Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en de gebrandmerkte doden
De Cock en de gebrandmerkte doden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de gebrandmerkte doden

Электронная книга - «De Cock en de gebrandmerkte doden». Краткое содержание книги:

Een jonge vrouw treft in een grachtenpand haar vriend dood aan met een brandmerk op zijn voorhoofd.
1 ... 5 6 7 8 9 10 11 12 13 ... 29
Перейти на страницу:

De Cock tuitte zijn lippen.

“Het is uiteraard ook nog mogelijk dat zijn hoed is achtergebleven in het café waar hij met een zakenrelatie een borrel dronk.”

“Inderdaad.”

De Cock staarde peinzend voor zich uit.

“De vraag mij af of die Edward zich ervan bewust was dat hij geen hoed droeg op het moment dat wij hem in het pand van Peter van Gulpen ontdekten. Vanmorgen om exact tien uur verscheen hij bij ons met een hoed. Gezien zijn botsing met Angela Molenpad was dat dom.”

“Pfff,” snoof Vledder.

“Hij heeft over die botsing op de trap van het bordes tegen ons met geen woord gerept.”

De Cock grinnikte.

“Edward van der Poorten kon ons dat voorval ook niet opbiechten, want dan zou hij ons hebben moeten vertellen wat hij in het pand van Peter van Gulpen had te zoeken voordat wij hem daar ontdekten.”

Vledder trok zijn gezicht strak.

“Zullen we hem gaan arresteren?”

De Cock lachte vrijuit.

“Nog geen uur geleden verweetje mij het feit dat ik niet onmiddellijk bereid was om Anthonius Josephus Ruiten te arresteren. Dacht je werkelijk dat ik nu op stel en sprong achter Edward van der Poorten aan ga?”

“Dus niet,” zei Vledder beteuterd. De Cock leunde iets naar voren.

“Denk nu eens even goed na. Wat hebben we aan bewijs? Een verklaring uit de tweede hand. Wij hebben zelf niet uit de mond van Angela Molenpad vernomen dat ze onder aan de trap van het bordes een botsing had met een man. Angela is verdwenen. En als we haar terugvinden, dan heeft een confrontatie vrijwel geen zin, want ze zal de man niet in zijn gezicht hebben gezien.”

De grijze speurder stak zijn wijsvinger omhoog.

“Als Ben Kreuger vingerafdrukken van Edward van der Poorten in het huis van Van Gulpen vindt, dan zegt dat niets omtrent de moord, want Van der Poorten bracht wel vaker een bezoek aan Van Gulpen en liet dan ongetwijfeld vingerafdrukken achter.”

De oude rechercheur zuchtte.

“Wij zijn nog ver van een arrestatie verwijderd.”

Vledder knikte met een somber gezicht.

“Je hebt mij overtuigd.”

De Cock wees naar de telefoon.

“Wil je voor vanmiddag nog een afspraak maken met Anthonius Josephus Ruiten?”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Dat is niet zo urgent meer. Bovendien is het te laat. Het is al over tweeën. Ik moet bijna naar Westgaarde voor de sectie op het lijk van Van Gulpen.”

De jonge rechercheur staarde even voor zich uit.

“Ik besef plotseling dat het Edward van der Poorten was, die vanmorgen de verdenking jegens Anthonius Josephus Ruiten kwam aandragen.”

De Cock lachte.

“Waarom?”

“Om ons op een vals spoor te zetten.”

De jonge rechercheur stond van zijn stoel op, liep naar de kapstok en kwam terug met zijn regenjas aan.

“Heb je nog vragen voor dokter Rusteloos?”

De Cock maakte een schouderbeweging.

“Of hij iets kan zeggen over het brandmerk. Misschien is hij in de praktijk iets dergelijks eens tegengekomen.”

De oude rechercheur trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.

“Knip voordat dokter Rusteloos met de sectie begint,” sprak hij nadrukkelijk, “heel voorzichtig de twee houten greepjes van het wurgkoord los. Stop ze onmiddellijk in een plastic zakje, zodat niemand er aan kan komen. Breng ze na de sectie meteen naar de dactyloscopische dienst.”

De ogen van Vledder lichtten op.

“Als op die houten greepjes van het wurgkoord de vingerafdrukken van Edward van der Poorten zitten…”

De Cock grijnsde.

“Dan is het bingo.”

