Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en de gebrandmerkte doden
De Cock en de gebrandmerkte doden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de gebrandmerkte doden

Электронная книга - «De Cock en de gebrandmerkte doden». Краткое содержание книги:

Een jonge vrouw treft in een grachtenpand haar vriend dood aan met een brandmerk op zijn voorhoofd.
1 ... 9 10 11 12 13 14 15 16 17 ... 29
Перейти на страницу:

Vledder grijnsde.

“Wanneer gaan maag- en darminhoud, urine, bloed en stukjes van de lever naar het laboratorium?”

De Cock kneep zijn ogen even dicht.

“Bij een vergiftiging.”

“Precies.”

“Maar bij een verwurging?”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Dat is niet gebruikelijk.”

De Cock ging in een van de gebloemde fauteuils zitten. Na een korte overdenking stak hij zijn wijsvingers omhoog.

“Ik begrijp het,” riep hij blij.

“Ik begrijp waar dokter Den Koninghe aan dacht. Beide slachtoffers hebben zich tijdens de verwurging in het geheel niet verweerd. Ze hebben zich blijkbaar zonder enig protest laten doden.”

Vledder zuchtte diep.

“Die oude lijkschouwer met zijn garibaldihoed is toch pienterder dan wij dachten. Hij vermoedt dus dat de slachtoffers vooraf zijn gedrogeerd…vergiftigd…weerloos gemaakt.”

8

De Cock stapte de volgende morgen op het Stationsplein wat verkreukeld uit een overvolle tram. Hij keek met een somber gezicht omhoog naar een loodgrijze lucht waaruit gestaag een miezerige motregen daalde. De druppels prikkelden zijn huid. De oude rechercheur kon zich niet herinneren in Groot-Mokum ooit een natter voorjaar te hebben meegemaakt. In dit trieste sombere jaar had hij nog geen enkele sprankelende zonnige dag beleefd. De lente was slecht gestart met onophoudelijke depressies, die in een laag tempo donkere wolkenvelden over de Lage Landen dreven.

De Cock schoof zijn hoedje iets naar voren en trok de kraag van zijn regenjas omhoog. Met een slome stroom reizigers uit het Centraal Station slofte hij mee naar het brede trottoir van het Damrak. Hij keek om zich heen. In al de meisjes en vrouwen in regenplastic was geen variatie te ontdekken. Ze leken allen uit eenzelfde eicel te zijn ontsproten. En dat verdroot hem. De Cock was niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon. Bij de Oudebrugsteeg stak hij in een venijnig spuitje voor een aanstormende tramtrein van lijn 9 de rijbaan van het Damrak over. Op de hoek van de Beurs van Berlage lachte een huiswaarts kerend hoertje. Terecht. De Cock in draf was een koddig gezicht. In de Warmoesstraat lichtte hij beleefd zijn hoedje voor een bejaarde hoerenmadam, die onder een paraplu aan hem voorbij schoof. Daarna stapte hij het oude politiebureau binnen. In de hal keek hij secondenlang medelijdend naar Jan Kusters. De wachtcommandant deed wanhopige pogingen om vanachter de balie met brede armzwaaien een groepje toeristen iets duidelijk te maken. Het lukte niet. Het onbegrip op de gezichten bleef. De Cock besloot zich er niet mee te bemoeien. Opmerkelijk kwiek besteeg hij de stenen trappen naar de tweede etage. Toen hij de grote recherchekamer binnenstapte, zwiepte hij zijn oude hoedje met een sierlijke boog naar de kapstok. Breed grijnzend van tevredenheid zag hij toe hoe zijn poging slaagde en zijn hoedje tollend aan een haak bleef hangen. Nadat hij zich van zijn natte regenjas had ontdaan, slenterde hij op zijn gemak naar zijn bureau en liet zich in zijn stoel zakken. De oude rechercheur leunde iets achterover en keek geamuseerd naar Vledder achter zijn moderne computer. De rappe vingers van de jonge rechercheur dansten over het toetsenbord. Tijdens een kleine rustpauze keek hij op en blikte op zijn horloge.

“Je bent nog later dan gewoonlijk.”

Het klonk bestraffend. De Cock lachte.

“Mijn vrouw lag op een slip van mijn hemd,” verontschuldigde hij zich.

Vledder toonde zich verrast.

“Draag jij geen pyjama?”

De Cock schudde grinnikend zijn hoofd.

“Een ouderwetse hansop en een puntige slaapmuts met kwasten.”

“Zot.”

De Cock negeerde de opmerking.

