De Cock en de dood van een profeet
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #39
- Год: 1994
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0616-3
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de dood van een profeet». Краткое содержание книги:
De Cock riep de broeders van de Geneeskundige Dienst naderbij. In een reeks routinehandelingen bonden ze het slachtoffer op de brancard en droegen haar weg. Zwijgend.
De oude rechercheur staarde hen na. Hoe vaak al had dat trieste beeld zijn netvlies gevangen? Hij dacht aan dokter Rusteloos… men zou er een aardig dorp mee kunnen bevolken.
Buiten sloegen de achterportieren van de ambulancewagen dicht.
Exit… Belinda van de Bosch.
De jongeman schudde zijn hoofd.
‘Ik heet geen Piet. Ik ben Jasper… Jasper de Groot.’
‘En dat moet ik aannemen?’
Jasper de Groot grinnikte.
‘U hebt geen andere keus. Dat zei u toch?’ Hij verschoof iets op zijn stoel. ‘Maar u kunt gaan informeren bij mijn tante… mevrouw De Groot… de oudste zuster van mijn vader. Ze woont in de Vierwindenstraat op nummer 705. Officieel sta ik bij haar ingeschreven.’
‘Maar je woont daar niet?’
Jasper de Groot schudde zijn hoofd.
‘Ik zwerf meestal wat rond in de binnenstad… slaap bij vrienden… kennissen. Alleen als ik heel erg in de put zit, dan loop ik even bij haar langs.’
‘Voor wat?’
‘Ze helpt altijd.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Je hebt geen ouders?’
Over het gezicht van Jasper de Groot gleed een matte glimlach. ‘Mijn vader en mijn moeder zijn al jaren van elkaar af… ze zijn beiden hertrouwd… hebben opnieuw kinderen… er is nog weinig belangstelling voor mij.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘En eerlijk gezegd, ik wil ook niets meer met ze van doen hebben. Ik houd het maar bij tante Evelien.’
‘Mevrouw De Groot?’
Jasper de Groot knikte.
‘Ze was zo verstandig om nooit te trouwen.’
De Cock gebaarde in zijn richting.
‘Jij was een volgeling van de profeet?’
Jasper de Groot liet zijn hoofd iets zakken.
‘Ik mocht die man graag. Degene die hem vermoordde, zal in de hel branden.’
‘Dat geloof je?’
Jasper de Groot keek naar hem op. Zijn gezicht stond strak. ‘Ik wil daarin geloven,’ sprak hij beslist. ‘Dat is naar mijn gevoel ware gerechtigheid. Niet dat slappe gedoe, waarmee u zich bezighoudt. Dat heeft met rechtvaardigheid niets te maken.’
‘Ik heb je strafblad gezien. Je bent al een paar maal veroordeeld.’
Jasper de Groot knikte.
‘Precies… daarom weet ik het zo goed.’
De Cock liet het onderwerp rusten.
‘Je weet waarvoor je hier zit?’
Jasper de Groot grijnsde.
‘Daarover bestaat geen twijfel. U was nogal duidelijk… artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht… moord.’
‘En?’
Jasper de Groot gebaarde heftig.
‘Onzin, pure onzin. En dat weet u best. U hebt mij alleen maar laten arresteren, omdat u exact wilde weten wie ik was.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Je had bloed aan je handen.’
Jasper de Groot zuchtte diep.
‘Ik zag Barbara liggen… in de slaapkamer… met een stiletto in haar rug. Ik raakte in paniek. Ik kreeg het gevoel dat ik iets moest doen. Die stiletto hoorde daar niet thuis.’
De jongeman liet zijn hoofd zakken en begon zacht te snikken. ‘Ik heb die stiletto uit haar rug getrokken. Secondenlang heb ik met dat ding in mijn handen gestaan. Versuft. Toen heb ik hem laten vallen.’
‘Waarom ben je niet gevlucht?’
Jasper de Groot bracht zijn hoofd omhoog en wreef met de rug van zijn hand de tranen uit zijn ogen.
‘Dat is geen moment in mij opgekomen,’ antwoordde hij hoofdschuddend. ‘Ik heb bij de buren beneden aangeklopt en gevraagd of ze u wilden bellen. Ik had van Erik Voogd gehoord, dat u de moord op de profeet behandelde. Toen ben ik weer naar boven gegaan en heb zitten wachten tot de politie kwam.’
De Cock boog zich iets naar hem toe.
