as te schuiven. Zelfs de wachters hoorden het, Puckens, Peek Paardenbeen en Kortoor. Tegen de avond praat het hele kasteel erover. Cersei voelde het bloed naar haar wangen stijgen. ‘Heersen? Ik heb niets over heersen gezegd. Ik zal heersen totdat mijn zoon mondig is.’
‘Ik weet niet met wie ik meer te doen heb; zei haar broer. ‘Tommen of de Zeven Koninkrijken.’
Ze gaf hem een klap. Jaimes arm kwam omhoog om de klap af te weren, snel als een kat… maar deze kat had het stompje van een verminkte, in plaats van een rechterhand. Haar vingers lieten rode afdrukken op zijn wang achter.
Het geluid bracht hun oom op de been. ‘Jullie vader ligt hier dood. Wees zo fatsoenlijk om buiten verder te gaan met ruziemaken.’
Jaime boog verontschuldigend zijn hoofd. ‘Vergeef ons, oom. Mijn zuster is ziek van verdriet. Ze verliest de wellevendheid uit het oog.’
Daar had ze hem het liefst nog eens om geslagen. Ik moet gek geweest zijn om te denken dat hij Hand kon worden. Ze zou het ambt nog eerder afschaffen. Wanneer had enige Hand haar ooit anders dan verdriet bezorgd? Jon Arryn had Robert Baratheon bij haar in bed gestopt, en vóór zijn dood was hij ook al begonnen haar en Jaime op het spoor te komen. Eddard Stark was verder gegaan op het punt waar Arryn was opgehouden; zijn inmenging had haar gedwongen om zich eerder van Robert te ontdoen dan haar lief was, voordat ze met zijn verderfelijke broers kon afrekenen. Tyrion had Myrcella aan de Dorners verkocht, een van haar zoons in gijzeling genomen en de andere vermoord. En toen heer Tywin naar Koningslanding was teruggekeerd…
De volgende Hand zou zijn plaats kennen, beloofde ze zichzelf. Dat zou ser Kevan moeten worden. Haar oom was onvermoeibaar, verstandig, en hij gehoorzaamde zonder mankeren. Op hem kon ze bouwen, zoals haar vader had gedaan. De hand gaat niet in discussie met het hoofd. Zij had een rijk te regeren, maar ze zou nieuwe mannen nodig hebben om haar daarbij te helpen. Pycelle was een beverige strooplikker, Jaime had met zijn zwaardhand tevens zijn moed verloren en Hamer Tyrel en zijn maatjes Roodweijn en Rowin waren niet te vertrouwen. Hoe wist ze dat zij hier niet medeplichtig aan waren geweest? Heer Tyrel moest hebben geweten dat hij nooit over de Zeven Koninkrijken zou heersen zolang Tywin Lannister leefde.