“Waar ben je mee bezig?” vroeg hij nieuwsgierig. Vledder gebaarde naar de monitor van zijn computer.

“De recente moord op Edward van der Poorten. Een procesverbaal van onze bevindingen. Een vreemde zaak. Ik verval voortdurend in herhalingen. Het wordt bijna een kopie van de moord op Peter van Gulpen.”

De Cock knikte.

“Het is ook een kopie.”

Vledder schoof zijn toetsenbord opzij, pakte een notitie uit een lade van zijn bureau en boog zich iets naar voren.

“Ik heb een verrassing voor je.”

“Ik houd niet van verrassingen,” bromde De Cock.

“Vooral niet als jij ermee op de proppen komt.”

Vledder tikte met een kromme wijsvinger op de notitie voor zich op zijn bureau.

“Angela Molenpad,” las hij hardop, “geboren in Amsterdam, woonachtig in de Van Boeizelaerstraat, voorheen op de Houtmankade…” de jonge rechercheur pauzeerde even voor het effect, “…bestaat niet.”

De Cock keek hem verbaasd aan.

“Bestaat niet?”

Vledder schudde zijn hoofd.

“Ik heb vanmorgen gebeld met de burgerlijke stand en het bevolkingsregister. Er bestaat geen Angela Molenpad. Op de geboortedatum die Jasper van Houweningen ons van haar heeft opgegeven, is geen Angela Molenpad in het register van geboorten opgenomen.”

Het gezicht van De Cock betrok.

“Haar huidige adres in de Van Boetzelaerstraat?” vroeg hij gespannen.

“En voorheen bij Jasper van Houweningen op de Houtmankade?”

Vledder schudde opnieuw zijn hoofd.

“Volgens het Bevolkingsregister heeft ze nooit in Amsterdam gewoond.”

De jonge rechercheur grijnsde breed.

“Ik zei je toch: ze bestaat niet.”

De Cock reageerde geprikkeld.

“Natuurlijk bestaat ze.”

“Niet officieel.”

De Cock gebaarde voor zich uit.

“Heb je ook bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en het AMC geïnformeerd?”

“Nee.”

“Volgens vriend Jasper van Houweningen heeft ze daar als verpleegkundige gewerkt.”

Vledder maakte een verontschuldigend gebaar.

“Aan die mogelijkheid heb ik nog niet gedacht.”

“En doe ook eens navraag bij het GAK.[6]”

Vledder keek hem niet-begrijpend aan.

“Het GAK?”

De Cock knikte.

“Volgens Jasper van Houweningen was Angela Molenpad al maanden overspannen. Ze zal in die tijd toch een uitkering hebben gehad. Die uitkeringen wegens ziekte worden in de regel door het GAK verzorgd.”

Vledder liet deemoedig zijn hoofd zakken.

“Ik zal al die bronnen aanboren.”

De jonge rechercheur keek op.

“Jij gaat ervan uit, dat zij wel degelijk bestaat?”

De Cock knikte traag.

“Daar ga ik van uit.”

“Angela Molenpad?”

De Cock zuchtte omstandig.

“Misschien heeft ze een andere naam, heet ze anders, heeft ze een verleden, dat zij om welke reden dan ook, voor anderen graag verborgen wil houden.”

De oude rechercheur zweeg even.

“Er bestaat,” ging hij voorzichtig formulerend verder, “in ieder geval een jonge vrouw, die een vreemd en hachelijk avontuur heeft beleefd, waarvan wij de sporen hebben teruggevonden.”

“Het lijk van Peter van Gulpen in een duur grachtenpand aan de Herengracht.”

“Precies.”

Vledder sloeg plotseling zijn rechterhand voor zijn mond.

“Stom.”

“Wat?”

“Commissaris Buitendam.”

“Wat heeft die?”

“Jij moest onmiddellijk bij hem komen.”

“Wanneer was dat?”

“Kort voor negen uur. Ik had net mijn computer aangezet toen hij hier kwam binnenstuiven.”

De Cock keek omhoog naar de grote klok boven de toegangsdeur van de grote recherchekamer.

“Het is bijna,” sprak hij somber, “twee uur later.”

Commissaris Buitendam, de lange statige politiechef van het politiebureau aan de Warmoesstraat, wuifde met een slanke hand naar de stoel voor zijn bureau.

“Ga zitten, De Cock,” sprak hij geaffecteerd.

De oude rechercheur schudde zijn hoofd.

“Ik blijf liever staan.”

вернуться

6

Gemeenschappelijk Administratie Kantoor.

1 ... 9 10 11 12 13 14 15 16 17 ... 29
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)