‘Wat kwam je doen? Waarom ging je naar de woning van de profeet?’
Jasper de Groot gebaarde wat vaag voor zich uit.
‘Zoeken naar geld.’
‘Die vijftigduizend gulden?’
‘Precies.’
De Cock keek hem verwonderd aan.
‘Had Erik Voogd je niet verteld dat het geld was verdwenen?’
Jasper de Groot knikte.
‘Volgens Erik Voogd zat het geld niet meer in het laatje van het cilinderbureau, maar ik dacht plotseling aan de mogelijkheid, dat het geld er nog wel degelijk was, maar dat de profeet de bankbiljetten uit veiligheid ergens anders in zijn woning had verstopt.’
‘En?’
‘Erik Voogd had mij gezegd, dat hij bij zijn komst een verschrikkelijke bende in de woning van de profeet had aangetroffen… alles was overhoop gehaald. Maar ik vond alleen een opengebroken woningdeur. Binnen was alles netjes opgeruimd.’
‘Ben je toch gaan zoeken?’
Jasper de Groot schudde zijn hoofd.
‘Ik begreep dat er iemand aan het werk was geweest. En dat kon naar mijn gevoel alleen maar Barbara zijn. Ze woonde bij de profeet.’
‘Je vond haar in de slaapkamer.’
Jasper de Groot sloot even zijn beide ogen.
‘Met een stiletto in haar rug.’
De Cock pauzeerde even… overwoog of het verhaal van de jongeman hiaten vertoonde. Hij vond ze niet. De oude rechercheur wreef zich over zijn kin.
‘Enig idee, Jasper, wie voor de moord op Barbara verantwoordelijk is?’
De jongeman knikte traag.
‘Haar vader… hij kwam de trap af toen ik naar boven ging.’
9
Vledder keek De Cock verrast aan.
‘Hij zag hem van de trap komen?’
‘Inderdaad.’
‘Kende die Jasper de Groot de vader van Belinda van de Bosch?’
De grijze speurder knikte.
‘Belinda… of Barbara, had Jasper de Groot enige dagen geleden een man aangewezen, die aan de andere kant van de smalle Achterburgwal in een voor hen tegenovergestelde richting liep. Ze had zich toen achter Jasper verscholen en gefluisterd: “Dat is mijn vader. Hij wil dat ik weer voor hem ga werken.”’
Vledder reageerde verwonderd.
‘Belinda van de Bosch wist dus, dat haar vader achter haar aan zat.’
De Cock knikte.
‘Ik neem aan dat ook de profeet dat heeft geweten. Het zou mij zelfs niet verbazen als vader Van de Bosch het tweetal persoonlijk heeft bedreigd.’
‘Hoe reageerde Jasper de Groot? Vond hij het niet vreemd dat Belinda van de Bosch zich voor haar vader verschool?’
De Cock schoof zijn onderlip vooruit.
‘Toen de man uit het gezicht was verdwenen, had Jasper de Groot haar gevraagd wat voor werk het was dat haar vader van haar verlangde. Maar op die vraag had Barbara niet willen antwoorden.’
Vledder grijnsde.
‘Prostitutie.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik denk,’ sprak hij somber, ‘dat Belinda van de Bosch haar verleden liever niet wilde oprakelen.’
De jonge rechercheur boog zich iets naar voren.
‘Wat heb je,’ vroeg hij belangstellend, ‘na het verhoor met die Jasper de Groot gedaan?’
‘Vrijgelaten.’
Vledder trok zijn wenkbrauwen samen.
‘Geloof je zijn verhaal?’
De Cock reageerde niet direct. De grijze speurder staarde nadenkend voor zich uit. ‘We hadden,’ antwoordde hij na enige tijd, ‘Peter Zandvliet kunnen arresteren omdat zijn vingerafdruk op de knop van de geldlade stond. We hadden Erik Voogd kunnen arresteren voor zijn aanwezigheid in de woning van de profeet en ik had Jasper de Groot vast kunnen houden voor het bloed aan zijn handen.’ De oude rechercheur maakte een hulpeloos gebaartje. ‘Maar wanneer je in ons werk louter op feiten afgaat, kom je lang niet altijd tot de waarheid.’
Vledder grinnikte.
‘Hoe dan wel?’
De Cock streek met zijn pink over de rug van zijn neus.
‘Er moet in je gevoel… in je hart ook iets van zekerheid gaan gloren… een overtuiging dat je de juiste man of vrouw voor je hebt.’