6

Vledder kwam met een somber gezicht de grote recherchekamer binnenstappen, sjokte met afhangende schouders naar zijn bureau en liet zich met zijn regenjas nog aan zwaar zuchtend op zijn stoel zakken.

De Cock keek hem onderzoekend aan.

“Hoe was de sectie?” vroeg hij belangstellend.

“Gewoon,” sprak Vledder gelaten, “zoals bij vrijwel elke sectie van een verwurging.”

De jonge rechercheur keek naar De Cock en grinnikte vreugdeloos.

“Hoeveel slachtoffers van een verwurging heb ik al gerechtelijk zien openpeuteren? Ik kan zo langzamerhand het handwerk van dokter Rusteloos wel overnemen. Ik ken ook het geijkte resultaat…gebroken kraakbeenringetjes in de luchtpijp.”

De Cock glimlachte.

“Dat is alles?”

Vledder gleed met de toppen van zijn wijsvingers langs zijn nek.

“Gezien de vrij diepe insnoeringen in de hals moet de dader volgens dokter Rusteloos over vrij veel lichaamskracht beschikken.”

“En het brandmerk op het voorhoofd van Peter van Gulpen?”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Daar kon dokter Rusteloos weinig over zeggen. Het was voor het eerst dat hij tijdens een autopsie met zo’n brandmerk werd geconfronteerd.”

“Het is dus heel ongewoon.”

Vledder knikte.

“Rusteloos kwam net als dokter Den Koninghe met het verhaal dat brandmerken in vroeger eeuwen als strafmaatregel heel gebruikelijk was. Dokter Rusteloos vond dat de overheid het aloude brandmerken maar weer moest invoeren. Het werkte volgens hem beter dan de halfzachte gevangenisstraffen van tegenwoordig.”

De Cock keek verrast op.

“Meende hij dat?”

Vledder grijnsde.

“Dat weet ik niet helemaal zeker. Ik dacht, dat hij het als grap bedoelde.”

De Cock lachte.

“Ik ken hem niet als grappenmaker.”

“De ook niet,” zei Vledder.

“Ik heb dokter Rusteloos zolang ik hem ken nog nooit zien lachen.”

De oude rechercheur keek zijn jonge collega peilend aan.

“Had je ruzie met hem?”

“Met wie?”

“Dokter Rusteloos.”

Vledder reageerde verwonderd.

“Nee, hoezo?”

“Je kwam zo-even binnen met een gezicht van zeven dagen onweer.”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Dat…eh, dat had niets te maken met dokter Rusteloos en de sectie.”

De jonge rechercheur ademde diep.

“Ik heb een rotbericht voor je.”

De Cock keek hem vragend aan.

“En dat is?”

“Er staan geen vingerafdrukken op de houten greepjes van het wurgkoord.”

De Cock beet even op zijn onderlip.

“Dat is echt een tegenvaller.”

Vledder knikte instemmend.

“Volgens Ben Kreuger van de dactyloscopische dienst droeg de dader leren handschoenen. Daarvan zijn minuscule spoortjes op de houten greepjes gevonden.”

“Heeft Ben Kreuger zelf de greepjes onderzocht?”

“Ja.”

“Heeft hij jou gezegd wanneer hij bij Peter van Gulpen thuis gaat kwasten?”

Vledder knikte.

“Vanavond nog. Hij vroeg of wij de sleutels van het pand op de Herengracht bij de wachtcommandant wilden leggen, zodat hij ze daar kon afhalen en weer terugbrengen, ook als wij er niet waren.”

“Doe dat maar.”

Vledder glimlachte.

“Heb je er al over nagedacht hoe wij Edward van der Poorten gaan aanpakken?”

De Cock trok een vies gezicht.

“Dat is niet eenvoudig. Onze bewijsvoering is tot nu toe flinterdun. Hij heeft zich bereid verklaard om ons de naam te noemen van de zakenrelatie met wie hij op het Rembrandtplein heeft geborreld. Daarover gaan wij vanavond maar even met hem babbelen.”

“Bij hem thuis?”

De Cock knikte.

“Dat lijkt mij het beste.”

“Onaangekondigd?”

“Als verrassing.”

Vledder blikte op zijn horloge.

“Zullen we nu direct gaan? De avondspits is zo goed als voorbij.”

De Cock schudde zijn hoofd.

1 ... 5 6 7 8 9 10 11 12 13 ... 29
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)